Logo van de kerk

overweging in 2017 op Witte Donderdag

Witte Donderdag 2017

Ubi caritas et amor, Deus ibi est.

Waar goedheid is en liefde, daar is God. We hebben er net naar geluisterd, prachtige muziek, een prachtige tekst. Omdat het zo’n mooie boodschap in zich draagt, een geloofsbelijdenis in het kort: daar waar goedheid is, liefde, maar ook schoonheid, vreugde, verwondering, vriendschap en alles wat het leven nog meer de moeite waard maakt, daar mag je de naam van God bij noemen, daar mag je Gods gezicht in herkennen, daar mag je Gods aanwezigheid bespeuren. En je kunt dat ook zo goed navoelen, God is daar waar je bijna als vanzelf stamelt: God, wat is dit mooi. Zo ken ik, vermoedelijk net als velen van u, al jaren dit lied, vooral in de uitvoering uit Taizé.
Totdat ik vorig jaar, omdat deze tekst op het geboortekaartje van onze jongste kwam te staan, me eens wat meer ging verdiepen in dit lied en de bijbehorende achtergronden. Tot mijn verrassing kwam ik erachter dat de vroege kerk dit lied niet liet zingen op een of andere feestdag, niet bij een of ander hoogtepunt, of iets dergelijks of als een algemene belijdenis maar dat het lied vanaf het begin hoort bij deze dag, witte donderdag. En dat geeft het lied meteen een andere lading, het zet de inhoud meteen op scherp.

Waar goedheid is en liefde, daar is God.

Maar wat nu als de goedheid en liefde dreigt te verdwijnen? Wat nu als het donker je steeds meer insluit en je alleen nog maar een klein eilandje bent van goedheid en liefde, jij met je vrienden, een maaltijd, een laatste moment samen? En zelfs daar ligt het verraad al op de loer, is de verloochening dichtbij, zullen ze je verlaten.
Waar goedheid is en liefde, daar is God.
Maar betekent dat dat God verdwijnt en zich terugtrekt zodra mensen deze goedheid en liefde niet langer vol kunnen houden? Hangt het van ons mensen af waar God aanwezig is? Is dat nu niet juist de vraag waarmee we deze laatste dagen ingaan richting Pasen? Waar is God in de donkerte, in de chaos, als dood de overhand krijgt, als goedheid en liefde het lijken te verliezen? Ook Jezus geeft hier woorden aan, aan het kruis: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? Een indringende vraag, van alle tijden en plaatsen, van ieder mens in nood, Is God er nog als alles om je heen dat tegen lijkt te spreken? En waar dan? En hoe dan?

En toch verbond de vroege kerk dit lied, deze tekst met deze dag, met dit laatste moment van Jezus en zijn leerlingen, met de dag dat christenen overal ter wereld brood en wijn delen om zo Jezus’ leven en sterven zich te binnen te brengen, tot zijn gedachtenis. Een lied met een melodie, waarvan men denkt dat de eerste wortels teruggaan tot voor de 4e eeuw. Alleen dat maakt het al indrukwekkend, zo lang zingen mensen, gelovigen, deze woorden al.

Een geloofsbelijdenis onder druk

Waar goedheid is en liefde, daar is God. Het is vanavond een geloofsbelijdenis onder druk, onder dreiging. Jezus is met zijn leerlingen aangekomen in Jeruzalem en heeft er geen twijfel over laten bestaan wat hem hier staat te gebeuren. Jezus wist het, zegt Johannes meerdere malen, hij wist dat zijn tijd gekomen was, dat hij niet lang meer bij zijn leerlingen zou zijn, dat degene die hem verraden zou vlak bij hem zat. Hij wist het.
Of zijn leerlingen er al aan willen, dat weten we niet, de één is daar misschien verder in dan de ander, maar het is alsof ze nog één laatste moment alles wat daarbuiten die bovenzaal op hen te wachten staat, alles wat er met hen zal gebeuren, met Jezus, alsof ze dat nog even buiten willen sluiten, dat nog even niet onder ogen willen komen. Nog even koesteren ze het samenzijn in goedheid en liefde, zoals ze dat al die jaren hebben gedaan en nog even kunnen zo Gods aanwezigheid in hun midden ervaren, voordat ze uit elkaar gedreven worden door machten en krachten sterker dan dat.

Hoe anders klinken die woorden dan…
Laat ons dus, nu we hier tezamen zijn
zorgen dat er geen verdeeldheid heerst.
Geen wrok meer, geen onenigheid,
Moge Christus in ons midden zijn

Laten we ons over de “ kleine ” dingen die ons verdeeld hebben heen zetten, laat onze al te grote ego’s en onze kleine harten nu even niet de boventoon voeren, dat we los kunnen laten waar we die ander nog altijd eens voor wilden terugbetalen, dat we er werkelijk van doordrongen zijn dat er grotere dingen op het spel staan dan dat.
Het doet denken aan hoe je soms als mensen nog even intens samen kunt zijn, ook al of juist omdat je weet dat je een afscheid te wachten staat, een verlies aan de dood of aan het leven. Mensen op hun sterfbed met hun geliefden om hen heen, mensen samen vlak voordat één van hen een operatie zal ondergaan of voordat iemand een weg, een reis zal gaan waarvan de afloop onzeker is. Hoe er soms dan pas cruciale woorden kunnen worden uitgesproken, stappen naar elkaar gezet kunnen worden hoe dan pas, onder druk, onder dreiging, dingen rechtgezet, geheeld, en in een ander licht gezet kunnen worden. 

Het beeld van Jezus en zijn leerlingen op dit laatste moment in die besloten ruimte van goedheid en liefde. Het roept het beeld op van hoe je soms in een flits, als je dankbaar je zegeningen telt in je leven, beseft: wanneer komt het moment dat dit geluk verstoord zal worden, dat er een breuk, een barst zal komen in de goedheid die ik hier en nu ervaar en zal God er dan bij blijven? Zal ik Hem dan ook herkennen?
Het roept het beeld op van hoe de dreiging van het nieuws, van aanslagen, van onrust je steeds dichter op de huid komt te zitten, steeds dichterbij komt ook geografisch gezien, maar alsof je het nog even buiten de deur kunt houden, de tv kan nog uit, de krant dichtgeslagen.

Waar goedheid is en liefde, daar is God.

Al eeuwen lang hebben mensen deze woorden gezongen op een moment dat dit niet voor hand lag en het lijkt alsof ze daarmee over hun eigen schaduw heen reiken, over de schaduw die over de omstandigheden ligt, alsof je met die woorden heen reikt over alles wat er onvermijdelijk op je afkomt, alsof je al reikt naar wat uiteindelijk blijven zal, als alle machten en krachten uitgeraasd zijn die de goedheid en liefde tegenspreken waarin God te herkennen is. Alsof je ook onder dreiging, onder druk bewust kunt en wilt kiezen waarvoor je wilt gaan, waarvoor je wilt staan, ook al lijkt het naïef, hopeloos, zinloos tegenover de omstandigheden.
Afgelopen zondag verscheen er naar aanleiding van de aanslagen van IS in Egypte in twee koptische kerken tijdens de Palmzondag een column van een theoloog, die schreef: juist op deze bloedige zondag wil ik een gelovige zijn.
En hij beschreef hoe er twee wegen te gaan zijn in het leven, de weg van het geloof en de weg van het ongeloof, maar dan niet in de zin zoals geloof en ongeloof meestal gebruikt worden, in de zin dat je hoort bij een kerk, een godsdienst of specifieke levensovertuiging, maar in de zin van: of je er op durft te vertrouwen, durft te geloven dat het uiteindelijk goed komt, dat de zachte krachten winnen.
Wie niet gelooft, schrijft hij, neemt zelf het recht in handen. Die vertrouwt niet meer dat het goedkomt, dat de vrede wint. Die versterkt een vijandbeeld, voedt de vervreemding en bouwt een leger op. Wie gelooft (in rechtsstaat, democratie en/of de hemelse macht) geeft de wraak uit handen, want een wapen staat geen mens goed. Die gaat in het gras liggen, ook al kan er een gek het publiek inrijden. Die bakt broodjes, trouwt en hardloopt, ook al kan er een bom van een dictator, een vredesmissie of een rebellenleger vallen.
Wie gelooft, schrijft hij, die vertrouwt erop dat het gevaar voor altijd is verklaard tot de zwakste kracht in de geschiedenis. En God zegene de greep, zegt hij erachteraan.

Zó gelooft Jezus, ook al weet hij van alles dat komen zal. Hij vertrouwt erop dat het wassen van de voeten van zijn leerlingen, dit indrukwekkende gebaar van kwetsbaarheid en kracht tegelijk, meer zal beklijven dan alles wat er daarna zal komen, zó gelooft Jezus dat zijn leerlingen toen en ook wij nu dit voorbeeld zullen en kunnen volgen, ook al belijden we ons geloof in deze wereld altijd onder dreiging, onder druk, onder de last ook van vragen waar God is als goedheid en liefde verdwenen zijn, zó hebben al die mensen voor ons op witte donderdag geloofd, die zingend of biddend instemden met die woorden, waar goedheid is en liefde, daar is God, ook al lag dat niet voor hand, en zó wordt ook aan ons gevraagd, hier vanavond of wij juist op deze dag een gelovige willen zijn.

amen