Logo van de kerk
Home / Wie zijn we / Welkomstwoord

Welkomstwoord

Eenmaal in de twee maanden verschijnt in de het gezamenlijk kerkblad een welkomstwoord van de dominee. Hieronder volgt het meest recente. 

Welkomstwoord november 2018

(On)gelovig

Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp. Aan deze regel uit de Bijbel moest ik in de afgelopen tijd nogal eens denken. Het zijn de woorden van een wanhopige vader die bij Jezus komt om zijn zoon te redden van machten die hem bezetten. Als Jezus dan zegt dat alles mogelijk is voor wie gelooft, roept de vader meteen uit: Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp. Een ontroerend en hartstochtelijk antwoord. En gewaagd! Ook al lijkt Jezus alleen te vragen naar geloof, de vader toont meteen ook de ‘ andere kant ’, namelijk door zijn ongeloof te benoemen.

Het ging in de afgelopen tijd nogal eens over gelovigen en ongelovigen. Of beter gezegd, religieuzen en niet-religieuzen. Dat kwam doordat het CBS als een historisch kantelpunt cijfers publiceerde die aangeven dat meer Nederlanders zich niet –religieus noemen dan religieus, 50, 7 tegenover 49,3 %. Oftewel, de secularisering gaat onverminderd door, aldus het CBS. Uiteindelijk bleken de cijfers te gaan over betrokkenheid van mensen bij religieuze organisaties, wat al een heel ander beeld gaf.  Terwijl het CBS deze cijfers presenteerde, waren er tegelijkertijd in de krant en op tv allerlei mensen aan het woord die - de één zeker, de ander wat bescheidener - iets van hun ‘ geloof ’ deelden. Religie is terug kopte een bijlage van Trouw nog maar pas geleden, met daarin een prachtige definitie van de christelijke kern: het vergroten van het wij. “Het christelijke verhaal is een voortdurende beweging om het wij uit te breiden, om de ander bij dat wij te laten aansluiten.”  En ik vermoed dan vooral de ander die je niet automatisch zelf uitkiest… Of wat te denken van het boeiende programma “ Adieu God ” met Tijs van de Brink? Hij vierde zijn 100ste uitzending kortgeleden en in plaats van gasten die korte metten maken met geloof en God, zijn er nu vaak mensen aan het woord die zoeken, open staan, en zich eerlijk afvragen wat ze geloven, ondanks alle twijfel en vragen. Zo was er een D66-minister in de 100e uitzending(Sigrid Kaag), die Gods hulp inriep bij haar taak. Of het eerlijke gesprek met schrijfster Esther Gerritsen, domineeszoon Freek de Jonge en columnist Stephan Sanders. Bij hen allen past ergens wel die zin: Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp. En bij ons?

Het is een vreemde tegenstelling, gelovig tegenover ongelovig. Want wanneer kun je jezelf werkelijk gelovig noemen, wanneer werkelijk ongelovig? Is daar een grens, een criterium voor? En is dat voor altijd? Gelovig en ongelovig zijn eerder woorden die mensen verdelen in groepen, die uit elkaar gehouden worden en dat is jammer. Zo vaak kom ik bij rouwgesprekken familie tegen die ietwat beschroomd uitspreken dat ze “ niet meer zoveel aan de kerk doen ” terwijl hun vragen, hun zoektocht naar leven, dood, God en zin zó waardevol zouden zijn binnen de gemeenschap van de kerk in de ontmoeting met bijbelverhalen. En toen we voor de laatste keer op Hydepark waren als beginnend predikanten, was één van de adviezen: wees niet bang voor je eigen ongeloof. Met andere woorden, het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Zelfs als het er op aan komt, zoals bij die vader uit het verhaal, liggen beide dicht bij elkaar in het evangelie. En Jezus struikelt er niet over.

De komende adventstijd gaan we op weg met de slogan: “ Geloof met me mee ”. We komen in de bijbelverhalen op weg naar kerst allerlei mensen tegen van vlees en bloed, die aanstekelijk, uitnodigend geloven. Niet omdat ze het allemaal zeker weten, niet omdat ze alle antwoorden in huis hebben, maar simpelweg omdat ze hun vertrouwen sterker willen laten zijn dan hun wantrouwen. Ik vertrouw, kom mijn wantrouwen te hulp. En het gesprek dáárover kan overal gevoerd worden, binnen én buiten de kerk.   

Ds. Betty Gras