Logo van de kerk

verhaal kinderviering 17 november 2019

Bijbelverhaal tijdens de kinderviering op 17 november 2019

Thema: Koning David wordt de baas

Attributen: Bordje “Jeruzalem”, Twee kronen, Flesjes water, Bordje met daarop “Stop”
David – Geert Heidekamp
Saul – Marcel Oosting
Jeruzalem – Suzanne Groote
(voor het begin v/h verhaal gaat Suzanne in de preekstoel zitten en hangt aan de microfoon van de preekstoel een bordje met daarop “Jeruzalem” en zetten een stuk of  vijf waterflesjes op de preekstoel)

Ja, wacht maar af tot ik koning ben! Nou!
David heeft ook heel lang moeten wachten
tot hij koning was en nu is het zover!
Ik ga jullie er een verhaal over vertellen!

Betty:
Klop, klop, klop…doe open de poort!
Vanaf vandaag ben ik hier de koning.
Dat zegt David als hij aan de poort van Jeruzalem staat.
Ho ho, zeggen de mensen die er wonen, wie denk je wel dat je bent?
Wie bepaalt dat, dat jij de baas bent?

Dat is natuurlijk een goede vraag van de mensen in Jeruzalem!
Wie bepaalt dat David de baas is?
Hoe zat het ook alweer?

(“ Saul ” komt op het podium en zet zijn kroon op)

Kijk, eerst was er koning Saul.
Het volk Israel wilde graag een koning en God zei:
Saul, jij mag een poosje de baas zijn over Israel.
Maar Saul ging al snel de baas spelen
en hij vergat helemaal dat hij een goede koning moest zijn.
Dus zei God:
Dit gaat zo niet goed,
Saul kan niet koning zijn, ik ga op zoek naar een nieuwe koning.
En God koos David uit!

(“David”komt op en gaat naast Saul staan en doet zijn kroon op)

Saul werd jaloers op David, want:
- David versloeg de reus Goliath
- David kon heel mooi zingen
- en…. was ook nog knap om te zien.
En hij was heel populair!

Dus Saul probeerde David te doden,
maar David kon telkens weer ontsnappen.

Dat gaat natuurlijk ook niet, twee koningen naast elkaar,
want wie is hier nu eigenlijk de baas?!

Toen stierf Saul in de strijd en David bleef over.

(Saul gaat weer zitten)

Nu was David al koning over twee kleine stammen, Juda en Benjamin.

(twee mensen in de kerk gaan staan)

En nu Saul er niet meer was,
kwamen ook de andere tien stammen bij David
en ze vroegen hem: Wil jij nu ook voortaan onze koning zijn?
Ze stonden namelijk helemaal achter David,
hij zal een goede koning zijn, zeiden ze!

(Betty nodigt 10 mensen uit om te gaan staan)

Even meetellen allemaal?

En toen moest David een plek zoeken voor zijn paleis.
En hij koos…(rondkijken)….. Jeruzalem !!!
Een prachtige stad, gelegen hoog op een berg,
een stad van vrede, zo zeiden de mensen!

En dus staat David voor de poort van Jeruzalem en klopt!

(Geert!)
Vanaf vandaag ben ik de baas! roept hij. Laat me erin.
Maar de mensen van Jeruzalem zeggen:
wij hoeven geen koning. Wij willen zelf eigen baas zijn.

(Suzanne houdt bordje ‘ho’of ‘stop’ omhoog !)

Ja, het is bepaald niet gemakkelijk
om uitgekozen te worden als koning.
Als de jongste thuis lachten de grote broers David al uit.
“Dat moet koning worden”
Vervolgens lacht Goliath hem uit.
En koning Saul heeft het hem heel moeilijk gemaakt.

Maar nu zijn er allemaal mensen die hem gevraagd hebben
en erop vertrouwen dat hij een goede koning in Gods naam zal zijn.
En Jeruzalem is dé plek, de stad van vrede en God.

En dan doet David wat hij wel vaker heeft gedaan,
niet sterk en stoer doen, maar slim!
Hij beukt niet de poort open….

(“David” begint ondertussen met zijn mouwen opstropen en vuisten in de lucht te houden)

Ik herhaal, David beukt de poort niet open…
Nee, hij zorgt ervoor dat er geen water meer in de stad komt.
(David sluipt naar de preekstoel en haalt de flesjes water weg)

En de mensen in de stad krijgen dorst.
Uiteindelijk doen ze de poorten open.
Ze sluiten vrede en laten David de koning zijn.

(David gaat met de flesjes opnieuw naar de preekstoel en geeft “Jeruzalem” een hand en gaat erbij staan)

En David doet wat hij beloofd heeft: een goede koning zijn!!!!