Logo van de kerk

Verhaal in de kinderviering 9 februari 2014

Verhaal kinderviering 9 februari 2014

In deze kinderviering werd, aan de hand van dia’s, het verhaal van Wout de NERFLANDER verteld. Vrij naar: Niemand is zoals jij, Max Lucado

Ik vertel jullie vanmorgen het verhaal over Wout. Maar eigenlijk is het ook een verhaal over onszelf. Dus je zou ook je eigen naam kunnen invullen.

Wout is een NERFLANDER. De NERFLANDERS zijn kleine mensen van hout. Alle houten mensen zijn gemaakt door Eli, een houtsnijder. Eli’s werkplaats ligt boven op een heuvel, zodat hij het hele dorp goed kan zien.
Elke Nerflander ziet er anders uit. De een heeft een grote neus, de ander grote ogen. De een is lang, de ander kort. Net zoals wij hier in de kerk.

De Nerflanders doen elke dag hetzelfde: ze geven elkaar stickers. Elke Nerflander heeft twee dozen met stickers, één met gouden sterren en één met grijze stippen. Waar je ook kijkt, overal zijn ze bezig bij elkaar sterren of stippen op te plakken. De Nerflanders die er mooi uitzien, krijgen altijd sterren. Maar de Nerflanders van wie het hout ruw is of de verf afgebladderd, krijgen stippen.

De Nerflanders die iets heel goed kunnen, krijgen ook sterren. Sommigen kunnen zware voorwerpen boven hun hoofd tillen of over een hoge stapel dozen springen. Anderen kennen allemaal moeilijke woorden of zingen heel mooi. Van iedereen krijgen zij sterren. Sommige Nerflanders zijn bedekt met sterren! En elke keer dat zij er een ster bij krijgen voelen ze zich heel gelukkig en willen ze snel iets doen om nog een ster te verdienen.

Maar er zijn ook Nerflanders die weinig bijzonders kunnen. Zij krijgen stippen. Wout bijvoorbeeld. Steeds als hij probeert net zo hoog te springen als de anderen, valt hij. En als hij valt, komen de andere mensen naar hem toe om hem stippen te geven. Soms gebeurt het bij zo’n valpartij dat zijn hout wordt beschadigd. Dan geven de mensen hem nog meer stippen. En als Wout probeert uit te leggen waarom hij is gevallen, zegt hij soms per ongeluk wel eens iets geks, waardoor de Nerflanders hem nog meer stippen geven! Na een poosje hebben de mensen zoveel stippen op hem geplakt, dat hij niet meer naar buiten durft. Omdat Wout nu zoveel grijze stippen heeft komen de mensen soms zomaar naar hem toe om hem een stip te geven zonder dat hij iets verkeerds heeft gedaan! ‘Hij is geen goede houten jongen', zeggen de mensen wel eens en het duurt niet lang of Wout gaat dit zelf ook geloven. Ik ben geen goede Nerflander, denkt hij.

Op dit moment gaat er in de kerk een jongen die beplakt is met sterren op de bank staan en zegt:
Hallo! Het leuke aan mij is, dat ik vol zit met sterren, dat is zo’n fijn gevoel. Het lijkt wel een beetje of ik zweef in de ruimte, heerlijk!

Dan duikt er op de kansel ineens een jongen op die beplakt is met stippen. Hij zegt:
Hallo! Het leuke aan mij is, ik zit vól met stippen, dat ben ik. Die stippen zijn soms best een beetje zwaar, ze voelen alsof ik een beetje kleiner wordt dan ik eigenlijk ben.

Sterrenjongen: Ik weet niet zo goed hoe ik aan de die sterren gekomen ben, maar ze zeggen dat ik iets kan, ja zelfs iets heééél goed kan. En dan ben je een ster, zeggen ze. Nou leuk.

Stippenjongen: Ik weet niet zo goed hoe ik aan die stippen gekomen ben, het voelt een beetje raar. Maar ze zeggen dat ik iets niet kan. Dat ik iets niet goed genoeg doe? En dan krijg je een stip, zeggen ze. Nou leuk

Sterrenjongen: Ik kan bijvoorbeeld héél goed rekenen en ik ben héél goed in taal en ik kan ook piano spelen en ik voetbal érg goed. Grote mensen doen daar zo blij over. Tja, dat maakt me dus een ster. Nou leuk.

Stippenjongen: Ik hou ontzettend van spelen en gek doen en ik maak vaak iedereen aan het lachen. Grote mensen doen daar minder blij over. Dan krijg je dus een stip. Nou leuk.

Sterrenjongen: Ik moet altijd erg om jou lachen. Hier, krijg je van mij een ster.

Stippenjongen: O ja. Ik vind jou wat zweverig. Hier krijg je van mij een stip.

Sterrenjongen: Hé dat voelt eigenlijk wel goed, met beide benen op de grond.

Stippenjongen: Hé, dat voelt eigenlijk wel goed, ik voel me minder zwaar.

Dan neemt de predikant weer het woord en zegt:
Zeg, mag ik het nu even weer overnemen! Want het is natuurlijk mooi dat jullie die sterren en stippen uitwisselen en dat jij (wijzend naar de ster) wat meer met beide benen op de grond komt te staan en dat jij (wijzend naar de stip) wat meer gaat zweven maar toch zitten we er maar mooi mee. Met al die sterren en stippen die we voortdurend op elkaar en onszelf plakken. Zou het nou niet anders kunnen?
Laat ik mijn verhaal over Wout even afmaken.

Op een dag ontmoet Wout een Nerflander die anders is dan alle mensen die hij ooit heeft ontmoet. Zij is van puur hout, zonder sterren of stippen. Zij heet Lucia. De mensen proberen haar wel stickers te geven maar de stickers blijven gewoon niet plakken. Sommige mensen hebben bewondering voor Lucia omdat zij helemaal geen stippen heeft, dus willen ze haar een ster geven. Maar de sterren vallen zomaar van haar af. Anderen kijken op haar neer omdat ze helemaal geen sterren heeft, dus willen ze haar een stip geven. Maar de stippen blijven ook niet plakken

Ik zou zo graag net als Lucia willen zijn, denkt Wout. Ik wil niet dat andere mensen stickers op mij plakken. Daarom vraagt hij aan de Nerflander zonder stickers hoe zij ervoor zorgt dat de stickers niet plakken.
‘Eigenlijk is het heel makkelijk’, zegt Lucia. ‘Ik ga elke dag naar Eli.’
'Eli'
‘Ja, Eli de houtsnijder. Elke dag ben ik bij hem in de werkplaats.’
‘Waarom?’
‘Dat kun je beter zelf ontdekken. Loop de heuvel maar op. Je zult hem wel vinden.’
En dan draait Lucia zich om en huppelt weg. ‘Zou hij wel willen dat ik kom?’ roept Wout haar na. Maar Lucia hoort het niet meer.

Dus gaat Wout maar naar huis. Hij zit voor het raam en kijkt naar de houten mensen die druk bezig zijn elkaar sterren en stippen te geven. Het is niet eerlijk, moppert hij. Wout besluit naar Eli te gaan
Hij gaat de heuvel op en als hij boven is, stapt hij de enorme werkplaats binnen. Verbaasd kijkt Wout om zich heen. Wat is alles groot! Wout slikt. ‘Ik ga hier snel weer weg’ denkt hij en hij draait zich om. Dan hoort hij zijn naam. ‘Wout?’ Wout blijft staan.
‘Wout! Wat fijn dat je bent gekomen. Kom eens dichterbij, dan kan ik je goed zien.’
Wout draait zich langzaam om en kijkt naar de houtsnijder. ‘Weet u wie ik ben?’ vraagt de kleine Nerflander verbaasd. ‘Natuurlijk weet ik wie je bent. Ik heb je zelf gemaakt
Eli komt van zijn stoel af, tilt Wout op en zet hem op zijn werkbank. ‘Hmm’, mompelt de maker als hij alle grijze stippen ziet. ‘Ik zie dat de mensen jou geen goede Nerflander vinden.’
‘Het spijt me, Eli. Ik heb echt mijn best gedaan om net zo goed als andere Nerflanders te zijn.’
‘Oh, dat hoef je tegen mij niet te zeggen, zoon. Het geeft niets. Ik trek me niets aan van wat andere mensen denken.’
‘Oh nee?’ vraagt Wout verbaasd.
‘Nee, en eigenlijk zou jij het ook niet erg moeten vinden. Zij delen sterren en stippen uit, maar alle Nerflanders zijn net als jij. Het maakt niet uit wat zij van je vinden. Het gaat erom wat ík van je vind. En ik vind jou heel bijzonder.’

Wout moet lachen. ‘Ik, bijzonder? Waarom? Ik kan niet hard lopen. Ik kan niet hoog springen. Mijn verf is afgebladderd. Waarom vindt u mij bijzonder?’
Eli kijkt hem aan, legt zijn handen op de kleine houten schouders en zegt met nadruk: ‘Omdat je bij mij hoort. Daarom vind ik jou zo bijzonder.
Wout heeft nog nooit meegemaakt dat iemand zo naar hem kijkt. En dit is niet zomaar iemand. Hij weet niet wat hij moet zeggen.

‘Elke dag hoopte ik dat je bij me zou komen’, vertelt Eli.
‘Ik ben gekomen omdat ik iemand heb ontmoet die niet is beplakt met sterren of stippen’, legt Wout uit.
‘Ik weet het. Ze heeft me over jou verteld.’
‘Hoe komt het dat de stickers bij haar niet blijven plakken?’
‘Nou’, zegt de maker heel rustig, ‘omdat zij heeft besloten dat wat ik van haar vind belangrijker is dan wat de mensen van haar vinden. De stickers blijven alleen plakken als je dat zelf wilt.’
'O ja?'
‘De stickers plakken alleen als je ze belangrijk vindt. Hoe meer je op mijn liefde vertrouwt, hoe minder belangrijk je de stickers van andere mensen vindt.’
‘Ik weet niet zeker of ik helemaal begrijp wat u zegt.’
Eli glimlacht. ‘Wacht maar je zult het wel gaan begrijpen. Je hebt nu heel veel stickers. Kom elke dag maar bij me. Dan zul je het wel gaan merken. Eli tilt Wout van de werkbank af en zet hem op de grond.
Vergeet het niet’, zegt Eli als Wout de deur uitloopt, ‘jij bent bijzonder omdat ik je heb gemaakt. Voor mij ben je goed zoals je bent.

Als Wout de werkplaats uitloopt, denkt hij: volgens mij meent Eli het echt. En terwijl hij dat denkt, valt de eerste grijze stip op de grond.