Logo van de kerk

overweging in 2021 op Paasmorgen

Overweging in 2021 op Paasmorgen

Geliefde mensen van God, gemeente van de Opgestane!

Zeven weken geleden gingen we onderweg met het thema
#Ik ben er voor jou.

Aan de hand van de zeven werken van barmhartigheid, stonden we stil bij zeven manieren om er voor elkaar te zijn, zeven keer een kans om te leven in het spoor van Jezus:
zieken bezoeken, dorstigen te drinken geven,
vreemdelingen onderdak geven,
naakten kleden,
hongerigen voeden,
gevangenen bezoeken
en als laatste de doden begraven.

En we voegden daar, zo dacht ik terugblikkend in deze dagen, onze eigen Zuidwoldiger werken van barmhartigheid aan toe, onze eigen varianten om tegen elkaar te zeggen: Ik ben er voor jou, wij zijn er voor elkaar!
Pannenkoeken bakken voor én met elkaar voor het goede doel
Zwaaien naar elkaar via de livestream
Luier- en billendoekjes inzamelen voor de Voedselbank
Soep op de Stoep zetten, samen met de diakenen kinderen.
Met de Palmpaasstokken op de fiets door het dorp
De prachtige paasgroet door de bus
En de laatste, de zevende is wat mij betreft als we straks een vrolijke stoet vormen langs de kerk voor de koffie drive thru!

Ik ben er voor jou, wij zijn er voor elkaar.

Het heeft in de afgelopen weken, veel energie, creativiteit en plezier losgemaakt. Noaberschap, zou je kunnen zeggen. #Ik ben er voor jou. En wat is dat goed om te merken, dat dat kan, dat dat gebeurt, dat mensen dat voor elkaar kunnen betekenen.
Het thema heeft juist in dit jaar natuurlijk alles te maken met de uitzonderlijke situatie waarin we zitten en waarin we merken hoe belangrijk dat voor elkaar is, dat we op elkaar terug kunnen vallen. Maar ook merken we, door de lange duur ervan, hoe dat lang niet altijd eenvoudig is, er voor elkaar zijn.

Wat als die woorden “#Ik ben er voor jou ” je wat kosten, zo werd er donderdagavond bij de Passion heel mooi gezegd, wat als het ten koste gaat van jezelf, er zijn voor de ander, van je eigen welzijn, of wat als je eigen belangen in het geding komen? Pas als het moeilijk wordt, wordt duidelijk wat die woorden #Ik ben er voor jou, werkelijk betekenen, en wat die belofte waard is.

We kropen afgelopen week door de verhalen heen van de stille week, waarin telkens weer duidelijk wordt hoe kwetsbaar en breekbaar het er voor elkaar zijn eigenlijk is tussen mensen.
Eén voor één laat een ieder Jezus los in die laatste dagen.
Judas die uit teleurstelling Jezus verraadt,
Petrus die uit angst Jezus verloochent,
de andere leerlingen die in verwarring wegvluchten in de nacht,
Pilatus die om gedoe te voorkomen Jezus opoffert.
Zie de mens uiteindelijk, in alle eenzaamheid. Aan het kruis schreeuwt Jezus uit dat zelfs God hem heeft verlaten, dat zelfs zijn Vader er niet meer is, voor hem, en bij hem. Kortom, die woorden “Ik ben er voor jou ”…

Ze zijn kostbaar, bemoedigend, troostend maar toch zéker niet vanzelfsprekend als we eerlijk zijn en er langer bij stil staan. Een vriendin vertelde hoe ze de woorden op een groot spandoek hadden gehangen op hun kerk, maar hoe ze voor haar, wonend naast de kerk, toch ook wel confronterend waren. Is het wel waar te maken, kun je dat zo wel zeggen?

Even een kort verhaaltje tussendoor…

Jaren geleden alweer verloor een goede vriendin plotseling op heel jonge leeftijd haar man, zij had al twee kinderen was zwanger van de derde, bij ons was Sil net geboren, Jessa op komst en er zat een verhuizing aan te komen naar Zuidwolde, en midden in dat alles overleed plotseling haar man, die we ook al heel wat jaren kenden.
Ongeveer een anderhalf jaar na zijn overlijden, sprak ze een keer tegen me uit hoe ze  eigenlijk wel meer had verwacht van mij, in hoe ik er voor haar zou zijn, gezien onze vriendschap, en dat ze dat ook wel had gemist.
Ik moet zeggen dat ik dat heel moeilijk vond om te horen destijds. Natuurlijk wil je er voor een ander zijn, zeker bij zoiets groots maar ik merkte zeker toen ook hoe je daarin ook tegen grenzen aanloopt, hoe beelden die je van jezelf had zomaar worden doorgeprikt in de weerbarstige praktijk van het leven en ook hoe verwachtingen over en weer scheef lopen, hoe het er zijn voor een ander of dat een ander er is voor jou ook zo afhangt van wat je van elkaar wilt, verwacht en hoopt.

In het paasevangelie van vanmorgen gaat Maria vroeg in de morgen op weg naar het graf, en eigenlijk verwacht ze helemaal niets meer, kun je aan haar merken. Jezus, die al die tijd met hen en er voor hen was, Hij is er niet meer, alles is geëindigd in het donker, en daarmee ook alle hoop, geloof en liefde die hij in hen heeft gewekt. Er is niets meer van over, niet meer dan een graf om naar toe te gaan, om …ja…om wat…misschien weet Maria dat zelf ook niet eens.

Juist nu ze helemaal op zichzelf teruggeworpen is, juist nu het kritieke moment aanbreekt om te geloven en te belijden, juist nu vaart Maria helemaal op wat haar ogen zien en de conclusie luidt: Hij moet weggenomen zijn. Niet alleen de levende Jezus is er niet meer voor hen, ja, zelfs ook de dode is er niet meer.

Absolute afwezigheid, het absolute nulpunt.

Al die tijd hebben ze geloofd in Jezus, maar als het er op aankomt: geen geloof meer. Er is niets meer. Net zoals je dat zelf soms kunt ervaren, dat op het moment dat je het het meest nodig hebt, als het er op aankomt, soms op geen enkele manier ervaart dat God er voor jou is. Of dat de geloofswoorden je wat zeggen, of dat je steun vindt bij de bijbelteksten. Op het kritieke moment: geen geloof, geen God, geen “Ik ben er voor jou”
Maria blijft enkel en alleen wat dwalen in de tuin.

En dan begint het juist, vertelt het evangelie. Op het moment dat wij onze conclusies trekken, op het moment dat alles hopeloos geëindigd lijkt, op het moment dat wij er niet meer voor elkaar kunnen zijn en alles uit elkaar lijkt te zijn gevallen, dán… begint het.

Het paasverhaal vertelt hoe Jezus dan ermee begint zijn mensen op te zoeken. Niet allemaal tegelijk, nee… één voor één, naam voor naam, mens voor mens. Maria, Petrus, Johannes, Thomas, stuk voor stuk zoekt hij hen op en laat weten: Ik ben er voor jou en vul het maar aan met je eigen naam, Jan, Alie, Roelie, Berend, Henk, Erica, Suzanne, Sandra, Harry, Andrea…
Juist op het moment dat je niets meer verwacht, en er ook niets of niemand meer lijkt te zijn, bij jou, voor jou, met jou, daar neemt het leven een wending, daar keert zich iets in jou om, net als Maria die zich omkeert naar de tuinman. Daar begint het opnieuw, daar ontwaar je een levende nabijheid van God, Christus, de Geest, het leven zelf, of hoe je het ook noemt, maar een aanwezigheid van Leven, van Liefde en Hoop, die je weer de ogen opent en in beweging brengt. Ondanks je verraad, ontrouw, schuld, hopeloosheid of verdriet als mens, klinkt er een stem die je vertrouwt, een stem die je herkent…

Ik ben er, ik ben er voor jou.

En dat is niet een ervaring die je af kunt dwingen, die je in kunt kaderen, of kunt beredeneren. Het paasevangelie, zoals we dat ieder jaar telkens weer opnieuw aan elkaar vertellen helpt ons alleen om erop gespitst te blijven, voor als het ons overkomt.
Om onze harten, ogen en zielen er voor open te houden, en er op te blijven hopen en in geloven. Vandaag en alle dagen van ons leven, wordt er tegen ons gezegd: Ik ben er voor jou,
in Gods naam, amen.