Logo van de kerk

overweging in 2021 op 13 juni

Overweging 13 juni 2021

Inleidende woorden
Lezing Marcus 4: 26-34

Lieve mensen vanmorgen, hier in de kerk, thuis met ons verbonden, de kleur is groen. Niet alleen buiten, waar het na alle regen nu met de warmte van de zon een explosie van groen om ons heen is, maar ook binnen hier in de kerk kleuren de kleden op de tafel en kansel, en mijn stola voor lange tijd groen, de kleur van de hoop, van groei, van het koninkrijk van God.
Je zou kunnen zeggen, met de gave van Gods Geest met Pinksteren worden we nu uitgenodigd naar buiten te gaan, om met open ogen, open oren de wereld in te gaan en sporen van God, van Gods nieuwe wereld, van Gods koninkrijk te ontdekken.
Om ons op weg te helpen, om die sporen van God te ontdekken, spreekt Jezus in vele beelden, in vele verhalen over dat Koninkrijk van God, Het koninkrijk van God is als… is zo’n zin die je regelmatig tegenkomt in de evangeliën uit Jezus mond. Kijk, daar en daar is, daar kun je het herkennen, we zullen er straks een paar van die beelden horen in onze evangelielezing,

Om nu eerst maar even dichtbij onszelf te beginnen, de vraag aan u, aan jullie: als je terugkijkt naar/terugdenkt aan de afgelopen dagen, de afgelopen week, tijd waar ontdek/ontdekte je een spoor, een glimp van God, van Gods nieuwe wereld, van zijn koninkrijk, in een klein moment, een woord, of in iets wat er gebeurde?
Of even heel anders gezegd: waar was het leven heel even de mooiste versie van zichzelf, 2.0, zo’n moment waarin alles klopte, was zoals het bedoeld is? 
Ik wil u/jullie uitnodigen om deze vraag in jezelf rond te laten gaan, hier, thuis, vandaag of in de dagen die komen…

Overweging

Geliefde mensen van God, gemeente van Christus, hier en thuis met elkaar verbonden,
Ik ben nu eigenlijk wel heel nieuwsgierig of er naar aanleiding van mijn eerdere vraag iets  bij u, bij jou boven kwam, of dat het juist een hele lastige vraag is om te beantwoorden waar je sporen van God of Gods koninkrijk in je leven ontdekt, het voert voor nu te ver om daar echt met elkaar over in gesprek te gaan, maar het gaat er maar even om, dat we af en toe voor onszelf een moment inlassen, om met een andere blik, een andere vraag naar ons eigen leven te kijken.

Niet alleen met de blik van: wat hebben we gedaan deze week, wat was leuk, niet leuk, wat hebben we gepresteerd, waar hebben we gefaald, maar…hé, waar licht wat op, waar komt iets tevoorschijn, als ik terugkijk, wat we aarzelend of dankbaar kunnen benoemen als iets van God?
Ik was natuurlijk wat meer voorbereid op de vraag dan u, ik was er al mee bezig deze week en eerlijk gezegd merkte ik weer hoe goed het me deed om op deze manier naar het leven van alledag te kijken, met alles wat daarin gebeurt, al het fragmentarische… alsof je dat allemaal bij elkaar tegen het licht houdt en er met Gods ogen, met gelovige ogen naar kijkt/ mag kijken.
Doe ik dat eigenlijk wel vaak genoeg, vroeg ik me ook af, of zit je als mens soms zo gevangen in je eigen perspectief, je eigen oordeel, en vergeet je zo makkelijk om er met Gods ogen, perspectief naar te kijken.
Zo belanden we midden in de taal, in de vragen, in de bezinning die het evangelie van vanmorgen in ons wakker wil roepen. Misschien heb je ergens wel met een half oor zitten luisteren, omdat de beelden zo bekend zijn, vooral die van het mosterdzaadje, daarom wil ik vanmorgen focussen op hoe Jezus – en de schrijver van het evangelie – die beelden omkleed en bij de mensen brengt die naar hem luisteren.

Het koninkrijk van God is als… zegt Jezus regelmatig en dan volgt er een hele reeks beelden door alle evangeliën heen en wat opvalt in deze passage uit Marcus is dat Jezus als het ware er ook zoekend, uitnodigend erover praat, niet dat hij zegt: zo en zo zit het, dit ís het, zo steekt het KvG in elkaar, maar eerder alsof hij de mensen die naar hem luisteren erin mee wil nemen, wil uitnodigen erin mee te denken.
Jezus zegt in die tekst van vanmorgen: waarmee kunnen we het Koninkrijk van God vergelijken, door welke gelijkenis kunnen we het voorstellen?

Waar lijkt het op, dat KvG?

Je kunt zeggen: dat is niet werkelijk een vraag bedoeld om te beantwoorden, maar stel dat we het nu wel als open vraag van Jezus ontvangen en met Hem meedenken, mee bewegen in de blik waarmee hij ons naar het leven wil laten kijken en naar God?
Waar lijkt het op, dat KvG, waar kom je het tegen? De vraag serieus nemen, die Jezus stelt, jezelf daarin laten betrekken brengt in elk geval meer geloof op gang dan een uitleg van bovenaf, die zegt: zo zit het! Dat is het eerste wat opvalt in die tekst van vanmorgen, in hoe Jezus die gelijkenissen omkleed.

Jezus nodigt uit, mensen van toen en nu, hij opent iets in ons met zijn vraag, er wordt iets op gang gebracht, er mag geloof gaan stromen.
Het tweede wat opvalt zijn die laatste twee verzen, waarin de schrijver van het evangelie nog even het totaalplaatje schetst, en waarin hij vertelt:
met zulke en andere gelijkenissen maakte hij hun het goede nieuws bekend,
voor zover ze het konden begrijpen
Hij sprak alleen in gelijkenissen tegen hen,
maar wanneer hij alleen was met zijn leerlingen,
verklaarde hij hun alles.

Dat is, als je erbij stil staat, een vreemd scenario, wat daar geschetst wordt. Tegen de toegestroomde menigte, tegen de mensen die naar Jezus zijn komen luisteren, tegen de mensen van buiten praat hij alleen maar in gelijkenissen, in beelden, en dan ook nog voor zover ze het konden begrijpen, bijna alsof hij het bewust wat vaag houdt. Maar als hij dan alleen is met zijn leerlingen, met de inner circle, ja, dan verklaart hij alles.
Raar eigenlijk, je zou toch juist verwachten dat Jezus tegen de buitenstaanders een klip en klare boodschap brengt, iets waarmee de mensen meteen weten waar ze aan toe zijn, wat ze kunnen begrijpen en weer makkelijk uit kunnen leggen, tegen zijn leerlingen, de mensen die toch al veel met hem optrekken, kan hij gerust eens wat ingewikkelder taal gebruiken maar toch staat het er andersom, raar eigenlijk.

Het lijkt wel heel erg op de ervaring die ook bij geloven, bij kerk-zijn hoort, en die je wellicht ook wel herkent, dat wanneer iemand, die echt helemaal onbekend ertegenover staat,  je vraagt om nou eens klip en klaar uit te leggen wat dat nu is, dat geloven van jou, waar je nu voor staat, dat je soms niet verder komt dan wat stamelen, of bij benadering dingen te benoemen, of te zeggen: het lijkt op… Ja, bijna dat je die vraag van Jezus in een variatie kunt herhalen: tja, waarmee kun je nu God, of geloven vergelijken, waarmee, met welk beeld, met welke woorden kan ik het voorstellen? Hoe leg ik dat nu uit? En dan nog, voor zover je gesprekspartner je dan kan of wil volgen of begrijpen.

Speuren naar een glimp van God

Je zou kunnen zeggen: dat is een brevet van onvermogen, dat je je eigen geloof, het evangelie niet klip en klaar kunt uitleggen, maar met dit beeld van Jezus voor ogen, hoe hij tegen omstanders in gelijkenissen spreekt en dan ook nog voor zover ze hem kunnen begrijpen, en dat dit gewoon blijft staan, met dit beeld voor ogen, kun je het ook anders benaderen.
Zegt het misschien juist wel veel over wat geloven in wezen is, of wat speuren naar glimpen van God is, en hopen op het KvG.
Eigenlijk zoals die eerste gelijkenis ons wil vertellen. Het is met het koninkrijk van God, het is met geloven, als met die boer die zaait, slaapt, dan weer op staat en werkt, dag in dag uit, maar op het eigenlijke, het werkelijke, het zaad dat in het verborgene ontkiemt, en groeit, eerst een klein sprietje, dan een halm en aar en uiteindelijk tot volle wasdom komt, daar kan hij de vinger niet achter krijgen, ‘hij weet niet hoe ’daar heeft hij geen grip op, hij plukt er alleen de vruchten van zodra ze gerijpt zijn, hij oogst ervan.
Anders gezegd, die boer die doet wel van alles, maar het geheim achter het hele gebeuren, daar komt hij niet echt bij en dat hoeft ook niet, lijkt de gelijkenis te zeggen. Het eigenlijke, het werkelijke, het geheim, dat groeit en dat gebeurt buiten ons bereik, de aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, zegt Jezus, het voltrekt zich buiten ons om.

En dat komt wel heel dichtbij waar geloven, waar speuren naar God, en naar het koninkrijk op lijkt. Aan de ene kant kun je zeggen, dat je als die boer daar alles aan moet doen, spreekwoordelijk gezegd, de bodem klaar maken, zaaien, schoffelen en wat al nog meer wat jij zelf in de hand hebt, kortom je verantwoordelijkheid nemen, aan de andere kant is er die verborgen kant die zich voltrekt, het werkelijke, het eigenlijke, en waar je geen grip op hebt, het zaad dat ontkiemt, de hoop die je ervaart, het verlangen dat maar blijft bestaan, de ervaringen van God, met God, ook al weet je niet hoe en kun je dat alleen maar stamelend uitleggen. Het gebeurt, het groeit, je plukt er de vruchten van, ook al weet je niet hoe en wat.
Geloven, leven, God, jij als mens, ergens stuit je altijd op de grens van een geheim. En als we Jezus mogen geloven is dat geen punt. Het meest wezenlijke van wat hij verkondigt, het goede nieuws, het KvG, hij vertelt het in gelijkenissen, hij laat het geheim ervan bestaan.

Het mysterie respecteren

In navolging van de gelijkenis over de boer en het zaad, moest ik denken aan de Franse filosoof Gabriel Marcel die het onderscheid maakt tussen raadsel en mysterie. Een raadsel veronderstelt dat het is op te lossen, bij een mysterie blijft er ruimte voor het geheim, wordt er een grens gerespecteerd, dat er een einde is aan ons kennen. In heel veel gevallen, op heel veel vlakken en in heel veel van ons denken, spreken en doen, wordt er naar het leven gekeken als een raadsel, als iets wat op te lossen is, wat uit te vogelen is, hoe het in elkaar steekt, waar iets door komt, wat de oorzaak is en dat brengt ons op grote hoogte, het helpt ons verder, maar het is niet alles, het bestrijkt niet het hele leven, het kan je juist zo goed doen ook die andere manier van kijken te volgen, daarin mee te bewegen, kijken naar het leven, God, de mens die tot op zekere hoogte altijd een geheim blijft, een mysterie, dat niet helemaal ontrafeld kan en ook niet hoeft te worden.

Zoals die boer die ondanks alles wat hij zou kunnen weten over zaaigoed, teelt, landbouw en wat al niet meer toch ook oog houdt voor het mysterie, het geheim en daarmee de verwondering over alles wat groeit,
Of zoals die mens, die gelovige, die ondanks alles wat hij weet over de wereld, over de mens en hoe hij in elkaar steekt en wat allemaal waardoor komt toch ook oog houdt voor het geheim, het mysterie van wat van Godswege naar ons toekomt, wat er oplicht van het koninkrijk, van glimpen van God. En dat niet helemaal wil verklaren, of uitvogelen of in de vingers wil krijgen, maar dat oogst in dankbaarheid en vertrouwen en daardoor gevoed wordt onderweg.

Dat wij vandaag zo gevoed worden op de uitnodiging van Jezus zelf.
Met brood en wijn, op weg naar zijn Koninkrijk.
Amen