Logo van de kerk

overweging in 2020 op 5 april

Overweging 5 april 2020

Lezing Exodus 11

Inleidende woorden op de Schriftlezing:

We lezen ook deze zondag op weg naar Pasen uit het boek Exodus, boek van bevrijding. We zijn inmiddels zo diep doorgedrongen in het boek, dat je dat bijna zou vergeten, dat het daar om gaat, om bevrijding. Er is al zoveel gebeurd, met onszelf in deze tijd én in dit verhaal; er is al zoveel onheil en onrecht aan onze ogen voorbijgetrokken, dat het goed is om af en toe terug te gaan naar het begin, naar waar het allemaal om begonnen is. Dat het uiteindelijk om bevrijding gaat!

Exodus is uiteindelijk een verhaal over God, die het opneemt voor de verdrukte, voor de machteloze, de kwetsbare in deze wereld, de underdog, de mensen die voorbestemd zijn om het te verliezen in het leven en voor hen alles op alles zet. Daarom heeft dit verhaal ook vele generaties, vele volken, vele groepen over heel de wereld heen geïnspireerd om te blijven geloven dat geen enkele onderdrukking, in welke vorm dan ook, en geen enkele macht blijvend is. Er is een andere wereld mogelijk, een andere vorm van samenleving, een andere manier van leven met elkaar, menselijker, waardiger. Ook in de diepste crisis houdt de bijbel dit perspectief voor ogen. Maar dat dit niet vanzelf gaat, dat dit een weg door de diepte is, dat zullen we ook vandaag weer beluisteren... We lezen vandaag opnieuw uit de Groeibijbel van Piet van Midden en horen de aankondiging van de 10e, de laatste, de beslissende slag die wordt gebracht in Egypte, zoals die staat opgeschreven in Exodus 11: 1-10.

Overweging

Het kan u niet ontgaan zijn, heel Nederland is eronder bedolven, de kaart kleurt diepbruin, waar je ook maar kijkt. En dan heb ik het over de beren, over de berenjacht. Een actie uit Australië en Nieuw-Zeeland om kinderen meer plezier te geven tijdens hun wandelingetje door de buurt in deze buitengewone tijden, is overgewaaid naar Nederland. En iedereen is erdoor aangestoken. Ook in Zuidwolde. Wie erop let zal er vele zien, in allerlei soorten en maten, alleen of samen, achter ramen, boven en beneden. Ook wij gingen in de afgelopen week meerdere malen op berenjacht!
Het idee is gebaseerd op een al meer dan 30 jaar oud boek, getiteld “Wij gaan op berenjacht ” en dat verhaal heeft een herhalend refrein dat zegt: Wij gaan op berenjacht en wij zijn niet bang! En onderweg zijn er allemaal hindernissen, zoals lang wuivend gras, een diepe koude rivier, of een donker woud en elke keer wordt er weer gezegd: We kunnen er niet bovenover, we kunnen er niet onderdoor. O nee! We moeten er wel dwars doorheen.

We moeten er wel dwars doorheen.

Het zal door de bedenkers van de actie wel niet zo bedoeld zijn, maar ergens dacht ik deze week al fietsend met de kinderen door het dorp hoe er zelfs in deze onschuldige berenjacht een bloedserieuze ondertoon meeklinkt voor deze tijd. Hoe de gedachte ‘we kunnen er wél bovenover, of onderdoor of omheen ‘, ons misschien lang nog suste, maar hoe we ons nu ten diepste realiseren: we moeten er wel dwars doorheen.
Dat vraagt om een andere houding, om andere vragen, een andere manier van kijken. Wie achteraf terug zal kijken op deze tijd, heeft de ruimte om zich af te vragen: Moest het nu allemaal zo? Had het ook anders gekund? Hebben we afslagen gemist? Maar als je ergens voor staat of middenin en je er dwars door heen moet, dan heb je daar niets aan. Dan gaat het om de vraag wat je op de been houdt, waardoor je het volhoudt, wat jou perspectief geeft.
Deze week werden een zoon en zijn moeder geïnterviewd over hun vader John die op de IC lag en voor wie ze nu alleen maar konden hopen en bidden. Ze mochten er niet meer bij. Toen de journalist vroeg naar hoe het zover gekomen was, de besmetting, had de zoon juist daar grote moeite mee om dat te vertellen. Hij zei: Ik heb daar nu niets aan, daar word ik alleen maar boos van, ik kan nu alleen maar blijven vertrouwen, vooruitkijken.

Soms moet je er dwars doorheen…

We moeten er dwars doorheen, het is precies dit punt waar we vandaag instappen in de verschillende verhalen die op deze zondag samenkomen. Jezus die in feite eenzamer dan ooit wordt onthaald door een juichende menigte in de stad, maar weet hoe snel het om zal slaan en hoe hij er dan dwars doorheen moet. Het is erop of eronder, leven of dood, geen tijd meer voor had ik maar …of… als, dan… Na de intocht begeeft hij zich rechtstreeks naar de tempel. Daar wil hij zijn.

Ook in het Exodusverhaal zijn we hier uiteindelijk aangekomen: we moeten er nu dwars doorheen. Negen keer is het een herhalend refrein geweest van Mozes die spreekt, een plaag die volgt, en farao die uiteindelijk telkens weer hardnekkig weigert, negen keer, opnieuw en opnieuw, zo kan het niet langer, er moet nu wat gebeuren. Het is de nacht van je leven, zegt God tegen Mozes, het is ook de nacht van mijn leven, komt er achter aan. Het is erop of eronder, leven of dood.
Dan wordt er een huiveringwekkend en moeilijk scenario geschetst, de dood van de eerstgeborenen. In de Naardense Bijbel staat er:
sterven zal elke eersteling,
van de eersteling van farao, die zetelt op zijn troon,
tot de eersteling van de slavin achter de handmolen,
en elke eersteling van het vee

Van hoog naar laag, rijk naar arm, mens en dier, iedereen wordt getroffen en dat is een huiveringwekkend scenario juist in deze tijd, waarin we maar al te goed weten wat het betekent dat iedereen getroffen kan worden en dat de dood overal kan zijn.
Voor je het weet gaat zo’n beeld uit dit verhaal, als ook de tien plagen en de God die daarbij betrokken is met je aan de haal, of met anderen en wordt het geplakt op andere situaties, andere tijden en andere vragen en verandert de God van Israël die leven en bevrijding en recht zoekt in iemand die straft, oplegt en ijskoud mensen de dood injaagt.

We kunnen deze laatste beslissende plaag alleen maar begrijpen in het verhaal zelf en dat is dat de dood van alle eerstgeborenen in Egypte betekent dat die manier van leven, waar Egypte voor staat op geen enkele manier toekomst heeft. De onderdrukking, de angst, de hardheid, farao die zich als god waant over anderen en daarmee over lijken gaat, het heeft geen enkele toekomst, zo zegt de dood van alle eerstgeborenen. Bevrijding daaruit, werkelijke bevrijding, betekent rigoureus afscheid nemen van heel die wereld.
God brengt scheiding als in den beginne, toen hij donker van licht scheidde, het water van het droge, de chaos van het leven. Het radicale van die laatste plaag is de spiegel dat je er in sommige tijden niet bovenover, onderdoor maar alleen dwars doorheen kunt gaan. Er kan geen akkoordje worden gesloten, er kan niet gepolderd worden, geen compromissen, het is leven of dood, zegen of vloek. Zo alleen kan er overnieuw begonnen worden.
Het is een vraag die veel mensen bezighoudt: Als we hier dan ooit doorheen zijn, hoe gaan we dan hierna verder? Op de oude voet, zoals het was of wordt er straks ook werkelijk een nieuw begin gemaakt?

Wat mij heeft getroffen in het samenkomen van deze verhalen, juist in deze tijd op deze dag is dat in alles de rode draad is dat we niet om de diepte van de dood heen kunnen. Bevrijding, opstanding, werkelijk leven of hoe je het ook noemt zal ook de diepte van de dood, óf alles wat het leven, wat mensen doods maakt recht in de ogen moeten zien. Bevrijding uit Egypte betekent de dood van alle heilloze machten waaraan mensen figuurlijk of letterlijk sterven, nog steeds tot op vandaag de dag. De god van een genadeloze economie van altijd meer, waarvoor ontelbare offers worden gebracht, de god van ongebreidelde machtswellust, die uiteindelijk hele volken mee de ondergang in sleept, de god van angst die regeert, we gaan eraan kapot, we gaan er dood aan, van binnen of letterlijk.

Steeds meer komen juist in deze tijd ook verhalen aan het licht van verborgen werelden, van groepen mensen in onze samenleving, die er altijd al waren maar in de schijnbaar maakbare succesvolle wereld niet meededen. Nu het erover gaat wat corona voor hen betekent, komt hun hele verhaal mee. Hoe blijf je thuis als je als dakloze geen thuis hebt? Hoe houd je het thuis vol als het daar niet veilig is? Hoe houd je afstand als je in een overvol vluchtelingenkamp zit? Ineens wordt zichtbaar waaraan mensen verborgen van binnen al doodgingen, of letterlijk aan stierven. Hun verhaal van verdrukking komt aan het licht.

Had Jezus er nog voor weg gekund, moest het nu zo, liep zijn weg als eerstgeborene, als geliefde kind van God alleen maar zo door de dood heen? We kunnen het ons vanaf de zijlijn als buitenstaanders, of terugblikkend wel afvragen en daar soms ook in vastlopen, maar dat verhaal van Jezus in zijn laatste dagen is nu juist bedoeld voor als je er midden in zit en je weet: ik kan er niet bovenover, ik kan er niet onderdoor, ik moet er dwars doorheen, en dan is er Iemand die het in liefde en trouw naast me volhoudt, tot aan de dood en daaraan voorbij.
In de afgelopen week was er een aangrijpende video van het Jeroen Bosch ziekenhuis te zien waarin de vraag werd gesteld waar je zou willen zijn als je ziek wordt, en wat daarin voor je belangrijk is. Een vraag, zo begrijp ik heel goed, uit nood geboren door overvolle IC’s, en door beperkende maatregelen daar zodat je wel met zorg maar zonder die geliefde naaste bent. Nú wordt zo’n vraag, die eigenlijk altijd relevant is, besproken en aan ons allen wordt voorgelegd. De dood is niet langer meer iets wat verborgen achter deuren van verpleeghuizen en ziekenhuizen en bij de buren zich afspeelt. Wie de diepte van het leven wil leren kennen, recht wil doen zal ook de diepte van de dood onder ogen moeten komen. Iets wat we wellicht nu opnieuw leren in deze tijd.

We kunnen er niet bovenover, niet onderdoor, we moeten er dwars doorheen. Juist in deze stille week, die ook werkelijk stil zal zijn, volgen we het verhaal van Gods geliefde kind in zijn weg door de diepte van het leven en door de diepte van de dood. Wat er ook gebeurt, Zijn hemelse liefde en trouw blijven overeind en bewaard tot op die morgen van Pasen, als alles opnieuw begint, een nieuwe schepping, de eerste dag.

Amen.