Logo van de kerk

overweging in 2020 op 26 januari

Overweging op 26 januari 2020

Lezing Mattheus 4: 12-22

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Ik zal meteen maar met de deur in huis vallen. Ik heb het altijd een lastig verhaal gevonden, het verhaal van de roeping van de leerlingen door Jezus, zoals we dat vandaag hebben gelezen in Mattheus. Hoewel ik weet dat het allemaal anders uit te leggen valt, moet ik bij dit verhaal eerst altijd door een eerste weerstand heen, wil het verhaal wat dichterbij mij komen. Ik begin maar eens met te benoemen waar die weerstand ligt, wellicht herkent u er wel wat van.

Ten eerste gaat het me allemaal veel te snel, Jezus die langs het water wandelt en roept en meteen, onmiddellijk verlaten de leerlingen hun werk en familie. Je kunt zeggen dat dit de onweerstaanbare aantrekkingskracht van Jezus’ roep is en daar kan ik ook nog best in meegaan, maar dan blijft het wel heel erg bij toen en ooit, die ene keer daar aan het meer van Galilea. In eigenlijk alle andere omstandigheden vinden we het meestal geen goed idee om op stel en sprong achter iemand of iets aan te gaan. Eerder zelfs wat eng of onverstandig, zomaar volgen zonder te weten waarom, hoe en waar naartoe, er zijn maar weinig omstandigheden te bedenken dat je dat zou doen. En ik kan me ook niet voorstellen dat dat op een of andere manier van ons gevraagd wordt.

Ten tweede klinkt er in het verhaal een onderwaardering door van de plek waar je woont, de mensen met wie je leeft en het werk dat je doet. Dat de leerlingen dit alles zomaar laten vallen en opgeven, zonder nog achterom te kijken, dat geeft de indruk dat al die dingen in Gods ogen er niet werkelijk toe doen uiteindelijk als het erop aankomt en als het om roeping gaat. En dat is ook wel wat gaan kleven aan het begrip roeping. Dat het pas om roeping gaat als iemand zich in een onbekend avontuur stort, ver weg van thuis, familie, vertrouwde omgeving et cetera. Of als iemand iets heel moeilijks of anders gaat doen dan het vertrouwde. De indruk die dan ontstaat is dat je dan wel écht gelovig bent als je dat doet of durft tegenover het meer gewone huis, tuin en keuken geloven op de plek waar je bent.

Maar zou je niet net zo goed thuis roeping kunnen ervaren, vraag ik me dan af, en zou dat niet net zo waardevol zijn, anders gezegd, dat Zebedeus net zozeer aan zijn roeping beantwoordt door te blijven als zijn zonen die met Jezus meegaan.  

Kortom, de weerstand laat zich samenvatten met de vraag: waar ben ik zelf, waar zijn wij in dit verhaal te vinden, als je niet van plan bent het roer compleet om te gooien of alles op te geven en toch je wel geroepen voelt op een of andere manier ernst te maken met die weg van Jezus?

Het begint anders…

Wat me nog nooit eerder was opgevallen is dat Mattheus dit verhaal anders begint, dan in de andere evangeliën. Waar in andere evangeliën het verhaal van de roeping los verteld wordt en meer wordt ingezet op het “onderweg zijn” van Jezus, en de leerlingen in zijn kielzog, daar begint Mattheus met het verhaal dat Jezus in Kafernaum gaat wonen. Jezus gaat op zichzelf wonen, hij zoekt zijn eigen plek. Na zijn doop, na zijn ervaring in de woestijn verlaat hij Nazareth, de stad van zijn jeugd en van zijn ouders en begint er een nieuwe fase in zijn leven.

Waar het verhaal over de roeping meer gaat over onrust, rusteloosheid, verlangen, verder kijken dan het vertrouwde, gaat dat eerste stuk over het wonen meer over wortelen, over vertrouwd raken, over investeren op de plek waar je bent, thuis raken. Jezus gaat wonen in Kafernaum, hij kent van binnenuit de ervaring van ergens gehecht raken, leunen op het bekende, de roep maar ook de onzekerheid van te moeten loslaten. Alleen dat al maakt die roep van Jezus al wandelend langs het meer anders. Jezus is niet alleen degene die voortdurend onderweg is, - de vossen hebben holen, maar de mensenzoon heeft geen plek om zijn hoofd neer te leggen – hij heeft ook weet van die andere kant van ons leven, het ergens thuis zijn, het blijvende.

Of all places…Kafernaum

Jezus gaat wonen in Kafernaum. Dat lijkt zo’n terloopse maar het is een veelzeggende mededeling. Kafernaum ligt diep in het gebied van de heidenen, ver buiten de grenzen van het politieke en religieuze centrum van Israel, Daar waar je niet wilt zijn, wil je iets bereiken. Het is een streek vol schaduw van dood, zoals Jesaja het zegt.  Aan de ene kant lijkt het of Jezus bijna wel gedwongen wordt daarheen te gaan, hij wijkt uit na de gevangenneming van Johannes, vertelt Mattheus, zoals hij al eerder met zijn ouders is uitgeweken naar Egypte, uit angst voor de kindermoord, en straks ook weer zal uitwijken na de onthoofding van Johannes.

Jezus’ weg vereenzelvigt zich met degenen die overgeleverd zijn aan machten en krachten groter dan henzelf en die op de vlucht moeten, telkens weer. Aan de andere kant wil Jezus ook nergens anders beginnen dan daar, het moest het wel zo zijn, zo blikt Mattheus al schrijvend terug, zo was het al geschreven bij de profeten, aan de rand, in de marge, op de plek waar je niets verwacht, daar wil Jezus wonen, daar wil hij zijn weg beginnen, daar zal een groot licht opgaan, met de woorden van Jesaja, die wordt geciteerd.

Voluit kiezen voor de plek waar je bent in je leven, ook voor de niet gekozen omstandigheden, zo zou je die in Kafernaum wonende Jezus kunnen schetsen. Dat is een ervaring die ons ook niet vreemd is. Vaak verkeren we deels in de gelukkige omstandigheid ons eigen leven sturing te geven en richting maar tegelijkertijd komen daarin ook altijd omstandigheden mee die we niet in de hand hebben maar  die ons leven wel sterk vormen, als het gaat om gezondheid, om de plek waar we wonen, de mensen die je op je pad krijgt, het werk dat je doet en wat daar allemaal bij hoort, de dingen die je zomaar meemaakt, gevraagd en ongevraagd, en hoe ga je daarmee om? Verzet je je ertegen, loop je er voor weg, vreet het je van binnen op?

Stabilitas loci

Uit de kloosterregel van Benedictus komt het begrip “stabilitas loci ”, iets wat zoveel betekent als ‘plaatsgebondenheid’, je verbindt je aan een plaats, een plek en dat ging in het kloosterleven over de waarde blijvend te kunnen kiezen voor de gemeenschap, het klooster waaraan je je verbonden had, ook al was het soms anders of moeilijker dan verwacht. Blijven bij de gemeenschap waaraan je je verbonden had, dat was voor de monniken niet een doel op zich maar meer een vorm van oefening in stabilitas”/ stabiliteit, ook innerlijk als mens.

Die oefening in stabilitas, dat gaat over: Hoe blijf je ergens werkelijk bij. Bij iets of bij iemand, hoe loop je er niet voor weg, hoe houd je het vol, hoe blijf je gecommitteerd en trouw, ook als het saai, moeilijk, ingewikkeld, of heel gewoon is? Dat kan te maken hebben met de plek waar je woont, maar ook de relaties die je hebt, de hobby’s die je beoefent, ja zelfs de simpelste taken die je doet in je huis, kun je daar bij blijven zonder ondertussen al met iets anders bezig te zijn? Geloven, kerk -zijn vraagt ergens soms ook om ‘stabilitas’, volhouden, een lange adem hebben, trouw blijven aan de gemeenschap waar je bij hoort, ook als het misschien niet zo spannend is of dat het ergens anders veel bruisender, geloviger, beter bezocht et cetera lijkt.

Stabilitas als waarde, als oefening voluit te kiezen voor waar je bent in je leven, met de dingen waar je wel maar ook vaak niet voor gekozen hebt en dat te ervaren als roeping, als iets waartoe je geroepen bent. Het is een prikkelend begrip in een tijd waarin vooral we vooral als mens worden aangesproken op onze flexibiliteit, daar wordt vooral op ingezet. Flex-plekken, flex- contracten, flex abonnementen. We doen het zó, maar het kan ook allemaal elk moment weer anders, het heeft allemaal zijn voordelen maar je kunt je ook afvragen waar wordt het” een weglopen voor ”, een voortdurende flow van onrust, een najagen van… Op allerhande manieren wordt onze stabilitas beproefd, in vormen van afleiding door telefoon, media, keuzes, vergelijken, kansen, mogelijkheden et cetera.

Ergens vind ik het heel mooi dat Jezus’ weg hier begint met een plek waar hij gaat wonen, waar hij wortelt en hecht, een vorm van stabilitas loci, plaatsgebondenheid. Jezus en in Hem de Ene, de Eeuwige houdt vol, blijft gecommitteerd, en trouw, nu hij zich eenmaal met die gemeenschap van mensen verbonden heeft, en met onze wereld en alles wat daarop leeft, sterker nog, Jezus, en in Hem de Ene, de Eeuwige verbindt zich als eerste aan een plaats die de meeste mensen willen ontvluchten, hij loopt er niet voor weg, daar wil hij wonen tussen de mensen, een licht zijn in een streek vol schaduw van dood.

Hoe het ook staat met onze innerlijke stabilitas, de grond van ons leven, de basis is Gods stabilitas, zijn stabiliteit, zijn plaatsgebondenheid vanuit de hemel op de aarde tussen de mensen te willen wonen.      

Stabiliteit vs flexibiliteit

Vandaaruit kleurt het verhaal van de roeping van de leerlingen heel anders, is het veel beter te volgen, om het zo maar te zeggen, er ontstaat een dynamiek, een beweging tussen enerzijds deze stabilitas, deze vaste basis en anderzijds het rusteloze, het verlangen, het verder kijken dan alleen het vertrouwde, een roep om je leven in een nieuw perspectief te plaatsen, keer je om want het koninkrijk van de hemelen is nabij, zegt Jezus.

Net zoals er een schaduwzijde zit aan de flexibiliteit, zo kan dat ook gelden voor de stabilitas loci, voor een roeping ervaren op de plek waar je bent, waar wordt dat uiteindelijk berusting, gedachteloos voortbouwen op het bekende, of beklemmend, of behoudend zonder spirit, zonder geestdrift? Zo doen we het altijd…
Daar komt Jezus voorbijwandelen, iemand met een onweerstaanbare roep, iemand die iets in je wakker maakt, zodat je alles ineens kunt laten vallen, dat je zin krijgt om helemaal opnieuw te beginnen, dat je weer hoop krijgt dat er nog ongedachte mogelijkheden voor je uit liggen.

Stabiliteit vs flexibiliteit, het is de spanning, ja misschien zelfs wel de pendelbeweging, waarin je je telkens begeeft als gelovig mens, aan de ene kant de trouw, de commitment aan en de roeping op de plek waar je bent in je leven, letterlijk en figuurlijk, als een door God gegeven plek, aan de andere kant de flexibiliteit van geroepen worden, je ogen open houden voor waar God je verrast, of nodig heeft, of jou weer verder laat kijken. 

Ik kan dat zeggen in woorden maar nog beter kunnen we het vieren en aan den lijve ervaren met brood en wijn. Als we dat delen in Jezus’ naam, dan is dat in dankbaarheid voor, trouw aan en hoop voor deze gemeenschap ter plaatse. In alle gebrokenheid die er ook is, in alle tekort die we ook ervaren, toch zijn we hier op deze plek gemeente van Christus, hier ligt onze roeping, hier mogen we toegewijd zijn in de dienst aan God en aan mensen, aan elkaar, aan de andere kant vieren we de maaltijd van de Heer mét de kerk van alle tijden en plaatsen, mensen die ons voorgingen, mensen die na ons komen, mensen overal ter wereld hoe anders ook, en altijd, altijd klinkt er in het teken van brood en wijn het verlangen door naar een toekomst waarnaar we onderweg zijn, een droom waarin er genoeg is voor allen, waarin recht wordt gedaan aan mensen en het leven,  keer je om, want het koninkrijk van de hemel is nabij, in Jezus’ woorden.

Laten we die stabiele flexibiliteit of flexibele stabiliteit hier vandaag vieren met elkaar.
Amen