Logo van de kerk

overweging in 2020 op 23 februari

Overweging op 23 februari 2020

Lezingen:
Psalm 114 uit: Groeibijbel, deel 3 Exodus, Piet van Midden

Kijk, dat ligt dan zomaar voor het oprapen… het evangelie, het goede nieuws, de boodschap van Jezus, Gods passie voor mensen of hoe je het ook maar noemt in een wereldberoemde, hedendaagse muzikale verpakking.
You will rise up, you’re gonna rise up, Je zult opstaan, zeker weten opstaan, zo zingt Alica Keys met alle hartstocht die ze in zich heeft en dat zingt ze voor de mensen “ who are expected te loose”, in onze samenleving, de mensen van wie je verwacht dat ze “verliezen” in het leven, de mensen in de marge, de underdog, oftewel, dezelfden om wie het ooit allemaal begon rondom Jezus, degenen die als eerste naar hem kwamen luisteren, mensen die je nu de underdog zou noemen.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus

Toen Suzanne dit nummer voor vandaag naar me opstuurde, nog zonder te weten welk verhaal we zouden lezen - was dat voor mij één van die mooie cadeautjes die het leven soms geeft, want ik wist meteen: dit is het nummer voor die twee vrouwen uit ons verhaal vandaag Sifra en Pua, de vroedvrouwen. Schoonheid en schittering betekenen hun namen, zij zijn hier in dit verhaal de underdog, zij zijn hier de vrouwen ‘who are expected to loose’ tegenover de macht van farao, wat hebben zij nu helemaal in te brengen… en toch …. juist voor deze mensen heeft de Bijbel een voorliefde, naar hen gaat speciale interesse uit omdat daar iets van God oplicht, iets van God te merken is, als je er oog voor krijgt.

Namen

Het bijbelboek dat wij kennen als Exodus heet in de Joodse traditie Sjamoet, wat betekent “namen”, naar het begin van de eerste verzen van het verhaal, dat zegt: Dit zijn de namen… En dan volgt een lijst met namen van de 12 zonen van Jakob die door de een na jongste, Jozef, naar Egypte zijn gehaald, een familiehereniging avant la lettre. Maar het opvallende is dat zodra het echte verhaal begint, daar waar wij vanmorgen begonnen te lezen, dat er in het boek dat Namen heet opvallend weinig namen worden genoemd.

Luister maar…
Er kwam in Egypte een nieuwe koning aan de macht. Hoe die koning heet is blijkbaar totaal niet belangrijk. In de Groeibijbel wordt hij een spottend koning Hoeheettieookalweer genoemd. Zijn naam is het niet waard genoemd te worden, hoe machtig hij ook is.
En hoofdstuk 2 begint met de woorden: Een man uit de stam Levi trouwde met een vrouw uit dezelfde stam, ze bracht een zoon ter wereld… De ouders van Mozes worden niet bij hun naam genoemd en ook Mozes hier nog niet, later zal het genoeg over de grote leider gaan in het boek maar hier, hier nog niet, hier zijn twee anderen belangrijk en dat zijn die twee vroedvrouwen, Sifra en Pua, schoonheid en schittering. Zij, de underdog in het verhaal zijn de belangrijksten, om hen draait het, zij worden bij de naam genoemd, hen moeten we onthouden. 
Hoe anders is het als je iemands naam kent. Als het gaat om vluchtelingen, daklozen, anonieme voorbijgangers op straat, mensen van andere groepen, beroepen, overtuigingen, plaatsen of wat dan ook, zolang je geen namen kent, lopen er geen lijntjes van die ander naar jou, loopt er geen verbinding, en zie je vaak alleen de veelheid, de groep, de kleur, de buitenkant, en dat doet wat met een mens.

Luister maar naar de farao, wat hij zegt:
De Israëlieten zijn te sterk voor ons en te talrijk.
Laten we verstandig handelen en voorkomen
dat dit volk nog groter wordt.
Want stel dat er oorlog uitbreekt
en zij zich aansluiten bij onze vijanden,
de strijd tegen ons aanbinden en ons land uittrekken!
    

Ergens vind ik dit een heel ongemakkelijk vers, vooral die woorden van farao: laten we verstandig handelen, zijn schijnbaar onschuldige beroep op het gezonde verstand, de zgn. redelijkheid van mensen terwijl er ergens achter zijn woorden een wereld aan gedachten wordt opgebouwd die gefundeerd zijn op angst en achterdocht en wantrouwen. En hoe herkenbaar dat is door alle tijden heen, hoe er juist met een beroep op verstandig handelen, gezond verstand, alle redelijkheid wegen worden ingeslagen die uiteindelijk leiden naar een gevaarlijke afstand en vervreemding tussen mensen, in plaats van nabijheid en verbinding. En laten we farao niet teveel wegzetten als de belichaming van het kwaad. Althans dat doet de Bijbel niet, het is geen Haman, farao is niet de duivel, eerder een mens die meer en meer verstrikt raakt in zijn eigen belangen, en het behoud ervan, verstrikt in zijn zoeken naar macht, en in de angst om zijn positie kwijt te raken en die uit een zekere paniek maatregel op maatregel neemt. Farao staat dichterbij ons dan ons lief is.

Iemands naam kennen

Hoe anders is het als je iemands naam kent. Het was maar een klein momentje, maar als het gaat om de kracht van het kleine… en daar waarde aan hechten. Nadat één van de eerste Tafels van Hoop was geweest, de ontmoeting rond de maaltijd hier in de kerk met nieuwe Nederlanders, iets waar Suzanne zich ook voor ingezet heeft, toen fietste één van de Syrische koks langs ons huis en onze oudste kijkt op en zegt terloops: Hé, is dat niet Mazen? Zo vanzelfsprekend alsof er geen werelden van cultuur en verschil tussen zat en dat zat er dus voor hem ook niet. Hoe anders is het dan als je iemands naam kent.

Terug naar koning Hoeheettieookalweer. Hij roept Sifra en Pua, schoonheid en schittering bij zich en geeft hen de opdracht alle jongetjes die geboren worden onmiddellijk in de Nijl te gooien. Een absurd bevel maar ja wel een absurd bevel van de machtigste man van die tijd, dus wat zullen Sifra en Pua doen? Ze zouden kunnen zeggen: bevel is bevel, farao is een maatje te groot voor ons, dus we moeten wel doen wat hij zegt, ze zouden ontslag kunnen nemen en ervoor kunnen kiezen weg te lopen, maar ze blijven op hun post en luisteren domweg niet naar wat hun is opgedragen. En als de farao hen dan kwaad bij zich roept omdat hij ziet dat geen enkel Hebreeuws jongetje in de Nijl geworpen wordt, dan spelen ze met vuur, die twee vrouwen.

Wat weet zo’n farao nu van vrouwenzaken? Zonder blikken of blozen vertellen ze hem dat ze telkens te laat zijn bij die Hebreeuwse vrouwen, die zo heel anders en veel sneller zijn dan de Egyptische. Ze lachen de macht recht in zijn gezicht uit, ze tarten het lot, de underdog, degene van wie je verwacht dat hij of zij zal verliezen in het leven, juist daar bij hen groeit en bloeit het leven tegen de klippen op, door hun keuzes, door hun stille verzet.

Stel je voor, je kiest ervoor om als vroedvrouw mensen bij te staan in hun mooiste en moeilijkste momenten, onder alle omstandigheden, in alle tijden gaat dat altijd door, je begeleidt, je moedigt aan, je vangt het wonder van het leven op met jouw handen, of je troost met diezelfde handen als het leven te kwetsbaar bleek te zijn, maar hoe dan ook weet je als geen ander dat niets vanzelfsprekend is, dat je het leven niet naar je hand kunt zetten.
En dan kom je voor zo’n dilemma te staan, dat je gedwongen wordt te kiezen voor de dood in plaats van voor het leven, dat van jouw handelen de redding van een heel volk afhangt, dat door jouw innerlijke vrij zijn van welke macht dan ook de eerste stap op weg naar bevrijding wordt gezet.

Sifra en Pua verzetten zich tegen de macht van farao, wat de macht van de dood is, en van achterdocht en wantrouwen, van gevangenschap en onderdrukking.
En zij niet alleen. We zijn geneigd bij bevrijdingsverhalen vaak te kijken naar de grote leiders, maar het begint al in het kleine, in het gewone leven. Mozes zou nergens zijn geweest zonder de zes paar vrouwenhanden die hem op weg helpen, Sifra, Pua, zijn moeder, zijn zus, de dochter van de farao die hem uit het water vist en later nog eens zijn buitenlandse vrouw Zippora. Uit die zes paar vrouwenhanden wordt de weg van het volk Israel naar het beloofde land geboren. Zij staan aan de basis, deze draagmoeders!

Geloven in de kracht van het kleine

Geloven in de kracht van het kleine, in de beweging van onderop, zingen voor de underdog om te blijven dromen dat je op een dag zult opstaan, vertrouwen op groei en bloei als daad van verzet tegen de verdrukking in, zo begint hier de weg naar bevrijding en het mooie van het verhaal van vanmorgen is dat het hier om gewone mensen gaat, zoals Sifra en Pua, zij verdienen het gekend te worden bij hun naam, zegt de Bijbel, niet de koning, maar zij en mét Sifra en Pua alle mensen die in hun spoor durven gaan, op onze eigen plek begint de weg naar bevrijding, op onze eigen plek kun je kiezen voor het leven in plaats van de dood, en kun je blijven geloven in de kracht van het kleine, de beweging van onderop, de groei van het goede.
Ze hebben ontzag voor God, zo wordt dat genoemd in het verhaal, dát maakt hen vrij van welke macht dan ook die zich als god beschouwt en die meent te kunnen beschikken over het leven, of over mensen.

Wie zijn dan de Sifra’s en Pua’s om ons heen? Zou je zelf iets van hen kunnen herkennen in wat je doet, in wat je laat? Al in de heel kleine dingen kun je je al aan hen spiegelen, zou ik zeggen. Het mooie van het beeld van een vroedvrouw is, dat je in zo’n beroep vooral het leven niet in de weg moet zitten begeleiden waar nodig, aanmoedigen waar je kan, en ruimte geven om te groeien, dat is wat van je gevraagd wordt. Het gaat bij het werk van een vroedvrouw altijd om het ene moment, iedere seconde telt om het ene kind, en de volle aandacht voor het hier en nu, (in tegenstelling tot farao die alleen maar veelheid en toekomst en gevaar kan zien)

Kortom, gaan in het spoor van die vroedvrouwen dat is zoiets als bijvoorbeeld je niet laten verlammen door de veelheid aan nieuws dat op je afkomt aan zorgen over klimaat, migratie, strijd en toekomst, maar aandacht geven aan het verhaal van die ene mens tegenover je, zorg dragen voor dat ene stukje aarde dat jou is toevertrouwd, het hier en nu ten volle koesteren waarin jij niet anders kunt en moet dan het leven, het goede, dat wat ontzag voor God oproept de ruimte geven, laten groeien, zelfs als dat om verzet vraagt tegen machten en krachten groter dan jijzelf.

Laten we hopen dat we iets van de moed van Sifra en Pua hebben als het nodig is en laten we hun namen in elk geval niet vergeten, zodat ze ons blijven inspireren. Amen