Logo van de kerk

overweging in 2020 op 1 maart

Overweging op 1 maart 2020

Lezing Exodus 3,

Even leek het voor altijd te zijn. Eindelijk was hij op zijn plek. Samen met zijn vrouw, zijn zoon en het werk dat hij deed. Zelfs zijn schoonvader had hem als een zoon ontvangen. Eindelijk thuis, een plek waar hij erbij hoorde. Dat was in al die jaren daarvoor nooit vanzelfsprekend geweest. Was hij aan het hof, dán dacht hij aan zijn moeder zijn zus en de rest van zijn volk. Maar was hij op straat tussen zijn volk, dán voelde hij de ogen prikken in zijn rug. Weggaan en overnieuw beginnen leek de enige weg en even, even leek het voor altijd te zijn, daar in Midian, even dacht hij dat hij hier de rest van zijn dagen zou kunnen slijten.  Maar het leven, het verleden, zijn geweten of wat het ook is, het haalt Mozes in en drijft hem en zijn schapen tot vér voorbij het steppeland, tot áchter de woestijn, een plek waar je eigenlijk helemaal niet moet zijn als herder, onbekende, dorre en godverlaten grond waar niets anders groeit dan doornstruiken, die lijken te branden in de hitte van de dag. 

Een poosje geleden was er een klein berichtje over de leeftijden van de Amerikaanse presidentskandidaten en of dat nog wel kon, aangezien de belangrijksten al richting de 80 liepen, maar in de Bijbel begint het dan pas want Mozes is 80 als hij geroepen wordt om van herder voorganger te worden. De eerste 40 jaar brengt hij aan het hof door, de tweede periode is hij onder de radar in Midian maar nu breekt dan de meest beslissende fase aan in zijn leven. 40 jaar stond voor een heel mensenleven in Israel. Met andere woorden, Mozes begint hier een nieuw leven, een nieuwe roeping, een nieuwe weg waarin hij zijn twee vorige levens uiteindelijk bij elkaar brengt.

Als het om God gaat en om geloven dan verbinden we dat vaak met rust vinden, houvast, een schuilplaats waar je veilig bent, stabiliteit, maar dat dat maar één kant van God en geloven is, dat wordt duidelijk aan de hand van dit verhaal van de roeping van Mozes. Geloven, God dichterbij laten komen betekent soms juist ook gehoor geven aan de onrust in jezelf, aan een verlangen, aan iets wat je niet langer kunt negeren. God is niet alleen te vinden in de rust maar ook in de onrust.

De roeping

De roeping van Mozes haalt alles overhoop en deed mij denken aan zo'n stok die over de bodem van een stilstaand watertje schraapt, waardoor alles ineens gaat dwarrelen en van zijn plek wordt gehaald, weg rust, weg stilte, weg stabiliteit. Waarom moest ik uw stem verstaan... zo zal Mozes zich in al die jaren erna nog wel eens hebben afgevraagd.
Waarom geef je gehoor aan een stem die onrust in jezelf veroorzaakt, waarom laten mensen het overzichtelijke, en vertrouwde leven achter zich? Soms omdat ze niet anders kunnen, soms omdat ze niet anders willen, hoe dan ook, het is daar op die vreemde plek aan de rand van het bestaan dat God van zich laat horen, of dat Mozes God eindelijk hoort. God is helemaal meegetrokken tot aan dat punt, tot aan die plek, misschien wel zoals God soms juist hoorbaar is, merkbaar op het moment dat we het zelf even helemaal niet meer weten, als alle vertrouwde kaders zijn weggevallen. Misschien is het omdat we onszelf dan pas ook werkelijk openen voor God?

Mozes, Mozes.
Hier ben ik.
Ik ben de God van je vader,
de God van Abraham,
de God van Isaak
en de God van Jakob
.

Ja, wat weet Mozes eigenlijk van die vreemde God van zijn voorvaderen? God stelt zich voor via namen die Mozes bekend in de oren moeten klinken, maar wie die God zelf is? Heeft Mozes ooit wel iets over Hem gehoord, En zo ja, betekent het wel iets voor hem persoonlijk? Of is dat allang vervaagt over de generaties heen? En je hoort de echo van deze tijd erin hoe het woordje ‘God’ bij mensen misschien iets oproept van opa, van oma, van lang vervlogen tijden, van generaties voor ons, maar niet iets voor het hier en nu, niet meer voor jou en alles waar je tegenaan loopt en mee worstelt, dat was ooit, toen geloven nog heel gewoon was. Nu zijn er hele andere goden die de loop van het leven bepalen, machthebbers die onschuldigen onderdrukken en er straffeloos mee wegkomen, de dwang van de economie van meer en groter, die heel het leven in zijn greep houdt, de strijd om te overleven, jezelf, je kind en de mensen die je lief zijn redden op welke godvergeten plek dan ook op deze wereld.

God, ach ja God, dat was iets waar mensen vroeger nog op vertrouwden, maar daar kun je nu toch niet meer mee aankomen, we weten nu toch wel beter. Of brengt die stok in de poel, die stem die je naam roept toch iets in beweging, een onrust, een verlangen, een hoop?
De werkelijke onderdrukking van Israel gebeurde niet door de farao, zo las ik ergens, de werkelijke onderdrukking was dat hun kracht tot opstanding verlamd was geraakt, ze legden zich bij het bestaande neer, ze geloofden in hun lot.
En geef ze eens ongelijk, hoe vaak moet je stuklopen op het leven om alle hoop te verliezen dat het ooit anders wordt, dat het ooit anders gaat. Zo beschouwd wonen heel wat mensen nog in Egypte, en wijzelf erbij inbegrepen. 

er van weten

Laatst was ik op een zaterdagmorgen de krant aan het lezen, althans ik deed een poging daartoe, het ging om het verhaal onder deze indringende foto, over “de ongekende humanitaire catastrofe in Idlib”, zoals de kop zei. Een Syrisch gezin op de vlucht in de hoop veiligheid te vinden in het Noorden, stond er onder de foto, en ik schaamde me, want het lukte me maar niet om het hele verhaal te lezen, dan weer kwamen de kinderen tussendoor, dan weer een blik op de klok, dan weer mijn eigen gehaaste gevoel van alles wat die dag nog moest terwijl het minste wat ik voor dit ene gezin toch kon doen was hun verhaal aandachtig lezen, zien, er weet van hebben.
Een medewerker van Pax vertelde deze week nog op de radio hoe ook in de ergste crisesgebieden het voor de mensen alleen al belangrijk is dat er anderen zijn die er van weten, die hen niet vergeten.

Gezien, gezien heb ik de onderdrukking van mijn volk, mijn mensen, zegt God tegen Mozes, hun schreeuwen heb ik gehoord, ik weet van hun smart.

Dat zijn dan woorden uit de Bijbel die roeren in de poel, die iets van onrust veroorzaken. Is er een God die ziet, die hoort, die weet, juist waar wij ons soms terugtrekken in onze bubbel, onze hoofden afwenden, uit machteloosheid, uit gemakzucht, uit wat dan ook? God brengt iets van onrust te weeg, ja ongemak misschien zelfs Waarom moest ik uw stem verstaan…
Daar waar Gods blik op rust, daar zouden ook onze ogen naar toe moeten gaan, dat wat God hoort, daar zouden ook onze oren voor open moeten gaan.

hoop en de onrust

Jonathan Sacks, emeritus opperrabijn van Groot- Brittannië schreef een prachtig boek over Exodus, dat pas is verschenen en hij kenschetst hoe Mozes vooral voorvechter van gerechtigheid is, want dat is wat geloof in de Ene oproept, hoop op gerechtigheid en de onrust als die gerechtigheid ver te zoeken is.

In de heidense wereld leefde er geen twijfel, schrijft Sacks,
net als in de geseculariseerde wereld van nu.
Want waarom zou je gerechtigheid verwachten in de wereld.
Als er geen God is of (wat op hetzelfde neerkomt) veel goden,
dan is er geen reden om gerechtigheid te verwachten.
De vraag komt niet eens op…

Maar hoop op de Ene, die rechtvaardig is, roept hoop op gerechtigheid in deze wereld op én de onrust, én het verlangen dat daarbij hoort.

Er is een mooi lied dat zegt:
Maak ons hart onrustig, God,
dat het ontevreden klopt
als we mooie leugens horen
en gemakkelijke woorden!
Laat ons dwaas en koppig zijn,
Laat ons doorgaan tot het eind.
Maak ons hart onrustig, God.

De schrijver schreef het als tegengeluid bij het comfort, de veiligheid en de rust die hij vond in geloven, en in de kerk niet dat daar iets mis mee is, maar het is meer dan alleen dat.

Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, Isaak en Jakob.

Mozes staat hier op een kruispunt in zijn leven of die God van hen die hem voorgingen ook de zijne wordt, of dat ook eigen wordt aan zijn levensweg, zoals ieder mens op een gegeven moment voor het punt staat, of misschien wel meerdere keren of je ergens hoe dan ook met vallen en opstaan je eigen weg wilt zoeken met God, wilt ontdekken wie God zou kunnen zijn in jouw eigen leven, daarbij mag je je gedragen weten door vertrouwen van hen die je voorgingen maar ergens is het ook altijd de zoektocht, of dat vertrouwen bij jou opbloeit, geloof is een gave, zegt de traditie dan, nooit vanzelfsprekend. Ook nooit af trouwens.

In dit verhaal wordt geloven niet als een set van waarheden gebracht of overtuigingen, het krijgt eerder de vorm van een gesprek, een gesprek dat God op gang brengt en gaande houdt en dat in alle vrijmoedigheid gevoerd wordt, met alle twijfels, vragen, tegenwerpingen die er maar in Mozes opkomen. Dit gesprek gaande houden met de Ene in alle vrijmoedigheid is het behoud van de wereld, schreef iemand, dat ontneemt de macht van welke goden dan ook in deze wereld. Toch is die weg naar bevrijding geen goedkoop ideaal,

De vrijheid die met geloven meekomt kan juist soms angstaanjagend, te groot zijn, het vraagt teveelvan een mens. De hertaling van de Tien Woorden die vandaag klonk vind ik prachtig en kernachtig in waar het om gaat, maar het is ook een vrijheid die moed vraagt, soms is het gemakkelijker gevangen te blijven in de patronen die je kent. Hoeveel makkelijker is het om het negatieve van iets of iemand te benoemen in plaats van alleen het goede en verder te zwijgen, Hoeveel verleidelijker is het om God juist wel vast te leggen in denkbeelden, dogma en belijdenis in plaats van ruimte te houden. Opnieuw is het eerder onrust dan rust die de weg naar bevrijding oproept.
Juist als Mozes lijkt terug te deinzen, wie ben ik, klinkt de naam van de God van zijn voorvaderen, een naam die helemaal niets en tegelijkertijd alles zegt.

Ik ben…Ik zal er zijn… Ga maar, dan ga ik met je mee,

Hoe je die naam ook vertaalt, benoemt, het is een naam met een belofte, met een weg, met een kracht in zich die zich uitstrekt naar de toekomst.
Een collega vertelde hoe juist deze naam in het Hebreeuws begint met de kleinste letter, en tegelijkertijd de belangrijkste, want het is de letter waar alles mee begint, een puntje, niet meer en niet minder, maar het is het begin waaruit alle letters uiteindelijk voortkomen.
Met een naam die begint met de kleinste van de letters, met een struik die bekend staat als minste onder de struiken, met een mens die zichzelf te klein acht, Zo begint Gods weg naar bevrijding, Maak ons hart onrustig, bidden wij, dat wij met Hem optrekken.
Amen