Logo van de kerk

overweging in 2019 op25 december

Overweging 25 december 2019

Geloof viert de werkelijkheid van wat wordt gehoopt,
is het bewijs van de dingen die niet waarneembaar zijn.
(Hebr. 11: 1a)

Geliefde mensen van God,

Deze woorden uit de brief aan de Hebreeën zijn voor vanmorgen de samenvatting van wat ik u, jullie mee wil geven in de overweging, vooral die eerste woorden,
geloof viert de werkelijkheid van wat wordt gehoopt,
of je kunt zeggen: geloven is de werkelijkheid vieren van wat we hopen. Of nog weer anders, gelovigen vieren de werkelijkheid van wat wordt gehoopt.

Om te beginnen, een vraag: wie kijkt er momenteel Heel Holland bakt? (iedereen kent het wel, toch?)
De tweede aflevering heb ik nog niet kunnen kijken, maar de eerste wel. En de running gag, oftewel het voortdurend terugkerende grapje van presentator André van Duin was: ja, het is (bijna) kerst hè!
Terwijl de zon overdadig scheen, taarten uitliepen van de warmte en deelnemers flink stonden te zweten. Het is allemaal midden in de zomer opgenomen.
Maar iedereen deed vrolijk mee. Er werden kerstbomen neergezet, Er werd kerstversiering opgehangen en gedragen, en de deelnemers moesten een heuse kersttaart maken. André van Duin dreef er vrolijk de spot mee. We doen wel alsof het kerst is, maar iedereen weet dat daar niets van klopt.

Datzelfde gevoel kan je wel eens bekruipen in deze maand van gezelligheid, familie en feestdagen, we doen wel alsof, maar ondertussen weet iedereen dat er niks van klopt. We doen wel alsof het kerst is, alsof er vrede op aarde is, alsof het licht het donker overwint en alsof we elkaar als mensen al het goede, alle zegen toewensen, maar ondertussen weten we maar al te goed dat het na kerst weer gewoon het oude liedje zal zijn, dat de vrede weer ver te zoeken is, dat het op meer plekken op deze wereld donker is en blijft dan dat het lichter wordt, en dat we als mensen heus niet vriendelijker of ruimhartiger zullen zijn na de kerstdagen.
Het kan je soms cynisch maken over al dat feestgedruis, al die kerstsfeer, al die mooie woorden, we doen wel alsof maar ondertussen weten we dat er niets van klopt, dat er niets van waar is.

Of toch…?

Geloof viert de werkelijkheid van wat gehoopt wordt,
een prachtige zin, die dicht bij het geheim komt van wat geloven is, wat geloven doet in ons mensen.
Want weet u wat het is, als het om kerst gaat… het is niet het een of het ander, maar het is allebei tegelijk.
Kerst is zo waar, zo werkelijk als je het maar hebben kunt. Vrede op aarde, licht dat de duisternis niet in haar macht heeft gekregen, Gods liefde onder ons mensen in dat ene Kind, het is zo waar, zo werkelijk als het maar zijn kan sinds mensen daarvan zijn gaan getuigen, en dat hebben herkend in die geliefde mens van God, Jezus Christus, én tegelijkertijd is ons kerstfeest ook een beetje een spel, dat we spelen, een doen alsof, met daarbij behorende bepaalde tradities, gewoontes, liederen en hooggestemde woorden. Want ondertussen weten we heel goed van die andere weerbarstige werkelijkheid die met dat kerstspel van ons nog op geen enkele manier rijmt. Maar… dat maakt het spel niet minder waar, of werkelijk, dat doet daar geen afbreuk aan, nee, dat maakt het juist meer. Het is niet het een of het ander, het is allebei tegelijk,

Wie zouden ons op deze kerstmorgen dat beter uit kunnen leggen dan kinderen zelf? Ik moest denken aan hoe wij een keer met onze kinderen bij een theatervoorstelling in de theaterkuil in het Faliebergbos waren, zo’n geweldige voorstelling, het ging over schaap en geit, waar met heel weinig toch een hele wereld werd opgebouwd en onze dochter, die vreselijk moest lachen en erin helemaal in mee werd genomen, zei ineens midden in een lachbui tussendoor: het is niet echt, hoor, mama!
Anders gezegd, ze werd er helemaal in meegenomen, in het plezier, in wat dat met haar deed, ze was er helemaal bij, en tegelijkertijd wist ze ook van dat andere werkelijke, dat ze in een bos zat te kijken naar twee mensen met wat wol omgedrapeerd, die deden alsof. Maar weten van het “echte” deed niets af aan de vreugde die ze daar beleefde. Dat was even werkelijk als het einde van de voorstelling daarna. Net zoals bij Heel Holland bakt het spel dat het kerst was, niets af deed aan het plezier en de vreugde waarmee de bakkers aan de slag gingen, nee, het was juist meer!
Niet het een of het ander, maar allebei tegelijk. Kinderen kunnen dat heel goed, die hebben niet het gevoel te moeten kiezen, volwassenen raken die kunst algauw kwijt, misschien denken we dat dat hoort bij volwassen worden. Maar kerst wil ons juist verleiden om daar weer open voor te worden, om die kunst in ons weer aan te spreken, want daar is niets kinderlijks, of kinderachtigs aan.

Met kerst doen we vrolijk alsof, vrede op aarde, de kinderen gaan vooraan, de engelen zingen ons toe vanuit de hemel. Dat staat haaks op de ervaring van alledag, het is het tegenovergestelde van hoe de dingen normaliter gaan, en wat we om ons heen zien, dat weten we ondertussen natuurlijk ook wel, maar dat maakt het niet minder waar, of van minder waarde, nee juist meer, want geloof viert de werkelijkheid van wat gehoopt wordt, geloven is de werkelijkheid vieren van wat we hopen, we stappen er even midden in, we geven ons er helemaal aan over aan die werkelijkheid waar we naar uitzien, aan die beloftevolle toekomst die begint in dat goddelijke Kind, aan deze wereld helemaal anders, waartoe God ons wil uitnodigen. Je blijft niet aan de buitenkant staan, maar je viert het, je beleeft het met al je zintuigen, je geeft je over aan het spel en je komt eruit als een ander mens, je gaat de alledaagse werkelijkheid weer anders tegemoet.

We hebben dat zo nodig als mensen, niet als een vlucht, maar juist als een herinnering aan wie we zijn, aan onze roeping als mens, als een openen van de ogen: ja, zo kan het ook, hier leef ik voor, er is meer dan wat ik alleen om me heen zie.
Geloof is het bewijs van de niet waarneembare dingen, zegt het vervolg van onze zin van vanmorgen dan ook. De grote vraag is dus vooral óf je jezelf eraan durft te geven, aan dat vrolijke en tegelijk bloedserieuze spel of dat je het van de buitenkant blijft aanschouwen. Als er één van de bakkers van Heel Holland bakt was blijven zeggen dat het toch echt zomer was en geen kerst, dan was het plezier weg en had hij er niets van begrepen.
Als de herders niet op weg waren gegaan op het woord van de engelen, als ze in dat ogenschijnlijk doodgewone kind in de kribbe niet een teken van de Allerhoogste hadden gezien, en als de wijzen die ene ster niet hadden durven volgen, dan was er niets op gang gekomen, niets in beweging gekomen, dan was de werkelijkheid zo plat en zo donker gebleven als in die ene nacht, als iedere keer wanneer onze werkelijkheid donker en plat is. Maar ze kwamen in beweging, ze durfden het erop te wagen, ze deden mee en gaven zich over. Het werd waar voor hun en werkelijk, omdat ze erin meegingen, en het bracht hen op wegen die ze nooit voor mogelijk hadden gehouden.

Zo worden ook wij uitgenodigd om mee op weg te gaan, mee te gaan in dat heilige spel van God, waarin vrede op aarde mogelijk is, waarin alle mensen geliefd zijn, waarin de Allerhoogste zelf zich laat zien in een weerloos vluchtelingenkind en vandaaruit onze harten, onze wereld wil veroveren. Het is waar en wordt waar en werkelijk, als het onze waarheid wordt, als het de werkelijkheid wordt waarop we hopen en die, zoals vanmorgen, voluit durven vieren, onderweg ernaartoe!

Amen