Logo van de kerk

overweging in 2019 op 31 maart

Overweging op 31 maart 2019

Lezing Lucas 15

Zomaar even een gesprekje, in de afgelopen tijd, terwijl ik ergens aan het wachten ben. Ik sta naast iemand die sinds een paar maanden uit het werk is geraakt. Burn – out, overspannen, zeg het maar. Het ging niet meer. Voorzichtig vraag ik hoe het gaat en ze vertelt me hoe het haar soms veel te langzaam gaat, hoe ze meer wil dan ze aan energie in huis heeft, en hoe ze telkens weer aan het doseren is. En dan bijna beschroomd, alsof het iets om je voor te schamen is, voegt ze er nog aan toe: tja, en dan vraag ik me ook nog af wat ik nu eigenlijk nog wil, waar ik nog voor wil gaan en wat er toe doet in mijn leven.

En later denk ik: wat gek toch eigenlijk dat het op een of andere manier zo is, dat we ons bijna geen tijd, geen ruimte gunnen voor de vragen die eigenlijk het meest wezenlijk zijn, wie ben ik wat wil ik waar gaat het in mijn leven om wat doet er toe.
Soms zijn onze levens zo gevuld met van alles en nog wat, dat pas, als we echt stil worden gezet die vragen in alle hevigheid op ons afkomen. En hoe het dan ook nog lijkt alsof dat vragen zijn die we meteen moeten kunnen beantwoorden.
Bijbels gesproken zou je kunnen zeggen dat het dan gaat om het zoeken van je bestemming, om het zoeken naar die plek waar jij tot je recht komt, om je leven zo te kunnen leiden dat het als één voelt, en niet als een aaneenschakeling van fragmenten, niet verstrooid of verbrokkeld, een leven waarin jij je mens uit één stuk voelt, één geheel en niet telkens weer een ander, met een ander gezicht in telkens weer een ander verband.
Ik moest eraan denken bij die gelijkenis van vanmorgen, dat prachtige en zo bekende verhaal van die twee zonen en die vader, twee mensen op zoek naar hun bestemming, naar hun plek in het leven, en de Vader die als het ware in het centrum staat, in het midden, als begin- en eindpunt, als een magneet die aantrekt en afstoot.

Ik wil vanmorgen al vragend en mijmerend door dat verhaal heen wandelen, meer mediterend dan prekend, en daartoe ben ik geïnspireerd door het boek dat Henri Nouwen ooit schreef over dit verhaal, aan de hand van het schilderij van Rembrandt. Eindelijk thuis, heet dat boek, over je bestemming vinden gesproken.
Soms zal ik wat aanhalen uit dat boek van Nouwen, en ondertussen kunt u tijdens de overweging ook kijken naar dat schilderij van Rembrandt, als richtpunt, als focus, een overweging dus om bij af te dwalen en dan weer misschien aan te haken, al naar gelang van wat er boven komt.

x

Het verhaal zet in met die jongste zoon, met het kind dat zoekt naar vrijheid, naar een plek voorbij de horizon, naar een leven los van de banden van familie, afkomst, verleden, wie ben ik eigenlijk als ik helemaal op mezelf ben, zo kun je je soms afvragen, wie ben ik op zo’n plek waar niemand me kent, waar ik niet kind ben van…broer, zus van… niet bepaald door mijn wortels, afkomst of wat dan ook. Soms vertellen mensen mij wel eens hoe ze door werk of huwelijk op jonge leeftijd wegtrokken van huis en hoe de één het heerlijk vond en hoe de ander wel kruipend naar huis wilde. Maar dezelfde ervaring kan je ook overvallen als je ineens in een ziekenhuisbed beland, anoniem, klinische setting, en kwetsbaar lig je daar wie ben je dan eigenlijk?

Hoe dan ook, deze jongste zoon zoekt zijn bestemming ver weg van huis, los van de Vader. En we horen hoe hij diep moet gaan om uiteindelijk tot zichzelf te komen.
Herkent u dat verlangen van de jongste zoon, nu of ooit, om je zo los te maken?  En wat heeft u er toen mee gedaan? Of wat doe je er nu mee? Lukt het je en zo ja, in hoeverre om los van je ouders, je verleden, waar je vandaan komt mens te zijn, je bestemming te vinden, je bestaan op te bouwen?
De hoofdpersoon uit Nachttrein naar Lissabon, een boek van Pascal Mercier, een man die zomaar op een dag wegwandelt uit zijn leven van werk, huis en vrouw, bijna als de jongste zoon, zegt ergens hoe wat je ouders je voor hebben gehouden gebrandmerkt staat in je ziel.

Wat raakt is hoe deze vader uit ons verhaal de zoon zonder een enkel woord de vrijheid geeft, hoe hij hem laat gaan, als de zoon zich losmaakt, zonder van zijn kant, dus van de Vaders kant de banden door te snijden.
Wat vertelt die reactie van de vader ons over hoe God met onze verlangens en vragen omgaat, met onze drang naar vrijheid, naar zelf doen?

De oudste zoon zoekt zijn bestemming dicht bij huis, dicht bij de Vader, Hij voegt zich in de lijn van de traditie, van verwachtingen, in de lijn van gehoorzaamheid en plicht en nergens velt het verhaal hier een oordeel over, tot het moment dat de jongste zoon terugkeert. Ineens merken we hoezeer ook hij, net als de jongste, moeite heeft zijn bestemming te vinden, en dan niet ver weg, maar vlak bij de Vader. Er wellen duistere krachten op in de oudste zoon. Gevoelens die diep in hem verborgen waren hebben gaandeweg steeds meer macht over hem gekregen. Levensvreugde, voldoening, in vrede leven met je bestaan en met de keuzes die je gemaakt hebt, ze hebben in die oudste zoon langzaam plaats gemaakt voor gemor, zelfmedelijden, het leven als een harnas ervaren, en alles daarbij je aangedaan door de ander.

Het is pijnlijk te zien hoe de oudste niet kan delen in de feestvreugde van de Vader, of hij wel of niet mee naar binnen gaat blijft uiteindelijk open in het verhaal.
Herken je die oudste zoon in jezelf, en op welke momenten dan? En hoe ga je met die oudste zoon in jezelf om?
Hein Stufkens, een dichter, zocht naar de betekenis die die beide zonen voor hem hadden, hij schreef er een gedicht over, getiteld:

Een man had twee zonen
Hij heeft het vaderhuis nog nooit verlaten,
deed alles wat er van hem werd verwacht,
genoot niet van het leven of met mate,
heeft blind gehoorzaamd, enkel plicht betracht.

Die ander kon het nergens rooien
want hem riep steeds een volgend avontuur.
Hij at met zwijnen, sliep bij lichtekooien.
Hartstocht dreef hem, heimwee, heilig vuur.

Mij werden beiden op den duur vertrouwd
alsof ze twee van mijn gezichten tonen.
Ik heb om hen geleden en gerouwd,
maar leer ze nu omarmen als mijn zonen.

Stufkens beschrijft hoe hij met die beide zonen in hemzelf heeft geworsteld, hoe hij eronder heeft geleden, maar uiteindelijk zet hij een stap verder. Want met dat hij schrijft dat hij hen beide als zonen leert omarmen, verplaatst hij zich in de vader. Ook Henri Nouwen doet dit. Niet alleen de beide zonen kun je in jezelf herkennen, maar op een gegeven moment is het daar dat je je mag ontwikkelen als die vader die zijn zonen ontvangt en op hen reageert. Sterker nog, Henri Nouwen zegt dat het onze roeping, onze bestemming is om uiteindelijk als de vader te worden. Nouwen schrijft:

Als het kind van God dat teruggekeerd is
én het kind dat in het huis van de Vader wordt uitgenodigd,
sta ik voor de uitdaging om zelf als de vader te worden.
Dat is vanaf nu mijn uiteindelijke roeping.” (p.131).

Iemand gebruikte het beeld van een labyrint, waar je als mens tijdens je leven door heen dwaalt, als de jongste of als de oudste zoon, of met iets van allebei in jezelf. De vader zou het centrum kunnen zijn van dat levenslabyrint. Hoe kom je bij dat centrum? Hoe bereik je die blijdschap die vrijheid geeft en het leven licht maakt? Want dat is het wat die vader karakteriseert, en wat zijn bron is, dat hij zo ruimhartig, zo barm- en warmhartig naar zowel het kind dat berooid terugkeert, als naar het kind dat in zichzelf gekeerd verongelijkt worstelt met wrok en jaloezie.

Worden als die vader, dat is het antwoord vanuit deze gelijkenis als het gaat om het zoeken van onze bestemming, naar onze plek in het leven, naar een leven uit één stuk, uit één bron. Wie je ook bent, waar je ook vandaan komt, wat het leven je ook brengt, je bestemming is: zoeken naar die vrijheid, zoeken naar die sfeer van genadige levensvreugde die de Vader om zich heen heeft hangen.
Worden als de vader. Het is geen eenvoudige opgave. Misschien kan dat alleen als je weet hebt van…, durft te vertrouwen op…, stil durft te zijn en telkens weer opnieuw begint bij die Ene die Jezus zijn Vader noemde, beginpunt en eindpunt van ieder mens, Vader van u, jou en mij.

Amen