Logo van de kerk

overweging in 2019 op 30 juni

Overweging in 2019 op 30 juni

Inleidende woorden

Wie heeft er wel eens op stijldansen gezeten? Of andere dans, die je met z’n tweeën doet? Tango, rock&roll, salsa? Misschien een blauwe maandag, voor je huwelijk, de openingsdans, of zelfs langere periode?
Tijdens mijn middelbare schoolperiode heb ik ook een poosje aan stijldansen gedaan en eerlijk gezegd vond ik het moeilijkste van alles om je te laten leiden, anders gezegd, om te volgen, terwijl dat, wil je echt kunnen dansen met zijn twee, wel moet, je moet je in zekere zin overgeven, durven vertrouwen op die ander. Ik wilde vaak zelf ook nog meesturen, het tempo bepalen met tenen trappen, in elkaar verstrengelde draaien tot gevolg. Maar soms lukte het even, dan was je even helemaal gelijk, ging je even helemaal gelijk met elkaar op, soms zo dat je even niet wist wie leidde en volgde en dat was prachtig.

Het gaat vandaag over ‘volgen’ in de tekst die we zullen beluisteren, over je daarin geven of juist tegenstribbelen, en misschien kunt u dan denken aan dat beeld van een dans!
We bespraken de tekst afgelopen maandag al met een groep gemeenteleden en dat gesprek zal doorklinken in de overweging van vandaag.

Lezing Lucas 9: 51-62

In mijn studententijd ontmoette ik ooit padre Theo. Padre Theo was een Nederlandse priester die ooit in de jaren ’60 was vertrokken naar Latijns-Amerika, eerst naar Chili en later naar Nicaragua, waar ik hem tegenkwam. Hij woonde daar in een klein, warm kamertje in de achtertuin bij een rumoerig Nicaraguaans gezin. Alles wat hij bezat, bewaarde hij in dat ene vertrekje en iedere morgen stond hij voor dag en dauw op om kranten rond te brengen in de straten van Managua om zo wat geld te verdienen voor het dagelijkse onderhoud. De rest van de dag was hij er gewoon… voor wie bezoek nodig had, voor waar een dienst moest worden geleid, voor waar een gebed nodig was of hulp in andere zin. Iemand die werkelijk niets voor zichzelf had en zich helemaal gaf voor het leven waarvoor hij gekozen had, of waartoe hij zich geroepen voelde. Toen hij een keer in Nederland was zei iemand tegen hem: Padre Theo, eigenlijk zou ik moeten doen wat u doet, zo je leven geven, zo Jezus volgen. Maar padre Theo zei tegen hem: Nee, jij hebt hier je roeping, hier op deze plek waar je woont, werkt en liefhebt.

Onrust

Soms kom je mensen tegen gedurende je leven, die door hun zijn, door hun aanwezigheid alleen al iets in je wakker maken, iets van een onrust, van een vragen, van een opnieuw met andere ogen kijken naar het leven dat je leidt, waar gaat het ook alweer om, waar leef ik voor, wat is mijn diepste zijn, wat is mijn roeping als mens.
Er wordt een andere laag in jezelf aangeraakt dan je vragen, zoeken en denken over werk, of huis, of tijdsbesteding, of relaties, hoe belangrijk ook, soms wordt ineens die laag daaronder weer wakker geschud. Ongeveer zoals dat gebeurde in die ene vragensteller bij padre Theo, of misschien heb je het als je een biografie van iemand leest, of heel intensief betrokken bent bij een stervensproces van een geliefde. Niet dat er iets van je gevraagd wordt door diegene, maar eerder dat er in jezelf iets wordt losgewoeld diep van binnen wat om een antwoord vraagt.

Zoiets lijkt er ook te gebeuren als we vanmorgen in de tekst een klein stukje met Jezus optrekken op zijn weg, er is iets in Hem dat een onrust veroorzaakt bij de mensen, die hij tegenkomt op zijn pad, iets wat een reactie oproept, wat hen beroert, wat maakt dat hij niet neutraal aan hen voorbij kan trekken. Noem het een innerlijke kracht, een uitstraling, de Geest van God. Dat zit meteen al in die eerste zinnen van onze lezing van vanmorgen.

Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen,
ging hij vastberaden op weg naar Jeruzalem.

Hiervoor trekt Jezus rond, vertellend, genezend, onderwijzend, maar nog zonder duidelijk doel of richting, maar nu is er sprake van een omslagpunt, Jezus kiest richting, geeft zich over aan zijn weg, zijn roeping en dat roept van de weeromstuit iets op bij de mensen om hem heen, waar hij komt. Van ronduit, ja bijna agressief afwijzen van Jezus, zoals dat Samaritaanse dorp doet, tot de wil alles achter te laten en Hem te volgen waar hij ook maar gaat. En alles wat er maar tussenin zit.

En wie ben jij dan? vroeg ik de mensen rond de tafel afgelopen dinsdag. Waar ben jij in dit verhaal te vinden, als Jezus voorbijtrekt. Want dat doet Hij, voorbij trekken, een spoor trekken in ons leven, ergens ontmoeten we Hem allemaal wel en dat klinkt misschien heel groots, en vroom en als een vraag die je op straat door een evangelist wordt gesteld, maar het zit al in het hele kleine, in de verhalen waar je meer of minder mee hebt, in de woorden en uitspraken van Jezus die soms met je meegaan en soms helemaal niet, ja, zelfs alleen al in het denken aan Jezus, aan wie Hij is, daarin breng je jezelf als het ware een ander levensspoor te binnen naast je eigen levensweg, en wat ergens zijn uitwerking heeft.

Wie ben jij?

En waar ben jij dan in dit verhaal, wie ben jij dan, of misschien juist niet?
Afgelopen maandag vertelden de mensen waarin ze zich herkenden, sommigen zeiden: laat mij maar een bode zijn, die voor Jezus uit gaat, de één om de praktische zaken te regelen, de ander om iets over Jezus te vertellen, anderen herkenden zich juist in diegenen die wel het verlangen voelden te volgen, maar nu nog even niet, zich afvragend wat je dan allemaal moet opgeven, van jezelf, van je eigenheid, of weer iemand anders die zichzelf goed kende, hoe ze van nature geneigd was zich helemaal ergens aan te geven, maar dat ook niet altijd kon volhouden.
Spannend om je af te vragen: zou je ook kunnen herkennen in de dorpelingen, die het bij wijze van spreken helemaal met Jezus gehad hebben, op slot gaan voor hem, of in de leerlingen die bijna verlekkerd het vuur willen uitroepen over wie tegen Jezus is… Jezus als de machtsfactor inzetten.

Wat mij trof in de afgelopen week in de houding van Jezus is dat er veel ruimte in zit, een vrijheid van kiezen, geen oordeel over of dwang bij wat die ene mens tegenover hem doet als hij voorbijkomt. Jezus ontmoedigt bijna eerder om hem te volgen dan dat hij ertoe oproept, aanspoort en dat geeft lucht. Ik denk dat als het gaat om Jezus volgen, dat we bijna automatisch geneigd zijn te denken, te zeggen: ja, dat moet, dat hoort zo en daar lijkt dan vaak bij te horen dat we niet meer gehecht mogen zijn aan het eigene, de mensen die we lief hebben, de plek waar we wonen, ja zelfs onze eigen wil, ons eigen verlangen moeten we opgeven en daarmee wordt dat volgen van Jezus een zwaar juk, een groot offer, een heilig moeten, een beetje zoals dat in dat gesprek met padre Theo werd opgeroepen bij die vragensteller. Eigenlijk als ik echt een goede gelovige wil zijn, zou ik dat moeten doen. En is dat waar Jezus op uit is als het gaat om Hem volgen? Hij die juist zegt dat zijn juk zacht is, en zijn last licht.

Vrij om Jezus wel of niet te volgen

Jezus schept als het ware in hoe hij reageert in dit verhaal ruimte om op je eigen tijd en tempo, op je eigen manier Hem te volgen, je over te geven aan de dans, aan de beweging van het leven en het koninkrijk van God, er is een rust, een vrijheid die van Jezus uitgaat, in hoe hij reageert naar anderen Dat er niet wordt gewacht op een antwoord, op een ja of nee, door Jezus, dat laat die vrijheid zien, die openheid. Zoals ergens stond geschreven, je moet ook ‘nee’ kunnen zeggen, wil je ‘ja’ waarde hebben. Anders gezegd, je moet ook nee durven zeggen als het ergens nog niet jouw tijd voor is.
En tegelijkertijd is er bij Jezus een innerlijke concentratie op zijn eigen weg, waar hij zich niet meer van af laat brengen.

Hij trekt een spoor…

Nadenkend over ‘Jezus volgen’ deze week denk ik dat we eigenlijk vaak een stap te vlug en te ver doen, want dan zijn we al meteen weer bezig met onszelf, wat wij doen en niet doen, wat wij kunnen en niet kunnen, alsof het allemaal van ons afhangt en Jezus verdwijnt uit beeld. Misschien helpt het ons eerst al eens om te zien, om erop te vertrouwen dát Jezus zijn weg gaat, zijn spoor trekt door onze geschiedenis, door deze wereld, door ons leven, misschien vaak verborgen voor onze ogen, en soms zomaar even zichtbaar en dat Hij die weg van liefde, en leven en trouw tot het uiterste gaat, tot in de uithoeken van het menselijke bestaan. Dát omlijst heel ons leven, met al ons pogen, worstelen, vallen en weer opstaan, dat omlijst heel ons ja zeggen en nee doen, nee zeggen en ja doen en alles wat daar tussenin zit.
Jezus trekt dat spoor van licht, liefde en trouw en als Hij er zonder dwang, zonder een heilig moeten, zonder oordeel op vertrouwt dat dat zijn uitwerking zal hebben, dan mogen wij dat toch ook.

Dans

En als we Jezus dan volgen, als we ons laten meenemen in de beweging, het tempo, het ritme van het Koninkrijk van God, laat het dan iets hebben van een dans, iets van vreugde en lichtheid, van overgave waarbij je jezelf even vergeet, maar gewoon vertrouwt dat het goed is. 

xDit beeld van Marius van Dokkum laat geschilderd zien wat ik in woorden probeer te zeggen, kijkt u er maar een poosje naar terwijl we zometeen het lied zingen van de “Heer van de dans ”

Amen