Logo van de kerk

overweging in 2019 op 3 november

Overweging 3 november 2019 - gedachteniszondag

Lezing 2 Samuel 1: 17 -27
We luisterden na de Schrift ‘Zelfs nu je zwijgt’ Veldhuis&Kemper

‘Greetje’

Wat een prachtig en tegelijkertijd aangrijpend lied, nietwaar? Dit lied van Veldhuis en Kemper. Ik leerde het vorige week kennen doordat radiomaker Frits Spits het noemde in een interview over zijn nieuwe boek “Alles lijkt zoals het was ”. In dat boek…u heeft er misschien wel iets over gelezen of gezien, in dat boek maakt hij een soort van muzikale bedevaart om woorden, klanken, en gevoel te geven aan het verdriet over het sterven van zijn vrouw Greetje, anderhalf jaar geleden. Dit nummer van Veldhuis en Kemper koos hij uit om stil te staan bij zijn ervaring hoe dichtbij iemand nog kan zijn, ook al is iemand overleden.
Als ik de planten water geef, zo zei hij, dan hoor ik haar zeggen; niet teveel.
Of als ik mijn overhemden strijk, dan zegt ze: Bij de panden beginnen
.

Toen Frits Spits op de radio geïnterviewd werd, zei de journaliste: Ik kan me nog best voorstellen dat je met familie en vrienden over je verlies en verdriet praat, maar nu met dat boek…op de radio…op tv…voor het grote publiek, is dat niet moeilijk? En hij antwoordde: Ja, vreemd genoeg vind ik het eigenlijk wel fijn, want nu heb ik reden om over haar te vertellen, over wie ze was, wat ze voor me betekend heeft, nu kan ik eindelijk weer met reden haar naam noemen… en hij deed het ook even letterlijk, daar toen op de radio… Greetje… zei hij nogmaals… zo belangrijk is het dus voor een mens, dacht ik, dat de naam van wie je lief was genoemd wordt.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, mensen van God,

We treffen David aan op een zelfde moment, in een zelfde staat aan als hoe wij vandaag hier naar de kerk zijn gekomen, in rouw om wie ons ontvallen zijn, met verdriet om wie we moeten missen, en dat kan zijn om iemand die in het afgelopen jaar is overleden, maar ook heel goed om iemand die veel langer geleden gestorven is. Misschien heeft u er vandaag daarom wel wat tegenop gekeken om naar de kerk te komen, al dat verdriet, al die verhalen, al die namen en tegelijkertijd. Misschien wil je het aan de andere kant ook wel weer, eigenlijk zoals Frits Spits het verwoordt hoe goed het kan zijn om er weer even over te kunnen praten, de naam van je geliefde in de mond te nemen, het niet hoeven wegstoppen in de alledaagsheid van het leven.

Pleidooi voor verdriet

Dit voorjaar zag ik een documentaire waarin het ging over de fado, Portugese muziek waarin de ‘saudade’ centraal staat, dat is een mengeling van een gevoel van verdriet, heimwee en verlies, maar waar toch ook hoop en verlangen in schuilt en degene die aan het woord was in die documentaire, vertelde hoe ze minstens één keer per week naar een fadohuis ging om te luisteren naar die muziek en erbij te huilen. Niet alleen over mijn eigen verdriet, zei ze, maar ook over het grotere geheel, om alles waar mensen verdriet om kunnen hebben. En ik ben niet de enige, voegde ze er nog aan toe.
Het zal op ons, nuchtere noorderlingen, misschien wat vreemd overkomen, maar het waardevolle van deze gewoonte is dat ‘verdriet ’ op zo’n manier een heel normale, ja vaste, wekelijkse plek in je leven heeft, het hoort erbij, bij ons mens-zijn, bij ons leven, zelfs als er niet speciaal aanleiding is voor concreet verdriet. Een soort van droogzwemmen voor als het echt erop aankomt.

Dat verdriet erbij hoort, en ons tot mens maakt, tot wie we zijn, dat klinkt misschien als een open deur, maar dit was precies de reden waarom Femke van der Laan afgelopen zomer een DWDD summerschool gaf over ‘verdriet’, omdat haar ervaring juist was dat we ons eigenlijk geen raad meer weten met ‘verdriet’, dat we er geen ruimte meer voor hebben, geen woorden meer voor weten te vinden, geen geduld meer mee hebben ook, hetzij bij anderen, hetzij bij onszelf. En daarom gaf ze een summerschool met daarin drie lessen over verdriet: deel je verdriet, leef met je verdriet én weet: verdriet is waardevol, het neemt niet alleen, het vraagt niet alleen iets van je, maar het geeft je ook iets, zo was haar pleidooi. Ze verwoordt dat heel mooi en raak, mocht u het nog niet gezien hebben, het is nog steeds na te kijken op het internet en zeer de moeite waard.

Het gaat mij hier vanochtend even om haar startpunt, namelijk dat wij het dus blijkbaar moeilijk vinden om ruimte te geven aan verdriet, iets wat je misschien ook wel herkent als je hier met de naam van een geliefde in je hart bent gekomen, hoe anderen op jou hebben gereageerd, of hoe je er zelf mee om bent gegaan of omgaat. En wat heb je dan in huis, of tot je beschikking om uiting te geven aan het verdriet, om er een weg mee te vinden? Muziek misschien, of juist praten met de ander, een vast ritueel, of een plek waar je naar toe kan gaan?

Davids verdriet

In de kerk hebben we verhalen tot onze beschikking, verhalen die we elkaar telkens weer vertellen, verhalen over levensechte mensen, en vandaag is dat het verhaal over David, een mens met verdriet. Zo leerden we hem aanvankelijk niet kennen, tot nu toe was hij in het verhaal een beetje de golden boy, the rising star, degene bij wie alles lukt, de uitverkorene door God om koning te worden, tegenover de steeds eenzamer en wanhopiger wordende voorbije koning, koning Saul. De koning is dood, leve de koning, dat zou je verwachten nu David hoort dat hij eindelijk verlost is van degene die hem zolang naar het leven heeft gestaan.

Eindelijk staat David niets meer in de weg om voluit koning te zijn, zijn plek in te nemen, ja zelfs leedvermaak en een toon van boosheid om alles wat Saul hem heeft aangedaan was niet vreemd geweest, maar niets is minder waar. In het hele lied dat David componeert en zingt is te merken hoe diep hij getroffen is, niet alleen door de dood van zijn dierbare vriend Jonathan maar ook door de dood van Saul. Zowel van degene met wie hij zo gestreden heeft, als van degene bij wie hij bij wijze van spreken aan een half woord genoeg had, van hen allebei blijft uiteindelijk maar één ding over bij David en dat is de liefde en het verdriet over hun heengaan, verwoord in dat lied van de boog, opgetekend in het boekrol der oprechten, zoals er staat.

Het wordt bijna tussen neus en lippen door gezegd, maar David laat alle zonen van Juda, alle jonge mannen dit lied leren, alle soldaten moeten het zingen voor hun gestorven koning en zijn zoon, en zo zingt David degenen die hij liefhad tot leven, zo blijven ze erbij, zo blijft hun naam genoemd, in een lied. Ook al heeft hij met Saul gestreden, ook al zal hij met vragen zijn achtergebleven, of met boosheid, of waarom-vragen, in het lied dat bewaard zal worden en doorgegeven zal worden voert dát niet de boventoon, maar de draden van liefde en gemis die hem met Saul en Jonathan blijvend verbinden.

Bijna is het alsof David hier zichzelf bij de les houdt. Met zijn lied, met het leren aan de jonge mannen houdt hij zichzelf voor ogen waar het om gaat, uiteindelijk. Temidden van de wat militaristische taal, en setting en woorden van het lied, over wapens en macht en vijanden, is het de liefde die overblijft in dat lied van David. Wie rouwt, zal wellicht herkennen hoe je je soms ook wapent, in boosheid misschien, op jezelf, op anderen, op hoe het gegaan is, op de overledene misschien zelfs wel, of hoe je je harnast in gekwetstheid over je omgeving en hoe die reageert, of juist in je sterk houden, je kwetsbaarheid niet toestaan en dat mag er allemaal zijn, ook dat hoort bij ons mens-zijn, en zeker in dagen van rouw.
Maar ergens lijkt dit lied van David ons te leren: laat het niet het laatste zijn, laat het verdriet én de liefde als laatste aan het woord, want alleen daardoorheen is een weg verder. Of je nu gestreden hebt met iemand of niet. Deel je verdriet, leef met je verdriet en ontdek misschien ook zelfs op welke manier het waardevol voor jou is, om die lessen van Femke van der Laan nog maar eens te noemen.

Vang mijn tranen op…

Blijft het altijd zo? Wordt het ooit nog beter? zo verwoordden nabestaanden wel eens hun twijfel en angst na verlies. Het verdriet toelaten kan soms spannend zijn omdat het lijkt alsof het nooit meer anders wordt, alsof de zwaarte altijd blijft. En aan de andere kant, het verdriet loslaten kan juist voelen als ontrouw aan degene die je zo mist.
Ik moest daarbij denken aan een ander lied dat aan David wordt toegeschreven, een psalm, psalm 56, waar hij in een stil gebed tot God zegt:
mijn omzwervingen hebt u opgetekend,
vang nu mijn tranen op in uw kruik. (2x)

God, als degene door wie je tranen worden opgevangen, als de plek waar je verdriet bewaard mag blijven, waar het veilig is en erkend wordt en gezien en ook waardoor er langzaam ruimte mag ontstaan om een nieuwe toekomst op te bouwen. Degene die je zo lief was, mag je uit handen geven aan de bron van alle leven, die God is, en juist Hij die als geen ander weet van deze liefde voor die ene mens, bij Hem mag je ook je verdriet geborgen weten. Hij bewaart het voor je.

Ik kom tot slot nog even terug op lied van Veldhuis en Kemper, ze zingen als refrein een paar maal die woorden: Jij, jij bent bij mij en in het lied hebben ze de klank van verdriet, van terugkijken, van heimwee, maar ergens hoop ik, wens ik ons allen toe dat het gaandeweg ook woorden van vreugde, van dankbaarheid mogen worden, dat degenen die we liefhebben, ook al zijn ze niet meer bij ons, in de liefde bij ons blijven,  ja dat we zelfs daarin de nabijheid van God zullen herkennen.
U, u bent/blijft bij mij. 

Amen