Logo van de kerk

overweging in 2019 op 27 oktober

Overweging 27 oktober 2019 - cantate BWV 106/ Psalm 90

Denk je dat wij ooit afgelopen zijn? 

Met die vraag begint één van de verhalen van Toon Tellegen over eekhoorn en mier. Denk je dat wij ooit afgelopen zijn, zoals een feest is afgelopen of een reis? In het gesprek dat zich vervolgens ontspint laat Tellegen op eenvoudige, ontroerende wijze zien hoe onvoorstelbaar, hoe moeilijk invoelbaar dat soms is. Eekhoorn en mier, en misschien zijn wij dat zelf wel - kunnen er maar niet over uit. Denk je er over na? vroeg de eekhoorn. Ja, zei de mier. En weet je het al? Nee.
Je staat er de meeste dagen van je leven niet bij stil, en dat hoeft ook niet, dat kan niet, dat zou zelfs niet moeten, maar soms zijn er dagen dat het je zomaar overvalt, of dat je er niet om heen kunt: het besef dat wij voorbijgaan als mensen, dat we vergankelijk zijn, eindig, dat ooit ons leven is afgelopen.

De dood is eigenlijk heel gewoon, maar we ervaren haar als heel ongewoon.

Zo zei Frits Spits afgelopen week in Trouw naar aanleiding van zijn boek “Alles lijkt zoals het was.” Langs de weg van de muziek zocht hij naar een weg om vertrouwd te raken met de dood, in het bijzonder de dood van zijn vrouw Greetje. Het bracht niet alleen hemzelf ongelooflijk veel, maar raakte gezien het aantal reacties bij heel veel mensen een gevoelige snaar. De dood is heel gewoon, maar we ervaren haar als heel ongewoon. We zijn er vaak doodverlegen mee en snakken naar taal, verbeelding, naar gereedschap om er een weg mee te vinden.

Je kunt zeggen dat dat ook de inzet is van onze cantate van vanavond: langs de weg van de muziek en de bijbehorende woorden vertrouwd raken met de realiteit van de dood. Bach putte voor de teksten uit een populair gebedsboek uit zijn tijd waarin in klas 3 al aandacht werd besteed aan de voorbereiding op het sterven. Korte regels, bijbelverzen, ja… als mantra’s bijna om te overpeinzen, om bij te verwijlen en te proeven, om uiteindelijk tot een verdiept inzicht en beleving te komen aangaande jouw eigen leven en sterven, of dat van je geliefden. En voor de goede orde, de lesstof werd in de voorlaatste klas nogmaals herhaald om het niet te vergeten. De muzikale verbeelding die Bach erbij componeerde middels deze cantate maakt dat het nog meer je hele ziel doortrekt, dat je hele wezen erdoor aangeraakt wordt.

Denk je wel eens aan…

Het zal u wellicht net als mij wel eens overkomen, dat je op bezoek bent bij iemand die net een ernstige diagnose heeft gekregen, of opnieuw in behandeling moet en dat, terwijl je praat over wat er allemaal gedaan kan worden en hoe dat is en wat dat betekent, toch die ene vraag als het ware door de ruimte zweeft, denk je wel eens aan het uiterste scenario, aan je eigen sterven. Een vraag die zo intiem is en die zoveel zorgvuldigheid qua timing, aandacht en toewijding vraagt en toch… hoe bevrijdend kan het soms zijn als daar in vertrouwdheid en openheid over gesproken kan worden, alsof het doodgewoon is. Dat je daarin als mens niet alleen staat.

Precies dit kleurt die hele psalm die we zojuist lazen, het is niet een algemene beschouwing over de vergankelijkheid van ons mens-zijn, nee, het is in allereerste plaats een gesprek in alle vertrouwdheid, een bidden, een hardop denken en je uiten tegenover iemand wie je helemaal vertrouwt en bij wie jouw broosheid als mens helemaal kan worden uitgesproken, waar je je niet sterk hoeft te houden, je mag het ten diepste doorleven. Allerlei beelden gebruikt de psalmist om dat besef uit te drukken. In het licht van de eeuwigheid, zegt hij, zijn we als een droom, die oplost in de vroege morgen, we zijn als opschietend gras, dat krachtig en fris de dag begint, maar ’s avonds alweer verdord is, als een ademtocht, die er maar even is en dan alweer weg.
In de cantate zijn het de fluiten die deze beelden van broosheid muzikaal vertolken. Juist de instrumenten voor wie het het moeilijkst is om unisono te spelen, (d.i. op één en dezelfde toon) hen laat Bach gezamenlijk één melodie spelen, met af en toe beurtelings een uitstapje naar een noot daar vlak naast, waardoor er soms wrange, met elkaar verweven klanken ontstaan, klagend, ja zwevend bijna, beeld van de broosheid van de mens.

Dat we broos zijn, vergankelijk

Ontroerend vond ik het in het interview hoe Frits Spits bijna beschroomd zei: Je wordt naïef hoor, als dit je overkomt. Ik ben niet religieus, maar je wankelt toch…
Het verwoordt die basale vraag van een mens: is dit werkelijk alles wat over een mensenleven gezegd kan worden? Dat we broos zijn, vergankelijk, en dat we daar mee moeten leren leven. Of zingt er zich iets los van die vergankelijkheid dat zegt: en toch… en toch… en toch…

In de cantate gebeurt dat letterlijk, in het centrale gedeelte, in het keerpunt ontstaat er een aangrijpende strijd tussen een strenge fuga waarin de onontkoombare waarheid voor ieder mens wordt bezongen: Du musst sterben, maar daar bovenuit maakt de stem van de sopraan zich los met de woorden: Ja komm Herr Jesu komm. Er is iets te verwachten, naar te verlangen, of beter gezegd: er is Iemand…
Eerst zachtjes klinkt de sopraan, nog overstemd door de rest… En je voelt hoe deze breekbare zachte kracht moet strijden om het vol te houden, maar uiteindelijk klinkt zij het langst en het laatst, helemaal alleen, gevolgd door een adembenemende stilte, met fermate.

Het keerpunt

Misschien ligt in die stilte wel het werkelijke keerpunt van de cantate, de overgang van Sterbensangst naar Todesfreudigkeit, zoals geen andere taal dan het Duits het preciezer kan zeggen, de toon die verandert naar vertrouwen, naar aanvaarding, naar toelaten in plaats van afweren. Dát gebeurt juist in de stilte, onttrokken aan het zicht, aan onze menselijke grip, niet te vangen in woorden of klanken. Hoe lang die fermate duurt, die stilte die overgang van het één naar het ander is voor ieder mens weer anders, persoonlijk, afhankelijk van het leven dat geleefd is, de strijd die gevoerd is, de dood die komt en op welke tijd.

Denk je dat wij ooit afgelopen zijn, zoals een feest is afgelopen of een reis? Denk je er over na? Ja. En weet je het al? Nee.
Vanavond neemt de muziek ons mee op die weg, op die reis. En misschien daaraan voorbij, misschien dat er zich iets loszingt in ons van vertrouwen, van hoop en verlangen.

Amen