Logo van de kerk

overweging in 2019 op 27 januari

Overweging op 27 januari 2019 Holocaust Memorial Day

Overbrugging tussen Ester 5 en Ester 7 

Haman is de koning te rijk, hij kan zijn geluk niet op. Hij en hij alleen is uitgenodigd om te eten met de koning en de koningin, en niet één keer, maar morgen weer. Maar zijn stemming slaat al snel om, als hij opnieuw die Jood Mordechai in de poort ziet zitten. Als hij, de grote Haman voorbij komt, staat Moderchai niet op, hij buigt niet, hij vertrekt zelfs geen spier! Haman kan het gewoonweg niet hebben, het maakt hem onzeker over zijn positie, zijn macht, zijn invloed, Mordechai is Hamans achilleshiel, hij raakt hem op de zere plek. Mordechai minacht Ham en dat voelt hij, dus, hij moet en zal die man eronder krijgen.
Het uitroeien van Mordechais volk over een jaar duurt Haman ineens te lang, en samen met zijn vrienden en vrouw verzint hij een plan om Mordechai aan de hoogste paal op te hangen. Maar het lot begint te kantelen voor Haman, de grond begint onder zijn voeten af te brokkelen. De koning heeft tijdens een slapeloze nacht gelezen in één van de koninklijke verslagen dat Mordechai een aanslag op het leven van de koning heeft verijdeld. Mordechai krijgt als redder de eer rond te worden gereden door de stad op een paard omhuld met een koninklijk kleed, en Haman mag ernaast lopen als de eerste beste voetknecht.
Terwijl Haman thuis zijn wonden likt na deze vernederende ervaring, staan de hovelingen van de koning al klaar om Haman naar zijn tweede diner met de koning en koningin te brengen.

Overweging Ester 5 tm 7

Mega Mindy

Onze kinderen keken tot voor kort vaak naar Mega Mindy, kent u dat? Een super heldin van Belgische makelij, die in het normale leven een ietwat verlegen politieagente is maar die zich, als er boeven in de buurt zijn, ontpopt als een superheldin " die elke boef op aarde velt ", zoals het liedje in het begin zegt. Echt zo'n heerlijke serie waarin in iedere aflevering, wat er ook gebeurt en wat het verhaal ook is, iedere keer weer wordt afgerekend met kwaad, met de boeven en het komt altijd goed, heerlijk! Toch was het iedere keer weer leuk om te zien hoe de kinderen meeleefden in het verhaal, je voelde hun spanning van; komt het goed? En altijd was er hetzelfde ritueel, iedere keer is er op een gegeven moment zo'n punt dat Megamindy verschijnt op de plek waar de boeven lekker aan de gang zijn met hun slechte dingen, en ze dan verbaasd opkijken en stamelen: wie ben jij? Dan volgt de magische zin: Ik ben Mega Mindy en jij bent een gemene boef en als Mega Mindy ergens een hekel aan heeft dan is het wel aan gemene boeven. En dan met Belgisch accent. Op het moment dat die zin heeft geklonken, dan weet je, het komt goed. En dat wist je misschien sowieso wel, maar het moet gezegd worden, het moet benoemd worden, de boef moet ontmaskerd worden.

Zoiets gebeurt ook in ons verhaal van vanmorgen, de spanning wordt opgevoerd tot het punt waarop Ester uiteindelijk het kwaad, de boef, Haman aanwijst en ontmaskert, waarbij ze uitroept: een man, een verdrukker, een vijand, Haman de booswicht, deze is het! Tak tak tak...als een spervuur komt het er ineens uit! Ook al zie je het als lezer al mijlenver aankomen, ook al brokkelt de grond onder Hamans voeten steeds verder af en weet je al dat het niet meer goed komt met hem: het moet gezegd worden, benoemd, het mag niet in de doofpot worden gestopt of stilzwijgend worden afgehandeld, ergens achter de schermen, nee, het hoge woord moet er uit, pas dan is het echt, pas dan is het realiteit!
Dat is ook wel herkenbaar voor onszelf, sommige dingen weet je soms al lang diep van binnen, maar pas als je het formuleert, als je het luidop zegt, als je er echt woorden aan geeft, dan is het pas echt zo, dan is het echt waar! Het beestje moet bij z'n naam worden genoemd. En net zoals Ester, kun je er soms lang om tot zo'n punt te komen. Tot drie keer toe heeft de koning gevraagd: Wat is er toch met je, Ester? Wat is je vraag, wat is je verzoek? En pas bij de derde keer, heel bijbels, komt het hoge woord eruit!

Dabar

Het moet gezegd worden, het kwaad moet benoemd worden, de dader moet worden aangewezen, er moeten woorden aan worden gegeven, pas dan is het echt zo. Ook dat is heel bijbels, woord en daad moeten samenvallen, samengaan, " dabar " is het hebreeuwse woord voor woord én daad tegelijk, dat zoiets wil zeggen dat woorden niet zonder daden kunnen, maar ook daden niet zonder woorden.
Nog even terugdenkend aan Mega Mindy, zij zou de boef ook zo bij zijn lurven kunnen pakken zonder er een woord aan vuil te maken. Maar dan zou het niet echt zijn, dan zou het niet tellen, dat zouden kinderen zeker weten, zeggen, alsof ze wel aanvoelen dat de boeven er dan toch misschien tussenuit zouden kunnen knijpen, anders glibbert het kwade toch tussen je vingers door en gaat ergens onderhuids verder zijn gang. Zoals sommige dingen ook bij ons, zolang ze niet gezegd worden, hardop benoemd worden, onderhuids kunnen werken, woelen, hun gang kunnen gaan zonder dat je er echt grip op krijgt, maar pas zodra ze luidop worden benoemd, dan is het een realiteit, dan kun je er wat mee, dan kun je verder.
En ook, dan kun je er niet meer om heen, dan kunnen anderen er niet meer om heen, dan kan er niet meer worden gedaan alsof we van niets wisten.

Koning Ahasveros

De koning is in deze een interessant figuur, een interessante spiegel voor onszelf. Waar Ester en Mordechai duidelijk aan de goede kant van de streep zitten en Haman duidelijk aan de verkeerde kant, is die koning speelbal van welke kant het kwartje ook maar opvalt, en dat wordt vooral duidelijk in dit hoofdstuk. Als Ester vertelt welke doodsdreiging er hangt boven haar en haar volk, wat er staat te gebeuren, dan lijkt de koning zgn. van helemaal niets te weten en stamelend, verontwaardigd roept hij uit: wie is hij en waar is hij die zijn hart vervuld heeft om zó te doen?
Dat is een ironische vraag, want nog geen hoofdstuk daarvoor heeft de koning zijn ring aan Haman gegeven om " te doen met dat volk wat goed is in je ogen " en op het moment dat de ijlboden met de doodswet het paleis uit galopperen staat er dat de koning en Haman zich neerzetten om te drinken, terwijl de stad Susan in verwarring is. Een schrijnend beeld, de macht toast op zijn plannen, terwijl de mensen op straat in doodsangst en verwarring zijn.

Dus als de koning vraagt: wie is hij en waar is hij?, laat hij in het verborgene Haman als een baksteen vallen terwijl hij donders goed weet dat dit net zo goed over hemzelf gaat. En om nog even een extra reden te hebben om Haman eens en voorgoed uit de weg te werken, beschuldigt hij Haman in het stuk hierna ook nog van aanranding van de koningin als Haman bij Ester om zijn leven smeekt. De paal is snel gevonden, waaraan Haman kan hangen en de koning wast zijn handen in onschuld. Ester en Mordechai, als de absoluut goeden, en Haman, als de absoluut kwade, ze zijn makkelijk te herkennen en je weet zo waar je moet zijn, aan welke kant.
Maar die figuur van de koning, die al naar gelang het uitkomt switcht van de ene kant naar de andere kant, van de ene loyaliteit naar de andere, zo lang hij er zelf maar een beetje goed vanaf komt en er zelf niet al te veel last mee krijgt, dat is een personage die wel heel erg de vinger op de zere plek legt. Hoe wij kunnen zijn, in onze omgang met het goede en het kwade, en dat hoeft heus niet in het groot, dat speelt net zo goed in het leven van alledag, de kleine leugentjes zgn. om bestwil, het meegaan in kwaadsprekerij over een ander om vervolgens degene over wie het gaat meelevend te vragen hoe het gaat, het voor jezelf dingen goedpraten van wat je niet zegt, niet benoemt, niet hardop durft te zeggen, waarvan je eigenlijk wel weet dat het niet goed zit bij jezelf, verontwaardiging over een ander gebruiken om bij jezelf de aandacht weg te leiden.
Ach, het is allemaal zo herkenbaar, we doen het allemaal, het toont de glibberigheid aan van ons omgaan met het goede en het kwade en al dat grijs ertussenin en hoe dichtbij het allemaal bij onszelf ligt.

De banaliteit van het kwaad

In het grote Eichman-proces na de Tweede Wereldoorlog constateerde de filosofe Hanna Arendt hoe beangstigend " gewoontjes " het kwaad eigenlijk was. Terwijl ze had verwacht in de ontmoeting met de SS-functionaris Eichman, de man die jarenlang met één pennenstreek vanachter zijn bureau het lot van vele Joden had bezegeld, terwijl Arendt had verwacht in hem een meedogenloos monster aan te treffen zag ze niets meer dan een onbeholpen gebrild mannetje zonder ook maar enig charisma.
Dat noemde ze uiteindelijk " de banaliteit van het kwaad ", de grote slechterik pikken we er wel uit en de grote helden ook, maar al het grijze, al het glibberige daartussenin, het gebied waar we onszelf zo vaak bewegen, al het banale, waarvan we geneigd zijn te denken dat het uiteindelijk toch niet écht kwaad kan, dat is precies wat er zo vaak tussendoor glipt, wat onzichtbaar blijft, wat verborgen blijft, maar in dat verborgene wel doorwoekert.
Ik betrapte mezelf erop hoe ik in de uitleg van deze verhalen over Ester, in eerste instantie vooral gefocust was op de rol van Ester, Mordechai, Haman in het hele verhaal, wat de koning doet, hoe hij handelt in het verhaal, dat zou je zo over het hoofd zien, maar dat pas bij nadere bestudering van het verhaal, de pijnlijke herkenning misschien wel het meest bij die rol van de koning ligt voor onszelf.

Onverschilligheid

Deze week kreeg ik een tekst onder ogen van Elie Wiesel, Holocaust-overlevende en schrijver, een tekst waarmee ik vanmorgen wil afsluiten. Een tekst over het belang van de dingen hardop benoemen, om niet dingen te laten gaan, een tekst over het belang van verhalen als deze van Ester.

Ik heb altijd geloofd dat
het tegengestelde van liefde niet haat is,
maar onverschilligheid,

het tegengestelde van kunst niet lelijkheid,
maar onverschilligheid,

het tegengestelde van leven niet dood,
maar onverschilligheid jegens beide,

het tegengestelde van vrede niet oorlog,
maar onverschilligheid jegens beide.

Het tegengestelde van cultuur, schoonheid,
edelmoedigheid is onverschilligheid.
Dat is de vijand.

En daarom geloof ik
dat literatuur of kunst
of schrijven of onderwijzen
of werken voor de mensheid
maar één doel heeft:
vechten tegen de onverschilligheid.

Amen