Logo van de kerk

overweging in 2019 op 21 april Paasmorgen

Overweging in 2019 op 21 april Paasmorgen

Kruidje roer me niet

We blijven vanmorgen helemaal in de sfeer van de tuin en dus heb ik een vraag aan u: wie herkent welk plantje dit is? (Afbeelding “Kruidje roer me niet/ Mimosa Pudica”)

Kruidje roer me niet of Mimosa Pudica. En wie weet waarom dat plantje zo heet? Het schijnt dat als je het te vaak aanraakt, dat dat dan ook de levensduur verkort van het plantje. Hoe vaker je er aan komt, hoe sneller het sterft.  Nou heeft die Nederlandse naam, Kruidje roer me niet, nog een preekwoordelijke betekenis, wie weet wat dat is?  Iemand die heftig reageert als het té persoonlijk wordt, zo stond het er letterlijk.
En dan begint u zich misschien inmiddels wel af te vragen wat dit in hemelsnaam met Paasmorgen heeft te maken?

Kruidje roer me niet is de Nederlandse variant van de Latijnse woorden Noli me tangere, raak me niet aan, hou me niet vast, laat me gaan en dat zijn precies de woorden die Jezus uitspreekt tot Maria in het verhaal van vanmorgen. Op het moment dat ze hem eindelijk door haar tranen heen herkent, dat ontroerende moment dat hij haar bij de naam noemt en zij hem antwoordt met Rabboeni, op het moment dat alles anders wordt in die tuin, van een graftuin naar een bloeiende hof.

Op het moment, als zij hem dan wil kussen, en omhelzen en nabij zijn, dan zegt hij die woorden: 
Raak mij niet aan,
hou mij niet vast,
laat me vrij,
Jezus als de Opgestane reageert heftig als het te persoonlijk wordt, als Maria te dichtbij komt. Kruidje roer me niet. Noli me tangere.

Hoewel we in onze liederen op deze Paasmorgen alle hallelujah’s uit de kast trekken, en op ons paasbest hier naartoe gekomen zijn, is de toon van het evangelie vanmorgen dus nog veel verstilder, veel intiemer, ja, geheimzinniger, zou je kunnen zeggen. De opstanding, de nabijheid van de Opgestane, het licht dat is doorgebroken na alle duisternis, het leven dat opnieuw begint. Het is nog zo teer, zo kwetsbaar, zo pril als de blaadjes van dat plantje.
Als je het aan wil raken, met je vingers, je verstand, met leerregels en dogma’s, dan sluit het zich, dan is het geheim aan je zicht onttrokken, ja misschien zelfs als je er te veel aankomt, dan sterft het onder je handen, je kunt er alleen vanaf een afstandje naar kijken, je erover verwonderen, je erdoor laten raken, je hart en ziel erdoor laten openbloeien, zoals de begintekst zegt in de liturgie van vanmorgen. Voor meer dan dat is het nog te vroeg, het moet nog groeien, dat paasgeloof, dat vertrouwen in het werkelijk nieuwe begin, het diep in je hart weten dat na alle lijden en donker en sterven er weer leven mogelijk is, en liefde. Het komt wanneer het komt, zoals Toon Hermans zei, je kunt het niet oproepen of aansteken, dat licht van Pasen.

Hou me niet vast

Als Maria radeloos zoekt naar haar Heer en hem eindelijk dan vindt, dan wil ze hem naar zich toetrekken, aanraken, Hem weer deel maken van haar leven zoals het was, de draad weer oppakken als voorheen en hoe zou je haar dat kwalijk kunnen nemen. Als een mens de liefste is kwijtgeraakt aan de dood, aan het donker, en als alles wat verloren leek, de hoop, de liefde, het leven, dan ineens weer binnen handbereik ligt, wat zou je dan anders willen dan het vastpakken, het naar je toe trekken om het nooit maar dan ook nooit meer los te laten?

En toch zegt Jezus dan: Raak me niet aan, hou me niet vast, laat me vrij. Want ik ga naar de Vader en jij, jij moet naar de anderen gaan. En die anderen weer naar anderen en zo steeds verder. Pasen is geen happy end, een boek dat je afsluit met een glimlach om je lippen, een “ze leefden nog lang en gelukkig”, maar een radicaal nieuw begin, Jezus is niet langer in zijn menselijke gestalte in ons midden, als rabbi onder zijn leerlingen, maar als de Opgestane, niet langer bepaald door tijd en plaats en ruimte, maar overal aanwezig waar mensen maar durven te leven en vertrouwen op zijn naam.

De Christus naast het geopende graf
is niet alleen levend geworden voor een kring van intieme vrienden.
Hij behoort hen niet meer exclusief toe –
hij wil daar kunnen zijn waar twee, drie of meer mensen
in zijn naam bijeen zijn,
overal op deze wereld, zelfs tot in het dodenrijk en dat altijd en eeuwig.
(uit: De ziel onder de arm, Desanne van Brederode, p.205)

Niet langer kan Maria, en ook wij niet als leerlingen van Hem, niet langer kunnen we Jezus alleen voor onszelf houden, zijn liefde voor onszelf opeisen, vanaf nu moeten we zijn liefde, zijn woorden delen, het uitdelen, ermee de wereld ingaan. We beginnen helemaal overnieuw in deze tuin van het nieuwe begin, waar Jezus als de Nieuwe Adam, als de nieuwe mens door de hof wandelt en ons voorgaat. Zie, zegt hij, het is goed!

Feest van de leegte

Een ander beeld van de afgelopen week.
(Foto Notre Dame)
U heeft er uiteraard veel over gehoord, dat kon niet anders, maar had u deze foto ook gezien? Vast en zeker, een indrukwekkend en ontroerend beeld in de stille week. Het kruis dat glinsterend oplicht in het eerste morgenlicht na de brand, met daarvoor de enorme ravage die is achtergebleven na die angstaanjagende ja bijna helse vlammen in de nacht.
Wat me trof in de berichtgeving rondom de Notre Dame, was hoe snel er al gesproken werd van wederopbouw, dezelfde avond terwijl de kathedraal nog brandde had Macron het er al over, en de volgende ochtend kopten de kranten al: de Notre Dame wordt nog mooier dan voorheen…
En ook: hoe snel het al ging over geld dat toegezegd werd, en over mensen die hun naam eraan wilden verbinden, de een met nog meer geld dan de ander en over belasting die dan weer aftrekbaar zou zijn etcetera etcetera. Alsof het leed, het lijden zo snel mogelijk moest worden weggewerkt, niet meer gezien mocht worden, het moest worden opgelost, er moest overheen gebouwd worden.

 En dan kijk ik weer naar dit verstilde beeld, het kruis, de ramen, het licht door de gebrandschilderde ramen en dan denk ik: ook dit is Pasen, of juist dit is Pasen! Wakker worden met de nog smeulende resten, de puinhopen, de wonden van ons leven, de dingen die verkeerd zijn gegaan, de gaten die er geslagen worden soms door wat het leven ons brengt, de leegte die er is gekomen maar dan mét dat kwetsbare maar koppige vertrouwen dat het niet langer alleen maar hopeloos is, en uitzichtloos, en dat er geen weg verder is, want daarboven licht het kruis het op, niet langer meer als teken van het einde, van de haat, maar als teken van een nieuw begin, van grenzeloze liefde, er is vergeving, er is hoop, er is een weg doorheen.

Maar dat vraagt wel iets van ons. Iemand noemde Pasen het feest van de leegte, het open graf als een lege, maar heilige plek in ons leven, durven we die leegte leeg te houden, er niet te snel overheen te bouwen, het weg te werken of te verdoezelen? Durven we het uit te houden met die open ruimte, die het graf symboliseert en kunnen we wachten tot er een nieuw begin kan groeien, misschien eerst kwetsbaar en pril, zo teer als de blaadjes van dat plantje: kruidje roer mij niet.

Volgelingen van de tuinman

Met Pasen, beste mensen, zijn we niet langer meer volgelingen van de timmermanszoon, maar worden we voortaan leerlingen van de tuinman. Want het is geen vergissing dat Maria denkt dat ze in Jezus de tuinman herkent, dat hebben kunstenaars als Rembrandt, die Christus afbeelden als een tuinman met strooien hoed op en schop in de hand heel goed begrepen, het is geen vergissing, het is eerder de onthulling van wie Jezus vanaf nu af aan is als de Opgestane, voor haar, voor de leerlingen, voor ons allemaal. Hij ís de tuinman die het leven tot groei en bloei wil brengen overal waar maar mensen zijn, in deze wereld die, hoe verschraald en verschroeid ook, de tuin van God is en blijft.

Aan ons, als volgelingen van deze tuinman, op deze Paasmorgen de uitnodiging om Hem te volgen en daaraan te mee te helpen. Wij hebben het in onze handen gekregen, het geloof van het nieuwe begin, dat steeds weer mag klinken, het geloof dat liefde sterker is dan haat, dat leven sterker is dan dood, dat licht sterker is dan donker.
Dat we met heel ons hart en ziel ja kunnen zeggen op die uitnodiging van Hem.

amen