Logo van de kerk

overweging in 2019 op 19 mei

Overweging 19 mei 2019

Lezing Johannes 13: 31-35

Het is februari 2001 als ik ’s ochtends vroeg in mijn ouderlijk huis aan tafel zit. Over een kwartier word ik naar Schiphol gebracht om voor een klein jaar naar Nicaragua, Midden Amerika te vertrekken, de rest van de familie zit ook aan tafel, slaperig en bedrukt. En dan doet mijn vader iets wat hij anders nooit doet. Hij bidt hardop en dat hij het in het Nederlands doet, terwijl we normaliter altijd Fries praten, geeft de woorden nog een extra lading.

Woorden om nooit te vergeten

Aan deze herinnering moest ik onmiddellijk denken bij de lezing van vanmorgen uit het evangelie, waar Jezus woorden vlak voor zijn afscheid tot zijn leerlingen spreekt. En misschien heeft u zelf ook wel eens iets dergelijks mee gemaakt, dat er woorden klonken bij een afscheid die u nooit zult vergeten, alsof je dan pas werkelijk kunt zeggen waar het om draait, de druk van het uit elkaar gaan, maakt dat het ware, het waarachtige, dat ene ineens over je lippen rolt. Indrukwekkend kan dat zijn, een kostbaar moment, iets om nooit te vergeten.
En je kunt je ook voorstellen dat Jezus daarop hoopt, dat zijn leerlingen zijn woorden nooit zullen vergeten, dat ze er later nog weer aan zullen denken. En het bijzondere is dat ze bewaard zijn gebleven ook voor ons, tot aan deze dag, ondanks het tumult van de gebeurtenissen waar temidden ze van worden uitgesproken, ondanks alles wat er voor en erna gebeurt. Jezus heeft net zijn leerlingen de voeten gewassen, Judas heeft echt nét de tafel verlaten om Jezus te verraden, het is nacht geworden, staat er, en hierna zullen alle gebeurtenissen richting het kruis zich ontrollen en daar temidden van dat alles geeft Jezus die woorden om nooit te vergeten:

een nieuw gebod geef ik u:
dat ge elkaar liefhebt!-
zoals ik u heb liefgehad,
dat gij ook elkaar liefhebt;

Tja, woorden om nooit te vergeten….of toch….. Ergens is het vreemd dat Jezus deze woorden nóg een keer zegt, en het dan ook nog nieuw noemt. Laten we eerlijk zijn, het is al zo vaak bij Hem over de liefde gegaan, vanuit de Torah kennen de mensen het gebod God lief te hebben boven alles en je naaste als jezelf, en zelfs als ze dat niet zouden kennen, dan kun je je nog afvragen: weten we dat eigenlijk niet al heel goed? Dat het draait om liefde, om liefhebben, is het werkelijk zo nieuw, zoals Jezus dat zegt? Zeker, we vergeten het misschien telkens weer, of negeren het dat het uiteindelijk om liefde draait, of we klampen ons liever aan iets anders vast dan de liefde omdat we het te ingewikkeld, te pijnlijk, of te ongrijpbaar vinden. Maar diep in ons hart weten we het eigenlijk toch goed, dat het draait om liefde, om liefhebben, geloof hoop en liefde, maar de grootste ervan is de liefde, zegt Paulus niet voor niets.

Grote woorden?

Dat maakt dat deze woorden van Jezus misschien wel averechts werken, dat ze een beetje bij je langs glijden, dat het mooie woorden zijn maar eigenlijk te groot om werkelijk een verschil te maken in jezelf. Of dat je er zelfs weerstand tegen krijgt, dat het altijd maar weer draait om liefde, liefhebben, dat kun je nu zo langzamerhand wel eens dromen.
Daarom vroeg ik even aan het begin van de dienst naar een lied waarin voor u het beste tot uitdrukking wordt gebracht waar het om draait in de liefde. We deden afgelopen donderdag even die oefening met de predikanten uit de ring hier, toen we het hadden over grote woorden als goedheid, schoonheid en waarheid.
Zoek eens een lied uit dat het beste één van die drie woorden tot uitdrukking brengt en ineens kom je dan veel dichterbij als mens bij die grote woorden en we hadden we een mooi gesprek over wat die woorden voor ons betekenden

Was het bij u gelukt om een lied op te diepen uit uw geheugen? Of uit het register achterin?
Misschien is het wel een vraag om mee te nemen deze week in, welk lied, welk moment, welk woord doet voor u het meest recht aan dat gebod dat Jezus geeft, hier aan zijn leerlingen, zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie ook elkaar liefhebben.   

Stug volhouden

Afgelopen vrijdag had ik een huwelijk, stralende bruid, knappe bruidegom, blije mensen eromheen en uiteraard: de liefde stond centraal. Ergens is dat wel het meest dominante beeld dat we hebben van wat liefde is en daar is op zich helemaal niets mis mee. Toch gaat het in de bijbelse taal nog wel over iets anders, als Jezus die woorden van liefhebben in de mond neemt, voor mezelf omschreef ik het als een stug volhouden het goede voor die ander te zoeken, dat wat die ander laat groeien, wat die ander tot zijn recht laat komen, en daar hoef je elkaar niet lief voor te vinden, niet aardig, ja zelfs niet eens een klik voor met elkaar te hebben. En toch kun je een ander dan laten groeien, groot maken, of omhoog tillen naar het licht, of andersom, dat je merkt dat een ander zo met jou omgaat, zo jou recht doet.

Het beeld dat even bij mij boven kwam was dat van een meester en zijn schoolklas, zoals we die afgelopen donderdag in de kerk op bezoek hadden voor een kerkenpad. Bij één van de leerkrachten merkte je hoe vol aandacht hij was voor ieder kind dat in zijn groep was en hoe hij bezig was elk kind te laten groeien, tot zijn recht te laten komen.
Hoe doe je dat zelf? Bij de mensen in je omgeving, bij de mensen die op je pad komen? Wat belemmert je om een ander te laten groeien, de ander recht te doen? Angst om er zelf minder vanaf te komen, afgunst vanwege die ander? En zie je het, merk je het als een ander jou zó liefheeft, zoals Jezus dat voor ogen heeft?

Vuur van andere oorsprong

Hoe ver die liefde gaat blijkt uit het feit dat Judas net vertrokken is om Jezus te verraden en dat Jezus daarop reageert met de woorden dat de grootheid van de Mensenzoon zichtbaar is geworden. Die grootheid is misschien wel dat Judas gewoon zijn gang kan gaan, de machten van verraad en haat worden niet tegengehouden, eerder worden ze opgenomen in dat grote geheel van Gods liefde, die uiteindelijk alles zal overwinnen. Groter dan dat kan liefde niet worden, dat zelfs de tegenmachten erin worden opgenomen, dat Jezus zelfs zijn leven ervoor wil geven, dat zelfs de dood deze liefde niet tegenhoudt.
Dat is misschien wel het werkelijk nieuwe van dit gebod van Jezus. Dat wij niet langer hoeven liefhebben op eigen kracht alleen, maar dat we weten dat we telkens weer mogen putten uit… terugvallen op…, en geïnspireerd raken door deze allergrootste liefde die alle tegenmachten in zich opneemt. Het begint niet bij onszelf.
Afgelopen vrijdag zei ik het zo: het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat God ons heeft liefgehad, anders gezegd, het vuurtje van de liefde begint niet te branden bij ons zelf, maar kent een andere bron, een andere oorsprong, die we niet op eigen kracht brandende hoeven te houden, dus ook als wij als mensen helemaal afgebrand, uitgedoofd of uitgeblust zijn, dan nog zullen er weer die vonken zijn, die het leven, liefde, het licht laten opvlammen, in Gods naam,  

Amen