Logo van de kerk

overweging in 2019 op 18 april Witte Donderdag

Overweging in 2019 op 18 april Witte Donderdag

Lezing Mattheüs 26: 17-29

Wie ik liefheb, maak ik vrij

Als theatermaakster en columniste Marjolijn van Heemstra gevraagd wordt om bij een bijeenkomst iets te zeggen over het begrip “vrijheid ” dan vindt ze dat een lastige opdracht. Vrijheid is een sleets geworden woord, zegt ze, dat veel te vaak wordt het ingezet als masker voor zelfzucht, of als snelle weg naar eigenbelang. Vrijheid als manier, ja als excuus om je ongebonden en onafhankelijk op te stellen, los van de ander, zonder je iets van die ander aan te trekken. En dat heeft iets ongenadigs, iets liefdeloos.

Om verder te komen met haar opdracht duikt ze daarom eerst maar eens in het ontstaan van het woord “vrijheid” en ze ontdekt tot haar verrassing dat het komt van Freya, wat Germaans is voor ‘lief’ of ‘dierbaar’. Liefde, zo concludeert ze, is dus de basis voor het ontstaan van vrijheid. Vrijheid heeft te maken met liefde en dat geeft ineens weer nieuwe glans aan het woord, het begrip.
Ze schrijft in één van haar columns in Trouw:
als vrijheid en liefde één zijn zou je kunnen zeggen:
wie ik vrij maak, heb ik lief.

Of andersom gezegd:
wie ik liefheb, maak ik vrij.

Anders gezegd, om vrij te zijn heb je de ander nodig, namelijk in zijn of haar bereidheid om van jou te houden en andersom kun je een ander bevrijden door hem of haar als dierbaar te beschouwen, te beminnen. 

Op deze avond, de avond van Witte Donderdag, zijn het precies deze twee begrippen, liefde en vrijheid, die als twee verstrengelde rode draden door alle lezingen heen lopen, ja door heel het verhaal van Jezus heen dat we hier vanavond beleven alsof het nu is, vandaag met ons, alsof wij hier bij Hem aan tafel zitten, op het punt om in verwarring en vertwijfeling afscheid te gaan nemen. 
Deze avond staat in het teken van liefde, en dan niet een liefde die verstikt, die opeist, die ons verteert of vastzet, maar een liefde die bevrijdt, die ruimte geeft en die alles wat ons gevangen houdt, open knipt.
En deze avond staat in het teken van vrijheid, van bevrijding en dan niet om vervolgens alleen voor jezelf te leven, om je eigen goddelijke gang te gaan, maar een vrijheid, een bevrijding die ontsprongen is aan liefde, een vrijheid die doordrongen is juist van verbinding met de ander, de ander met een kleine en met een hoofdletter.

Daarom viert Israel ieder jaar weer die maaltijd van bevrijding, van vrijheid, om te gedenken hoe ze ooit hun vrijheid herkregen uit liefde van de Ene, van God zelf, omdat Hij het niet kon aanzien hoe mensen nog langer gevangen zouden zitten in angst, in onderdrukking, in de schaduw van de dood en hoe deze bevrijding er altijd aan zal herinneren in liefde om te zien naar de ander, om altijd te gedenken dat je nooit ten koste van een ander vrij kunt zijn. 

Deze avond staat in het teken van liefde én in het teken van vrijheid: niemand heeft groter liefde dan hij die zijn lichaam, zijn leven geeft voor zijn vrienden. In alle vrijheid geeft Jezus de prijs van die liefde. Zijn leven wil hij geven, zijn lichaam mag gebroken worden, omdat hij in Gods naam zoekt naar de mens. Onvermoeibaar zoekt God het hart van de mens, zoekt God naar ons allemaal. Als een minnaar zoekt hij allerlei manieren om de mens, om ons tot liefde te verleiden. God heeft de mens niet enkel gemaakt tot eer en glorie van hem zelf. Hij heeft de mens gemaakt omdat hij wilde liefhebben.
En in die zoektocht naar de mens is hij ver gegaan. Hij heeft in Christus zijn goddelijkheid afgelegd. Hoe zou hij dichterbij kunnen komen dan door mens te worden en onder ons te zijn. Zijn liefde drijft hem en hij zoekt naar onze liefde.

Zo viert Jezus het laatste avondmaal met zijn leerlingen. Vanuit die drive van liefde die vrij maakt. Maar dan maakt hij die opmerking:
Eén van jullie zal mij verraden.
Waarom? Niet om de sfeer te verpesten. Niet om te tonen welke kennis hij heeft. Niet om de toekomst te voorspellen. Nee, één van de leerlingen heeft hier de mogelijkheid gekregen om niet te schande te worden. Eén van de leerlingen heeft hier de kans gekregen om terug te komen van zijn ingeslagen weg. Tot één van de leerlingen probeert Jezus nog één keer duidelijk te maken dat zijn weg niet een weg van macht is, niet van geweld, maar een weg van liefde en die ene leerling krijgt de mogelijkheid zonder gezichtsverlies terug te komen op zijn eerdere beslissing.

Zijn naam wordt door Jezus niet genoemd, alle leerlingen zeggen tegen Hem: ik toch niet Heer? Is dat misschien omdat ons aller naam daar zou kunnen staan? Is het om ons ervan te doordringen dat de liefde die hier vanavond centraal staat ons allen wil bevrijden van schaamte, van schuld, van verkeerd ingeslagen paden, van onherstelbare fouten? Wie ik vrij maak, heb ik lief. Wie ik lief heb, maak ik vrij.
Deze avond staat in het teken van liefde én in het teken van vrijheid, van bevrijding en hoe die twee onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn van Godswege. Gods liefde maakt ons vrij om voor de ander, voor onszelf, voor het leven te kiezen. Niemand heeft groter liefde dan hij die zijn lichaam, zijn leven in alle vrijheid heeft gegeven voor hen die hij liefheeft.

Vanavond is Christus zó in ons midden om te blijven delen van zijn lichaam, van zijn leven, om opnieuw zijn teken van liefde in ons midden te stellen en in alle vrijheid ons uit te nodigen op zijn weg.
Dat brood en wijn daar vanavond voor ons een teken van mogen zijn,

Amen