Logo van de kerk

overweging in 2019 op 15 september

Overweging op 15 september 2019

Lezing 1 Samuël 16: 1-13

Uitkiezen en uitgekozen worden…

daar hadden we het net over en ik dacht: laat ik eens even beginnen met een jeugdherinnering….een jeugdherinnering waarvan ik vermoed dat ik niet de enige ben.
De gymnastiekles…van vroeger op de basisschool…
en dan moesten er twee teams gevormd worden voor bijvoorbeeld voetbal of slagbal en dan koos de meester twee kinderen uit die zelf de teams samen mochten stellen. Ja komt u dat bekend voor? ik was niet zo’n sportwonder dat ik de eerste was die werd gekozen, ik was óók niet de laatste maar ik kan me vooral dat gevoel nog levendig voor de geest halen, de spanning door wie en wanneer je zou worden gekozen, overgeleverd aan je klasgenootje, overgeleverd aan de pikorde van klas, sportief gezien dan he. Ik heb trouwens ook één keer aan de andere kant gestaan, dat ik degene was die mocht uitkiezen…ja, heerlijk, wat een macht, je dag kan niet meer stuk, je gaat gewoon vol voor de grootste sterkste jongens in je team.

Acht zonen

Je ziet het voor je, die zeven zonen van Isaï die aan Samuel voorbijtrekken en elke keer krijgen te horen dat ze niet zijn uitgekozen, voor wat en waarom en wat die Samuel nou komt doen, geen idee, maar nee…jij bent het niet.
En dan gaat het juist om die ene, de jongste, de kleinste, de herdersjongen die toevallig niet in het rijtje voorkomt, dat is degene waar God naar op zoek is en dat zegt hij dan ook tegen Samuel: Deze is het, deze moet je zalven.         
Zoals een goed verhaal betaamt, wordt de spanning flink opgevoerd,  maar is het ook niet allemaal een beetje omslachtig? God weet namelijk aan het begin allang wie hij op het oog heeft om de nieuwe koning te worden.

Ga naar Isaï, zegt God tegen Samuel, want één van zijn zonen heb ik als koning uitgekozen. Had Hij nou niet meteen kunnen vertellen wie dan van de acht?
Naast dat het zo voor het verhaal veel mooier is, wil die scene ons ook iets vertellen. We worden uitgenodigd om mét Samuel mee te kijken naar die verschillende zonen die aan ons voorbijtrekken en ons even te spiegelen aan zijn en vaak ook onze gangbare manier van denken.
Daar staat Eliab, de oudste, een flinke jongen, een geschikte kandidaat, denkt Samuel onmiddellijk.  Maar dat denkt hij / denken wij dus verkeerd.

Je moet niet naar de buitenkant kijken, zegt God. 

‘De mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer kijkt naar het hart’ (vers 7). We kunnen dat blijkbaar niet vaak genoeg horen als mens, toen al en ook nu nog is dat onze valkuil, ons verkijken op de buitenkant, daar onze conclusies uit trekken, het snelle oordeel op basis van één blik.
Niet dat die buitenkant niets zegt, maar…het zegt niet alles. De Heer kijkt naar het hart, dat is zo’n kernzin van het verhaal, de Heer kijkt naar het hart! Terwijl Samuel het doet met een snelle, oppervlakkige blik, neemt God de tijd en kijkt naar ons hart. Spannend eigenlijk, want wat ziet God daar eigenlijk allemaal?  Bij u, bij jou, bij mij?

Met het bloemschikken vanmorgen is er zo’n hart gemaakt naar aanleiding van deze woorden en de mensen die er mee bezig waren kwamen meteen voor de keuze te staan:  met welke bloemen vullen we dat hart dan?  Hoe drukken we in bloemen uit wat er in dat hart groeit en bloeit?
Witte bloemen – zuiver hart.
Veelkleurige bloemen – er leeft van alles, het hart dat alle kanten opvliegt.
Onkruid?

De Heer kijkt naar het hart.

Het hart is in de Bijbel niet zozeer de plek van gevoelens, maar de kern van wie je bent, van je wezen, de plek waar verborgen is op wat en wie je gericht bent, waar je op bouwt, wat je ten diepste drijft en draagt, dat vind je in het hart van een mens. Zoals mensen soms kunnen zeggen: diep in mijn hart wist ik eigenlijk wel. Maar soms kun je met je verstand, met je hoofd, met je denken, jezelf –of anderen -nog een poosje voor de gek houden, op een dwaalspoor brengen. Maar diep in je hart…                  
En daar kijkt God dan, ziet hij jou aan, doorgrondt hij je, roept hij misschien ook wel iets wakker, onrust of verlangen, de neiging je te verbergen of juist je helemaal te laten zien. De Heer kijkt naar je hart en dat is best een waagstuk, Dat is niet iets vrijblijvends, soms is het ook makkelijker als het blijft bij de buitenkant. Dan kun je nog eens wat verbloemen…

En was dat hart van David nu zoveel bijzonderder dan van de rest? Misschien, misschien op dat moment daar, maar eerlijk gezegd…denk ik van niet. God heeft nu eenmaal een onweerstaanbare voorkeur voor de jongste, de kleinste, degene aan wie wij het minst snel denken, degene die in eerste instantie buiten beeld blijft, misschien wel als tegenwicht voor onze gangbare manier van denken, maar als we het verhaal van  David gaan volgen zullen we ontdekken dat het bij hem net zo’n wirwar is als bij ons, en toch zegt God: jou kies ik uit. Voor jou kies ik! Zoiets als: dankzij maar ook ondanks alles wat er leeft in ons hart, kan God er wel mee uit de voeten en kiest Hij voor u, voor jou, voor mij.

Je mag,
je kunt,
je wordt uitgenodigd mens naar Gods hart te worden,
iemand met lef, het hebreeuwse woord voor hart.
En dat zit ’m niet aan de buitenkant, maar aan de binnenkant, in dat wat je draagt, drijft en bezielt.
Zouden we zo in Gods spoor kerk met elkaar kunnen zijn, voor elkaar kiezen, no matter what, en dan niet op basis van de buitenkant maar nieuwsgierig bij elkaar naar wat ons beweegt en bezielt aan de binnenkant en ook delen hoe we daar soms mee worstelen, hoe we verdwalen of stuklopen en elkaar nodig hebben, te weten dat er iemand is, met kleine of hoofdletter, die ondanks alles onvoorwaardelijk voor ons kiest. 
Amen