Logo van de kerk

overweging in 2019 op 13 januari

Overweging in 2019 op13 januari

Lezing Ester 1 en 2

Het is nu al een tijdje niet meer op tv maar keek u wel eens naar het programma: “Bij ons in de PC " met Jort Kelder?
(PC stond dan voor PC Hooftstraat, de duurste winkelstraat van Amsterdam)
Jort Kelder is eigenlijk de opvolger van Gert Jan Dröger, die kent u misschien ook nog wel en hij geeft ons met zijn programma een inkijkje in de wereld van de machtigen, de bekenden en vooral de rijken.  Oud geld, nieuw geld, de jetset van heel Europa, alles en iedereen komt langs bij Jort, mooie kleren, grote auto's, speedboten en uiteraard champagne, veel, heel veel champagne.

Tot eigen eer en glorie…

Met ons verhaal van vanmorgen lijken we zo die wereld van Jort Kelder te zijn binnengestapt. Koning Ahasveros geeft een feestje, en niet zomaar eentje, maar één van maar liefst 180 dagen lang, een feest zonder einde, zonder grenzen, zonder maat. En waarom? De verteller windt er geen doekjes om en je voelt al de spot die er in door klinkt.
" Om te laten zien de geweldige rijkdom van zijn koninkrijk
en de eer en luister van zijn grootheid "
staat er, oftewel tot meerdere eer en glorie van zichzelf!

Niets nieuws onder de zon, zou Prediker wel zeggen, want...o.. wat kunnen we dronken worden, wij mensen, dronken van onze eigen roem, status en macht, dronken van ons eigen succes, ons geld, onze grootheidswaan, dronken van het idee dat er nooit een einde aan zal komen, en dat er geen grenzen zijn, geen maat, geen pijn, geen kwetsbaarheid. En hoe kun je dat beter volhouden dan je te laten omringen door mensen die je hierin allemaal bevestigen, ja-knikkers, mensen die maar al te graag mee vieren in je succes, die met jou het glas heffen.
"Daar ga je", "Op het leven"

Maar met het echte leven heeft het natuurlijk niets meer te maken, wat Ahasveros daar doet, je voelt wel aan dat zo'n feestje niet onschuldig is, ergens moet er voor betaald worden, ergens gaat het ten koste van anderen, liggen anderen ervoor krom ooit zal deze zeepbel worden doorgeprikt, maar voor zolang het duurt.... wat we kunnen we dronken worden van deze illusie. En we hoeven maar om ons heen te kijken naar de groten der aarde om Ahasveros erin te herkennen, en laten we niet te snel denken dat het ons niet zou kunnen gebeuren.

Ahasveros is nog wel zo slim om na een half jaar feesten met zijn "intieme kring" zeg maar, z'n 250 beste vrienden, ook het volk nog een weekje plezier te geven, zo hou je ze rustig, zal hij gedacht hebben, zo bind je je electoraat aan je, en ook daar spaart hij kosten noch moeite, hij laat ze drinken uit gouden bekers en dansen op vloeren van parelmoer. En net als Ahasveros denkt als een god alles naar eigen hand te kunnen zetten, als er niets meer is dat niet binnen zijn macht ligt, precies op dat moment klinkt er een luid en duidelijk nee!

Nee!

Uit de mond van zijn vrouw notabene. Wat de climax moest worden van het hele feest, haar verschijning met alleen de koninklijke diadeem, die climax wordt ineens de naald die de machtsbubbel van Ahasveros doorprikt. Niet Wasti, de koningin staat naakt voor de feestvierders maar de koning zelf staat in zijn blootje, al die dikdoenerij uiteindelijk voor niets.

Een geweldig moment natuurlijk in het verhaal, je hoort de bedienden al fluisteren: tja, als zijn vrouw al niet eens naar hem luistert, waarom zouden wij dat dan nog wel doen? En je ziet het voor je hoe de vrouwen in het land hun mannen al bespelen: je weet wat de koningin zei, hè, toen haar man te veeleisend werd… dus als je nu de vuilnis niet buiten zet... En ook al probeert Ahasveros te redden wat er te redden valt, schakelt hij alle adviseurs in die hij maar kan vinden, ook al verdwijnt Wasti onmiddellijk van het toneel en verschijnt er een decreet in alle talen, je weet, dit is het begin van het einde, dit nee van Wasti is niet meer terug te nemen.

Het is een nee tegen heel die wereld die Ahasveros heeft opgebouwd, en die nog steeds soms regeert, het is een nee tegen heel die grootheidswaan, de taal van de sterksten, de machtigsten, de rijksten, een nee tegen een wereld, een mensheid die zich laat verdoven door luxe, voorspoed, glitter en glamour, om daardoor maar niet te hoeven toe te komen aan de echte vragen.

En dat is niet ver bij ons vandaan...

Kortgeleden was er bij de EO een programma te zien, Bad habits Holy orders waarin 5 type Instagram, Snapchat, Selfie meiden, vloggers, glamourmodellen, danseressen voor vier weken het klooster ingingen voor een ontmoeting met een wereld waarin dat allemaal totaal afwezig is, en eerlijk gezegd vond ik het best confronterend hoezeer deze meiden onder druk stonden wat betreft die uiterlijke kant. De druk om likes binnen te halen via facebook, de onzekerheid om niet geaccepteerd te worden, en dat is niet alleen henzelf aan te rekenen, het is ook alles om hen heen dat daarin meewerkt, de hele omgeving, samenleving. (En trouwens ook, confronterend hoe snel je eigen oordeel is geveld over deze meiden)

Het " nee " van Wasti is de naald die de zeepbel doorprikt, die de grens aangeeft, het verzet aantekent waar een mens zich zo verliest, het kan het nee zijn van een ander, of van jezelf, dit " nee " is het moment dat je ruimte maakt voor een ander verhaal, een andere taal dan die van Ahasveros en de zijnen.
Wasti en Ester, ze leken me zo op het eerste gezicht twee tegenovergestelden in het verhaal, Wasti de koningin, de vrouw van hoge status, blauw bloed, de autochtoon, tegenover Ester, het eenvoudige, onbetekenende meisje, de gedeporteerde vluchteling. Het enige wat ze gemeen hebben is hun schoonheid, maar ergens zijn het in het geheim ook zusters, zielsverwanten, allebei spelen ze op hun eigen manier hun eigen rol om dat hele imperium van Ahasveros en consorten te doorbreken, door het nee van Wasti weten wij lezers dat er ruimte komt voor Ester en haar verhaal, haar rol die zij zal spelen. Ook al doet zij dat hele anders dan Wasti, het had niet gekund zonder dat moedige verzet van de eerste koningin.

Ik die verborgen ben…

En dan komt Ester in beeld. Haar naam betekent zoveel als; ik die verborgen ben, en dat is een toepasselijke naam, zeker op dit punt van het verhaal, er is nog zoveel verborgen van haar, wat haar beweegt, wie ze is, waar ze voor staat, waar ze van droomt, passief gaat ze van de ene man naar de andere, ze heeft geluk met haar mooie snoetje maar wat daarachter verborgen gaat… Ze is iemand met een geheim, haar afkomst, het verhaal van haar ouders en hun deportatie het land van haar voorouders, dat ver weg is, de God van haar voorouders, het is allemaal verborgen, we moeten er maar naar raden wat er schuil gaat onder de oppervlakte van de gebeurtenissen.
Ik die verborgen ben...
Naarmate de loop van het verhaal vordert zal Ester meer en meer in het licht treden, meer en meer zullen we haar leren kennen, maar dan nog blijft haar naam als een vingerwijzing, als een vermoeden waar je nooit achter zult komen.

De mens alleen?

Ik die verborgen ben...
Sommige uitleggers zien er de naam van God in, de verborgen aanwezigheid van God op de achtergrond van dit verhaal en ook al voelt het verleidelijk om hierin mee te gaan, toch ben ik er aan de andere kant ook huiverig voor om God er al te snel bij te halen. Feit is dat God nergens in dit verhaal bij name genoemd wordt, nergens sprekend wordt opgevoerd, nergens wordt aangesproken door mensen die naar hem zoeken. Alleen in de geschiedenis van Joden als Mordechai, zoon van Jaïr, die weer zoon is van Simi, en van Kis, een geschiedenis die uiteindelijk terugvoert naar koning Saul, alleen in die opeenvolging van mensennamen is de verre echo van Gods naam te horen, maar in het hier en nu van dit verhaal komt Hij niet voor.
Hoe moeilijk dit in later dagen te verteren was bleek wel toen er in Griekse vertalingen aan het bijbelboek Ester hele gedeelten werden toegevoegd, dat wil zeggen, vrome gebeden waarin God spreekwoordelijk te pas en onpas werd aangehaald, maar wie het boek in de grondtaal leest, het hebreeuws, die vindt er alléén de mens, alléén de mens in deze wereld met alles wat hem menselijk maakt. Met het allermooiste, het allerbeste wat we te geven hebben, maar ook met het meest perverse, het meest gruwelijke, het meest onmenselijke dat we in huis hebben.

Je bent nooit ergens voor niets

Soms komt het in onze geschiedenis aan op alleen de mens en de mens alleen zo lijkt het boek Ester te zeggen, of er iets verandert of niet, of er iemand opstaat of niet, het is aan de mens, kijk niet te snel naar God, vraag niet te snel, verwacht niet te gauw.
Zo kan het ook in je leven zelf zijn, dat God absoluut verborgen blijft, dat Hij een naam blijft als een echo, die hoort bij de geschiedenis van hen die je voorgingen, maar dat Hij in het hier en nu van je eigen levensverhaal niet voor lijkt te komen. En dat het dan op jou aankomt, dat jij moet beslissen welke rol jij te spelen hebt in het leven, welke weg je wilt gaan, welke taal je wilt spreken, welk verhaal leidend voor je is.

Van de Tsjechisch theoloog Tomas Halik leerde ik dat deze tijden van Gods verborgenheid niet een teken van ongeloof zijn, maar horen bij de ervaring van geloven, horen bij de ervaring van de gelovige. Voor de één zal het reden zijn om te zeggen: zie je wel, God is er niet, de ander zal het volhouden en geduld met God hebben.
Het is aan jou, aan u, aan mij welke weg je daarin uiteindelijk kiest, want zoals een commentaar op Ester zo mooi schreef:
Je bent nooit ergens voor niets.
Dus, ga het aan
en zoek de rol die voor jou in het leven is weggelegd.

Amen