Logo van de kerk

overweging in 2019 op 12 mei

Overweging op 12 mei 2019

lezing Johannes 20

Gemeente van Onze Heer Jezus Christus,

Er is een oude legende over de duivel die aan Sint Maarten verschijnt in de gestalte van Christus om hem te misleiden. Maar de heilige laat zich niet beetnemen en vraagt meteen: Waar zijn je wonden?

Met dit verhaaltje opent Thomas Halik zijn boek Raak de wonden aan. Die woorden van de titel komen al parafraserend uit het verhaal van Thomas dat we vandaag hebben gelezen, woorden die Jezus tegen Thomas spreekt, als hij hem ziet: Leg je vingers hier, leg je hand in mijn zij, raak de wonden aan. In dat verhaal is voor Halik niet het belangrijkste punt dat Thomas verandert van ongelovige in een gelovige, van niet-zien naar zien, van twijfelen naar belijden, maar vooral: dat Thomas de vraag stelt naar de wonden van Christus. Dat hij die wil hij aanraken, daar waar de spijkers hebben gezeten in de hand, en waar de lans een wond heeft toegebracht in de zij, dat hij dat wil voelen. De vraag naar de wonden, dat is wat Thomas het meest typeert, volgens Halik, Anders gezegd, het gaat Thomas om de vraag of de Opgestane ook tegelijkertijd nog steeds de Gekruisigde is, of dat één en dezelfde is, want Christus zonder wonden, dat is als de duivel die Sint Maarten wil misleiden. Raak de wonden aan.

Vroeg of laat overkomt het iedere dominee en de eerste keren is dat ook best schrikken. Je bent op bezoek in het ziekenhuis bij iemand, je hebt de stoel naast het bed gezet en maakt je klaar voor gesprek
en voor je het weet, slaat iemand de ziekenhuisdeken al terug en vraagt: kijk, dominee, wilt u de wond even zien? Je aarzelt. Als je nou arts of verpleegster was, maar als dominee???? Hoe moet je reageren? Ben je daar wel voor? Laatst las ik een stukje dat een collega over zo’n voorval schreef. Zij vertelde hoe ze in de loop van de tijd had leren herkennen hoe achter die vraag de wond te willen zien – wat voor wond dat dan ook maar is – dat achter die vraag het verlangen schuil gaat dat iemand je ziet, werkelijk ziet, ook in je gewonde, geopereerde, soms  toegetakelde nieuwe staat, je bent niet meer de oude, die je was, er is ineens iets vreemds met je gebeurt, een snee, een vreemd element in je lijf, of iets dat je mist en de wond is het meest zichtbare teken van je nieuwe ik, je nieuwe identiteit en is er iemand die je in deze nieuwe staat wil zien.
Als ik blijf zitten, zo schrijft die collega, en rustig en goed naar alles kijk, wordt degene met de wond ook rustiger. Als er iemand durft te blijven kijken, mag dit deel van hem/haar er kennelijk ook zijn, zo werkt het.

Raak de wonden aan.

Weet u nog dat verhaal van die dominee die door de pianostemmer met een hamer op haar hoofd werd geslagen en die daardoor bijna doodbloedde op de grond van haar eigen kerk? Het gebeurde ongeveer een anderhalf jaar geleden in Rhenoy, de dominee heette Ebi Wassenaar en ongeveer een half jaar na het hele gebeuren had ze de moed om bij het programma De Verwondering van de IKON haar verhaal te doen. Sowieso de moed al om zich in haar nieuwe staat te tonen op tv. Ze is halfzijdig verlamd en voortaan altijd afhankelijk van anderen, dat alleen al maakte grote indruk, ze toonde hoe ze gewond was geraakt voor het leven, lichamelijk alleen al, maar wat mij vooral bij bleef van die uitzending was hoe ze vertelde hoe ze in het begin, in de eerste zes maanden helemaal geen wrok voelde ten opzichte van de dader, hoe ze eerder zelfs compassie met hem had, maar hoe ze nu wel bij zichzelf merkte hoe die eerste houding van haar zelf, de vergevende, aan het veranderen was, hoe ze dat moeilijker begon te vinden nu ze merkte hoe zeer ze definitief voor het leven verwond, gewond was geraakt door deze ene onomkeerbare daad.
Wat mij trof was hoe eerlijk ze hierover was, hoe ze werkelijk haar wonden toonde, niet alleen fysiek maar ook geestelijk, geraakt tot in haar ziel, in haar diepste vertrouwen. Raak de wonden aan.

Drie korte verhaaltjes, drie schetsen, die de rode draad illustreren van dat boek van Thomas Halik, over de wonden van mensen, de wonden van God, de wonden van Christus. Halik zegt het ergens nogal recht voor zijn raap dat als het daar niet meer over mag of kan gaan, dat hij er dan niets meer van gelooft. We kunnen niet in Jezus geloven en “Mijn heer, mijn God” zeggen zonder ook zijn wonden aan te raken. En het gaat Halik dan niet om het verheerlijken van het lijden, of het blindstaren op het kruis alleen, maar het gaat hem wel om hoe we in deze wereld Jezus/ God leren kennen en dat dat niet alleen via het goede, het mooie, het schone is, maar ook midden in de wereld met zijn wonden, midden in ons eigen leven waar we gewond raken of anderen wonden toebrengen.
Ook daar is God, of misschien juist daar is God, daar is Jezus, daar is Christus als de Opgestane te vinden. “Ik geloof niet in goden en religies die vrolijk in deze wereld rondspringen zonder geraakt te worden door haar wonden en zo op de hedendaagse religieuze markt alleen hun blinkende charme tentoonstellen”, schrijft Halik. Ik kan alleen geloven in wat de Sint Maarten test kan doorstaan: waar zijn je wonden? Laat me je wonden zien.

Als Jezus na de eerste keer een week later weer aan de leerlingen verschijnt, ook als Thomas er deze keer bij is, dan verklaart hij zich onmiddellijk bereid om zijn wonden te tonen, en meer nog, Thomas mag dichtbij komen, hij mag ze voelen, Christus houdt het niet verborgen. Hij verschijnt niet als een triomferende Heer die alles heeft overwonnen, ongeschonden, onaangeraakt en onaangedaan door wat achter Hem ligt, nee, hij blijft ook als de Opgestane iemand met wonden, en dat laat hij zien, Thomas mag ze aanraken, ook al blijft het uiteindelijk onduidelijk of Thomas dat nu ook daadwerkelijk doet. Dat Christus zó verschijnt als de Opgestane, betekent van alles voor ons geloven, aldus Halik, ook ná Pasen.

je wonden onder ogen zien

Het betekent dat wie Christus volgt de moed mag hebben zijn eigen wonden onder ogen te komen, ja zelfs te tonen aan anderen, dat kun je heel letterlijk opvatten, de lichamelijke wonden, maar ook daar waar je geestelijk gewond bent geraakt, waar je geloof wonden heeft opgelopen, je mag Christus aan je zijde weten als je deze wonden onder ogen komt in jezelf, in je leven, ja, je mag Christus aan je zijde weten als je deze wonden misschien zelfs toont, als je een ander daar dichtbij laat komen.

Het betekent ook dat je Christus kunt vinden in al die mensen die op je pad komen en op een of andere manier gewond zijn geraakt, “raak de wonden aan” klinkt er dan vanuit het verhaal, kijk niet weg, laat je raken, weet dat je in andermans wonden de wonden van de Opgestane ziet.
Halik vertelt zelf van de indringende ervaring hoe hij ’s ochtends over dit verhaal had gepreekt in India en hoe hij ’s middags in een weeshuis kwam met daar kinderen onder erbarmelijke omstandigheden, hoe moeilijk hij dat vond om aan te zien maar hoe hij zich ineens realiseerde dat de wonden van deze kinderen óók de wonden van Christus waren. In zijn wonden draagt Jezus alle wonden van onze wereld, realiseerde Halik zich.

En als laatste betekent het ook eerlijk durven zijn over waar je anderen hebt verwond, waar jijzelf aandeel hebt gehad, waar jijzelf bedoeld of onbedoeld spijkers in handen hebt geslagen. In al die dingen, in al die dingen is God niet ver weg, is Christus dichtbij, ja zelfs te vinden, misschien ineens herkenbaar.

onze wonden als weg die ons verbindt

In het boek wordt een mooi beeld gebruikt van Simone Weil, een mystica, namelijk van twee gevangenen in aangrenzende cellen die door klopsignalen tegen de muur contact met elkaar hebben. De muur is wat hen scheidt, maar is ook wat hen in staat stelt contact met elkaar te hebben. Datzelfde geldt tussen ons en God. Door onze wonden wordt de zin van ons leven aan het wankelen gebracht, pijn wordt dan een muur die ons van de zin van ons leven of van God scheidt, je loopt er tegenop, je komt er niet doorheen en God lijkt nergens te vinden, maar…. denk aan dat beeld van die gevangenen…. de muur van onze wonden en pijn kan tegelijkertijd de weg zijn die ons met God verbindt, dat wil zeggen, als we tenminste niet versuft voor die muur blijven zitten, maar ‘erop kloppen’ en vooral luisteren naar het kloppen van de andere kant.

Ik denk nog even aan Ebi Wassenaar en haar verwonding bij zichzelf te merken dat vergeving alleen niet vol te houden was voor haar, en hoe ze die wond in zichzelf toont, haar worsteling ermee, maar ook hoe ze ontdekte dat ze ook mét haar wonden kon blijven geloven, zoals ze dat eerder deed… ja, nu zelfs dieper, doorleefder dan ooit tevoren. Ze klopte op de muur van haar verwonding en luisterde wat die haar te zeggen had, wat God haar te midden daarvan te zeggen had.

Ik denk aan degene die met de teruggeslagen deken zoekt of hij of zij ook in deze staat waardevol kind van God is, kwetsbaar liggend in een ziekenhuisbed, aangewezen op de zorg van anderen, én of diegene zichzelf ook kan accepteren in zijn of haar gewonde staat. Ik denk aan onze eigen wonden in ons leven, de dingen die ons pijn doen, hoe we ze zo vaak beschouwen als iets wat in mindering wordt gebracht op ons geloof, ons vertrouwen, terwijl het evangelie juist de weg wijst om dichtbij die wonden te komen, ze aan te raken, ze niet verborgen te houden, want juist daar doorheen is God, is Christus te vinden, althans zo kan het zijn, zo wijst het verhaal van Thomas die weg, niet alleen doordat hij Jezus ziet, maar juist door de wonden aan te raken, door er dichtbij te komen, komt hij uiteindelijk tot geloof, en roept hij uit: Mijn Heer, mijn God.

Gemeente, het klinkt misschien allemaal nog wat abstract, wat theoretisch, en misschien kan dat ook niet anders, wordt het pas echter en komt het dichterbij als je het toepast op je eigen leven, maar wat ik een enorme troost en bemoediging vindt is hoe in deze tijd waarin je nauwelijks aan elkaar toont waar je kwetsbaar, gewond of geraakt bent als mens, of broos, hoe in de weg van geloven die je mag gaan, juist die kant zo verbonden wordt met wat het hoogtepunt is van diezelfde weg, namelijk, het goede nieuws van de opstanding, zo nauw verbonden met de littekens van goede vrijdag, en dat die twee dingen bij elkaar horen en meer nog, dat ze je op weg helpen naar een dieper verstaan, een doorleefder geloven, en dat je op die weg altijd Christus aan je zijde mag weten, dat we dat mogen ervaren en daarop vertrouwen.

Amen