Logo van de kerk

overweging in 2019 op 10 maart

Overweging 10 maart 2019

Lezing Lucas 4: 1-13

Als God zijn…

De geschiedenisserie " In Europa " van Geert Mak begint met een even fascinerend als tragisch filmpje, een klein fragment rond het jaar 1900. Een Oostenrijkse schoenmaker, genaamd Franz Reichold, heeft een speciaal vogelpak ontworpen waarmee hij wil gaan vliegen en hij staat op de rand van de eerste verdieping van de Eiffeltoren in Parijs. Hij maakt zich klaar, je ziet hem een seconde of tien aarzelen en dan springt hij. Het volgende shot is hoe hij als een baksteen naar beneden valt en te pletter slaat op de grond daar beneden.
Een treffend en tragisch beeld van hoe een mens altijd meer verlangt te zijn dan hij is, altijd probeert uit te reiken boven zijn vermogen, boven zijn macht, altijd van meer droomt dan je wezen in bent, sterfelijk, broos, bepaald door de zwaartekracht. Talloze sprookjes en oude verhalen gaan erover, de zoektocht naar voorwerpen, drankjes en wat nog meer die je als mens bovenmenselijke krachten geven. Een kruid om onsterfelijk te zijn, een staf die je alle macht geeft, een bron die zorgt dat je eeuwig jong blijft, een steen die alles weer tot leven kan wekken. Op een of andere manier droomt een mens, zo vertellen deze verhalen, om meer te zijn dan naar je eigen aard.

In de bijbel komen we verhalen tegen met dezelfde thematiek, daar wordt het genoemd dat een mens als God wil zijn, eten van de boom van kennis van goed en kwaad, een toren bouwen tot aan de hoogste hemel, gij hebt hem bijna goddelijk gemaakt, zo schrijft psalm 8, bijna, en Prediker constateert nuchter: de mens heet mens, als het ware om de mens zijn juiste plek onder hemel te geven. Met beide benen op de grond.

Als een mens zijn…

En terwijl de mens droomt, boven zijn aard, boven zijn vermogen uit, om als God te zijn, vertelt het evangelie het verhaal andersom, over God die mens wil worden, die mens onder de mensen wil zijn, die zijn weg door vreugde en verdriet, hoogte en diepten, woestijn en paradijs, leven en dood mét mensen wil gaan, als geen ander, maar als één van ons. En hoe mensen deze God hebben herkend in de gestalte van Jezus van Nazareth.
Aan het verhaal van de verzoeking, zoals we dat vanmorgen hebben gehoord, gaat het verhaal van de doop van Jezus vooraf en eigenlijk kun je het ene verhaal niet zonder het andere lezen. In dat verhaal van de doop gaat het over verbinding, over intimiteit tussen de Vader en Zoon en hoe er een stem tot Jezus klinkt: Jij bent mijn geliefde zoon, in jou vind ik vreugde. Maar ook verbinding tussen Jezus en het volk, hoe Jezus zich als één van hen laat dopen, solidair met hen is.

Dat is de ene kant van de medaille, de andere kant is die ervaring in woestijn, van God en mensen verlaten, in doods gebied waar alle richting, alle houvast ontbreekt: wat ben je dan waard, wat is je geloof, je vertrouwen waard? Welke kant ga je op? En zozeer als dat verhaal van die doop inzet op verbinding, zozeer zet dat verhaal van de beproeving in op uit-elkaar-halen, in de war gooien, scheiding aanbrengen, een wig drijven.
Het woord duivel, diabolos, betekent de in de war schopper, de splijter, de uit elkaar drijver, alles zet deze macht, kracht, gestalte in om dat voor elkaar te krijgen tussen de Zoon en de Vader, tussen Jezus en de mensen, en tussen Jezus en de weg die voor hem ligt.

Ook al hebben we bij duivel misschien een achterhaald, ouderwets beeld, bokkepoten en hoorntjes, toch is het niet moeilijk om deze macht en kracht om je heen te zien, hoe op begrijpelijke of onbegrijpelijke wijze mensen soms uit elkaar gedreven worden, hoe door verdraaiingen, verwarring en verwijten er een steeds grotere kloof tussen mensen komt, en dat soms hoe hard je er ook aan werkt, hoe zeer mensen er ook aan lijden, het soms gewoon niet lukt om elkaar te bereiken, je bent dan in woestijngebied aanbeland. Waar is God dan, waar is de verbinding, waar is de Geest, je geloofskracht, waar zijn de bronnen waar je uit kunt putten?

Die twee spiegelende verhalen van doop en beproeving aan het begin van Jezus' weg, kunnen net zozeer ons verhaal zijn, het kan net zozeer onze ervaring zijn. Want is dat soms ook niet de beweging die je zelf maakt in je geloven, dat je het ene moment verbondenheid voelt met God, je geliefd weet en gekend, om op het volgende daar ver verwijderd van te raken, of onverschillig, omdat er van allerlei andere dingen zijn die aan je trekken?

Indien jij de zoon van God bent...

Op dit punt probeert de duivel meteen twijfel te zaaien, wat houdt het eigenlijk in dat je de zoon van God bent, wat heb je eraan, wat merk je er eigenlijk van, een goede Vader laat zijn zoon toch niet verhongeren, die zou toch goed voor je zorgen? En je hoort in deze woorden stemmen buiten of in jezelf doorklinken die zeggen: Als jij toch echt gelooft, wat heb je er dan aan nu het erop aankomt, waar is die God, hij zou toch nu al van zich laten merken. Kijk, als er nu een wonder zou gebeuren, als deze stenen brood zouden worden, dan weet ik dat die God van jou je terzijde staat.

De duivel speelt met dat verlangen van een mens meer te zijn dan mens alleen, hij speelt met dat verlangen als God te willen zijn, hij suggereert dat alleen een wonder Gods trouw en aanwezigheid laten zien en voordat je het weet worden dan de rollen tussen God en mens omgedraaid, dan heeft de mens ineens God op afroep tot zijn beschikking en spant God voor zijn karretje, dan heeft de mens God achter hand om zijn " honger " te stillen, zo verwart en verdraait de diabolos het godsbeeld. Jezus gaat niet in op deze suggestie, de mens leeft niet van brood alleen, zegt hij, de mens... Jezus blijft bij zijn mens-zijn en laat God God zijn. Hij wil geen brood, geen God voor zichzelf alleen, hij wil brood om te delen met anderen, leven om te delen met anderen voor Gods aangezicht.

Vraag het aan mij en ik geef je de volken in bezit, de einden der aarde in eigendom...

Woorden uit psalm 2 uit de mond van God, maar de duivel doet alsof het zijn woorden zijn en opnieuw speelt hij met het verlangen van de mens te zijn als God. Stel dat je zou kunnen heersen over alles en iedereen, dat je de macht in handen hebt door één enkele knieval... en zou het nu zo in verkeerde handen zijn geweest bij Jezus zelf, die wereldmacht? Welke goede dingen had hij wel niet kunnen doen als hij ja had gezegd op deze beproeving? In één keer had hij met alle macht in handen zijn koninkrijk kunnen vestigen. En je hoort de stemmen van buiten of binnen in jezelf hoe macht je langzaamaan in bezit neemt, hoe verslavend het werkt, hoe de meest bevlogen leiders in het begin later de meest wrede dictators worden.

Opnieuw, Jezus blijft bij zijn mens-zijn en laat God God zijn. Hij is niet gekomen om te heersen maar om te dienen, dat is waar werkelijk mens-zijn uiteindelijk om draait. Dienen: dat is zorg dragen voor wie of wat op jouw pad komt, diegene hoog achten, op eigen benen zetten, zegenen, dat wil zeggen, laten groeien en loslaten.

Kind van God

Nog eenmaal probeert de duivel Jezus te raken in zijn diepste identiteit, in zijn zoon van God zijn, zoals ook wij geraakt kunnen worden of ver verwijderd kunnen raken van wie wij ten diepste zijn, kind van God. Door alle lagen die we er zelf overheen leggen, alle identiteiten en beelden van onszelf, die we er over heen plakken, gebaseerd op status, prestatie, uiterlijk, bezit, beelden die maakbaar zijn, waar we ons op kunnen beroepen, waar we onszelf voor op de schouder kunnen kloppen. Soms moet je in de woestijn van je leven belanden om weer op die diepste laag uit te komen van wie je werkelijk bent, kind van God zelf.
En ook dat wil de duivel nog onderuit halen. Spring maar naar beneden, laat je maar vallen, want er zal je niets overkomen, als je werkelijk zoon van...kind van God bent, zo houdt hij voor.
Alsof geloven te maken heeft met een teflon beschermlaagje waardoor je geen enkele schrammetje oploopt, alsof het je ontslaat van elke verantwoordelijkheid, elke zorgvuldige keuze die je moet maken, elke afslag, kies dan het leven, zegt Deuteronomium en niet de dood.

Kiezen voor de mens

Tot drie keer toe kiest Jezus ervoor om werkelijk voluit en waarachtig mens onder de mensen te zijn, zonder een enkel goddelijk randje, of macht of kracht daaraan toe te voegen. Want dat zit vooral in die verleidingen van de duivel in de woestijn, het spelen met dat verlangen van een mens als God te zijn, de verleiding van wonderen te kunnen doen, van heersen en macht uitoefenen, de verleiding van veiligheid zonder verantwoordelijkheid. Vanuit zijn verbondenheid met God en liefde voor mensen kiest Jezus voor de weg onder mensen, zonder extra trukendoos achter de hand.
Oftewel, anders gezegd in de brief aan de Filippenzen: Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd aan een mens gelijk.

Een mens te zijn op aarde…

Daar heeft geloven en leven in de nabijheid van God, zeker in deze tijd voor Pasen, misschien wel het meest mee te maken: de bereidheid om eerlijk en voluit mens te zijn en dat mens zijn onder ogen te komen, het niet mooier te maken dan het is, je bent sterfelijk, broos, bepaald door de zwaartekracht. Je bent deze ene, met dit hart en deze handen. Met gaven en tekortkomingen, met verlangens en barsten. Iemand die het niet alleen kan. Die net zo goed een ander nodig heeft. Je bent ook degene die zich mag toevertrouwen om te worden zoals je bedoeld bent, een mens begeleid door de Geest, geroepen om je weg te vinden, waar die ook gaat. Of zoals een gezang zegt:

Een mens te zijn op aarde
in deze wereldtijd,
dat is de Geest aanvaarden
die naar het leven leidt;
de mensen niet verlaten,
Gods woord zijn toegedaan,
dat is op deze aarde
de duivel wederstaan.

 Amen