Logo van de kerk

overweging in 2019 op 1 september

Overweging in 2019 op1 september tentdienst

Lezing Lucas 14: 1, 7-14

Rangen en standen

Een vriend van me is sinds een jaar of twee predikant in de Nederlandse gemeente in London en afgelopen zomer spraken we even met elkaar af toen hij in Nederland was. Hij vertelde over zijn werk en met name over hoe anders de Engelse samenleving in elkaar steekt.

Je hebt het eerst niet zo door, vertelt hij, maar in Engeland speelt - heel subtiel maar onmiskenbaar – rang en stand nog een hele duidelijke rol, veel meer dan in Nederland. Hij merkt het vooral aan de status die vastkleeft aan zijn positie als predikant van de Nederlandse gemeente in het hartje van London. Door zijn functie staat hij hoog op de ladder en dan kan het hem zomaar overkomen, zo vertelde hij, dat hij bij een concert waarvoor hij is uitgenodigd in de rij staat voor de koffie, maar dan ineens vriendelijk maar beslist wordt weggeleid naar een ander zaaltje, waar prosecco wordt geschonken en alleen de invloedrijke gasten worden toegelaten. Dan merk ik ineens weer hoe mensen naar me kijken, vertelde hij, een bevreemdende ervaring en een heel verschil met dominee zijn in NL waar – gelukkig maar – de positie van een dominee veel meer gewoon tussen de mensen is komen te staan.

Wat is je plek, je plaats en waar wordt die door bepaald? Is het je afkomst, je familie, je functie, je bezit, of is het wat je doet, hoe je bent als persoon? Nog niet zo heel lang geleden was het hier in NL ook nog veel meer zoals in Engeland, n mijn Groningse stagegemeente hoorde ik altijd de verhalen over hereboeren en boerenarbeiders en hoe groot de kloof daartussen was.
En hoeveel gelijkwaardiger onze samenleving nu ook is geworden, nog steeds lopen er onzichtbare scheidslijnen tussen mensen, tussen groepen, die laten merken wie meer, wie minder is, wie hoger, wie lager, wie belangrijk en wie niet. Maar misschien meer verborgen, onderhuids, op de achtergrond en des te moeilijker te traceren.

Olifant in een porseleinkast

Als Jezus ergens niet van onder de indruk is dan is het van rangen, standen, status, positie, relaties en wederzijdse banden. We treffen hem vandaag aan in een situatie die geladen is met allerlei regels, codes, voorschriften en hij gaat er doorheen als een olifant door een porseleinkast. Hij is aanwezig bij een maaltijd van een vooraanstaand Farizeeër en de maaltijd is in zijn tijd de plek om de sociale pikorde in stand te houden, met wie je eet en waar je zit, wat je geeft en terug mag verwachten, het komt allemaal samen rond de maaltijd, anders gezegd, zeg me met wie je eet en ik zal zeggen wie je bent. Het hele systeem was gebaseerd op Do ut des Ik geef opdat jij geeft en ook daarvan moeten we zeggen dat dat principe, zij het verborgen, onderhuids nog steeds een rol speelt in ons doen en laten,

Daar in dat huis, bij de maaltijd van een vooraanstaand Farizeeër, met al zijn codes en etiquettes, is Jezus ineens aanwezig. EN  meteen wordt duidelijk dat Jezus nooit alleen komt, wie Jezus vraagt, of toelaat, krijgt meteen de wees, de weduwe, de vreemdeling erbij, de mens in nood, de buitengeslotene, degene die zgn. niets te bieden heeft, de zieke.
Zoals gezegd in de inleidende woorden op de lezing geneest Jezus hier vlak voor aan dezelfde tafel, in hetzelfde huis, met dezelfde hooggeplaatste mensen om hem heen, een waterzuchtige, die is er zomaar ineens, totaal niet op zijn plek in de situatie, maar omdat Jezus daar is, is er ineens ook ruimte, een plek, een plaats voor hem. En dan geneest Jezus hem ook nog, notabene op een sabbat.

Zo begint er al wat te kantelen, in die strakke orde van wie waar zijn plek heeft, welke invloed, wat geoorloofd is etcetera. En daar laat Jezus het niet bij, hij spreekt de aanwezigen aan op hun verdringen van elkaar om de beste plaatsen, op hun ellebogenwerk, hun netwerken, en dat doet hij door het vertellen van een gelijkenis, met eigenlijk een nogal ingewikkeld advies. Kies niet de ereplaats, als je wordt uitgenodigd, want dan moet je misschien de schande ondergaan dat je wordt teruggefloten als er een nog voornamer iemand komt, nee kies liever de minste plaats, dan heb je kans dat je in bijzijn van anderen hogerop wordt geroepen door de gastheer. Jezus sluit dan af met de zin
wie zichzelf verhoogt wordt vernederd
maar wie zichzelf vernederd wordt verhoogd.

Hoezeer ik ook hou van die dwarse kant van Jezus om door rangen en standen, door status en eer heen te kijken naar de mens zelf en alleen de mens zelf, als schepsel van God, en ook zijn passie voor het opkomen voor degene die zgn. niets heeft om op te steunen. Deze gelijkenis van het kiezen van je plek op een bruiloftsmaal vind ik zo op het eerste gezicht behoorlijk benauwend en beklemmend, de minste plek kiezen, jezelf vernederen opdat je verhoogd wordt, jezelf kleiner voordoen, bescheidener maar dan wel met een verborgen agenda? Zodat iedereen kan zien dat je hoger wordt geplaats? En: niet hoog, of te hoog inzetten omdat er misschien iemand kan komen die voornamer is dan jij? Maar op welke grond dan?

Vernederen en verhogen?

Blijf je dan niet ronddraaien, zo vroeg ik me af, in het gesloten cirkeltje van mensen die zich voortdurend met de ander meten, zich vergelijken met de ander, zichzelf beoordelen tegenover de ander en wie er dan beter, of minder uit de bus rolt? Als er iets is waaruit een mens bevrijding nodig heeft, verlossing, zeker vandaag de dag, dan is het wat mij betreft juist daaruit, uit die altijd aanwezige doodvermoeiende ratrace wie succesvoller, waardevoller, belangrijker is, op welke grond dan ook maar.

In een geloofsgespreksgroep die we eens hadden in onze kerk, waren we de eerste bijeenkomst begonnen met een kennismakingsrondje, waarbij iemands werk helemaal geen enkele rol speelde. Een paar maanden later vertelde één van de deelnemers me dat ze daar zo blij mee was geweest, aangezien zij niet werkte vanwege haar gezondheid. Ze zei: juist omdat we het daar helemaal niet over hadden, voelde ik me zo gelijkwaardig, volwaardig opgenomen in de groep, in tegenstelling tot de samenleving waarin het wel of niet hebben van werk vaak als zo’n criterium wordt gezien, of iemand meer of minder waard is.
Juist daaruit zou een mens toch bevrijd moeten worden, maar het lijkt eerder of dat advies van Jezus dat in stand houdt, in het kiezen van de juiste plek en op grond waarvan dan, en hoe dan?

Totdat ik deze week een artikel las dat me daarin verder hielp. Het is van Marga Haas, theologe, redactielid bij het blad Open Deur, iemand die veel met mystiek bezig is, en zij schrijft het volgende en ik lees er maar even een stukje van voor, omdat ik het niet beter dan haar kan zeggen:

Jezelf vernederen zoals Jezus het bedoelt
heeft niets te maken met jezelf vergelijken met andere mensen.
Het heeft niets te maken met de plaats die jij inneemt
of zou moeten innemen ten opzichte van een ander.
Nederigheid of deemoed, een woord dat mij meer aanspreekt,
dat zegt niets over je plek ten opzichte van een ander,
maar juist iets over je plek ten opzichte van God.
Het is een houding, een innerlijke houding,
die vanzelf voortvloeit uit het besef van de grootsheid van God.


Wie opgroeit, leeft vaak in de overtuiging dat de wereld om hem draait.
Voor een kind is dat een heel natuurlijke overtuiging
en het levert je een gezond gevoel van eigenwaarde op.
Maar als het hierbij blijft, blijf je geestelijk onvolwassen.
Wie tot volle ontplooiing wil komen,
die zal op enig moment in zijn leven moeten onderkennen
dat zijn leven niet om hem zelf draait, maar God.

(Uit: Nieuwsbrief Marga Haas)

God is, zo vertelt ze verderop, de bron van liefde, de bron van leven. Hoe minder we die bron van liefde en leven die God is in de weg zitten met ons eigen ego dat hunkert naar erkenning, naar een positie, naar een naam, naar succes en daarom voortdurend bezig is met vergelijken, op waarde schatten, beoordelen van jezelf en de ander, hoe minder we met dat ego van ons God in de weg zitten, hoe meer ruimte er is voor de grootsheid van Gods liefde, voor de bron van het leven, voor licht, die dan door ons en ons leven heen de wereld in kan stromen.
Deemoed is dus vooral daar ruimte voor maken, God niet in de weg zitten met je krampachtige zelf, dat is een stap op weg naar onze geestelijke volwassenwording, zo beschrijft ze dat.

Op je plek

En het mooie en bijzondere van deze geestelijke volwassenwording is dat het zich niets aantrekt van status, rang, positie, invloed, bezit, macht en wat al niet meer, dingen die onder mensen zo belangrijk zijn. Of iemand zichzelf kan relativeren, klein durft of kan zijn, in de gezonde zin van het woord, en eenvoudig, en ruimte kan geven aan dat wat je overstijgt, dat gaat door alle lagen heen.

Je voelt dat vaak ook wel aan bij mensen, zo iemand die helemaal bevrijd is van het competitieve in onszelf, het ver- en beoordelende in onszelf, het vergelijkende, mild is zo iemand vaak, royaal, gunnend, wijs. Ik geloof vast dat u zo iemand wel eens hebt ontmoet. Met die woorden over vernederen en verhogen, over de minste en de ereplaats schudt Jezus ons wakker op onze eigen plek en laat ons stilstaan bij waar onze plek ten diepste op gebaseerd is, waar die aan vast zit bij onszelf, zijn dat de dingen die we zelf in de hand menen te hebben, die ons onderscheiden van een ander, afkomst, werk, bezit, succes, invloed etc. of is onze plek uiteindelijk gegrond in de liefde van God, een plek die we niet hoeven bevechten op een ander, of te verdienen met onze prestaties, maar een plek die er gewoon is.

Gelukkig de mens die ervaart dat je daarin en nergens anders door op je plek bent in dit leven,
Amen