Logo van de kerk

overweging in 2018 op 9 september

Overweging in 2018 op 9 september

Lezing Johannes 1: 43-51

Kerkproeverij?

Vorig jaar was de eerste editie van Kerkproeverij, een landelijk initiatief van de Raad van Kerken. Het idee erachter... kerkleden nodigen iemand in de eigen vertrouwde kring, dus vrienden, buren, kennissen eens uit om op zondag mee te gaan naar hun eigen kerk om eens " te proeven " van wat daarbinnen gebeurt. Want als iets voor jou van grote waarde is, waarom zou je dat dan niet een keer delen met iemand uit je eigen omgeving, is de gedachte.
Het klinkt eigenlijk heel simpel. Net zo simpel als het klinkt in het verhaal dat we lazen over Filippus en Nathanael.
Filippus is gevraagd door Jezus om hem te volgen en dan vraagt hij, voordat hij met Jezus meegaat, zijn goede vriend Nathanael om ook aan te sluiten. Kom en zie... zegt Filippus. En Nathanael komt en gaat mee. Zo eenvoudig kan het zijn. Je bent ergens enthousiast over, je bent ergens door gegrepen en dat vertel je aan mensen om je heen en zo verspreidt het zich. Ik heb geen verstand van marketing maar ik heb zo het idee dat mond op mond reclame nog altijd het beste werkt.

En tegelijkertijd...met de kerk lijkt het me nog niet zo eenvoudig. Ik ben nieuwsgierig wat u ervan vindt, maar het lijkt mij behoorlijk spannend om iemand die er normaal niets mee heeft uit te nodigen voor een kerkdienst, zoals dat met de Kerkproeverij de bedoeling is. Je wilt iemand niets opdringen, mensen kunnen prima zelf beslissen of ze naar de kerk willen ja of nee, of stel je voor dat iemand het helemaal niets vindt of dat iemand bij voorbaat al nee zegt.
Allemaal redenen om er maar niet aan te beginnen, want je maakt je zelf wel erg kwetsbaar, en misschien moet je wel zeggen: geloven is kwetsbaar, er zit iets van je ziel en zaligheid in, iets heel persoonlijks en als je dat aan een ander uit wil leggen, of daar iets van wil delen, dan is dat nog niet zo eenvoudig. Ik denk in elk geval dat u daar wel iets van herkent.
 

Iemand uitnodigen voor de kerk, voor een zondagse dienst, voor het hart van de zaak, zou je kunnen zeggen. Durf je dat aan, het is misschien gemakkelijker om iemand te vragen voor een interessante lezing, een activiteit, of een housewarming, maar aan de andere kant staan daar al die ervaringen tegenover waarbij vrienden, familie, buren, kennissen toch in de kerk belanden, bij een dienst, bij een viering rond rouw, trouw, doop of andere bijzondere momenten. En hoe vaak hoor je niet de reactie achteraf dat mensen toch op een positieve manier verrast zijn, of geraakt door bijvoorbeeld de aandacht die er is voor het levensverhaal van iemand, of hoe er een gemeenschap om een pasgeborene en hun ouders heen komt staan, en hoe bemoedigend dat is of hoe goed het is dat je iets kunt doen samen, zoals een kaars aansteken, een gebed uitspreken, een naam noemen.

Ik heb zelf altijd de indruk dat de positieve reacties, zeker na een uitvaart, ook deels zijn ingegeven door de opluchting dat de mensen die normaal niet vaak in een kerk komen het heel anders, vaak veel zwaarder, of onpersoonlijker hadden voorgesteld, kortom, dat ze er een heel ander beeld van hadden en dus geen idee van wat er zich binnen die kerkmuren eigenlijk afspeelt.

Dat pleit er juist voor aan te haken bij wat die actie Kerkproeverij voor ogen heeft, mensen op een informele manier, langs vertrouwde kanalen weer wat meer deelgenoot maken van het kerk-zijn, niet om ze meteen te willen bekeren
of om ze voor 12 jaar ouderling te maken, maar gewoon om op een ontspannen manier te delen van wat je in huis hebt als kerk.

Authentiek en kwetsbaar

Filippus nodigt zijn goede vriend Nathanael uit En met die uitnodiging is iets bijzonders aan de hand als je hem nauwkeurig leest. Wij hebben hém gevonden, zegt Filippus tegen Nathanael, als hij het over Jezus heeft, terwijl een paar regels ervoor juist staat dat Filippus juist door Jezus was gevonden, en dan gaat Filippus vervolgens verder: wij hebben hem gevonden over wie Mozes en de profeten geschreven hebben, Jezus, de zoon van Jozef uit Nazaret.
De zoon van Jozef uit Nazaret, daar valt theologisch wel wat op aan te merken, Johannes heeft net daarvoor een hele verhandeling gehouden over het Woord dat bij God was en zelfs God zelf was en hoe de eniggeboren zoon van de Vader mens is geworden en die Vader, daar bedoelt hij niet Jozef mee en uit Nazaret... tja, dat is half goed, laten we maar zeggen.
Dus van de drie dingen die Filippus in zijn uitnodiging aan Nathanael noemt, zijn er tweeënhalf fout. Maar Nathanael gaat mee en vindt met Jezus zijn weg.
 

Je kunt zeggen: Filippus maakt er zijn eigen verhaal van, een getuigenis is het, als je het bijbels wil zeggen. Het is subjectief en je kunt er zo doorheen prikken als je wil, maar het belangrijkste van die uitnodiging van Filippus is misschien wel dat het authentiek is, oprecht, hij heeft er werkelijk wat mee, het komt van binnenuit en dat is misschien wel het enige wat telt, ook als je uitnodigend wilt zijn in je geloven, in je kerk-zijn, in delen wat daarmee hebt, wat het voor je betekent.
Het is niet het antwoord op alle vragen, wie zou dat ook hebben en wie zou dat ook verwachten, het is niet vanuit een superieure houding om te vertellen hoe het zit, maar dat iemand "proeft" dat wat je zegt authentiek is, oprecht, dat iemand merkt wat je echt van waarde vindt in de kerk, in geloven.

Dat stelt dus ook meteen de vraag aan onszelf, wat is het nu wat de kerk, wat geloven werkelijk van waarde maakt voor ons, en ook misschien: wat is ruis, wat zijn stoorzenders daarin? Een paar hoofdstukken verderop in Johannes, als de leerlingen al een poos met Jezus onderweg zijn en zijn woorden te hard vinden, en zijn weg te moeilijk of te veeleisend, zijn er heel wat leerlingen die besluiten niet langer met hem meegaan en dan draait Jezus zich om naar de overgebleven leerlingen en vraagt aan hen: willen jullie ook niet weggaan?

Een eerlijke en moedige vraag, een kwetsbaar moment, wat maakt het de moeite waard dat je blijft, wat is het, kun je daar de vinger opleggen zo vraagt Jezus zijn leerlingen eigenlijk, een vraag die past bij deze tijd, omdat ook bij kerkelijke betrokkenheid, en geloven geen of nauwelijks dwang meer zit, geen verplichting, er blijft alleen die ene bewuste keuze van jezelf.
De leerlingen zeggen: naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven.

Vreemdelingen en priesters

Iemand die veel bezig is geweest met uitnodigend, open kerk-zijn in een tijd waarin kerk en christendom een absolute minderheid geworden is, is hoogleraar missiologie Stefan Paas. We lazen in het afgelopen jaar als ring van predikanten zijn boek Vreemdelingen en priesters, waarin hij aandacht geeft aan dit thema. Een paar inspirerende punten wil ik daarvan doorgeven.
Als eerste betoogt hij dat we de minderheidspositie uiteindelijk niet als een probleem moeten zien, maar als een uitgangspunt, als een onherroepelijk gegeven dat bij kerk-zijn hoort, dus niet: het is allemaal minder geworden en de kerken zaten vroeger vol en daar moeten we weer naar toe, maar eerder, zoals het ook heel lang geweest is, dat de kerk nu eenmaal een minderheid was en is en zal blijven. Een natuurlijke stand van zaken, maar wat geen belemmering is om open en toegewijd naar God, naar elkaar én de omgeving waar je kerk bent gemeenschap te vormen en dan ook met een wisselwerking van binnen naar buiten en andersom. Wat is God aan het doen in de buurt, het dorp, de plaats waar we kerk zijn en hoe betrekt Hij ons daarbij? Hoe kunnen we de vreugde, de vragen, de nood en de zorgen van wie en waar we kerk zijn bij God brengen en andersom, hoe spreekt Gods verhaal tot de levens van mensen. En dan niet alleen tot de mensen die bij de kerk horen, maar voor een ieder, die daar voor open staat. De gemeenschap van de kerk heeft geen strakke grenzen van wie er wel en wie er niet bij hoort.

Paas gebruikt ergens het beeld hoe je soms als enige in de straat op zondagmorgen naar de kerk gaat, maar zie dat niet als een tekort, een probleem, eerder als een voorrecht, ja misschien zelfs wel met een groot woord "een roeping". Jij kunt misschien wel namens die ene buurvrouw, die het zwaar heeft een bede inbrengen, een kyrie bij God of danken voor dat pasgeboren kind in je vriendenkring, of klagen om dat wat niet te vatten is in deze wereld. We hoeven niet de hele wereld binnen te halen, ook niet de hele wereld te verbeteren, nee, als kerk ben je een plek, een vierende gemeenschap waar alle vreugde, alle verdriet bij God mag worden gebracht. Je bent ook een plek waar mensen, betrokken of niet, hun talenten in mogen brengen, of hun vragen, of hun ervaringen, hun leven met alles wat daarin mooi en moeilijk is.
En andersom ben je als kerk erop gespitst het goede dat er gebeurt in de omgeving om je heen te dragen, te ondersteunen, ervoor te danken.

Uitgenodigd worden

We vieren vandaag avondmaal en dat is een mooi beeld bij het nadenken over hoe je uitnodigend kerk kunt zijn met elkaar, met de gemeenschap om je heen, want juist in het delen van brood en wijn in Jezus' naam worden we er allemaal weer even aan herinnerd dat we genodigd zijn. We hebben hét niet in ons bezit, maar we worden aan tafel gevraagd met heel ons hebben en houden door Jezus zelf, bij wie rangen en standen, plaatsen en indeling altijd weer anders zijn dan wij denken. We worden genodigd en eraan herinnerd dat ook bij ons via anderen iets van geloven is aangereikt, dat iemand zich kwetsbaar heeft gemaakt en iets van zijn ziel en zaligheid heeft gedeeld, iets in ons heeft gezaaid.
Dat we zo in dat besef vandaag brood en wijn mogen ontvangen en er ruimhartig mee om mogen gaan!
Amen