Logo van de kerk

overweging in 2018 op 7 oktober Israëlzondag

Overweging in 2018 op 7 oktober

Lezing Marcus 10: 1-12

Inleidende woorden

De evangelielezing van vanmorgen is een weerbarstige, de tekst zelf en vooral oe die tekst vaak is ingezet. Het gaat over de vraag waarmee de Farizeeën bij Jezus komen, of een man geoorloofd is zijn vrouw weg te zenden, uitlopend in een bekend of berucht bijbelvers: Wat God heeft verbonden, samengevoegd, mag een mens niet scheiden. Zoals ergens treffend werd geschreven bij deze tekst: zodra in de kerk het woord ‘scheiding’ valt worden er in vele hoofden al preken geschreven zonder dat er nog maar iets gezegd is en vaak zijn dát niet de preken die werkelijk het goede nieuws van Jezus Christus verkondigen, dat wil zeggen hoop, genade, liefde voor vermoeide en gekwetste mensen, temidden van dit leven met al zijn gebrokenheid.

Niet een-zaam, maar…

In het begin was er één mens, maar God zag dat het niet goed was dat deze mens alleen was, daarom schiep God een ander mens en zo gebeurde het dat de mens uitriep: Eindelijk, één gelijk aan mij en toch anders. Mannelijk en vrouwelijk schiep God de mens, verschillend genoeg om elkaar uit te dagen, aan te vullen, te verrassen en gelijk genoeg om elkaar te herkennen en te vertrouwen, tot hulp én tegenover, een heerlijk moment als dat je overkomt!

Je voelt wel aan, dit is niet een verhaal over lang geleden, maar over een ieder van ons, hoe het kan zijn, hoe het misschien is of was in je leven, met die ene het gaat over hoe mensen bedoeld zijn, hoe God ons gedroomd heeft, namelijk mens te zijn in verbinding met anderen, in relatie, wederkerig, dát is de inzet vanaf het begin.
En dan gaat het niet alleen over man en vrouw, echtgenoot en echtgenote. Het gaat hier over allerlei vormen waarin mensen tot elkaar in relatie staan. Liefde, vriendschap en trouw in alle oprechtheid tussen mannen, vrouwen op velerlei wijze, al die relaties waarin je niet hetzelfde bent, elkaar ook niet tot hetzelfde wil maken, maar je wel zó in elkaar herkent dat je elkaar vertrouwt, je met die ander verbindt en je die ander ook niet zomaar loslaat… dat is de inzet, de droom, de basis waarop mensen gebouwd zijn, zo vertelt dat eerste verhaal.

En daar moet bij gezegd worden: als er staat dat God zag dat het niet goed was dat de mens alleen was, dat betekent niet dat jij als mens niet goed bent als je alleen bent, of dat jouw leven niet goed is, compleet of vervuld als je alleen bent, dat wil zeggen zonder partner, een stempel dat je nogal eens kan worden opgedrukt. Eerder verwoordt het dat God dat stuk van ons mens-zijn herkent, begrijpt, aanvoelt, dat deel in onszelf dat ernaar verlangt onszelf te delen met een ander en andersom, of dat nu in een vriendschap, familierelatie of liefdesrelatie is, dat deel in onszelf dat iets van ons zelf wil laten zien zonder maskers, verborgenheden, of schone schijn, we verlangen ernaar en zijn er tegelijkertijd soms bang voor. Je kunt zeggen, het is dezelfde basis waarop onze relatie met God is gebouwd, zo bij God te kunnen zijn, open, eerlijk.

Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, 
maar ze schaamden zich niet voor elkaar, staat er,
of voor God.

Inzet of wet?

Maar niet iedere relatie loopt goed, en sommigen lopen niet goed af. Dat is de pijnlijke ervaring van vandaag de dag, misschien zelfs in onze eigen levens nu of van mensen die ons lief zijn, en tegelijkertijd is het van alle tijden. Ergens aan die ervaring ontspringt die vraag van Farizeeën waarmee ze bij Jezus komen: Mag een man zijn vrouw verstoten? vragen ze. Wegzenden, is de letterlijke vertaling, of loslaten, vertaalt de Naardense. Is het toegestaan, geoorloofd volgens de wet? Kan het?
En daarmee, met die vraag, verspringt het perspectief, als het gaat om het gesprek over relaties, de toon verandert onmiddellijk. Van een gesprek over wat je hoop, wat je inzet, je drive is in een relatie, naar wat mag, wat de regels zijn, wat je plichten en rechten zijn. En ook is die vraag van de Farizeeën niet onschuldig, ze willen er Jezus mee op de proef stellen en hem ermee in de val lokken.

Hun vraag, vrij vertaald: mag je scheiden, is niet hetzelfde zoals misschien velen er in stilte mee geworsteld hebben of nu worstelen, opgekomen vanuit een pijnlijke realiteit in een relatie, zoekend naar een weg verder, samen of niet. Ook al is de vraag woordelijk hetzelfde, de bedoeling, achtergrond, hoe de vraag gekleurd, gesteld wordt is een wereld van verschil. De Farizeeën hopen een soort algemene, theoretische discussie bij Jezus te ontlokken, waarbij ze zelf buiten schot blijven, zonder oog, zonder zorg voor de weerbarstigheid van het leven en wie het aangaat.
Jezus draait het perspectief meteen om, hij betrekt zijn vragenstellers er meteen in, spreekt hen aan, ja noemt hen zelfs harteloos en koppig, alsof hij meteen duidelijk wil maken: geen discussies over hoofden van anderen heen, niet de complexiteit van het leven in een regel, een wet, een gebod willen persen, niet als buitenstaander je opstellen maar altijd ook zelf meedoen, jezelf in het geding brengen, je kwetsbaar opstellen.

Het mag, volgens de wet van Mozes, scheiden mag, net zoals dat in onze wet geregeld is. En Jezus brengt er zelfs nog een opvallend verschil bij aan, hij zet een stap verder. Waar de Farizeeën alleen vanuit de man denken, zegt Jezus even later hoe ook de vrouw haar man kan wegzenden, die gelijkwaardigheid brengt hij in, het mag… maar toch… dat is niet de inzet, dat is niet wat Jezus drijft. Waar de Farizeeërs spreken vanuit de wet, vanuit wat mag, niet mag, vanuit regels wil Jezus er weer de Geest inbrengen, de liefde, de droom, de drive en daarom haalt hij dat verhaal van het begin aan, die woorden uit Genesis, over anders zijn en toch herkenning, over de blijdschap daarvan, de vreugde en hoe dat de bron is waar het allemaal om begonnen was.

Misschien kun je het ermee vergelijken wat Jezus daar doet met die Farizeeërs, wat je zelf soms ook nodig hebt in je relatie, in je relaties, hoe je soms kunt verzanden in voor wat, hoort wat verhoudingen, als jij dit voor mij doet, doe ik dat voor jou, en zo niet, dan gaan de deuren ook op slot. Hoe je relatie dan meer contract wordt dan contact en dan heb je het soms zó nodig om weer even terug te gaan naar die verhalen van het begin, van waar het je samen om begonnen was, naar je dromen, naar je bronnen, weer meer contact dan contract.
De inzet van Jezus is vanaf het begin liefde en trouw, tot het einde en dat is ook wat hem drijft als hij onder de mensen is, zijn inzet is verbinding en trouw en daarom kan hij niet anders dan mensen oproepen elkaar niet te snel op te geven, weg te zenden, af te schrijven en los te laten, ook al mag het, is het toegestaan volgens de wet.

Nu kun je zo’n tekst Wat God verbonden heeft, mag een mens niet scheiden heel verkeerd gebruiken. Dan loopt de redenering vaak andersom. Dat zodra de trouwambtenaar er een klap op geeft, dat ook God er achter staat. Als een ijzeren wet, een keurslijf dat mensen bij elkaar houdt, uiterlijk, waar de liefde en trouw al lang vertrokken zijn.
Zo kun je die woorden gebruiken en zo zijn ze ook heel vaak gebruikt. Maar het kan niet anders dan dat God ons goed genoeg kent, dat het soms echt niet meer gaat, het kan niet anders dan dat Hij begrijpt dat wij mensen soms ergens een weg zijn ingeslagen die uiteindelijk dood loopt. We leren God in Jezus ook niet kennen als iemand die ons afschrijft om onze fouten, onze kwetsbaarheden, als iemand die ons daarmee loslaat en zegt dat we ons er dan maar zelf mee moeten redden. Nee, Jezus is juist degene die ons daar opzoekt, niet alleen in het mooie, maar ook in de pijn van het leven, de breuken. Hij is juist degene die ons uitnodigt, erbij haalt met zijn vergeving en genade. Zijn inzet is verbinding, trouw, door alles heen, naar ons mensen toe en naar God toe.

Trouw zijn aan de ander én jezelf

Of het nu in relatie is met je ouders, met vrienden, met je man, je vrouw, je kinderen, in elke relatie speelt of je trouw kunt zijn, of je dat vol kunt houden, zowel trouw aan jezelf als aan de ander, en dat het één niet ten koste gaat van het ander, zo trouw aan een ander, zoveel ruimte geven aan die ander dat je jezelf uit het oog verliest, kwijtraakt. Of andersom, dat je eigen zoektocht, wensen, verlangens zo centraal komen te staan, dat die ander uit beeld verdwijnt.
Het is de zoektocht in iedere relatie, de ander werkelijk de ander laten zijn, niet om te willen vormen naar je eigen beeld en gelijkenis, en andersom ook. Er was afgelopen zomer een hele mooie uitzending van Zomergasten met Esther Perel, relatietherapeute, die zonder te veroordelen de complexiteit van onze relaties liet zien en die bijvoorbeeld zei:
wat aantrekkelijk is in het begin van een relatie,
wordt later een bron van ergernis, dat is waarheid van elk koppel.

En hoe vind je dan weer een evenwicht, een balans, elkaar wel ruimte geven, maar niet loslaten, wegzenden of opgeven?

Trouw zijn, verbinding houden, dat is de inzet, en dat kan ook blijven bestaan, ook al ga je soms uiteindelijk ieder je eigen weg, ook al ga je anders verder dan eerst. Iemand helemaal afschrijven, dat zal God nooit doen en dat te weten, dat kleurt Jezus’ houding in het leven, naar mensen, dat voelt hij als zijn roeping, zijn bestemming, en ergens wil hij die drive, die liefde inbrengen, die Geest uit de fles laten in al ons samenleven met elkaar.
Het is eerder een hartenkreet van Jezus dan een ijzeren wet, wat hij hier zegt: Wat God heeft verbonden, namelijk wij mensen aan elkaar verbonden, aan elkaar gegeven vanaf het begin, die banden moeten niet worden doorgesneden, je blijft hoe dan ook samen mens, in relatie, in verbinding.

Niets kan ons scheiden van…

Tot slot, als geen ander weet Jezus wat een mens van zijn weg af kan brengen, die je ooit bent ingeslagen, wat er op je pad kan komen wat pijn doet, wat je kwetst, waar je weg doodloopt, waar er alleen nog maar donker lijkt te zijn. Jezus zegt deze woorden over trouw en liefde, terwijl hij zelf al op weg is naar Jeruzalem, naar zijn bestemming, de weg waar hij trouw aan wil blijven, de verbinding die hij in stand wil houden, namelijk de liefde van God die bij ons blijft tot het uiterste, tot waar een mens afgesneden is van alle leven, van alle banden met anderen, tot in de dood. Tot daar aan toe wil hij die liefde van God volhouden, die hem voortdrijft, die de bron is van waaruit hij leeft.

Waar wij het niet kunnen, waar er teveel gebeurd is om met elkaar verbonden blijven, om elkaar vasthouden, of trouw te zijn, of ja zelfs God vasthouden, daar draagt Jezus het voor ons, daar vergeeft Hij ons, daar is God bij ons, want niets kan ons scheiden van die liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

Amen