Logo van de kerk

overweging in 2018 op 4 nov. gedachtenisdienst

Overweging 4 november 2018 gedachtenisdienst

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Het bijbelboek Hooglied vertelt het verhaal van twee geliefden die intens naar elkaar verlangen. Ook al springen de vonken ervan af in sommige gedeelten, nergens wordt het zoetsappig of romantisch want zo hevig is het verlangen naar elkaar dat het pijn doet. Radeloos zoekt de een de ander, zwervend door de straten, overal vragend of ze zijn, of ze haar geliefde hebben gezien.

Sterk als de dood is de liefde,
beklemmend als het dodenrijk is de hartstocht...
zegt zij dan op een gegeven moment tegen hem. Sommige vertalingen zeggen het nog anders,
grimmig als de dood is de liefde,
hard als de hel is de hartstocht,
en het is op het eerste gezicht bevreemdend dat liefde en dood zo in één adem met elkaar verweven worden, en toch... voor wie rouwt, voor wie iemand verloren heeft, zoals velen van u hier vanmorgen, is dat, zo vermoed ik, helemaal niet vreemd, want bij een verlies, dan ineens hebben liefde en dood álles met elkaar te maken.

Dood en liefde, ze roepen beide hetzelfde gevoel op.

Het gaat bij allebei om verbinding. Liefde legt verbinding, er gaan lijntjes lopen, draden van jou naar die ander, je leven begint zich ongevraagd te verweven met het leven van die ander. Je opent je hart, je ziel en maakt ruimte, je maakt een plek voor die ander.  Op de meest diepe en tegelijkertijd soms de meest eenvoudige alledaagse manier, verbindt dat leven van die ander en alles wat bij hem of haar hoort zich met jouw leven en alles wat bij jou hoort. Je hebt het vaak niet eens door hoe diep iemand met je verweven is geraakt en je kunt het vaak ook niet helpen, het gebeurt gewoon. Dat is wat liefde doet.

Pas nu merk ik, wat hij, wat zij allemaal deed, vertellen mensen wel eens, en dat zit soms in de meest kleine alledaagse dingen, waarin je iemand zo kunt missen. En ook al zijn er duizend en een oplossingen voor van alles te bedenken, daar gaat het dan niet om, het is misschien vooral de ontdekking hoe diep iemand was doorgedrongen tot in de vezels van je bestaan en daar een plek had gekregen.
De liefde legt verbinding, ze weeft draden van de één naar de ander. En laten we eerlijk zijn, daar hoort soms ook de gekwetste liefde bij, de liefde die we misschien hebben gemist bij die ander, of die we zelf niet konden geven om welke reden dan ook, dat wat we tekort kwamen, of de liefde die ons benauwde, ook die draden verbinden ons met de ander. Dat wordt misschien des te meer zichtbaar bij verlies.

Eén mens ontbreekt en de hele wereld is ontwricht...

Pas als iemand er niet meer is, word je je bewust hoe zeer verweven dat leven van die ander met jouw leven was. Waar de liefde verbindingen legt, deze versterkt en verankert in je leven, en houvast geeft, daar ontrafelt de dood juist, knipt verbindingen door, en trekt de draden los. Het worden ineens losse eindjes in je bestaan en de liefde die er voorheen doorheen stroomde, kan plotseling nergens meer heen, niemand die haar ontvangt, die haar ziet, die haar koestert.

Rouw is liefde die zijn adres is kwijtgeraakt, zo omschreef iemand het. Er is allereerst het verdriet om het sterven van die ene, maar soms... ja soms... kun je daar vrede mee hebben, rust in vinden, weten dat het zo goed is voor hem, voor haar. Maar dan is er nog dat andere verdriet, het verdriet om die liefde van jou die haar adres is kwijtgeraakt, want die liefde...die blijft, die houdt niet op met de dood, alleen, je kunt haar niet meer geven aan degene die haar waard was.
Daar sta je dan, met al die liefde in je die dakloos is geworden, met je hart in je handen, dat nog klopt uit liefde voor hem, voor haar maar niemand die het ziet of zich erover ontfermt. Kwetsbaarder dan dat kun je je niet voelen.
Soms vertellen mensen mij dat het voelt of ze helemaal een open wond zijn in de periode na verlies. Iemand zei: Al die niet te geven liefde vult je ooghoeken, bouwt zich op tot een brok in je keel, en nestelt zich in dat holle stuk van binnen.

Sterk als de dood is de liefde.

En je kunt je er niet tegen wapenen, het gebeurt je gewoon, of je het nu wil of niet, Is dat nu eerlijk, lieve God, zoals dat gedicht van Dick ten Hoopen zich afvraagt. Ook al weet je verstandelijk dat de dood bij het leven hoort, dat dit moment eens zou komen, toch is het niet zelden dat wanneer de dood werkelijk een leven binnenkomt, dat je gevoelsmatig denkt: is dit niet teveel gevraagd van een mens, te groot? Moet het nu zo, je hechten aan het bestaan, aan iemand, zó liefhebben en dan toch weer los moeten laten?
En toch kunnen we niet anders, de liefde zit ons in het bloed als mensen, ook al zouden we er voor weglopen, ook al zouden onszelf ervoor verdoven, ook al zouden we alles doen om iedere vorm van kwetsbaarheid te ontvluchten uiteindelijk zijn de dood en de liefde de enige machten, krachten waar we ons niet tegen kunnen wapenen als mens. Ergens vragen ze om een plek in ons leven.

Sterk als de dood is de liefde. In het boek Hooglied is dit vers de enige plek waar de naam van God wordt genoemd, in onze vertaling is dat niet meer zichtbaar, maar als het gaat over de liefde die is als een vlammend vuur, dan zijn dat, zoals er letterlijk staat, de vlammen van de Ene, van God, van de bron van alle leven. In liefde die vlamt als een vuur, en die ons verwarmt is de liefde van God merkbaar, voelbaar, zichtbaar. En dan lees je het vervolg ook anders, over zeeën die deze liefde niet kunnen doven, over rivieren die haar niet weg kunnen spoelen. Dat gaat niet alleen over onze liefde, dat zou kunnen, maar vooral ook over Gods liefde blijft, voorbij grenzen van leven en dood, bij ons en bij die ene die we los moesten laten.

Sterk als de dood is de liefde, het is eigenlijk de rode draad door heel de bijbel heen, hoe in een wereld die weet heeft van de macht van de dood
in al zijn onverbiddelijkheid, hoe in diezelfde wereld zich ook een God laat kennen die liefde geeft, die tot liefde beweegt wie Hem zoeken en vinden en wiens liefde niet ophoudt waar wij haar niet langer kunnen geven aan die ene mens. En zo, vertellen de bijbelverhalen ons, zijn er telkens mensen zijn geweest die het gewaagd hebben met die liefde te leven, erop te vertrouwen, én haar sterker te laten zijn dan alle machten die leiden naar de dood.

Ergens staat geschreven: Laten we elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde. En hoe zou het voor een mens mogelijk zijn niet lief te hebben?
Sterk als de dood is de liefde. Het is in één regel het verhaal van Jezus van Nazareth, die liefde leidraad liet zijn in heel de weg die hij ging, en dan niet alleen liefde voor de gelukkigen, de geslaagden, maar ook voor hen die aan de zijlijn staan, degene zonder status, degene die heling en herstel nodig hebben in zijn of haar leven, degene met verdriet. En toen het er op aankwam, toen de dood dichtbij kwam in Jezus' eigen leven, heeft hij toch tot het uiterste vastgehouden, aan de liefde van God en aan de liefde voor mensen, zozeer dat we sindsdien mogen zeggen, mogen geloven, dat er niet alleen liefde is die sterk is als de dood, maar zelfs, ja zelfs liefde die sterker is dan de dood.
En dat het aan deze God, die liefde is, dat wij onze geliefden mogen toevertrouwen als wij hen niet langer vast kunnen houden, hen niet langer liefde kunnen geven. Ja, er is liefde die sterker is dan de dood. En dat is een kracht die ons niet zal verlaten, hoe donker het ook lijkt. Daar kun je ongevraagd van op aan. Bladzijde voor bladzijde, regel voor regel vertelt de Bijbel ons dit verhaal, ook al wil de wereld ons telkens weer anders doen geloven.

onze liefde terugbrengen bij de bron van liefde, bij God

Het is met dit verhaal, dit weten in ons hart, dit vermoeden, dit geloven, dit hopen, dat we hier in dit huis bij elkaar mogen schuilen, met alle verhalen die we met ons meedragen, met alle unieke mensen die in ons hart bewaren, met alle liefde die we in ons hebben. Bijna alsof we hier
alle reservoir aan liefde die we hebben opgebouwd, en misschien bewaard voor die ene hier terugbrengen bij de bron van liefde zelf, bij God zelf, in de hoop dat Hij het transformeert, dat Hij het verandert in onszelf en dat we - op de dag dat we daaraan toe zijn - onze liefde voor die ene misschien anders kunnen gaan gebruiken, dat we haar misschien kunnen geven aan anderen om ons heen, of aan het leven, aan het goede dat op ons pad komt, waar we van mogen genieten.
Dat we die liefde kunnen geven, aan onszelf ook in het nieuwe leven dat we hoe dan ook weer opbouwen, ook na verlies. Want de liefde blijft, de liefde blijft. Soms zijn er zomaar dagen in het leven na verlies dat je dat merkt, met hoeveel meer draden van liefde je verweven bent, mensen die je altijd terzijde hebben gestaan, je kinderen, familie, vrienden, of juist de mensen van wie je nooit iets verwacht had.
Hoe je door die draden van liefde stapje voor stapje een nieuw weefsel maakt waarmee je je aan het bestaan hecht. We brengen onze liefde voor die ene, dat wat we niet meer aan hem, aan haar kwijt kunnen, we brengen het bij God en hopen, bidden dat Hij het in onszelf transformeert, verandert voor dat nieuwe leven dat we tegemoet gaan, ook al vergeten we hem/haar nooit, zal die ene altijd bij ons blijven.

Sterk als de dood is de liefde
De liefde legt diepe verbindingen, de dood verbreekt ze, zo lijkt het, maar misschien moeten we eerder zeggen dat de dood het wezen van die verbinding bloot legt, de dood laat zien hoe zeer de afdruk van die ene in ons hart blijft als een zegel in de was, hoe we hem/haar zo met ons blijven mee dragen. En dat als wij het niet meer kunnen, dat die afdruk van die ene bewaard blijft voor altijd in Gods hart.
In dat vertrouwen noemen we hier vandaag de namen van hen die ons lief zijn.

Amen