Logo van de kerk

overweging in 2018 op 4 maart

Overweging in 2018 op 4 maart

Derde zondag van de Veertigdagentijd
Lezing: Marcus 4: 30-33 en 2 Kor 3: 1-6

Inleidende woorden aan het begin van de dienst:
In ons Veertigdagenproject Kring van Hoop, gaat het vandaag over: hoopvolle verhalen, dat is het thema van deze zondag.
De kerk is van alles, maar het is vooral een plek van verhalen, hoopvolle verhalen, hét verhaal van God met mensen, het verhaal van het goede nieuws van Jezus, verhalen als een schat die we telkens weer door mogen geven, die er telkens weer om vragen verteld te worden.
In de kindernevendienst gaan de kinderen luisteren naar het verhaal van het mosterdzaadje, een hoopvol verhaal van hoe iets klein kan beginnen maar uit kan groeien tot iets groots. Wij hier in de kerkzaal gaan luisteren naar een stuk uit een brief van Paulus aan de Korinthiers, waarin hij schrijft tot die gemeente: jullie zelf het zijn het hoopvolle verhaal u bent zelf een brief van Christus, geschreven door de Geest.

Aanbevelingsbrief nodig?

Kent u dit blad al? (Magazine ‘Petrus’). Het is het nieuwste magazine van onze landelijke kerk, vol met verhalen uit lokale gemeentes. Het is gratis aan te vragen en enkele keren per jaar ligt het dan op je deurmat. Dominee Hans van Ark, momenteel directeur van de dienstenorganisatie, schreef er een brief bij, een aanbevelingsbrief, om het in de termen van Paulus vandaag te zeggen:
Met vreugde presenteer ik u het eerste nummer van een gloednieuw magazine van de PKN, boordevol verhalen van geloof, hoop en liefde. Binnen de kerk gebeurt zoveel moois, graag delen we deze verhalen met u.
En inderdaad, je kunt het volledig onderschrijven, er gebeuren veel mooie dingen binnen onze kerken, hier en elders, en waarom zou je die verhalen niet delen, bekend maken, ermee naar buiten treden? Helemaal niets mis mee.

Toch stemt het ook wel tot nadenken, de uitgave van zo’n blad van onze kerk. Binnen de veelheid van stromingen, overtuigingen en aanbod aan zingeving in onze tijd en samenleving, is de weg naar de kerk niet meer vanzelfsprekend, weten mensen lang niet meer altijd wat er gebeurt binnen de kerkmuren, daar moet je ruchtbaarheid aan geven, dat moet je delen. Je moet jezelf als het ware in de markt zetten. Dat is een nieuwe ervaring voor onze kerk in de recente geschiedenis, daarvoor was de kerk heel lang een vanzelfsprekende plek en macht binnen onze samenleving, voor iedereen bekend en voor iedereen te vinden.
Deze tijd stelt nieuwe vragen aan onszelf als kerk, als gemeente, want nu de kerk steeds kleiner wordt, steeds minder vanzelfsprekend, worden we weer meer gedwongen na te denken over de kern, waarom is de kerk, geloven, van waarde voor ons, waarom zetten we er ons voor in, wat zou er verloren gaan als de kerk er niet meer zou zijn?
Vragen die je soms ook onzeker kunnen maken, die twijfel met zich mee kunnen brengen, vragen die aanzetten tot nadenken over wie je bent als kerk, als gemeente, waar het nu wezenlijk om draait, geloofsvragen dus uiteindelijk.

Dat was ook wel even wat de uitgave van dit blad even bij me opriep, wie moet er nu eigenlijk overtuigd worden met dit blad, en waarvan? Sluimert er iets in door van: wij zijn er ook nog als kerk, wij doen ook nog mee, kijk maar we hebben zelfs een mooi glanzend blad? En is dat dan waar het om gaat? Moet de kerk als product op de markt worden gezet of zou het toch het evangelie moeten zijn, het goede nieuws, het hoopvolle verhaal van Jezus Christus? Is dat niet valkuil van zo’n uitgave, of van ons kerk-zijn in het algemeen, dat we toch vooral willen laten zien hoe belangrijk we zélf zijn als kerk, terwijl we van onszelf zouden moeten afwijzen, naar degene wie we heten, naar Christus

Verhaal van een verliezer?

Ook al is de ervaring voor óns in deze tijd nieuw om als kerk zo in de marge en klein te zijn, het is altijd goed om te beseffen hoe de kerk, hoe de beweging van Jezus’ leerlingen ook ooit zo is begonnen en dat Paulus, van wie we vandaag een stukje brief lazen, in soortgelijke omstandigheden als de onze verkeert als hij aankomt in Korinthe.
Korinthe was in die tijd een bruisende havenstad, een smeltkroes van allerlei culturen, overtuigingen, filosofieën en godsdiensten en dan komt Paulus daar met het verhaal van een gekruisigde, die redt, van leven dat door de dood heengaat, van kracht die gevonden wordt in zwakheid, van wijsheid die verscholen ligt in dwaasheid,
wij verkondigen een gekruisigde Christus,
voor Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas,

zo vat Paulus de algemene reactie samen op zijn boodschap in zijn eerste brief aan de Korinthiers. Als je het vanuit deze tijd zou bekijken, is het een verhaal dat op allerhande manieren geen schijn van kans maakt, niet goed in de markt ligt, het verhaal van een verliezer.

Paulus pakt als hij in Korinthe is, zijn beroep als tentenmaker op en daarnaast vormt zich langzaamaan een jonge gemeente, die bekend raakt met het verhaal van Jezus’ leven, sterven en opstanding en die de bevrijdende kracht ervan ervaart. Maar het gaat allemaal niet zonder slag of stoot in Korinthe, het christelijke begrip vrijheid wordt vertaald door de Korinthiers door te denken dat alles is toegestaan, ook in gedrag en omgang met elkaar. Het blijkt moeilijk te begrijpen, en misschien kun je zeggen, nog steeds, ook voor ons, dat de weg van Jezus, de weg van het evangelie, zich eerder openbaart in het kleine, in het kwetsbare, in de verborgenheid, in het lijden, dan in verhalen van kracht, van macht, van succes en heldendom.

Zodra er na Paulus apostelen komen, die zoals hij het noemt, schijnapostelen zijn, en die een andere Jezus verkondigen dan hij, een machtige glorierijke overwinnende Christus, dan gaat de gemeente in Korinthe voor de bijl. Paulus’ positie en integriteit staat op het spel, want wie is nu de ware apostel van Jezus Christus en Paulus is zwaar teleurgesteld in zijn gemeente. In verschillende fragmenten van zijn brief is zijn worsteling en intense relatie met deze gemeente te merken, hij tiert, hij wanhoopt, hij dreigt alle contact te verbreken om vervolgens weer tot verzoening met hen te komen en zich met hen te verbinden. Een soort van haat – liefde verhouding met die gemeente, zou je kunnen zeggen.

Plek van geloof én beproeving

Ik wil daar even bij stil staan omdat dat denk ik bij tijd en wijle ook herkenbaar is voor onszelf, zo’n dubbele verhouding tot je eigen gemeente, tot de kerk, hoe je enorm verbonden kunt zijn met de gemeente, trots om alles wat er gebeurd, bemoedigd door wat die plek voor je betekent, geïnspireerd door de hoopvolle verhalen die je met elkaar mag delen en tegelijkertijd is er soms ook die andere kant,  de lange adem die je soms nodig hebt in de kerk, hoe je er soms ook op stuk kunt lopen, zoekend om elkaar te begrijpen, iets van geloof met elkaar te delen, aanvaarden ook met vallen en opstaan hoe verschillend we soms zijn, en hoeveel energie er soms weglekt in de ogenschijnlijke bijzaken, in kleinigheden, frustraties. Niets grijpt bij mensen ook zo diep in dan wanneer er iets in de kerk gebeurt, of iets met kerkmensen dat je teleurstelt, kwetst etc. De theoloog Bonhoeffer heeft daar veel over geschreven: dat de gemeente van Christus niet alleen de plek is waar het goede nieuws gedeeld mag worden, maar ook waar je soms lijdt aan elkaar, dat het een gemeenschap kan zijn waarin het wringt en schuurt, waarin je het moet volhouden met elkaar.

Tomas Halik, Tsjechisch theoloog, zegt zelfs dat die levensechte gemeenschap van mensen van vlees en bloed je helpt om te rijpen in je geloof, de gemeente niet alleen als vindplek van geloven, maar ook als een beproeving van je geloven, getoetst aan de weerbarstige praktijk van het samen gemeente –zijn, in de ontmoeting met mensen met al hun kracht en kwetsbaarheden, met al hun ideeën, meningen en overtuigingen.

Paulus heeft geworsteld met zijn gemeente in Korinthe, alles heeft hij doorstaan, alles heeft hij ondergaan, maar uiteindelijk zegt hij precies tegen deze gemeente: Jullie zelf zijn een brief van Christus, jullie zelf zijn het levende papier waarop Christus schrijft, jullie zelf zijn leesbaar als een hoopvol verhaal, jullie zelf zijn vindplek van de Geest van God.
En dat is eigenlijk een hele bijzondere en bemoedigende boodschap, die gemeente waar hij zo mee geworsteld heeft, waar hij zo de kwetsbare plekken, het falen, de grilligheid van heeft gezien en nog ziet, hun menselijkheid ook, uiteindelijk zegt hij precies tegen hen: ik heb geen enkele aanbevelingsbrief nodig, want jullie zijn een brief van Christus. Jullie zijn het, samen vormen jullie de letters, de woorden, de regels van het evangelie, van het goede nieuws van Christus leven en sterven, geschreven niet met inkt, maar met de Geest van de levende God in harten van mensen.

Het is alsof de schellen van Paulus ogen zijn gevallen na alles wat hij heeft meegemaakt met de gemeente van Korinthe, alsof hij dieper, ruimer, geestelijker naar de gemeente, die groep van mensen kijkt, voorbij het menselijke geharrewar, voorbij zijn eigen ik en alles wat daarbij hoort, alsof hij ineens ziet: En toch, deze plek, deze groep van mensen is gemeente van Christus, een brief van Hem. Dit is de vindplek waar zijn Geest onder ons is, nergens anders dan hier tussen deze mensen van vlees en bloed wil Christus zich laten vinden, hier wil Hij in het midden zijn. In jullie schrijft Christus zijn verhaal van hoop en leven, maar dan niet via de weg van macht, kracht en succes, maar langs de weg van leven met alles wat daarbij hoort. Al het mooie, maar ook alles waar je op stuk loopt, al wat je dankbaar stemt, maar ook alles waaraan je lijdt.

Dankzij Christus

Paulus zegt er iets heel belangrijks bij: Dit vertrouwen, n.l. dat jullie een brief van Christus zijn, kunnen wij dankzij Christus tegenover God uitspreken. Want dat is het ook, en dat heb je ook hard nodig, vertrouwen dat Christus in het midden van de gemeente te vinden is, vertrouwen dat je als gemeente samen meer bent dan een groep individuen die elk op zijn of haar eigen manier gelooft, vertrouwen ook dat je niet zonder die levensechte gemeenschap van mensen van God kunt in je geloof. Dat vertrouwen heb je hard nodig om je niet te verliezen in bijzaken, of oppervlakkigheden, die afleiden van de kern, ook of juist in de kerk en gemeente-zijn. Vertrouwen ook dat past bij een mosterdzaadje, dat er in de kern, in de kiem van alles verborgen ligt, dat tot bloei kan komen, tot wasdom. Bezig zijn in de gemeente, in de kerk is misschien juist ook vaak zaaien, in het vertrouwen dat God ermee verder zal gaan, dat Hij het zal oogsten.

Het beeld dat Paulus, de briefschrijver, gebruikt voor gemeente-zijn, vind ik een ongelooflijk bemoedigende en ook relativerende boodschap. Dat wij hier niet alleen in al ons bezig zijn in deze kerk, deze gemeente onze eigen geschiedenis schrijven, maar dat we van God uit gezien ook een brief van Christus zijn, leesbaar voor mensen als zijn erfenis, dat tussen de regels door de levendmakende Geest van God te vinden is en dat we daarop mogen vertrouwen. We zijn geen onbeschreven blad als gemeente, geen glanzend magazine met alleen maar succesverhalen, maar God, Christus is in ons midden en we mogen erop vertrouwen dat hij onze kleine beetjes vruchtbaar maakt.

We zingen straks dat lied van Sytze de Vries dat zegt dat we ons als gemeente voluit mogen laten lezen, en dat lijkt me heel belangrijk, juist in deze tijd van een veelheid aan stromingen, overtuigingen en zingeving, dat we ons voluit laten lezen als gemeente van Christus. We hoeven niets te verbergen, we hoeven onszelf niet te etaleren, of een gemeenschap van heiligen alleen te zijn, we hoeven niet alle antwoorden te hebben, wat we alleen kunnen en misschien ook hoeven doen is oprecht te zijn, authentiek in onze manier van geloven, wat ons raakt, wat onze vragen en twijfels zijn, en onze beperkingen ook erkennen. En door dat alles heen niet het vertrouwen verliezen dat we een brief van Christus zijn, dat de Heer ons met liefde neerschrijft, Hij is de schrijver, wij zijn opgenomen in zijn verhaal, en dat zijn Geest er is die ons als letters aan elkander rijgt.

Amen