Logo van de kerk

overweging in 2018 op 4 februari

Overweging in 2018 op 4 februari

Lezing 2 Koningen 4

Twee verhalen op leven en dood

Twee verhalen liepen met me mee deze week, twee verhalen die op een wonderlijke manier aan elkaar haakten. Het eerste verhaal is het afscheid van onze neef afgelopen donderdag, hij stierf vorige week vrijdagavond 36 jaar oud nadat hij anderhalf jaar had gestreden tegen de kanker in zijn lichaam. Bij dit eerste verhaal hoort het onbeschrijfelijke verdriet van zijn ouders en zussen, er hoort de ervaring bij dat je als mens, ook al weet je dat het kan gebeuren, er uiteindelijk niet op gebouwd bent een zo jong iemand te laten gaan en neer te leggen in de koude grond, er hoort het definitieve van de dood bij, het afscheid van iemand die nooit meer terugkomt.

En daar kwam dan aan het begin van deze week toen ik de Bijbel opensloeg voor vandaag dat wonderlijke verhaal uit 2 Koningen 4 bij, ook het verhaal over ouders en hun kind, of misschien moeten we zeggen, een moeder en haar kind. Een verhaal over verlies, over je kwetsbaar weten in degene van wie je houdt, en toch ook een verhaal over leven, over de dood die niet het laatste woord heeft.

Zo komt een Bijbelverhaal ineens even heel dichtbij in wat je in je eigen leven meemaakt, dat zult u ongetwijfeld herkennen en misschien zelfs wel bij het luisteren naar het verhaal van vandaag, dat er iets aangeraakt werd wat in uw eigen leven bij u hoort, misschien dat stuk van de vrouw die kinderloos is en niet wil dat de profeet haar iets van hoop voorspiegelt, of de vrouw die toch een kind ontvangt en het dan weer los moet laten, of haar onverzettelijkheid tegen het definitieve van de dood van haar kind. Op allerlei momenten in het verhaal heeft u misschien iets van uw eigen leven kunnen herkennen. En dat maakt het niet een eenvoudig verhaal om naar te luisteren, het kan van alles losmaken.

Ik moest deze week regelmatig eens even denken aan iemand uit mijn vorige gemeente, een moeder die haar zoon op veertigjarige leeftijd verloor en vaak tegen me zei: het gaat eigenlijk best goed met mij, maar in de kerk… in de kerk heb ik het altijd het moeilijkst maar… zo voegde ze dan vaak toe… dat kan ook niet anders en ik wil het ook niet anders want in de kerk heb je het nu eenmaal niet over koetjes en kalfjes, maar gaat het altijd over verhalen op leven en dood.
Een verhaal op leven en dood, dat is het verhaal van vanmorgen zeker, en ik vroeg me af: zijn die twee verhalen die in de afgelopen week met mij mee liepen, met elkaar te rijmen en hoe dan, hoe raken ze elkaar?

Een heilige ruimte

Zoals ik al in de inleiding zei, is dit verhaal opgenomen in een reeks van wonderlijke verhalen over Elisa, maar het is toch vooral de vrouw, de moeder die indruk maakt in dit verhaal, als je haar volgt in wat zij doet en laat. Voor een verhaal uit een tijd waarin vrouwen niet vanzelfsprekend een plek kregen, is deze vrouw onafhankelijk, doortastend, iemand die zich niet laat afleiden door anderen maar haar eigen weg zoekt. Het begint al met het feit dat ze een apart kamertje laat bouwen voor de profeet, want hij moet wel een heilige Gods zijn, zo zegt ze tegen haar man. Iemand die zo haar leven op orde lijkt te hebben, op geen enkele manier afhankelijk lijkt te zijn van welke macht dan ook, niet van een leger, niet van een koning, niet van een man, niet van de welvaart of liefdadigheid van anderen, zij laat een kamer apart bij bouwen. Een ruimte voor een man Gods, en dan ook alleen voor hem, een ruimte voor iemand die een andere werkelijkheid vertegenwoordigt dan wat zij allemaal kent, wat zij allemaal onder haar regie heeft, in handen heeft. Een ruimte die niet in beslag wordt genomen door haar eigen leven en alles wat daar bij hoort, maar een ruimte die leeg blijft, toegewijd, gewijd aan de heiligheid die Elisa met zich meedraagt, een ruimte voor God.
Ook als Elisa er niet is, stel ik me zo voor dat dat kamertje zijn uitwerking heeft. Zo’n ruimte in je eigen huis die je eraan herinnert dat je niet alles in eigen handen hebt, een heilige ruimte, waar je iets van de andere kant verwacht, waar je soms ook niet van weet wat het je zal brengen, een ruimte met een geheim.

Soms verzuchten andere mensen wel eens hoe het toch fijn is dat geloven je zo’n steun en houvast kan geven en dat is bij tijd en wijle ook zeker zo, tegelijkertijd heb ik zo’n vermoeden dat u ook zult herkennen dat geloven, dat God soms ook vragen oproept, ons juist weghaalt uit de overzichtelijkheid van ons leven, juist een tegenpool binnenbrengt in je leven. Ik denk nog weer even aan het verhaal van mijn neef van afgelopen week, hoe geloven een grote troost maar tegelijkertijd ook één grote aanvechting is, als je die hele weg aflegt van afscheid nemen en wegbrengen naar het graf, hoe het een zoektocht is als je ruimte voor God zoekt in dat hele proces, in hoe hij er bij betrokken is. Geloven, God kan dragen maar ook ontwrichten, je van de kaart brengen, je leiden naar onbekend gebied, een onbekende ruimte, gaan in een land waar je de weg niet kent.

De moeder uit Sunem ervaart pas werkelijk wie ze in huis heeft gehaald als Elisa iets voor haar wil doen, haar iets wil geven voor haar gastvrijheid, en in zekere zin raakt hij haar in haar kwetsbaarheid. Ze heeft nergens om gevraagd, ze heeft Elisa’s voorspraak niet nodig bij de machtigen in haar volk, maar dan benoemt Gehazi haar kinderloosheid, in bijbelse zin het ontbreken van elke toekomst, van elk perspectief.

Kwetsbaar

Ik hoor het mijn tante deze week zeggen tegen iemand naast haar: “Je bent het meest kwetsbaar in je kinderen”. Dat is op allerlei manieren uit te leggen, de liefde voor je kinderen het verdriet over…, de onverbrekelijke band met…, maar misschien ook omdat een kind, of het nu van jezelf is of niet, dat een kind uiteindelijk zoveel toekomst in zich draagt, die open ligt, die je niet in de hand hebt, die je niet kunt sturen. Je weet niet precies waar je aan begint, of waar het je brengt, het vraagt een soort sprong van je in het diepe, waar je niet meer op terug kunt komen.
De meest aangrijpende zin in het verhaal is, denk ik wel, wanneer de moeder zegt: Heb ik u soms om een zoon gevraagd? Heb ik niet gezegd dat u geen valse hoop moest wekken?

Alles wat er (als het goed is) mee wordt geboren met een kind, de liefde en hoop, openheid, maar ook loslaten en trouw door alles heen, het zijn de dingen die het leven dragen, zinvol maken, optillen. Maar ook waar je het meest kwetsbaar in bent als het je uit de handen glipt, waar je het meeste pijn aan lijdt, als je het verliest of als het stuk wordt gemaakt, zozeer dat je misschien vanuit je gekwetstheid kunt zeggen: was ik er maar nooit aan begonnen, of ik begin er nooit meer aan. Dezelfde ervaring kan ook gelden voor het intens liefhebben van iemand, of het gaan voor een droom.
In de Bijbel gaat het bij het uitblijven of juist de geboorte van een kind ook altijd over Gods toekomst, Gods verhaal, of dit doorgaat, of mensen zich eraan durven verbinden, blijvend durven verbinden, ondanks alles wat hen daarvan af wil brengen, alle machten en krachten die je doen afvragen, waarom ben ik er ooit aan begonnen, aan geloven, aan de weg met God?

Gaan naar waar het hoort

Kijk, hoe de moeder ermee omgaat in het verhaal. Als ze het liefste, de liefste in haar leven los moet laten, als dat haar uit handen wordt geslagen en alles wat er mee sterft, dan legt ze het op die heilige plek neer, die toegewijde ruimte waar zij niet alles meer in handen heeft, dat grensgebied, waar ze wat van God verwacht en als haar man haar onderweg aanspreekt, als ze de ezeldrijver spreekt, als de knecht van Elisa haar tegemoet komt, dan laat ze zich niet van haar weg brengen, maar brengt ze het daar waar het hoort voor haar, daar waar ze het dichtst bij God kan komen, bij die man Gods. Ze bestormt hem met haar vragen, haar pijn, haar boosheid, haar verdriet.

Toen ik niet zo lang geleden iemand sprak voor wie het toekomstperspectief door het lot helemaal uit handen was geslagen, toen zei ze: ik kan er geen kant mee op. En inderdaad, het was iets waar je geen kant mee op kon, zeker niet als mens, maar juist daarom moet je er mee naar God zelf, zei ik, niet als dooddoener, niet als een pasklaar antwoord, niet als een goedkope troost, maar gaan naar degene die het met ons uithoudt, met ons volhoudt. Daar waar we tegen de grenzen aanlopen van alles waar ons leven op gebouwd is, op liefde, op hoop, op openheid en loslaten, de vrouw brengt het daar waar het hoort, bij degene die de hoop in haar gewekt heeft en degene die het uithoudt als de hoop haar ontvalt en ze rust niet tot God ook dichtbij haar komt, tot de man Gods dicht bij haar liefste komt, dicht bij haar verlies, dicht bij haar pijn. Alsof ze God zelf er met de haren bij wil slepen, tot in de dood.
Zo waar de Heer leeft en zo waar u leeft, ik ga niet zonder u.

Met warmte tot leven gewekt

Elisa laat zich mee voeren en gaat de kamer binnen. Hij sluit de deur achter zich en is alleen, met de dode jongen en met God. Hij bidt en strekt zich uit over de jongen, mond op mond, handen op handen, één met de dode, zo ligt de profeet daar, als in een graf, er is geen afstand meer, niets meer om je achter verschuilen, geen mooi, verzachtend woord, geen medische verklaring, alleen maar deze ene mens die namens God solidair wordt tot in de dood, zo verbeeldt hij Gods verzet tegen de dood. God die een God van levenden is, zoals we in stamelend en tastend geloof zeggen bij een graf, God die een mens niet alleen laat in een koud graf, maar met de warmte van zijn liefde het tot leven wekt en het uitroept als nieuw, zoals de dominee het afgelopen donderdag verwoordde.

Dat alles verbeeldt dat verhaal van die profeet en de jongen in die heilige kamer, en ook die moeder die in al haar onverzettelijkheid beeld van God is, bij wie de dood niet het laatste woord heeft. En ook Jezus die verbonden is met God en mensen tot in de dood, tot in het graf, is daar beelddrager van, van die hoop.
Je komt hier aan een grens van wat je met woorden kunt zeggen, wat voor te stellen is, laat staan uit te leggen. Ergens leken die twee verhalen van deze week mijlenver uit elkaar te liggen, lijn recht tegenover elkaar te staan, maar juist in die uiteinden raken ze elkaar weer, buigen ze naar elkaar toe, want wat zou het kaal en schraal zijn, het ene verhaal zonder het andere, of nietszeggend, het andere zonder het ene. Dat Gods verhaal zo ons eigen levensverhaal mag blijven kleuren

Amen