Logo van de kerk

overweging in 2018 op 25 maart

Overweging in 2018 op 25 maart Palmzondag

Johannes 11; 55 – 12: 19

Twee verhalen: binnenkant en buitenkant

Dagen lang al is het groot nieuws. Op het journaal zijn beelden te zien van een stad die zich voorbereidt, van drommen mensen die aankomen uit alle hoeken van het land, routes die worden afgezet, en maatregelen die getroffen worden mocht het uit de hand lopen.  Correspondenten ter plekke interviewen de gewone man en vrouw op straat en je hoort ze met elkaar praten, over wat er gebeurd is, welke wonderlijke verhalen er de ronde doen, maar ook wat er nog in het verschiet ligt, zou hij het doen, wat denk jij, zou hij het aandurven? Ik moet het nog maar zien of hij komt. Om vervolgens terug te schakelen naar de studio waar een gezagsdrager is aangeschoven, die heel duidelijk maakt dat er ten aanzien van deze persoon geen enkele aarzeling is. Zodra men weet waar hij zit, wordt hij zonder pardon gearresteerd en opgepakt.

 Ver weg van de draaiende camera's, het opgewonden rumoer van de menigte, buiten de stad in een rustig dorp vindt een heel ander tafereel plaats. In plaats van opwinding en dreiging is er rust en vertrouwelijkheid. Een huis waar geborgenheid is, een maaltijd met vrienden, een moment misschien ook van voorbereiden, moed verzamelen voor wat komen gaat, onder ogen zien dat er geen andere weg zal zijn dan deze.
En dan is daar plotseling dat bijzondere gebaar, Ze staat op, knielt voor hem neer, laat de olie stromen en zalft zijn voeten, een gebaar dat alle gesprekken doet verstommen.

Zo ongeveer, stel ik me voor, schuiven die twee verhalen, de beelden van het evangelie van vandaag in elkaar, of over elkaar heen. Dat verhaal van de intocht met die grote anonieme menigte om Jezus heen, en dat intieme verhaal van de zalving, waarin Jezus omringd is door mensen die hem kennen, en vertrouwd zijn. Twee verhalen, het ene een verhaal van de buitenkant, de publieke ruimte, een verhaal van toeschouwers, buitenstaanders het andere een verhaal over de binnenkant, van persoonlijke betrokkenheid, over datgene wat meer verborgen blijft.

Raak mij aan…

Alle evangelisten vertellen het verhaal van de zalving van Jezus, maar een ieder doet dat op zijn eigen manier. De één vertelt dat het Jezus’ hoofd is, dat gezalfd wordt, bij Johannes zijn het de voeten, in andere evangeliën is het een onbekende vrouw die naar voren komt, bij Johannes horen we haar naam, Maria, zus van Marta en Lazarus, op andere plekken wordt het veel eerder of juist veel later op Jezus’ weg verteld, Johannes plaatst het gebeuren vlak voor de intocht. In elk evangelie krijgt de zalving z’n eigen kleur en accent, maar wat in alle gevallen gelijk is, is dat het een bijzonder kwetsbaar en intiem gebeuren is, zalven, aanraken, verzorgen. Nergens wordt Jezus die zelf zoveel mensen de handen oplegt, aanraakt en heelt, zo liefdevol bejegent. Zalving was voor koningen en voor doden. Hier zo vlak voor de intocht wordt Jezus als een ten dode opgeschreven koning gezalfd, een gebaar dat liefdevol en onthullend tegelijk is, want het bevestigt de weg die Jezus zal gaan.
Wat eigenlijk onuitgesproken al duidelijk was, voelt Jezus nu aan den lijve. De zalving die zijn geschonden lichaam straks niet meer zal krijgen, als hij aan het kruis hangt, wordt nu al aan hem gedaan. Laat haar, laat haar begaan, zegt Hij als Judas protesteert. Alsof hij zeggen wil: het doet me goed.

Als ik vrijkom
ga ik iemand vragen
mij aan te raken

Zo schrijft de Zuid-Afrikaanse Hugh Lewin in de jaren ’60 vanuit de gevangenis, als hij zeven jaar opgesloten is vanwege zijn strijd tegen de apartheid.

Als ik vrijkom
ga ik iemand vragen
mij aan te raken

heel voorzichtig graag
en langzaam
raak me aan
ik wil
weer leren
hoe het leven voelt

En hij beschrijft vervolgens hoe hij zeven jaar lang wel is aangeraakt, maar dan door beukende vuisten en duwende handen, onverschillige en onpersoonlijke aanrakingen, aanrakingen die geen aanrakingen waren.
Ik weet nu wat ‘onaanraakbare’ betekent schrijft hij.

ik wil geen vuisten en handen
ik wil weer aangeraakt worden
en aanraken
ik wil mij weer levend voelen
Wanneer ik vrijkom…
wil ik zeggen
hier ben ik
raak me alsjeblieft aan

Op ontroerende wijze beschrijft Lewin hoe aanraking, werkelijke aanraking van levensbelang is voor een mens, Lewin verlangt naar wederkerigheid, dat wat de ene mens de andere kan geven, de herkenning dat je mens bent, in heel je wezen, een wezen dat aangeraakt wil worden, aan wil raken, en je daarin gezien, gekend en bemind weten. Er is dat bekende experiment van hoe dat ene aapje dat geen aanraking kreeg, eerder stierf dan dat aapje dat geen voedsel kreeg. Hoe veel te meer een mens.

De hand die de jouwe zoekt, een schouder, een omhelzing, het kan soms zo veel meer betekenen dan woorden kunnen doen, iemand reikt naar je, je laat je raken, of andersom. Het is die kwetsbare balans van geven en ontvangen.
Iemand vertelt: heel mijn leven raakte ik mijn vader nauwelijks aan, dat waren we nooit zo gewend, maar dat ik op zijn sterfbed zijn hand vast kon houden, dat hij de mijne zocht heeft zoveel voor me betekend. Die aanraking zei me meer dan duizend woorden hadden kunnen doen.

Nu ik nog vrij ben,
ga ik iemand vragen
mij aan te raken
heel voorzichtig graag en langzaam…

Zo zouden de woorden van Jezus kunnen klinken hier op dit moment, deze aanraking als kracht voor wat komen gaat.

Judas en Maria

Twee mensen, twee uitersten staan hier bij Jezus, aan de ene kant Maria, met haar stilzwijgende gebaar van liefde en overgave en aan de andere kant Judas met zijn afstandelijkheid, zijn calculerende reactie op wat er gebeurt voor zijn ogen. Wat haalt dit nu uit, wat heeft het in vredesnaam voor nut, wat Maria hier doet, had dit niet veel beter, efficiënter, nuttiger kunnen worden gebruikt? Twee stemmen, twee mensen, twee uitersten die iets spiegelen van hoe de wegen uiteenlopen, nu het net zich sluit rondom Jezus, nu het er op aankomt. Terwijl voor Maria Jezus van steeds groter waarde is geworden, tot dit moment waarop ze het kostbaarste schenkt wat ze heeft, heeft Jezus in Judas’ ogen alleen maar aan waarde verloren, er valt geen winst meer met hem en op hem te halen, Jezus heeft afgedaan, alles wat nu nog aan hem wordt gedaan is verspilde moeite, volgens Judas

Twee reacties die iets weerspiegelen van wat in ons zelf aanwezig is, als wij Jezus volgen op dat laatste stuk, die iets weerspiegelen welke kant het met ons zelf op kan gaan als het er op aankomt, met ons geloof, met onze hoop. En laten we niet te snel denken dat we de één of de ander zijn, beide zijn wel in ons zelf aanwezig, beide onthullen wel iets over wie we zijn. Maria, degene die ondanks of misschien wel dankzij de omstandigheden meer dan ooit begrijpt waar het bij Jezus om gaat, antwoord geven op de liefde waarmee hij ons als eerste heeft liefgehad, weten dat dat het enige is wat telt uiteindelijk. Soms ben je daar getuige van of misschien heeft u het aan den lijve ervaren hoe mensen soms in de moeilijkste omstandigheden, waarin alles lijkt weg te vallen, ineens een soort helderheid over zich krijgen wat uiteindelijk van belang is, waar het uiteindelijk om draait, een soort kern van het bestaan, waartegen al het andere wegvalt, en hoe mensen daar ook gehoor aan durven geven.

Maria luistert naar die stem, en niet meer naar de oordelen om haar heen over wat ze zal doen. Uit haar spreekt een geloof, dat ook al zal haar gebaar niets aan de omstandigheden veranderen, dat het toch van levensbelang is, een verschil maakt, ja zelfs essentieel is. Zoals we hier in de kerk telkens weer licht ontsteken, spreken van een nieuwe hemel, nieuwe aarde, na het kyrie de lofzang zingen, het woord liefde in de mond durven nemen.

Het is dan maar een dunne grens naar de Judas in onszelf, die zich afvraagt wat het allemaal uithaalt, wat voor nut het toch heeft, of het niet allemaal verspilde moeite is, of we niet al onze tijd, energie, ons geld veel beter zouden kunnen gebruiken, efficiënter, nuttiger. In Judas klinkt de stem van ons geloof door, die zich afvraagt waarvoor we het eigenlijk allemaal in vredesnaam gedaan hebben, de stem van teleurstelling of verbittering dat het ons uiteindelijk niets heeft opgeleverd, al dat bezig zijn met Jezus, God, geloven, kerk. Dat je er uiteindelijk als het er op aankomt niets aan hebt. Soms ben je er getuige van of misschien hebt u dat zelf wel aan den lijve ervaren, hoe die stem, als het er op aankomt in mensenlevens de overhand krijgt, hoe daar gehoor aan gegeven wordt.  

Maria en Judas, ze zijn er allebei in onszelf, in ons geloven, in onze weg met Jezus. Ze helpen ons in deze week om de reis naar binnen te maken in onszelf, om onszelf eerlijk onder ogen te komen, onszelf af te vragen waar wij staan vooral op dat laatste stuk van de weg van Jezus, heden hosanna, morgen kruisigt hem.

Ergens schrijft Johannes dat niemand Jezus iets hoefde te vertellen over de mens want hij wist precies wat er in de mens omging, en toch vervolgt hij zijn weg, aangeraakt door dat gebaar van liefde, van zalving, erop vertrouwend dat dat overeind zal blijven op het allerlaatst. Hij verlaat het huis van zijn vrienden en gaat op weg naar Jeruzalem.
Laten we hem volgen op die weg…

Amen