Logo van de kerk

overweging in 2018 op 23 september

Overweging 23 september 2018 Startzondag

lezing Marcus 9: 30-37

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Als iemand dat wil: eerste zijn,
zal hij van allen een laatste zijn, - van allen een bediende!

Over deze woorden van Jezus wil ik vanmorgen met u nadenken, deze woorden zijn het waar dat hele gesprek van de leerlingen onderling en uiteindelijk het gesprek ook mét Jezus op uit loopt. En ze klinken heel vertrouwd uit de mond van Jezus, op heel veel verschillende plekken in de Bijbel zegt Jezus dingen over de eersten en de laatsten, de belangrijksten en de minsten, de grootsten en de kleinsten en altijd draait het er op uit dat er een omkering zal zijn, zoals we ook zongen in dat lied na de lezing, over de eersten die de laatsten zijn, en wie nakomt die komt voorop. Bij Jezus zijn de plekken altijd anders verdeeld dan het er in deze wereld aan toegaat, niet de sterkste, de belangrijkste, de grootste, maar het kwetsbare, het kind, de mensen die over het hoofd worden gezien, die komen voorop. Zo gaat het er aan toe bij God zelf, en in de beweging rondom Jezus.

En…wat er vaak ook aan vastkleeft, aan deze woorden, misschien omdat het ook zo vaak zo uit is gelegd, is dat wie gelooft, wie de weg van Jezus wil gaan, dat hij of zij ook de minste moet willen zijn, of de laatste. Een beetje in de lijn van hoe je ouders vroeger tegen je konden zeggen, dat jij dan maar de verstandigste en de wijste moest zijn. Ik weet niet hoe dat voor u voelde …is er iemand die dat wel eens hoorde… maar altijd had je dan achteraf het gevoel dat je er maar bekaaid afkwam.

Eerste en laatste plaats?

Als iemand dat wil: eerste zijn,
zal hij van allen een laatste zijn, - van allen een bediende!

Ik kan het niet helpen dat ik bij deze woorden over de eerste en de laatste moet denken aan een jeugdherinnering die indertijd nogal indruk op mij maakte en die me nog haarscherp voor ogen staat. Vraag me niet hoe, maar ik heb er notabene nog een wazig kiekje van ook. (Foto laten zien!)

Die met die grote gele zonneklep, dat ben ik. Het was een dag dat ik met een vriendinnetje naar tante Baukje in Stavoren ging. En tante Baukje was het type rinkelende oorbellen, sandalen, zwierige rokken, en een grote bos krullen, heel anders dan mijn eigen moeder, laten we maar zeggen. En tante Baukje had bij mijn weten geen eigen kinderen, maar vond het wel heerlijk om met kinderen op te trekken en vooral ze iets te leren. Dus, op die dag had ze bedacht, toen we aan het toetje toe waren, en een heerlijke fles vla en bramensaus rond zou gaan, dat wij als kinderen zelf mochten bedenken hoeveel vla met bramensaus we in ons bord zouden gieten. 1 fles vla, 1 fles bramensaus en een hele schare kinderen rondom de tafel. En dat meisje rechts van mij, die mocht beginnen en dan gingen de flessen de tafel rond, eindigend bij….ja, u snapt het denk ik al. Tegen de tijd dat de fles bij mij aan kwam was er zelfs met zo’n ouderwetse flessenschraper geen drupje meer uit te krijgen. Voor tante Baukje een interessant experiment maar voor mij het dieptepunt van de dag. Het was dat mijn zus halverwege de rij zat en het niet over haar hart kon verkrijgen mij niets te geven, maar anders…

Dat is ook wat die woorden van Jezus ergens wel bij me oproepen. Het is een mooie, ja heel nobele gedachte de minste te willen zijn, of de laatste, en misschien is het ook wel weggelegd voor de groten van deze aarde, de mensen die het belang van de anderen voorop kunnen stellen. Het is een hele mooie theorie, maar ja…de praktijk hè, die is zo vaak een stuk weerbarstiger, wat koop je ervoor, uiteindelijk sta je met lege handen.

En ook, hoe doe je dat, in alle situaties de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar, op een bepaalde manier lijkt het me ook niet gezond voor je zelfbeeld of als je dat doet met de verborgen agenda om uiteindelijk bij God de belangrijkste te zijn, en vooraan te staan, is dat dan weer niet een heel raar soort handelen uit eigenbelang? De ander dienen om een wit voetje te halen bij God.

Wie vind je liever?

Als iemand dat wil: eerste zijn,
zal hij van allen een laatste zijn,- van allen een bediende!

Het is de reactie van Jezus op een gesprek dat de leerlingen onderweg gevoerd hebben, over de vraag wie van hen de grootste, de belangrijkste is. Ze durven dat niet openlijk tegen Jezus te zeggen en dat is niet vreemd, want ze hebben even daarvoor gehoord dat Jezus zal gaan lijden en sterven en in plaats van dat ze daarover spreken onderling - want daar begrijpen ze ook niets van – gaan ze met elkaar een potje discussiëren wie van hen de belangrijkste is, de grootste. En dat is natuurlijk eigenlijk heel raar, om daar openlijk over te praten, ik weet zeker dat u dat onderwerp nog nooit hebt aangesneden op een verjaardagsvisite, maar…dat betekent niet dat die vraag niet speelt, het is juist iets wat ergens voortdurend wel op de achtergrond aanwezig is, van die onderhuidse processen waar je niet echt op de vinger op kunt leggen, maar die er wel zijn, waar mensen bij elkaar zijn. Wie is de belangrijkste, de mooiste, de slimste, de rijkste, het interessantste, wie maakt het meeste mee, wie doet er het meeste toe, wie heeft het mooiste verhaal te vertellen, allemaal variaties op die vraag van de leerlingen van Jezus, wie van hen de belangrijkste is.

Het deed mij even denken aan de vraag die onze oudste twee kinderen wel eens kunnen stellen: mama, wie van ons vind je liever? Ergens op een zeker moment is die vraag die koppies ingeslopen, in een voorheen onschuldig kinderparadijsje. Mama vindt mij lief, ze vindt mijn broertje lief… En dan ineens… Maar wie vindt ze nu liever?

En dan begint het meten, het oordelen, het vergelijken, het wikken en wegen en je kunt zeggen dat ieder mens daarin een weg moet vinden, in hoe je je verhoudt tot anderen, hoe je je plek vindt, hoe je daarmee omgaat. Er is zelfs een theorie binnen de psychologie, die dat in kaart brengt, de zgn. sociale vergelijkingstheorie, die zegt dat we ons voortdurend vergelijken met anderen, of we het beter of slechter doen, en wat dit met ons doet, wat voor gevoelens dat ook met zich meebrengt.

Ook al is het iets wat altijd bij de mens heeft gehoord, het is vandaag de dag misschien meer dan ooit een issue. Met de wereld aan mogelijkheden, keuze en kansen binnen bereik en alle middelen bij de hand om alles wat je doet, meemaakt en gebeurt te delen, met foto’s, filmpjes, etc. is de druk, zeker onder jonge mensen, om je met elkaar te vergelijken groter dan eerder. De leeftijd waarop jongeren een burn-out krijgen komt steeds lager te liggen.

Perspectiefwisseling

En dan ineens klinken die woorden van Jezus heel anders. Niet zozeer als: dit zou je moeten doen, of moeten willen, Maar meer…dit gebeurt er…luister maar…

Als iemand dat wil: eerste zijn,
zal hij van allen een laatste zijn, - van allen een bediende!

Als je je vergelijkt met anderen, als je wedijvert met anderen dan lever je jezelf tegelijkertijd aan hen uit, In Jezus woorden: je wordt dienaar van allen. Bij iedereen en alles op nummer 1 willen staan, maakt je tot dienaar van allen, in je werk, in je gezin, in je vriendenkring, in de buurt, in de kerk etc.
Wie gehoor wil geven aan al die stemmen om je heen, en in je zelf, die iets van je willen, al die verwachtingen die aan je trekken, en al die belangen, al die momenten dat je in beslag wordt genomen in je streven de eerste te zijn, of in elk geval niet de laatste, wie daar gehoor aan wil geven wordt onherroepelijk dienaar van allen en alles en raakt zichzelf uiteindelijk kwijt.

Jezus wil die leerlingen, wil ons een ander perspectief meegeven, Hij wil ons de ogen openen voor hoe God naar ons kijkt, hoe de werkelijkheid is vanuit Gods oogpunt bekeken: Het meest wezenlijke is dan niet: welke plek heb ik ten opzichte van die en die? Hoe doe ik het, hoe kom ik er vanaf in vergelijking met… Het meest wezenlijke is: Kan ik als mens mijn eigen plek innemen, precies zoals ik ben en waar ik ben in het leven? En dan niet de plek die mij door mensen of door mezelf is toebedeeld, maar door God. Ben ik zoveel mogelijk diegene die God in mij ziet? Een mens geliefd, van waarde, omarmd, zoals Jezus even daarna doet bij dat jongetje.
Kan ik die plek innemen? Voel ik me daar op mijn plek? Vertrouw ik op die plek bij God? Is het waar voor mij? Durf ik daaraan te groeien als mens en daarmee los te komen van waar anderen of ik mezelf plaats? Om los te komen van die eindeloze ratrace.

Het tegenovergestelde van wat Jezus zegt, is dan ook niet: Wie de laatste wil zijn, zal uiteindelijk de eerste zijn en van allen de baas. Nee, het tegenovergestelde van de mens die telkens de eerste wil zijn, dat is de mens die in vrijheid haar of zijn eigen plek kan innemen, uiteindelijk rustend in die liefde van God. En vanuit die bron van liefde word je als vanzelf dienstbaar aan een ander, omdat je weet dat je daar een plek hebt, een basis, een grond, die niet verdwijnt. Dat we dat mogen ervaren, en daaruit mogen leven,

amen