Logo van de kerk

overweging in 2018 op 20 mei

Overweging 20 mei 2018

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Ze was geboren in het uiterste puntje van Groningen, tegen de zeedijk aan, een gebied van weidsheid, water en wind. Opgevoed met duidelijke beelden over wie God was, wat Hij wilde en wat Hij wel en niet deed. Nu, op hoge leeftijd gekomen, was ze, naar eigen zeggen, een stuk minder zeker van haar zaak. Zo goed als ik het vroeger wist, zo zou ik het nu niet meer durven zeggen, vertelde ze. Voor mij is God nu meer als de wind, onzichtbaar, ongrijpbaar, maar toch… overal om ons heen. En misschien zonder het te beseffen, verwoordde ze een beeld dat door de hele Bijbel van God te vinden is.

Wie wel eens bij een stervende in zijn of haar laatste uren gewaakt heeft, die zal het zeker herkennen, dat wachten op de laatste ademtocht, die flinterdunne grens tussen leven en dood, de stilte tussen het ademen door, de spanning of er nog een volgende komt, of toch niet, en niemand die het weet, behalve misschien… je staat er bij en je kijkt ernaar en toch kun je op geen enkele manier grip krijgen op het leven, op het geheim ervan, in een laatste, onverwachte ademtocht glipt het je door de vingers. Zoals de woorden van Prediker zeggen: Het stof keert terug naar de aarde, wordt weer zoals het was, maar de adem van het leven keert terug naar God, die het leven gegeven heeft.
Meer kun je er misschien ook niet over zeggen. Net zo groot is het wonder natuurlijk als een kind bij zijn geboorte voor de eerste keer adem haalt, of misschien moet je beter zeggen, adem ontvangt.

Soms gebeurt het zomaar, dat anderen, dat jezelf de geest krijgt, waar het vandaan komt, wie het je influistert, God mag het weten, maar ineens is het er, de inspiratie van de kunstenaar, de woorden van een schrijver, het inzicht van een wetenschapper, of dat ene idee waar je zelf op wachtte. En misschien gebeurt het nog het vaakst wanneer je er juist niet mee bezig was, alsof er ergens een luikje in het achterhoofd even open is gezet, waardoor de geest naar binnen is gevlogen en ineens kun je je niet meer voorstellen dat je dat niet eerder had gezien of bedacht.

Wind, adem en geest

het ligt in de bijbel heel dicht bij elkaar. Zowel in het Hebreeuws als het Grieks, de talen van de Bijbel, is er één begrip, één woord dat alle drie betekenissen in zich draagt en iedere keer is het zoeken welke vertaling in onze taal het beste past. Maar in de Bijbelverhalen zijn wind, adem en geest met elkaar verweven, ze horen bij elkaar, de adem die God inblaast in de neus van de mens in Genesis, is dezelfde als de wind die met Pinksteren door het huis van de leerlingen waait. En de Geest die Jezus zijn leerlingen toe blaast als hij hen vrede wenst en hen op weg stuurt in zijn naam, is niet anders dan de adem die door dat dorre dal blaast in Ezechiel. 

Wind, adem en geest, ze horen bij elkaar en wat ze alle drie gemeen hebben is, dat ze in ons en om ons heen bewegen, maar dat we ze niet kunnen grijpen, dat ze onzichtbaar blijven voor onze ogen. Er zit iets mysterieus aan, we zien het effect wel, we merken wel de werking ervan, maar waar het heen gaat of waar vandaan, daar hebben we geen grip op, geen controle over, geen zeggenschap en daarom past het zo mooi bij Pinksteren.

Knipoog dichtbij

Als Pinksteren ons ergens bewust van maakt, dan is het van die verrassende, ongrijpbare kant van God, van het goddelijke dat in ons leven zich beweegt, zich laat zien, en z’n uitwerking heeft. Soms misschien zonder dat we dat zelf door hebben, zonder dat we daar oog voor hebben, misschien vaak terwijl we eraan voorbij leven. Karel Eykman schreef ooit een gedichtenbundel met als titel: Een knipoog van U zou al voldoende zijn…

Het Feest van de Geest gaat over dat soort knipogen van God, over de kleine tekenen, de oplichtende momenten die ons verrassen, die ons aan God doen denken, die ons even optillen.
En Pinksteren gaat ook over de nabijheid van God, een soort vertrouwelijkheid tussen God en mens, waar wij met elkaar niet eens bij in de buurt komen. Hoe je je voelt, wat er leeft in je binnenste, of je gespannen bent, of juist niet, of de dingen je zwaar vallen, of je juist vitaal bent, we zijn er goed in het allemaal tot op zekere hoogte te maskeren voor elkaar, ja zelfs voor onszelf, maar alleen aan je adem is het als eerste te merken, alleen je adem weet het. Ik kan zeggen en denken dat ik niet zenuwachtig ben om alleen te zingen in ons koor, maar mijn adem verraadt het meteen, daar blijft niets verborgen en het is juist die adem die ons is ingeblazen door God zelf, zoals Genesis dat zo mooi vertelt. Daar is God te vinden, in iets zo nabij als onze adem zelf, waarin onze zielentoestand te herkennen is.

Inblazen

In het eerste scheppingsverhaal zweeft Gods Geest, zijn levensadem nog over de oervloed, over de hele wereld, maar in het tweede scheppingsverhaal vindt zij haar plek en onderdak in de mens, want God vormt de mens uit stof, uit aarde maar we worden pas een bezield wezen, als God ons de ademhaling van leven inblaast, zoals de Naardense Bijbel vertaalt.
Met dat inblazen, daar wordt zoiets als weg geven mee bedoeld, God geeft iets van zichzelf, van zijn adem weg aan die kwetsbare, broze mens, die hij gevormd heeft. Dat blazen, dat is mee-delen wat er in je omgaat, zo dichtbij komt God. Zonder die levensadem zijn we maar stof, materie, stoffig woestijnzand, maar met die levensadem van God raken we bezield, en zijn we tot grote dingen in staat. Dan kan er iets gebeuren, kunnen we naar buiten treden, onszelf overstijgen, onze geslotenheid doorbreken, zoals dat de leerlingen van Jezus overkomt, zoals ze daarin meegenomen worden op die pinkstermorgen als ze zich gedragen voelen door die wind, levensadem en geest van God en Jezus die daar door het huis waait.
En dat er ook werkelijk iets te verwachten valt, dat wil die droom van Ezechiel ons zeggen, dat bevreemdende tafereel van dat dal vol beenderen die weer tot leven komen door de adem van God. Zelfs in de meest onmogelijke situatie kan de wind van God opsteken, zelfs in de meest uitzichtloze dagen mag je wachten en verwachten dat er weer leven en bezieling zal zijn.  

Verbonden met de Geest

Ik vind dat een bijzonder hoopvol en bemoedigend mensbeeld, zoals dat hier in al die verschillende Bijbelverhalen aan ons wordt voorgespiegeld. We zijn niet alleen maar onszelf, en alleen ván onszelf, er is een beweeglijke kern in ons, een ziel, die van buiten komt, die van God komt, en die met Hem verbonden is, met het leven zelf. En bij iedere ademteug worden we daaraan herinnerd, ook in de dagen dat we ons verscholen houden achter werkelijke of denkbeeldige muren, of als onze kracht lijkt op te raken. Als we opgesloten raken in onze eigen gedachten en beelden, dan nog ontbreekt ons niet die levensadem, die geest, die God ons zachtjes inblaast en waarmee Hij iets weggeeft van zichzelf, en van wat er in Hem omgaat, iedere keer weer. En niet aan sommigen van ons, maar aan ieder mens, aan alles wat adem heeft.
En Jezus doet het zijn Vader na, als hij bij zijn leerlingen is, hij blaast hen de Geest in, al zijn liefde, trouw, zijn kracht blaast hij ons als zijn leerlingen in om er mee de wereld in te gaan, om op die kracht, waar je geen grip op hebt en die niet van jou is, en die ook nooit helemaal vast te pakken is of te bewijzen, of op afroep beschikbaar, om daar toch op te vertrouwen, en daarvan te getuigen, omdat je gelooft dat die wind je in de goede richting zal stuwen, en dat het jezelf en anderen adem zal geven, lucht, geestkracht.

Op die Geest, die kracht hebben die eerste leerlingen vertrouwd en wij na hen vieren het nog steeds, zo mogen wij leven van Gods lange adem. 

Amen