Logo van de kerk

overweging in 2018 op 18 november

Overweging 18 november 2018

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Er is een prachtig gedicht van Gerard Reve dat als titel draagt: Roeping, en dat gaat als volgt:

Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet ‘s avonds reeds zijn smoel op de tee vee.

Toch goed dat er een God is.

Toch goed dat er een God is...

Beeldend vertelt Reve over twee uitersten, zuster Immaculata aan de ene kant en de - in zijn woorden - ongewassen aap, aan de andere kant. De een onzichtbaar al jaren aan het werk bij mensen waar weinig status aan kleeft, of eer, de ander zichtbaar, merkbaar voor het hele land door een eenmalige actie, en wie zet dat verschil dan recht? lijkt Reve zich af te vragen. Door wie wordt het gezien, deze scheve, oneerlijke verhouding? Wie doet zuster Immaculata recht in haar stille roeping. Wie ziet wat ze geeft van zichzelf, tegenover de ongewassen aap die door iedereen gezien wordt en wellicht erom geroemd of verguisd maar die hoe dan ook in de spotlight staat?
Toch goed dat er een God is...
In die ene laatste zin klinkt iets van troost door, van gezien worden, van weten wat er in het verborgene gedaan wordt.

Als Jezus met zijn leerlingen op het tempelplein is, richt hij hun aandacht ook op twee van die uitersten, de schriftgeleerden en de weduwe. Ze zijn al een poos op het tempelplein, Jezus en zijn leerlingen, de intocht is al geweest, de farizeeen en schriftgeleerden hebben Jezus al gevraagd op grond van welke autoriteit hij daar denkt te onderwijzen, en ze proberen Jezus op allerhande manieren in de val te lokken. De situatie staat op scherp, en toch gaat Jezus door met onderwijzen, sterker nog, hij zoekt de confrontatie op.

Als eerste richt hij de aandacht van de leerlingen op de schriftgeleerden en de Farizeeen, hij waarschuwt hen ervoor zich niet te laten misleiden door hun lange gewaden, het rondlopen op de markt, het prevelen van gebeden en wachten op eerbiedige begroetingen, maar ondertussen verslinden ze de huizen van de weduwen, bekritiseert Jezus, zij die beter zouden moeten weten, zijn meer bezig met hun eigen positie, eer en welbevinden en of ze gezien worden, dan zich te bekommeren om wie werkelijk hulp nodig heeft, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Over hen zal strenger worden geoordeeld dan anderen, zegt Jezus scherp.

Als er iets is waar Jezus fel tegen van leer trekt, dan is het wel hypocrisie, het ophouden van de schone schijn, en ook het je blindstaren op de buitenkant, de facade. Maar hoe hardnekkig dat is, een mens is, dat blijkt wel als de leerlingen even later naar buiten lopen met Jezus en in eigenlijk dezelfde val trappen. Hen overkomt opnieuw hetzelfde als ze tussen de pracht en praal lopen van de gebouwen en zich erdoor later imponeren.
Opnieuw reageert Jezus hetzelfde: het is buitenkant, het is niet blijvend, er zal niet een steen op de andere blijven, dus laat je niet meeslepen, staar je er niet op blind.

Jezus kijkt blijkbaar anders.

Voorbij die buitenkant, voorbij de facade, kijkt hij naar wat een mens in zijn binnenste beweegt en hij zegt: tussen al die vooraanstaande schriftgeleerden en imponerende gebouwen, zie je die weduwe daar, zij die daar alles wat ze heeft geeft, haar hele leven, staat er, zij geeft meer dan al die anderen, want die anderen schenken uit hun teveel, maar zij schenkt uit haar tekort, en het wordt gezien door Jezus, het wordt recht gedaan. Toch goed dat er een God is… om het met de woorden van Reve te zeggen.
Drie scenes dus, twee over de buitenkant, over de schone schijn en hoe mensen zich daar zo makkelijk door laten meeslepen, en één over de binnenkant, over wat er gebeurt in het verborgene, over wat werkelijk gegeven wordt vanuit het hart. Twee uitersten schetst Jezus, de schriftgeleerden tegenover de weduwe en waar... ja waar sta je zelf? Want dat dit verhaal als het ware een spiegel voorhoudt, en dan niet alleen voor anderen, maar ook voor onszelf, dat wordt wel duidelijk.

Maar waar sta je dan zelf? Ooit speelden we dit verhaal uit met een groep mensen in mijn vorige gemeente en vroeg ik hun letterlijk een plek in het verhaal in te nemen, door ergens in de ruimte te gaan, tempelplein, offerkist, Jezus, schriftgeleerden, weduwe. Waar sta je, vroeg ik, bevind je je ergens tussen de mensen op het tempelplein, ben je onderweg naar de offerkist om onder het toeziende oog van Jezus iets te geven van jezelf, ben je misschien één van zijn leerlingen of sta je dicht bij de schriftgeleerden, bezig om gezien te worden. En terwijl iedereen daar druk over aan het nadenken was, een plek innam in de ruimte en in gesprek was met elkaar, ontdekten we pas na een hele poos dat we de weduwe helemaal uit het oog waren verloren en we ervoeren dus aan den lijve hoe makkelijk dat gaat.

Waar sta je

Waar sta je, waar bevind je je in het verhaal vroeg ik ook afgelopen dinsdag aan de mensen met wie we dit verhaal voorbereidden en het opvallende daar was juist dat drie mensen zich richtten op de weduwe, maar alledrie weer op een andere manier. De één zei: als jij nu je hele levensonderhoud hebt weggegeven dan kom ik je morgen een pannetje soep brengen, weer een ander zei, gepassioneerd: wat doe je nou, alles weggeven, dat is toch helemaal niet handig, terwijl de ander juist in verwondering en misschien ook wel bewondering wilde vragen: wat beweegt je om dat te doen, alles te geven wat je hebt?
Sommigen schaarden zich liever onder de leerlingen, vragend, zoekend, naar de betekenis van dit alles, en iemand zei: ik zou die weduwe misschien wel willen zijn, maar in de praktijk herken ik me ook wel in de schriftgeleerden en farizeeen, in de zin van met mezelf bezig zijn en gezien willen worden. Waar sta je in dit verhaal, waar herken je je zelf?

Het confronterende van de gelijkenis is misschien wel hoe dichtbij deze nog bij ons staat, hoe herkenbaar de houding van de leerlingen is die zich mee laten slepen door de buitenkant, door wat ze als eerste zien, en zich erop blindstaren. Heel herkenbaar in een tijd waarin beeld zo bepalend is, de beelden die we van onszelf laten zien op social media, de app, wat we naar buiten brengen van onszelf, van ons eigen leven, ja, zelfs in ons geloven kan het zijn dat we naar onszelf, naar de ander, naar God toe een beeld proberen hoog te houden, dat maar een laagje is, een denkconstructie, een wensgedachte, of hoe anderen slachtoffer worden van ons eigen streven naar welbevinden, naar een positie, naar een plek vooraan.
Bij de farizeeen en schriftgeleerden zijn het de weduwen die tekort komen, letterlijk, maar het kan ook op hele andere manieren, dat je je afzet tegen iemand anders om jezelf te verheffen, dat je iemand negeert omdat je omhoog kijkt naar anderen, bij wie je liever in de buurt bent, en vult u zelf maar aan

Jezus kijkt anders, hij ziet iemand in het verborgene, hij ziet de binnenkant, hij ziet een mens die heel haar levensonderhoud uit handen geeft, en dat gaat, zo vermoed ik, meer om het vertrouwen dat er uit spreekt, dan om het daadwerkelijk geven van alles wat je hebt. De weduwe is iemand die zich helemaal overgeeft, die niets van zichzelf achterhoudt, die zich helemaal geeft en dát wordt door Jezus gezien. Daar heeft hij oog voor, dat wil zeggen, daar gaat het om.

Geloven is zo'n daad van vertrouwen,

van overgave, van jezelf geven aan God en daarbij los durven te laten wat buitenkant is, wat niet blijvend is, wat uiteindelijk zal worden afgebroken. Alsof Jezus wil zeggen: in geloof sta je uiteindelijk met lege handen tegenover God, zo arm als een weduwe die alles weg heeft gegeven, zo ben je tegenover God, je hebt niets om je aan vast te klampen, maar dat is juist ook het bevrijdende ervan, de ontdekking, de vreugde, dat dat tegenover God ook niet hoeft, dat je bij God met lege handen mag komen en Hij je juist zo in liefde zal ontvangen en dat je zo meer dan genoeg bent als zijn kind!

Zoals ik ben, kom ik nabij, zo zingen we straks. Misschien hebben we wel ons hele leven nodig om dat te ontdekken. Iemand zei ook heel eerlijk afgelopen dinsdag: ik zou wel als de weduwe willen zijn, maar dan wel een héél klein beetje voor mezelf willen houden. En wie zou haar dat niet nazeggen, ook daarin kent God ons.

Met avondmaal vieren we dat er Een iemand is die ons is voorgegaan op die weg van volledig vertrouwen, van zichzelf helemaal overgeven en uitdelen aan mensen om Hem heen, al zijn liefde, al zijn trouw, niets heeft Hij voor zichzelf gehouden, alles heeft hij afgelegd, en God heeft het gezien en Hem met liefde voorbij de dood ontvangen.
Amen