Logo van de kerk

overweging in 2018 op 18 februari

Overweging, 18 februari 2018

Lucas 4: 14-30

Kring van hoop

Zoals gezegd is dat het thema waarmee we op weg gaan in deze Veertigdagentijd. Wat er ook in de wereld om ons heen gebeurt, wat er ook in ons eigen leven gebeurt, we kunnen telkens weer kringen van hoop vormen, dat is de gedachte achter het thema. Kringen waarin mensen elkaar vasthouden, waarin we met elkaar delen wat van waarde is, kringen waarin we ons verhaal mogen vertellen om vervolgens weer elkaar los te laten en onze eigen weg in de wereld te zoeken, totdat we elkaar weer opzoeken.

Overal kunnen we dit soort kringen vormen, thuis, in onze buurt, op onze werkplek, maar vandaag wil ik stilstaan bij het beeld van de kerk, van gemeente-zijn als zo’n kring van hoop.
Met een kring, daar beginnen we al heel vroeg mee, peutertjes en kleutertjes vormen op allerlei plekken een kring, op school, op de crèche, bij de gym, in de kerk bij kerk op schoot. Als je in een kring gaat zitten, dan spreekt daar uit dat je elkaar van aangezicht tot aangezicht wil ontmoeten, je kunt elkaar aankijken, je bent er met elkaar, je maakt contact, met handen en/of ogen, je bent er niet alleen op jezelf en voor jezelf. Iedereen heeft er dezelfde, gelijkwaardige plek, niemand vooraan, niemand achteraan. Eenieder heeft dezelfde kans zich te laten zien, te laten horen. Of in het midden te stappen.

Een kring heeft ook iets veiligs, iets beslotens, wat er om je heen gebeurt, keer je letterlijk en figuurlijk even de rug toe, je bent naar binnen gericht, op elkaar en wat je met elkaar deelt. Die beslotenheid kan makkelijk overgaan in geslotenheid, dat er niet meer tussen te komen is, ronddraaien in je eigen kringetje, wordt er dan wel gezegd en ook: wie kent niet het gevoel dat je ergens buiten een kring staat en een plekje zoekt, een ingang om in de kring te komen, en erin te worden opgenomen. Tegelijkertijd kan een goede kring beweeglijk zijn, ze kan in een mum van tijd wat groter of wat kleiner worden gemaakt, iedereen schikt even in of kruipt wat dichter naar elkaar toe, en opnieuw is de kring gevormd.

In mijn vorige gemeente vormden we een kring door de kerk als we avondmaal vierden, het moment van gemeenschap zijn bij uitstek. Je zag mensen staan tegenover je die je anders niet in de ogen keek omdat ze altijd achter je zaten, het zou bijna de moeite waard zijn het hier eens te proberen.
De kerkenraad stelt er prijs op dat de kring aaneengesloten is, werd er bij iedere avondmaalsviering gezegd, gaten in de kring doorbreken de gezamenlijkheid. En als we op ons koor alleen op onszelf onze eigen partij staan te zingen, en het ons maar niet lukt om naar elkaar te luisteren, dan zet onze dirigente ons wel eens in de kring en trekt zij zich terug: doe het nu eens samen, zegt ze dan.

Wij als kring van hoop?

De gemeente als kring van mensen, als kring van hoop, is het een passend beeld bij hoe we hier gemeente zijn? Of hoe we hier gemeente zouden willen zijn? Waar klopt het, dit beeld, of waar loopt het juist spaak, waar wringt het? Helpt het beeld ons om op het spoor te komen van wat we anders zouden willen, wat er gemist wordt misschien?

De kring in de synagoge

Jezus gaat naar de synagoge, zoals hij gewend was, staat erbij, zoals zijn volk dat al eeuwen gewend was. Synagoge betekent zoiets als ontmoeting, samenkomst en het volk Israel deed dat, dit samenkomen, sinds ze in ballingschap in Babylonië waren geweest. Toen ze ver weg van eigen land en tempel waren begonnen ze met samenkomsten, synagoges, om het eigen geloof, de band met elkaar niet kwijt te raken, te midden van al het vreemde om hen heen. Ik stel me maar even voor dat ze dat in een kring deden, deze ontmoeting, dit samenkomen, even keerden ze de wereld om hen heen de rug toe en richtten ze zich naar binnen, op elkaar, op God. En zo zijn ze dat sinds die tijd blijven doen, samenkomen rond het sjema, de joodse geloofsbelijdenis, de Torah en de profetenlezing, tot op vandaag de dag.

Jezus staat in die traditie en hij gaat naar de synagoge in Nazareth, zoals hij dat gewend was te doen, zoals hij dat van jongs af aan had gedaan. Daar waar hij zijn vaste plek in de kring innam en waar hij bekend was, voor de mensen vertrouwd, is dat niet de zoon van Jozef, zeggen ze. En toch is het deze keer anders, dat merk je aan alles. Het gerucht is al in deze hele streek rondgegaan, overal wordt hij geprezen, en die berichten bereiken ook Nazareth. En nu nadat hij in al die andere synagogen is geweest, is hij thuis. Ook al zijn de meeste handelingen vertrouwd, en doet Jezus niets uitzonderlijks, als hij de boekrol krijgt aangereikt en de citaten uit Jesaja leest, zoals iedere man vanaf 13 jaar dat mag doen in de synagoge, toch is het anders, merken de mensen om Jezus heen ook. Als Jezus gelezen heeft uit de rol van Jesaja, zijn alle ogen gespannen op hem gericht, zo staat het er letterlijk, hoopvol misschien om wat Jezus zal zeggen, of juist met vrees in het hart, verwonderd over hoe Jezus ineens als het ware in het centrum van de kring stapt, in het middelpunt?

Het is anders dan eerder, alsof er een goddelijke glans over het geheel komt te liggen. Lucas probeert dat in het verhaal tot uitdrukking te brengen door de nadruk te leggen op de werking van Gods Geest in Jezus, dezelfde Geest die Jezus verwekt heeft, en gedoopt en de woestijn heeft ingedreven, deze zelfde Geest is nu ook bij Jezus en Jezus zegt het ook openlijk voor de eerste keer: De Geest van de Heer is op mij, omdat hij mij gezalfd heeft om aan armen het goede nieuws te verkondigen, aan gevangenen vrijlating aan blinden een nieuw gezicht en aan verdrukten de vrijheid.

Als Jezus dan is gaan zitten, zegt hij: Vandaag – heden – is dit Schriftwoord in jullie oren in vervulling gegaan.

Met andere woorden, die woorden waar zo lang mee geleefd is, waar zo lang van gedroomd is, waar mensen in allerlei situaties zich aan vasthielden, wanneer ze alle hoop leken te verliezen, die woorden die altijd voor later leken te zijn, nu, zo zegt Jezus, is de tijd aangebroken dat ze werkelijkheid gaan worden, dat ze waar worden gemaakt. Hier ben ik voor gekomen, dit is waar mijn weg over zal gaan, waar ik mijzelf voor zal gaan geven. Deze woorden worden ook wel de troonrede van Jezus genoemd, dit is waar het hem om begonnen is.

Heel beeldend vertelt Lucas hoe dat nieuws, dat goede nieuws dat Jezus verkondigt, hoe dat landt bij de mensen om hem heen. Je ziet als het ware de impact, het effect van die woorden voor je. De eerste reactie is verwondering over de genaderijke woorden die uit zijn mond vloeiden, alsof de mensen nog heel dicht bij de hoopvolle inhoud van Jezus’ boodschap zijn, bij dat visioen uit Jesaja, maar het moment daarop beginnen ze al op te merken: is dat niet de zoon van Jozef?  Met andere woorden, waar haalt hij het gezag vandaan deze woorden tegen ons te zeggen? Alsof ze het alweer in het gewone, in het alledaagse willen trekken, in de hen vertrouwde wereld, waarin de verhoudingen, de plekken nu eenmaal vastliggen en waar niet aan getornd moet worden,

Om vervolgens, verderop in het verhaal, als Jezus zegt dat geen enkele profeet welkom is in zijn vaderstad en dat alle profeten voor hem eerst naar de vreemdelingen, de buitenstaanders gingen om dan in grote woede te ontsteken. De kring om Jezus heen, die eerst nog zo verwachtingsvol, zo vol lof was, wordt nu een bedreiging, als een net dat zich langzaam sluit, en ze drijven hem de stad uit naar de rand van een berg om hem daar vanaf te laten storten, maar Jezus loopt dwars tussen hen door en vertrekt. Het is alsof de woorden van Jezus een explosieve kracht bevatten die langzaamaan doordringt tot de mensen om

Het goede nieuws als middelpunt in de kring

Als Jezus zegt dat hij gekomen is om aan de armen het goede nieuws te verkondigen, dan denkt hij niet zozeer aan de armen in geld, dat ook, maar het begrip is veel breder dan dat, arm ben je bij Lucas, wanneer je uitgesloten bent van alle kringen, die ertoe doen in de samenleving, politiek, maatschappelijk of religieus. Arm ben je wanneer je op niemand anders kunt rekenen dan God alleen, de armen, dat zijn de outsiders, degenen voor wie de gelederen normaliter gesloten blijven, degenen die uit zichzelf geen plek in de kring kunnen vinden. Voor hen is het goede nieuws van Jezus bestemd, Voor hen zal God het opnemen, in Jezus zelf. Voor hen is Gods genade bestemd, zij mogen rekenen op bevrijding, vrijheid, nieuw zicht op de toekomst. Voor hen zal met Jezus’ komst een nieuwe tijd aanbreken, een tijd waarin zij niet langer buitengesloten worden, waarin zij volwaardig hun plek mogen innemen in de kring van hoop.

Het goede nieuws dat Jezus voor hén brengt, komt als een boemerang terug bij de mensen die op dat moment om Jezus heen verzameld zijn. Dat goede nieuws voor de buitenstaanders, de mensen die niet mee mogen doen, stelt onmiddellijk de kritische vraag terug aan de kring om Jezus heen, de kring van toen en ook aan onze kring van nu, nog steeds staande om Jezus en zijn boodschap heen: hoe veel ruimte is er eigenlijk bij jullie om juist “deze armen” in bijbelse zin toe te laten, die er toen waren maar ook nu nog steeds. Hoe gesloten of open is de kring die jullie vormen, heb je oog voor wie buiten de boot valt, voor wie uitgesloten wordt door misschien ongeschreven regels, stille codes, onuitgesproken aannames?
Want ook in de kerk overkomt dat ons, dat we de gelederen sluiten, ondanks de bevrijdende boodschap van het evangelie, de ruimte van Gods genade, het royale van zijn liefde, die uitgaat juist als eerste naar degenen buiten de kring.

De kring genadiger gemaakt

Het evangelie, wat letterlijk betekent “het goede nieuws”, is zo ook een tegenstem tegen alle mechanismes, die ons mensen zo eigen zijn. Jezus staat in het midden van onze kring en rekt deze op, maakt ‘m groter, schept ruimte en dat is soms ook beangstigend, bevreemdend, confronterend, want in die kring sta je ineens tegenover elkaar, zie je elkaar van aangezicht tot aangezicht, kun je niet bij elkaar langs leven en staat niemand voor of achteraan, maar allen op een gelijke plek. Laten we ons daardoor als kerk, als gemeente door gezeggen, laten we ons daarop aanspreken door het evangelie, veranderen ook.

Het is voor de kring daar in de synagoge van Nazareth te veel, Het wordt reden om Jezus uit hun midden te willen verwijderen, voorbode van hoe het nog vele malen zal gaan op Jezus’ weg tot aan het kruis aan toe. Hoe het nog steeds gaat daar waar het evangelie, het goede nieuws in het midden wordt gezet, centraal wordt gesteld, ook in al zijn radicaliteit en hoe dat vervolgens bestaande verhoudingen omkeert.

Het verhaal sluit af met die Koninklijke zin, hoe Jezus midden tussen hen door loopt en vertrekt, het goede nieuws gaat de wereld in, de Geest die bij Jezus is overwint de tegenstand, voor nu, er valt nog een wereld te winnen, nog steeds. Nog steeds vindt het evangelie, het goede nieuws zijn weg, ook in onze kring die we hier vormen in Jezus’ naam. Dat we dat goede nieuws in ons midden tot een bron van hoop laten zijn, niet alleen voor onszelf maar ook voor hen die het zo nodig hebben, in Jezus’ naam.

Amen.