Logo van de kerk

overweging in 2018 op 15 juli overstapviering

Overweging overstapviering 2018

In de overstapviering van dit jaar stond het verhaal centraal van Jezus die zijn leerlingen op weg stuurt met (bijna) niets. (Marcus 6: 6b-13) Vooraf aan het verhaal dachten we na over wat je nu eigenlijk allemaal thuis laat als je op reis gaat (i.p.v. wat je meeneemt).

Wat neem je mee, en wat laat je thuis?

Dat is de vraag waar het om draait vandaag, In het Bijbelverhaal, voor die leerlingen van Jezus, voor ons misschien wel straks als je op vakantie gaat, en in elk geval na de zomervakantie als Bente, Ike en Marjolijn naar de middelbare school gaan. De meiden hebben hun tassen even meegenomen. Hier staan ze. Die zijn na de zomervakantie wel heel belangrijk, Iedere dag weer als je naar school gaat, gaat die tas met je mee En ’s ochtends of de avond van tevoren bedenk je weer bij jezelf: Wat neem ik mee, wat laat ik thuis? Welke vakken heb ik, welke niet, en wat heb ik die dag nodig en wat niet? Boeken, gymkleren, regenpak, brood, drinken. Iedere dag pak je opnieuw je tas in en maar hopen dat je niets vergeet, of niet iets voor niks meeneemt. Je wilt in je tas precies de dingen hebben die je nodig hebt, in elk geval, dat denk ik, dat het zo gaat.

Maar, iedereen is wel verschillend. Wie is bijvoorbeeld zo’n type dat zegt: liever mee verlegen dan om verlegen? Dus dat zijn de mensen die vaak voor de zekerheid wat te veel inpakken en dan aan het einde van de dag, of aan het einde van de reis erachter komen dat ze alleen de bovenste laag kleren hebben gebruikt. En wie is juist zo iemand die onderweg merkt dat je van alles vergeten bent? Of misschien denk je wel: wat ik niet heb, dat koop ik onderweg wel, liever dan dat ik van alles meezeul?

Zo verschillend zijn mensen…

Tja, wat neem je mee, wat laat je thuis? Het kan ook een hele serieuze vraag zijn. Als je plotseling naar het ziekenhuis moet, wat neem je mee, wat laat je thuis? Soms heb je er niet eens tijd voor om daar over na te denken. Dan kom je met bijna niks daar aan.
Of…zo’n vraag klinkt ook heel anders als je - zoals zo verschrikkelijk veel mensen in deze wereld - op de vlucht moet, voor geweld, voor een natuurramp, voor een brand. Wat neem je mee, wat laat je thuis? Wat laat je achter, is misschien dan nog wel meer de vraag. En vind je er nog wel ooit iets van terug. Het is allemaal materie, spul, maar ja, toch.
Ik hoorde afgelopen vrijdagmorgen op de radio over een tentoonstelling in het tropenmuseum, getiteld “ Things that matter ”, dingen die er toe doen. Een tentoonstelling die draait om de vraag: wat neem je mee als je op de vlucht slaat als mens? En daar werd het verhaal verteld van Mostafa, een Syrische vluchteling, die de sleutels van zijn huis in Aleppo had meegenomen en bewaarde, ook al was zijn huis al lang gebombardeerd, zo zei deze Mostafa, ooit ga ik weer terug naar Syrië, naar mijn thuisland en zal ik daar weer mijn sleutel in het slot van de deur steken.
Wat neem je mee, wat laat je thuis/ wat laat je achter?

Rugzak

Ieder mens draagt wel een denkbeeldige rugzak mee op zijn of haar rug die je af en toe weer eens uit- en opnieuw inpakt, wat wil ik nog mee nemen, en wat haal ik er uit voordat ik verder ga op mijn weg, wat heb ik werkelijk nodig en wat voelt juist als ballast onderweg? Soms zijn er ook dingen, gebeurtenissen en ervaringen ongevraagd in die rugzak van je gestopt, die je liever kwijt dan rijk bent, maar die je toch moet dragen.

Op sommige momenten is het ook goed om daar bewust even bij stil te staan, zoals vandaag bij deze overgang voor de meiden, wat neem je mee in de nieuwe periode die je tegemoet gaat? En zijn er ook dingen die je achter je laat, die je thuis laat. Onze knuffel, zeiden ze alledrie, die gaat niet meer mee op kamp voortaan. Een mooi veelzeggend beeld En wat neem je mee? Een rugzak vol herinneringen aan een hele fijne klas, die ondanks alle verschillen onderling zo hecht met elkaar was. Ook al zullen jullie dat vast en zeker missen, het is ook mooi als je dat kunt meenemen als je een nieuwe klas binnen stapt met allemaal onbekenden, dat geeft hopelijk vertrouwen dat het ook ergens anders wel weer goed zal komen met jou of dat je in elk geval weer een plek hebt om even naar terug te gaan, als je daar behoefte aan hebt.

Niets meenemen, behalve jezelf

Wat neem je mee, wat laat je thuis? Alles, lijkt Jezus tegen zijn vrienden te zeggen, laat alles maar thuis, laat alles maar achter je. Neem niets mee, in elk geval geen spullen, als je op weg gaat om het goede nieuws te vertellen, het goede nieuws dat ieder mens, wie je ook bent, wat je ook gedaan hebt, wat er ook voor of achter je ligt, dat ieder mens een geliefd kind van God is, belangrijk is, van waarde is in Gods ogen en daarom in ogen van de mensen.

En wil je dat verhaal werkelijk goed vertellen, werkelijk overbrengen, niet alleen met woorden maar ook in heel je doen en laten, dan moet je niets meenemen, dan moet je je handen vrij hebben, je kwetsbaar durven opstellen. Als je bepakt en bezakt bij iemand aankomt, met al je eigen dingen, dan zeg je eigenlijk tegen die ander: Ik heb jou niet nodig, ik red mezelf prima, maar ik kom jou wel iets brengen, jij hebt mij wel nodig, dan zijn de verhoudingen ongelijk, terwijl Jezus duidelijk wil maken dat wij mensen elkaar nodig hebben, om iets van die liefde van God te ervaren, de één de ander, om naar elkaar te leren kijken zoals God dat doet, daarin ben je gelijk aan elkaar, daarin heb je elkaar nodig.
Daarom, laat alles maar thuis, laat alles maar achter, zegt Jezus, ga maar open en onbevangen op mensen af met het goede nieuws, gebruik geen spullen om je achter te verschuilen. Of meningen, of oordelen, of oplossingen. Zetten jullie maar de eerste stap.

God gaat met je mee

Het lijkt mij wel ongelooflijk spannend, zoals Jezus die leerlingen op pad stuurt, want je bent helemaal overgeleverd aan wie je maar tegen komt op je weg, hoe anderen op je reageren, of ze je willen ontvangen of niet?
Hoe zou het komen dat ze het toch aandurven? Ik denk dat het uitmaakt dat die leerlingen weten wie hen op weg stuurt, wie, om het zo maar te zeggen, achter hen staat, dat Jezus tegen hen zegt: Ga maar, je hoeft niet bang te zijn, je kunt het. Net zoals het voor Bente, Ike en Marjolijn zo van belang is. En wat een geluk en zegen dat het zo is, dat er straks letterlijk en figuurlijk ouders achter hen staan, die hen goede woorden meegeven en hun vertrouwen dat het goed komt. En meer nog, niet alleen hun eigen vertrouwen, maar ook hun godsvertrouwen, dat ook van/voor jullie mag zijn. Namelijk dat jullie niet alleen deze nieuwe fase tegemoet gaan, Maar dat God daarin achter jullie staat en dat je bij Hem ook altijd weer even thuis kunt komen, om je hart te luchten, op adem te komen, weer moed te verzamelen of gewoon om te danken voor al het mooie dat je tegenkomt op je weg.

En naast God, naast jullie familie en vrienden, ook deze hele gemeenschap van allerlei verschillende mensen, die leven uit datzelfde godsvertrouwen, of daarnaar op zoek zijn, en dat hopen te vinden en waar we elkaar, jong en oud, zo hard bij nodig hebben en zoveel te geven hebben.
Dat mag je meenemen onderweg, wees niet bang, ga maar.

Amen