Logo van de kerk

overweging in 2018 op 14 januari

Overweging 14 januari 2018

Lezing: Johannes 2

Blue Monday

Morgen is het Blue Monday, kent u dat? Weet u wat dat is? Hoewel de wetenschappelijke onderbouwing niet helemaal waterdicht is volgens sommigen, is er een Britse psycholoog die beweert dat de derde maandag van januari de meest deprimerende dag van het jaar is. De start van het jaar met alle goede voornemens die erbij horen zijn na een week of drie alweer in het water gevallen, het weer en de dagen zijn nog donker en mistroostig en de vakantie is nog heeeeel ver weg. Herkent u er wat van? Is er iemand die goede voornemens had gemaakt voor dit jaar? En hoe staat het ermee?

Blue Monday dus, morgen. Wat zo goed begonnen was, een frisse start, een schone lei, het dreigt na een tijdje in het water te vallen, waar je in het begin enthousiast van werd en voor wilde gaan, dreigt te verzanden in de sleur van het alledaagse, hoezeer je het ook hebt voorgenomen om keuzes te maken, prioriteiten te stellen, het lijkt allemaal zo makkelijk te verdrinken in alles wat er moet en op je af komt.

Wijn wordt water…

Dat is niet alleen een ervaring die hoort bij het begin van een nieuw jaar, maar dat is iets wat ons allemaal van tijd tot tijd kan overkomen, dat de dingen waar je ooit met enthousiasme, met passie aan begon, de dingen die je leven kleur gaven en die bijzonder voor je waren, dat daar op een of andere manier de glans vanaf raakt,  dat je de vreugde ervan kwijtraakt, dat het meer een moeten is dan een mogen, dat het gewoon wordt, alledaags, iets dat erbij hoort en niet meer dan dat, vrijwilligerswerk dat je ooit besloot om met hart en ziel te gaan doen, een taak in de kerk die je op je had genomen, omdat je dat belangrijk vond om te gaan doen vriendschap die je ooit bent aangegaan en waar je veel aan had, je relatie die ooit alles voor je betekende, allemaal kennen we bij tijd en wijle wel de ervaring dat de energie eruit is, de levensvreugde opraakt, de liefde uitdooft. En wat doe je dan? Tot wie wend je je? Hoe keer je dan het tij? Hoe zorg je dat het weer is zoals het was, dat alles weer gaat stromen?

Bij deze ervaring, die we allemaal wel kennen, sluit ons verhaal van vandaag aan uit het evangelie van Johannes, het verhaal van de bruiloft van Kana. Het feest is nog maar net begonnen, of de wijn raakt al op, er is alleen nog maar water, dat is in bijbelste taal zeggen: het bijzondere verdwijnt, het goede leven verbleekt, het koninkrijk lijkt ver weg Gods aanwezigheid is verborgen. Er blijft alleen nog maar het gewone, het alledaagse, de platte, menselijke werkelijkheid van eten, slapen en ploeteren, zonder zin, zonder doel, zonder richting. En wat doe je dan? Tot wie wend je je? Hoe keer je het tij?

Er stond afgelopen woensdag als aankondiging van de Taizéviering van vanavond in onze kerk  een heel mooi stukje in de Groene post, een stukje waarin frère Jasper, een Nederlandse Taizébroeder, werd geciteerd, waarin hij zei dat Bijbelverhalen heel vaak tegen onze logica, tegen ons gezonde verstand ingaan, een hele kudde achterlaten om één schaap te zoeken, of een kostbaar feest geven als je één muntje teruggevonden hebt, maar, zo vertelt frère Jasper, juist die verhalen die we niet kunnen vangen in onze logica, juist die verhalen geven ruimte voor God, voor zijn manieren van doen en denken voor hoe Hij aanwezig wil zijn bij mensen, hoe Hij met ons om wil gaan…

Ik moest er aan denken bij het verhaal van deze bruiloft. Niet alleen gaat het wonder van water in wijn veranderen alsof het niets is in tegen onze logica, tegen ons begrip en gezonde verstand, maar zelfs als je daar even aan voorbij zou kunnen denken, dan nog zou je je kunnen afvragen, waarom Jezus juist nu dit wonder verricht. Hierna zullen tekenen als de wonderbare spijziging, de genezing van zieken en de opstanding van de doden volgen, tekenen waarvan je ook binnen onze logica het nut nog ziet, maar dat is bij dit eerste wonder moeilijker te doorgronden, water dat verandert in een overvloed aan wijn, een feest dat door kan gaan, een tekort dat opgeheven wordt. Naar onze logica en maatstaven zou dit eigenlijk Jezus’ meest overbodige wonder zijn.

Het eerste teken

Toch heeft Johannes dit verhaal zorgvuldig en doordacht als eerste verteld in zijn evangelie, dit is het eerste teken dat Jezus heeft gedaan, zo sluit hij zijn verhaal af, dat wil zeggen, eerste als in de betekenis van: dit zet de toon voor alles wat nog zal volgen, hier is het Jezus om te doen, hier zal zijn boodschap over gaan, niet over geboden, over een heilig moeten, niet over regels of zeker weten maar zijn inzet zal liefde zijn, verbinding brengen tussen mensen, het leven zien als een gave die gevierd mag worden en dan niet afgemeten en zuinig, maar overvloedig, gul en royaal. En overal waar dat dreigt te mislukken, daar wordt Jezus door geraakt, daar komt hij in beweging, ook al is dat niet altijd op onze tijd, daar worden mensen ingeschakeld door hem om de levensvreugde terug te brengen, om water weer te veranderen in wijn, om het vertrouwen weer terug te brengen in de toekomst, om het tij te keren, om alles weer te laten stromen.

Dit is het eerste teken dat Jezus heeft gedaan en dit zal alles dragen wat hij hierna zal gaan doen, dit zal alles kleuren, dit zal door alles heen gehoord moeten blijven, ook als alles donker wordt om Jezus heen, of als alles donker wordt om mensen heen, om ons heen, dan kan het ons helpen en dragen dat we weten dat God uiteindelijk uit is op…, zich inzet voor… het goede leven, voor liefde, voor het verbond tussen Hem en zijn mensen, dat dat voor God voorop blijft staan, wat er ook gebeurt in ons leven. Dat is misschien wel de kracht van gelovig in het leven staan, dat de schaduwkant van het leven niet ontkend wordt, niet weggedrukt wordt maar dat je weet dat dat niet het hele verhaal is, dat daarmee niet het laatste woord gezegd is, dat de liefde blijft door alles heen. Zo bekeken is dit niet Jezus’ meest overbodige maar juist zijn meest broodnodige teken, want als liefde en verbinding de inzet is, dan maakt dat alle verschil!

Water wordt wijn?

In de afgelopen tijd had ik met verschillende mensen gesprekken over hoe bij hen de bron van geloven dreigde op te raken, hoe omstandigheden in hun leven veranderden of al waren veranderd, hoe er vragen bij kwamen in hun leven waar ze niet zomaar antwoorden op hadden en hoe dat ook hun eerdere manier van geloven onder druk zette, Waar ze voorheen nog zo veel steun aan hadden gehad, waar ze warm voor liepen en waar ze God nog zo dichtbij hadden gevoeld, ineens leek dat er niet meer te zijn, wijn was water geworden, er dreigde een tekort, het vertrouwen was weg, de levensvreugde en zin was opgedroogd.

Al pratend kwamen we tot de ontdekking dat het verlangen naar Gods aanwezigheid, het lijden onder zijn verborgenheid, zijn afwezigheid, het zoeken naar woorden die je weer raken, doen geloven, doen hopen, dat dat alles zelf al een teken van je geloven is. Dat dat hoort bij je geloven, en niet bij je ongeloof, integendeel, het is juist een teken van je verbinding, van je relatie met God.   Dat hoezeer je ook in verwarring bent, hoeveel vragen je ook hebt, dat het zoeken en vragen alleen al ergens ook het vertrouwen in zich draagt dat God zich zal laten vinden, dat je mag rekenen op zijn liefde, dat je ergens al weet hebt van dat deze tijd, dit tekort, niet het laatste woord zal hebben.

Op de bruiloft in ons verhaal is Jezus aanwezig, maar hij staat niet in het middelpunt, hij houdt zich op de achtergrond, hij staat als het ware aan de zijlijn. Zolang het feest nog in volle gang is, laat hij zich niet zien, wordt hij ook niet gezocht, er wordt ook niet naar hem gevraagd, maar hij is er wel, als verborgen kracht onder de mensen, midden onder u staat hij die gij niet kent, zoals een lied zegt. Pas als het tekort dreigt, als er onrust is, als mensen zoekende zijn, vragen gaan stellen pas dan wordt er naar zijn kracht gevraagd, pas dan wordt zijn aanwezigheid gemist, pas dan treedt Jezus in het licht Daar openbaart hij zich en misschien niet eens zo direct als we graag zouden willen, het is via anderen, via zijn moeder, via de bedienden, via de ceremoniemeester dat zijn aanwezigheid, zijn inzet voor liefde en vertrouwen, merkbaar wordt.

Hoe vaak zou dat eigenlijk niet ook met ons gebeuren, dat Christus al op de achtergrond van ons leven aanwezig is, dat God al als verborgen kracht in ons midden is, maar ook: dat we niet naar hem vragen, naar hem zoeken als we in onze kracht staan? En hoe vaak zouden we al niet geholpen zijn, geleid, bemoedigd door God zelf, door Christus zelf, maar dan altijd via anderen, mensen op ons pad, hebben we hem wel herkend?

Waar komt dit vandaan?

De mooiste en meest rake vraag in het verhaal is de vraag die de ceremoniemeester aan het einde stelt: waar komt dit vandaan? Waar komt deze wijn vandaan, waar komt dit teken van liefde vandaan, waar komt dit teken van overvloed, van gulheid vandaan? Wie zich dat afvraagt, wie zich verwondert over het goede, het kostbare dat je soms zomaar toevalt in het leven, juist ook in tijden van tekort, van moeite, van vreugde die dreigt te verdwijnen. Wie oog heeft voor hoe soms het gewone ineens weer glans krijgt, zonder dat je dat kunt verklaren, wie iets ervaart van momenten van genade, van gezegend zijn, en dat koestert, daar stil bij staat, die komt iets van Gods aanwezigheid op het spoor. Die ontdekt iets van Jezus’ verborgen kracht onder mensen, verwondering is heel vaak de weg waardoor God ons leven binnen komt, waardoor we iets ervaren dat HIJ heel dichtbij is en dat liefde en verbinding zijn inzet is.
Iemand schreef: wij maken het bijzondere heel vaak gewoon, van wijn naar water maar God maakt het gewone bijzonder, water naar wijn.

Amen