Logo van de kerk

overweging in 2018 op 11 maart

Overweging op 11 maart 2018

Lezing: Lucas 15:11-32

Inleidende woorden op de dienst

In ons Veertigdagenproject Kring van Hoop gaat het vandaag over het thema: Plaatsen van hoop. Naar welke plek, naar welke plaats, naar wie kun je altijd toe gaan als alle hoop verloren lijkt? Waar of door wie wordt je hoop opnieuw gevoed? En hoe dan?
We zullen er vandaag het verhaal van de verloren zoon bij lezen, die -  als hij alle hoop verloren heeft - zich realiseert dat hij bij zijn vader een plek heeft, waar hij thuis mag komen, hoe dan ook. 

Wie een kind wil laten groeien…

Vanavond is het weer zover, om half negen zit toch zeker een aantal miljoen Nederlanders er klaar voor. Voor Anton, Nancy, Volkert en natuurlijk juf Ank.
Hallo allemaal wat fijn dat je er bent. Voor wie geen idee heeft wat ik bedoel: Ik heb het over “de Luizenmoeder “, dé tv serie van dit moment waarin school, het schoolplein, de meesters en juffen en misschien wel het meest de ouders op de hak worden genomen en uitvergroot in alles wat ze doen en laten en zeggen of juist niet. Ik hoorde deze week, notabene tijdens het luizenpluizen op school, dat er zelfs al t- shirts beschikbaar zijn met een luis erop. Het meeste is met een korreltje zout te nemen en vooral bedoeld om onszelf even flink te relativeren in alle gekkigheid die er soms is in de wereld die school en schoolplein heet. Maar soms komen er ook ineens verrassend rake dingen voorbij, zoals in één van de vorige afleveringen waarin het ging over de prestaties van de leerlingen en vooral over de ouders die daar achteraan zaten en hoe juf Ank dan ineens zegt: wie een kind wil laten groeien, moet er niet bovenop gaan zitten.

Ik moest er aan denken bij de gelijkenis van vandaag, een verhaal over een zeker mens met twee zonen, twee kinderen, die hij elk op hun eigen manier hun eigen weg laat gaan, laat groeien, ook door juist niet bovenop ze te gaan zitten, zowel bij de jongste als bij de oudste. Jezus vertelt deze gelijkenis in een reeks van drie, waar boven staat: de zorg om wat verloren is… het verloren schaap, het verloren muntje en de verloren zoon, zoals deze gelijkenis vaak genoemd wordt. En de vraag is misschien allereerst wie er uiteindelijk verloren raakt in dit verhaal.
Geneigd als we zijn om dan meteen aan de jongste te denken, is het ook spannend om de oudste als de mogelijk verloren zoon te zien, juist degene die dicht bij huis blijft, bij wat hij zichzelf heeft opgedragen. Maar bij wie het uiteindelijk een open vraag blijft aan het einde van het verhaal of hij zich werkelijk kan omkeren naar de vreugde waar zijn vader hem toe uitnodigt?

Laten gaan

De zorg om wat verloren is. Misschien heeft het “verloren zijn” door de loop van de traditie heen een wat negatieve bijsmaak gekregen, maar het is de vraag of dat werkelijk zo bedoeld is in de gelijkenis. Verloren betekent bij Jezus ook de kans gevonden te worden, met alle vreugde die er bij hoort! Wie een kind wil laten groeien moet er niet bovenop gaan zitten, er is een laten gaan van de vader in de gelijkenis van zijn kind, er is een op weg gaan, en zelf een weg zoeken nodig om te ontdekken wie hij is, wat bij hem past, wat zijn plek is in deze wereld. En wat mij daarin treft is het enorme vertrouwen van de vader, die hem laat gaan, zijn kind zich laat verliezen in de wegen die hij kiest, maar tegelijk niet opgeeft om naar hem uit te kijken. Uit te kijken naar de groei die die weg ook brengt, uit te kijken naar hoe hij opnieuw gevonden zal worden en opnieuw kun je zeggen dat dat zowel geldt voor de jongste ver weg van huis als de oudste dichtbij.

Misschien heeft de vader wel gezien hoe zijn oudste zich verloor in zijn plichtsgetrouwheid, in het stugge doorwerken op het land, in het trouw volbrengen van de dingen waarvan hij dacht dat die van hem gevraagd werden. Misschien zag de vader wel hoe de oudste zich steeds meer verloor in het gevoel slaaf te zijn thuis en toch wil hij hem zelf laten ontdekken dat al het zijne ook van hem is, zomaar om niet, uit liefde, niet omdat hij er zo hard gewerkt voor heeft.
Net zozeer als de jongste zoon, om niet, uit liefde terug mag keren, als een zoon en niet als slaaf zoals hij voor zichzelf had bedacht omdat die liefde niet en nooit niet voorwaardelijk was.

Als Jezus in de Vader zijn eigen Vader herkent, dan is de gelijkenis daarin dat we - welke wegen we ook kiezen -altijd binnen het bereik van Gods liefde zijn, dat hoe verloren we ook zijn geraakt in de veelheid van dingen die op ons af komen, of hoezeer we onszelf ook zijn kwijtgeraakt in wat we dachten dat bij ons paste, maar waarmee we onszelf tekort deden of een ander, we blijven op welke manier het ons ook vergaat binnen het bereik van die liefde van de Vader en de enige

Weerhouden worden

Maar er is van alles wat ons daarvan weerhouden kan, zo vertelt de gelijkenis eigenlijk. Misschien omdat we denken dat we die liefde voorgoed verspeeld hebben door de wegen die we hebben gekozen in ons leven, zoals de jongste. Terwijl hij teruggaat naar zijn vader repeteert hij onderweg zachtjes wat hij zal gaan zeggen, dat hij heeft gezondigd tegen de hemel en tegen zijn vader en dat hij het niet langer meer waard is om zoon genoemd te worden en dat hij voortaan slaaf zal zijn, dat hij zo zijn schuld zal afbetalen, dat hij zo zal boeten voor de wegen die hij gekozen heeft. En misschien is dat soms beter te hanteren voor ons mensen dan liefde die door alles heen blijft bestaan en die je om niet geschonken wordt, zo gewend als we zijn aan het principe van voor wat

Ik moest even denken aan hoe we met de kindernevendienst in mijn vorige gemeente een keer bloemen uitdeelden in het centrum van Wormerveer en waarbij we alleen maar zeiden, dat we die bloem graag aanboden namens de kerk en dat we hen een mooie dag wensten. En hoe moeilijk het was voor de meesten om dat gewoon maar te ontvangen, dat men toch ietwat voorzichtig of wantrouwend vroeg of er iets voor gedaan moest worden of dat het geld kostte of welk addertje dan ook dat er onder het gras zat.

Misschien is wat ons weerhoudt om ons over te geven aan de liefde van God. Ook dat we denken dat we die liefde van God moeten verdienen, zoals de oudste zoon en dat áls we daar hard voor gewerkt hebben, offers voor hebben gebracht recht hebben op beloning, een streepje voor hebben op anderen, net even meer liefde zullen krijgen. Hoe pijnlijk en moeilijk kan het zijn hoe kinderen soms hun best blijven doen om maar iets van de liefde van een vader of moeder te verdienen. Hoe dat soms een levenslange hunkering kan blijven naar een moment van erkenning, van gezien worden, van werkelijk bemind worden.
En hoe moeilijk is het om als ouders je liefde onvoorwaardelijk te geven zonder dat je daar je eigen verwachtingen, hoop en wensen aan koppelt, die je bewust of onbewust aan je kind laat merken. Dat gebeurde in die bewuste aflevering van de Luizenmoeder, dat ouders er zo bovenop zaten.

De oudste zoon is zo dichtbij de liefde van de vader, de hele tijd al en toch heeft hij het niet gemerkt, niet gezien omdat hij zo vast zat in het stramien van de voorwaardelijke liefde, liefde die alleen verdiend kan worden door er hard voor te werken. De voorwaardelijkheid die zo vaak in onze onderlinge liefde sluipt, die weerhoudt ons ervan ons over te geven aan de onvoorwaardelijke liefde van God. Ben ik goed genoeg, heb ik het verdiend?

Ruimhartigheid

Als Jezus ergens iets over de liefde van zijn Vader wil vertellen dan is het wel in deze gelijkenis en misschien is zijn vraag aan het einde vooral wel of we naar elkaar toe royaal en ruimhartig kunnen zijn als het gaat om die liefde van God. Hoe onze weg er uiteindelijk naar toe gaat, voor een ieder weer anders hoe we onszelf misschien soms eerst moeten verliezen om uiteindelijk te ontdekken dat die liefde ons altijd begeleid heeft op de weg, en of we ons nu herkennen in de oudste of in de jongste zoon.
Hoe het ook zij… kunnen we royaal en ruimhartig zijn naar elkaar toe als het gaat om die liefde van God, en kunnen we delen in de vreugde van wie zich gevonden weet door die liefde? Dat is de open vraag waarmee de gelijkenis eindigt.

Als we samen brood en wijn delen, dan worden we er weer bij bepaald hoe gelijk we zijn, hoe ieder van ons zijn eigen weg te gaan heeft in het leven, hoe we die ruimte en dat vertrouwen van God ook mee krijgen, vrijheid ook, ook met alle fouten die we erbij maken. Hoe we onze eigen dingen te overwinnen hebben, maar als we dan aanschuiven aan zijn tafel op zijn uitnodiging een ieder gelijk om zijn liefde om niet ontvangen, en hoe we elkaar, gezeten aan die tafel van de Heer, kunnen laten groeien, niet door er bovenop te zitten, maar door elkaar ruimte te gunnen. De ruimte, de ruimhartigheid van de liefde van de Vader, bij wie we uiteindelijk thuis mogen komen,

Amen