Logo van de kerk

overweging in 2018 op 1 juli

Overweging op 1 juli 2018

Lezing Job 42

Het leven is niet alleen maar zwart, dat verbaasde me al direct.

Deze woorden bleven me bij uit een interview dat afgelopen december in de krant stond. Het was het verhaal van een jonge vrouw en moeder die vorig jaar zomer haar man en dochter verloor tijdens een ongeluk in de haven van Lauwersoog. Een onbekende vrouw reed tegen echtgenoot en hun twee kinderen aan. Alleen het zoontje overleefde het en de moeder die op dat moment thuis was. Het leven is niet alleen maar zwart, dat verbaasde me al direct, zei deze moeder en echtgenote een half jaar later en ze schetst hoe ze ondanks het enorme verdriet toch momenten van levensvreugde ervaart, hoe ze, terwijl ze van tevoren had gedacht dit nooit te kunnen overleven, toch verder kan op een of andere manier en daarin ook nog goede momenten beleeft.

Je kunt ervan onder de indruk raken hoeveel veerkracht een mens in zich heeft. Ooit begroef ik een mevrouw die notabene vijf kinderen verloor tijdens haar leven, en zelf uiteindelijk op hoge leeftijd niet verbitterd stierf. Een mens moet verder, en een mens kán ondanks alles soms ook verder.
Zo ook Job. Na alles wat hij doorstaan heeft, alles wat er over gezegd is, moet hij verder. En kan hij ook verder. Het laatste hoofdstuk doet een beetje denken aan een film, waarin aan het einde het beeld even op zwart gaat en een tekst verschijnt, zoiets als “20 jaar later ”, waarbij dan een mooi muziekje wordt ingestart. En dan zien we Job in beeld komen, niet langer alleen en in zak en as, maar op hoge leeftijd in alle voorspoed tussen zijn prachtige dochters en zijn spelende klein -, en achterkleinkinderen. Job, de man die alles had, alles verloor en aan het einde uiteindelijk het dubbele terugkrijgt. Meer dagen kon hij niet op, zo eindigt het verhaal. Een goed slot? Of juist een te mooi einde? Klopt dit nu bij de rest van het verhaal? Had het juist anders gemoeten?

Het is al heel wat als een mens min of meer verder kan als het heeft doorstaan wat Job heeft doorstaan, veerkracht kan vinden, goede momenten kan hebben, maar is dat einde van dit voorbeeldverhaal, deze parabel over Job nu niet teveel losgezongen van de werkelijkheid, van het echte leven? Is het niet te ongeloofwaardig?
En verwarrend is het ook: het hele boek door strijdt Job tegen de opvatting van zijn vrienden dat God de rechtvaardige zegent met voorspoed en de goddeloze straft met tegenslag, dat principe gaat niet op, houdt Job vol, het klopt niet, er is onverdiend leed, en andersom moet je misschien ook zeggen: onverdiende voorspoed. We kunnen ons leven en God niet vastzetten in zo’n algemeen geldend principe, we kunnen ons geloven er niet aan ophangen, zo heeft Job het hele boek door vol gehouden. En dan toch zo’n einde, lijkt het dan toch niet teveel op een uiteindelijke beloning van Jobs trouw en zijn vasthoudendheid aan God? Er wordt ook wel door uitleggers gezegd dat dit slot er later nog aan toegevoegd is, om het boek uiteindelijk toch weer aanvaardbaar te maken volgens de theologische opvattingen van toen, dat men niet kon leven met een slot waarin het niet duidelijk was hoe het nu verder ging met Job en dat dit laatste stuk daarom is toegevoegd. Daar valt misschien van alles voor te zeggen, maar uiteindelijk is het verhaal zó aan ons doorgegeven en daar moeten we het mee doen. En zó zet het ons ook aan het denken. Ik kom daar straks even op terug, op dat slot.

Eerst vind ik het mooi om in deze laatste keer nog eens terug te blikken op Job en de ontwikkeling die hij doormaakt in alles wat hem overkomt. Want was er misschien voorheen maar één beeld van Job als gelovige, nu we het hele boek min of meer zijn doorgegaan, was het te zien hoe hij veranderde in zijn wijze van geloven, in zijn manier van antwoord geven op wat op zijn pad kwam, dat verwerken in zijn gelovige manier van in het leven staan, met God blijven gaan. Als eerste, bij het bericht van het verlies van alle goed, have én zijn kinderen, formuleerde hij het antwoord dat gangbaar was in zijn tijd, je zou kunnen zeggen, met behoud van God en zijn leer erbij: de Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de Heer zij geloofd. Manmoedig doorstaat Job en zijn geloof de eerste beproeving.

Bij de tweede beproeving is er al iets van een verschuiving merkbaar, zeker als Jobs vrouw hem ook nog eens aanspoort die God maar op te geven, Jobs antwoord wordt al meer vragenderwijs, zoekend naar Gods bedoelingen vanuit menselijk perspectief, terwijl het eerste nog meer werd gesteld met de blik van boven. Job vraagt: wanneer wij het goede aannemen van God, moeten wij dan ook niet het slechte aannemen?

Nog een stap verder gaat Job in het hoofdstuk dat volgt, daar spreekt hij niet meer vanuit een algemeen menselijk geldend principe, maar daar kan hij alleen nog maar vanuit zijn eigen ervaring spreken. Hij weet niet meer goed hoe hij zijn eigen ervaringen moet verbinden met het geloof dat hij ooit beleed – hoe herkenbaar trouwens soms -en dat gevecht in Job zelf komt eruit als hij in gesprek gaat met zijn vrienden, keer op keer blijven zij een algemeen standpunt verwoorden en keer op keer confronteert Job hen met zijn ervaringen, die daar niet mee rijmen.

Uiteindelijk verandert Job helemaal als God hem antwoord vanuit de storm. Van iemand die koste wat kost God, het leven, lijden en heel onze werkelijkheid in een passend, kloppend systeem wil kunnen plaatsen, begrijpen en doorzien, wordt Job iemand die een overdonderde ervaring van grootsheid, van God ondergaat en zich toch gezien weet als mens, als gelovige.

Ik moest zelf even denken aan een droogkomische cartoon die ooit in Trouw stond, met daaronder de tekst: “I resign as general manager of the universe ” oftewel: ik hou ermee op manager van het hele universum te zijn. Ik ben niet, hoef niet langer het middelpunt te zijn van waaruit alles gedacht moet worden, in de greep moet worden gehouden, gecontroleerd moet worden, bijna een bevrijdende ervaring moet dat zijn, van overgave, van loslaten en je toch niet losgelaten weten, zoiets is die laatste stap van Job. Hij zegt zelf daarover: Ik had over U gehoord van horen zeggen, maar nu heb ik U met eigen ogen gezien.

Het bijzondere is, vind ik, als je deze hele ontwikkeling van Job zo achter elkaar zet dat elk geloofsantwoord zijn eigen waarde heeft, zijn eigen geldigheid in heel die weg die Job aflegt, het wordt niet in een goed, beter, best ontwikkeling gezet, althans, het verhaal spreekt dat oordeel niet uit, nee, elk antwoord an sich houdt Job gelovig op de been en op een of andere manier verbonden met God. Maar geen enkel antwoord, geen enkele manier van reageren wordt bij Job absoluut, telkens blijft de deur op een kier naar een verder zoeken, naar het geheim van God, en het leven. En daarin getuigt het boek Job van een wijsheid, een fijngevoeligheid, die voor ons telkens weer heilzaam en waardevol is in ons geloven. Aan de ene kant worden er posities ingenomen, pogingen gedaan antwoorden te formuleren om gelovig met leven en lijden om te gaan, er wordt niet bij voorbaat gezegd dat “je er toch nooit achter komt ”, of “dat het geen zin heeft om erover na te denken “, nee, je krijgt werkelijk wat om te onderzoeken, werkelijk wat in handen. En aan de andere kant is er telkens ook weer een opening te vinden dat er een weg is die verder gaat, die je meer of anders de dingen doet ontdekken over God en jezelf en het leven zoals dat zich ontvouwt.

Een collega vertelde me ooit hoe ze bij een moeder was geweest van wie de zoon plotseling was overleden aan een hartaanval. Deze moeder verwoordde zoiets als dat God er vast wel een bedoeling mee had gehad. Maar, u denkt toch niet dat God hier achter zit, had de collega onthutst gezegd. Ja zeker wel, zei de moeder, en jij bent niet degene die me nu dat geloof uit handen neemt. Kennelijk, zo zei mijn collega, was dat voor háár voor dat moment het geloofsantwoord dat haar op de been hield, verbonden met God, méér dan dat haar zoon eenvoudigweg getroffen was door een willekeurig lot. Het leerde mij, vertelde de collega, dat er nooit een eenduidig antwoord is te geven op het lijden, het leven, welk antwoord dat ook is.  
Zoiets gebeurt daar in dat boek Job en belangrijk, pastoraal gezien dan, is dat Job zelf telkens aan het woord blijft, het is aan hem wanneer hij weer een stap verder zet in zijn omgaan met leven en lijden en geloven.

En dan nog dat punt van de verdubbeling van Jobs bezit, zijn prachtige dochters en al dat nageslacht, de bijna overdreven versie van: En hij leefde nog lang en gelukkig. De inzet ooit aan het begin was of een mens, ongeacht voordeel of niet belangeloos, om niet, trouw kan zijn aan God, met God kan optrekken, om God zelf en niet om wat het je geeft of oplevert. Als dat kan, als dat mogelijk is, dan maakt het voor je geloven uiteindelijk niet uit of je zware of vreugdevolle tijden meemaakt in je leven, met alle vragen die het leven je geeft, met alle moeite. Maar ook zo vaak met alle onverwacht prachtige geschenken in het leven, de dingen die je zomaar om niet krijgt, temidden van dat alles, wat het ook is, probeer je telkens weer verbonden te blijven met God en zijn verlangen voor deze wereld, samengevat in het Koninkrijk van God. Net zo goed als je bij lijden de waarom-vraag stelt, kun je ook bij al het goede de waarom-vraag stellen en eigenlijk zit geloven of niet, verbonden zijn met God of niet, niet op dat niveau, het niveau van de omstandigheden, eerder een laag dieper, een verbondenheid door alles heen.

Tegelijk zie ik in die uitbundigheid van Jobs leven, van alle goede gaven, ook een hoopvol perspectief, dat dat kan, dat het mag, dat de Bijbel niet voor minder gaat, die veerkracht van een mens, waarmee ik begon, dat Job het weer aandurft te leven, lief te hebben, ondanks alles. Daar schuilt toch wel een enorm vertrouwen in, het verschil met het begin zit erin dat hij daar wordt omschreven als een vader die angstig offers brengt voor zijn zoons voor het geval dat. Stel dat het misgaat. Terwijl aan het einde wordt hij geschetst als een vader die de meest prachtige namen (én met plezier) voor zijn dochters heeft bedacht en bovendien ook nog tegen alle regels in hen hun deel van de erfenis geeft. Job durft te leven, durft lief te hebben, alsof hij er meer van geniet.

Er valt nog veel meer over Job en dit boeiende boek te zeggen. Zovelen voor ons en zovelen na ons zullen zich weer verdiepen in dit zo herkenbare, menselijke verhaal. De filosoof Soren Kierkegaard zei het ooit zo:
“U hebt Job toch wel gelezen?
Lees hem, lees hem steeds opnieuw! (…)
In het hele Oude Testament is er geen figuur
die je met hetzelfde menselijke vertrouwen
en dezelfde vertroosting benadert
als Job, juist omdat alles aan hem zo menselijk is…”

Amen