Logo van de kerk

overweging in 2018 op 1 april paasmorgen

Overweging op 1 april 2018 Paasmorgen

 Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Vorige week waren we met een groep gemeenteleden in het Friese dorpje Jorwert te gast bij Nijkleaster, letterlijk vertaald nieuw klooster, een plek waar men een protestants klooster probeert vorm te geven. We deden mee aan het ochtendprogramma en één van de onderdelen daarvan was de “kleasterkuier “, oftewel een kloosterwandeling in het weidse Friese landschap. We liepen het eerste gedeelte in stilte, vervolgens kregen we een vraag mee om in stilte te overdenken en op het laatste gedeelte van de wandeling, al lopend over een slingerend graspad, werden we uitgenodigd een vreemdeling uit de groep uit te zoeken en met hem of haar te delen wat onze gedachten en vragen waren die we tot dan toe in ons binnenste hadden overdacht.
Oplopen met een vreemdeling en delen met die ander wat je heeft geraakt, wat je bezighoudt aan geloof en hoop. Spannend is dat, want waar begin je, welke woorden kies je, vooral als het gaat om zoiets kwetsbaars en persoonlijks als geloof. En tegelijkertijd, wat ontstaan er dan onverwacht mooie gesprekken, wat kun je, zonder dat je elkaar kent toch onverwacht tot de kern komen, alles eromheen doet er even niet toe.

Ik moest er aan denken bij ons verhaal van vanmorgen, het verhaal van die twee leerlingen onderweg die met die onvermoede derde, een vreemdeling die met hen oploopt hun ziel en zaligheid delen. Hun hoop, hun wanhoop, hun passie en intense teleurstelling. Wandelen en geloven, samen met elkaar oplopen en delen wat je ten diepste beweegt, het is een beproefde combinatie, dat wordt al heel vroeg duidelijk in die beweging rondom Jezus. De eerste volgeling van Jezus werden ook niet christenen genoemd maar “mensen van de weg”, en die benaming drukt heel mooi uit wat geloven in wezen is, een weg die je gaat met alles wat je op die weg tegenkomt en waar je richting in zoekt.

De meest gehoorde verzuchting van de mensen van onze belijdenisgroep was, dat zodra ze ergens noemden dat ze gelovig waren of daar mee bezig waren, dat er dan van hen verwacht werd dat ze wisten “hoe het zit” en of ze dat dan eens even konden uitleggen. Alsof ik dat kan…zeiden de deelnemers dan. En ze hebben gelijk, geloven heeft niet te maken met zitten, met “weten hoe het zit” en that’s it maar een weg zoeken, in beweging komen, soms verdwalen, afslagen nemen, rondjes lopen en dan soms ineens tot je eigen verwondering ontdekken dat je weer een beetje verder bent gekomen, ontdekken wat of wie er met je mee loopt.

Geloven als een weg die je gaat…

Het mooist komen we dat tegen in het paasverhaal van vanmorgen, het verhaal van de Emmausgangers. Twee mensen die al een hele weg met Jezus hebben afgelegd, met alles wat daarbij aan hoop, liefde en geloof in hen was gegroeid. Ze wisten niet waar de weg met Jezus hen zou brengen, maar ze waren gegaan, ze waren in beweging gekomen en hadden de hele weg met hem afgelopen, ook tot in die laatste dagen. Maar nu heeft de dood een definitief punt achter deze weg gezet, alles is stilgevallen, de hele weg voor niets. Einde verhaal.

Ze gaan wandelen, ze gaan op weg, ze zetten hun lichamen in beweging, misschien in de hoop dat hun gedachten die telkens weer stuklopen op de dood van hun geliefde rabbi ook weer gaan stromen.
En dan komt er zomaar een vreemdeling naast hen lopen, die hen vraagt waar ze toch over lopen te praten, wat ze hebben meegemaakt. Een mooi beeld is dat. Geloven, ook of misschien juist op deze paasmorgen, begint met de eigen vragen, de eigen ervaringen, je eigen hoop of wanhoop, de eigen twijfels over waar je op stukloopt en de eigen gedachten over wat er gebeurd is.

De vreemdeling, van wie zij nog niet weten wie hij is, laat hén eerst hun eigen verhaal vertellen. Geloof begint bij jou, was ooit de slogan van een kerk. Op de wandeling in Nijkleaster kregen we de opdracht “de ander tevoorschijn te luisteren”. Zo luisteren naar de ander die naast je loopt, dat alles gezegd mag worden, dat niets verborgen gehouden hoeft te worden, luisteren zonder oordeel, zonder te snel met je eigen ervaringen te komen, en je eigen oplossingen.
Dat is wat de vreemdeling met die twee leerlingen doet. Hij luistert hen tevoorschijn. En ze vertellen hun verhaal, en het is mooi voor ons om tussen de regels door te lezen hoe dicht ze al bij de waarheid zitten, hoe in hun woorden van wanhoop en ongeloof al doorklinkt wat er straks aan geloof en hoop geboren zal worden. Maar ze zien het nog niet, er ligt nog een waas over hun ogen. Die ervaring herkennen we misschien wel, hoe je soms wanneer je zoekende bent, teleurgesteld, verdrietig in leven of geloof, hoe je dan die ene ander op je weg nodig hebt om je net even anders naar de dingen te laten zien en hoe je tot je verwondering dan ontdekt dat je er al héél dichtbij was, er was maar een klein stapje nodig, alles was in de kiem al aanwezig, alleen je zag het nog niet.

Zó dichtbij zijn de leerlingen van Jezus al, luister maar. Er zijn vrouwen die ons in verwarring hebben gebracht, zeggen ze, (…aha…) ze hebben ons in de war gebracht met verhalen die erop wijzen dat er misschien niet alleen maar lijden en dood en verlies is geweest in de afgelopen dagen. En met verhalen over engelen die zeggen dat Jezus leeft en hoe toen een paar van hen naar het graf zijn geweest en Jezus daar niet zagen. Zó dichtbij zijn de leerlingen al, maar hun blik is nog vertroebeld.
Heel hun verhaal mogen die twee vertellen, alles wat hen zo geraakt heeft en dat verhaal gaat vooral over alles wat het leven stuk maakt, wat hoop vernietigt, wat het goede bedreigt. Hun verhaal gaat over precies datgene wat je geloof in God, in Jezus, in Pasen het meeste aanvecht, wat je verhindert om je aan de vreugde van Pasen over te geven. Dat is het meest bijzondere aan het christelijk geloof: de weg van God gaat via de weg van het lijden. De theoloog Bonhoeffer zei het zo: het unieke aan het christelijke geloof is niet dat Jezus opstond uit de dood, maar dat God ervoor koos de weg van het lijden, de weg van de minste te gaan. Een weg door de diepte.

Toen ik twee manden geleden op de uitvaart van mijn veel te jong gestorven neef was, zongen we het lied “Welke vriend is onze Jezus ”, een lied dat ik al heel lang ken via mijn pake’s en beppe’s, een lied van vroeger en zo had ik het ook altijd beluisterd, maar ineens was het daar op die dag zo’n troost met elkaar te zingen over iemand, die zo trouw is dat Hij het lijden, waar wij geen kant mee op kunnen met ons mee draagt.

Als die twee helemaal zijn uitverteld, begint de vreemdeling te spreken. En hij vertelt verhalen van oudsher, van Mozes en de profeten, stemmen van mensen die hen zijn voorgegaan en telkens weer het geheim ontdekt hebben, dat lijden en dood bij God niet het laatste woord hebben, dat zelfs in de meest uitzichtloze situaties waarin alles lijkt te eindigen er toch een nieuw begin, nieuwe hoop mogelijk is. Ook in je geloven heb je die stemmen nodig van mensen die je zijn voorgegaan, mensen bij wie je op de schouders staat, om het zo maar te zeggen. Dat wij hier vandaag Pasen vieren is op gezag van die allereerste leerlingen die ondanks alles wat ze mee hadden gemaakt met Jezus in de donkere laatste dagen toch door die wonderlijke, vreemde vreugde en hoop geraakt werden dat dit niet het einde was, dat Jezus nog net zo levend in hun midden was, als voorheen. Anders, dat wel, zeker, maar nog net zo zeer aanwezig als bron van levensvreugde, hoop en liefde.

En heel langzaam wordt er iets geboren in de harten en hoofden van die twee leerlingen. Pasen komt niet als een donderslag bij heldere hemel, maar als het langzaam optrekken van een waas, van een sluier als een kracht die je langzaamaan in jezelf ontdekt en die je helpt op te staan, als de ervaring dat er Iemand is die je tranen afwist, zoals Jesaja het zo mooi zegt.
Blijf bij ons, zeggen de twee. Dit willen we niet meer kwijt. Nu we zo’n lange weg hebben afgelegd tot hier, willen we niet meer terug op onze schreden. En als ze dan aan tafel zitten, als de vertrouwde handelingen van danken, breken en delen voor hun ogen worden gedaan, dan maakt hun hart een sprongetje, een vreugdedansje ze herkennen Hem, in een flits, het is maar even, maar het is genoeg!
Die twee dingen zijn nodig voor geloven, hoofd én hart, bezig gaan met de verhalen, je eigen verhaal en verhalen uit de schrift, deze overdenken, bevragen, serieus nemen en tegelijkertijd af en toe even zo’n moment, een glimp, een flits die je raakt tot in het hart, een knipoog van God, zo zei iemand mooi in de belijdenisgroep.

En weer verder gaat de weg, ze kunnen nu niet meer stil blijven zitten, nu opnieuw terug maar zo anders naar Jeruzalem. Dezelfde plek die zo symbool was geworden van dood en wanhoop, wordt nu de plek van hoop en leven, van God die niet loslaat wat zijn hand begonnen is. Die twee, ze verlangen naar een gemeenschap, naar mensen om zich heen, een plek om te delen, ze verlangen naar een kring van hoop. Wat een weldaad is het, als die er is, een plek, een gemeenschap, een gemeente waar je je hoofd mag gebruiken en waar je hart af en toe een sprongetje mag maken.
Laten we ons erin verheugen en God danken dat we hier vandaag zo’n kring van hoop mogen zijn, met in ons midden de Opgestane!

Amen