Logo van de kerk

overweging in 2017 op biddag

Overweging Biddag 2017

Lezing Prediker 2: 20-26

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Een programma waar ik op dit moment graag naar kijk is “ Floortje naar het einde van de wereld.” In dat programma reist Floortje Dessing af naar mensen die in een of andere verre uithoek van de wereld hun leven hebben opgebouwd. Vaak zonder al te veel comfort, ver weg van familie en vrienden en in buitengewone omstandigheden proberen mensen iets waar te maken van hun droom of passie. Uiteraard gaan de gesprekken met deze mensen over hoe ze tot die keuze zijn gekomen, hoe hun dagelijks leven eruit ziet en vooral, wat het hen heeft gebracht, zo te leven, omdat het ook de nodige offers heeft gekost. En het opvallende is dat waar mensen ook ter wereld zich gevestigd hebben, wat ze ook doen, om welke reden dan ook: bijna altijd komt terug dat men zich nu bevrijd voelt van de dingen die in hun vroegere leven zo’n belangrijke rol speelden. De zorgen hoe geld te verdienen of waaraan het uitgegeven moest worden, de zorgen over je bezittingen, over het huis en de hypotheek, de carrière. De zorgen over hoe je alles passend kreeg in je leven, werk, zorg, sociaal leven, familie. In hun keuze voor dit uitzonderlijke leven ervaren ze, ondanks de soms moeilijke omstandigheden, ook hoe gevangen ze voorheen zaten in alles wat bij hun vroegere leven hoorde, hoe ze zichzelf erin hadden verloren,en hoe er nu meer rust is gekomen, hoe hen dat veranderd heeft als mens.

En je hoort in hun woorden de woorden van Prediker op de achtergrond meeklinken: Vertwijfeling beving me over alles wat ik had verworven, waarvoor ik had gezwoegd onder de zon. Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij moeizaam verworven heeft? Hij jaagt het na en zwoegt ervoor onder de zon.

Met andere woorden, wat is de zin, wat is het doel van al ons geploeter, ons gezwoeg, al onze inspanningen, is het niet allemaal lucht en leegte, om het met de woorden van Prediker te zeggen? Ergens klinken in de woorden van de mensen uit dat programma deze vragen van Prediker op de achtergrond mee.

En toch, voor de meesten van ons is het nooit weggelegd op zo’n manier te leven. Is het echt nodig om zo’n radicale keuze te maken om bevrijd te worden uit al je gezwoeg en geploeter, om dichter bij die rust en eenvoud te komen, waar mensen over vertellen. Dichter bij het leven zelf, of kan dat ook midden in het alledaagse leven dat je leidt, mét alle zorg, alle arbeid, alle bezit en verantwoordelijkheid voor jezelf en de anderen om je heen? Anders gezegd, lukt het ook om midden in dat volle leven de zin te ontdekken waar Prediker zo naar op zoek is?

De woorden van Prediker komen aan het einde van een hoofdstuk waarin hij beschreven heeft hoe hij alles geprobeerd heeft wat het leven maar te bieden heeft, hoe hij zich verloren heeft in wijn, vrolijkheid, paleizen bouwen, tuinen aanleggen en vermaakt worden door alle zintuigen aan te spreken. Maar wat hij ook geprobeerd heeft, zo zegt hij, het was allemaal najagen van de wind, het had geen enkel nut onder de zon. Lucht en leegte, is het herhalende refrein van Prediker. Sommige mensen ervaren Prediker om deze reden als een somber boek, maar mij treft vooral de eerlijkheid waarmee hij spreekt en zijn leven onder ogen durft te komen.
Het is een stem die niet altijd even makkelijk wordt gehoord, Of die mensen willen horen, of waar mensen de moed voor vinden om het uit te spreken. Liever vertel je het verhaal dat de keuzes die je gemaakt hebt in je leven geweldig zijn uitgepakt, dat de dingen die je doet of gedaan hebt heel nuttig bleken te zijn en precies bij je hebben gepast, precies bij je passen. Liever verpak je je leven in een verhaal met een stijgende lijn, waar je uiteindelijk met tevredenheid op terug kunt kijken.
Maar wie zal niet de vertwijfeling herkennen waar Prediker over spreekt. Misschien als je er midden in zit, dat het je soms even aanvliegt, misschien als je er op terugblikt, op periodes uit je bestaan. Wat heeft mijn gezwoeg en geploeter uitgehaald, wat heeft het voor zin, heeft het zin gehad?

Prediker gaat deze vertwijfeling niet uit de weg, hij poetst het niet weg met mooie woorden, hij komt niet met een antwoord dat het glad strijkt of dichttimmert. Prediker laat de vertwijfeling volledig toe en probeert midden daarin een weg te zoeken als mens.

In de jaren ’80 richtte een dominee in een achterstandswijk in Dordrecht een oecumenisch ontmoetingscentrum op, terwijl hij zelf dag in dag uit ging werken in een fabriek. De vraag die hem bezig hield was: wat blijft er overeind, wat blijft er staande, van alles wat ik geleerd heb tijdens mijn studie theologie, van alles wat ik denk te geloven, van alle mooie woorden als ik dat onderdompel in een leven van zwoegen, ploeteren voor je geld, van dag in dag uit hetzelfde in een woonomgeving, die alles behalve eenvoudig en comfortabel is?
Deze eerlijkheid, deze zoektocht lijkt ook Prediker te drijven. En misschien is dat het eerste wat er over die woorden van hem gezegd moet worden, dat ze het bestaan in alle oprechtheid en eerlijkheid belichten. Dát het leven van een mens soms bestaat uit gezwoeg en getob, dát bij tijd en wijle de vraag je in de macht krijgt wat voor zin het heeft, zeker in het aangezicht van de dood. Het woord dat in het Hebreeuws voor inspanning, voor gezwoeg wordt gebruikt is een woord dat zoiets wil zeggen als de kluwen van inspanning die je moet leveren om je bestaan op te bouwen. Ten tijde van Prediker ging dat én om de inspanning grond te bewerken, én om de dieren te verzorgen, én om je dagelijkse voedsel te verkrijgen én om de zorg voor je naasten, je huis en je plek in de gemeenschap.
Vandaag de dag zou je kunnen zeggen dat die kluwen van inspanning er nog steeds is of weer steeds meer, omdat mensen én verantwoordelijkheid dragen in hun betaalde banen, vaak allebei, én de zorg voor hun naasten dragen, én soms als mantelzorgers naar de generatie daarboven en daaronder. En dan ook nog de verwachting of verplichting voelen om hun rol te vervullen in het gemeenschapsleven, het is deze onontwarbare kluwen van inspanning die de keerzijde is van de participatiemaatschappij, “ combinatiedruk ” is een woord dat hierbij hoort. Dat wil zeggen dat mensen zo gebukt gaan onder deze hele kluwen van verantwoordelijkheden, taken en verplichtingen, dat ze zich er in verliezen en dat dit de diepste zin van hun leven gaat uitmaken.
Dat het alleen nog maar gaat hoe ze alle ballen in de lucht kunnen houden, hoe ze zowel in hun werk, gezin en maatschappij hun rol kunnen vervullen. Prediker durft de vertwijfeling hierover toe te laten en de vraag te stellen of, als het hier alleen nog maar om gaat, dit niet enkel leegte is.

Ik denk aan een jonge vader die tijdens een avond waarin we spraken over hoe we wilden "vasten" in de Veertigdagentijd zei: ik zou zó graag wat goeds, wat voor een ander willen doen, want ik heb zo het idee dat ik gevangen zit in het kringetje van mijn "eigen leventje ". Alsof het leven alleen maar werken en zorgen en zorgen en werken is, terwijl ik me afvraag of dat nu alles is, of dat werkelijk zo bedoeld is.

En ik hoorde deze jonge vader tussen de regels door zeggen hoe de zin, het verlangen naar een groter verhaal dan je eigen leven alleen, een gedreven en vervuld worden door een verlangen naar vrede en recht, meer dan alleen voor jezelf leven, een verlangen naar het koninkrijk van God, om het in de woorden van het evangelie te zeggen, een schat in de hemel, hoe dat alles op de achtergrond leek te verdwijnen, omdat je je zo makkelijk verliest in het gezwoeg en geploeter, om dat daar je hele identiteit en wie je bent in lijkt te gaan zitten.
De druk van alledaagse dingen, waar is het eind en het begin? Zo zongen we aan het begin van de dienst en wie zou dat niet herkennen?

Maar hoe dan? Hoe dan als je niet als Floortje naar het einde van de wereld reist? Prediker zegt voorzichtig dat hij uiteindelijk ontdekt heeft dat het nog maar het beste voor een mens is dat hij zich aan eten en drinken tegoed doet en volop geniet van alles wat hij moeizaam verworven heeft.

Hier komt het aan op goed luisteren wat Prediker nu precies zegt, omdat het woord “genieten” ons misschien op het verkeerde been zet. Het wordt nogal vaak gezegd dat je vooral van het leven “moet genieten” en daar hoort dan, zeker voor de jongere generaties bij dat er van alles uit het leven gehaald moet worden, dat er van alles gedaan moet worden, dat een bucketlist van de meest fantastische dingen moet worden afgewerkt. Dit “genieten” heeft Prediker niet voor ogen, dat zou eerder een ontkenning zijn van dat gezwoeg en geploeter dat nu soms eenmaal bij het leven van een mens hoort, en de vertwijfeling daarover, een betere vertaling van het genieten is “zijn ziel het goede tonen” temidden van het geploeter en gezwoeg.
Met andere woorden, temidden van alle menselijke inspanning om het bestaan op te bouwen, temidden van alles wat je moeizaam verworven hebt, wat is het goede dat je wil tonen aan je ziel, wat is het goede dat daarin te ontdekken valt, wat is daarin het goede dat God je geeft? Hoe kun je er zo mee omgaan dat je ondanks geploeter en gezwoeg toch ook kunt blijven leven met hart en ziel en zin?

Ik denk aan de medewerker van het verpleegtehuis die vertelde hoe hij zichzelf dwingt om langzaam door de gangen van het huis te lopen, om zichzelf te herinneren dat hij leeft uit genade en vanuit de rust en vrede die bij God is, in plaats van jachtig zichzelf te verliezen in al het werk dat ligt te wachten. En wie weet werkt het ook nog aanstekelijk voor anderen, zei hij erbij.
Ik denk aan de man in de fabriek die misschien temidden van het werk, het routinematige, probeert om bewust te blijven van het menselijke aspect, wie hij of zij kan zijn voor de ander, voor de collega’s, ik denk aan degene die ziek aan huis gekluisterd is en temidden van alles wat je misschien moet inleveren aan vrijheid en onafhankelijkheid zijn of haar ziel kan tonen hoe goed het is dat je aan degene die je verzorgt zin en betekenis schenkt, hoe zeer je daarin van waarde bent.

Niet dat dit een antwoord is op alle vragen waarvoor het leven je stelt, niet dat hiermee alle gezwoeg en geploeter ongedaan wordt gemaakt, maar in alle voorzichtigheid wijst Prediker hiermee een weg, een weg waarin je je als mens niet verliest in alles wat voorbijgaat en waar je je hart bij de juiste schat legt.

Niet voor niets lezen we deze teksten juist op biddag, bidden als een inkeer naar je binnenste, naar de bron, bidden als een toewending naar God zelf.
Biddag voor gewas en arbeid, misschien kun je het zo zeggen, niet alleen bidden voor het resultaat, de oogst, maar ook uiteindelijk bidden voor de juiste houding, de juiste omgang met al ons gezwoeg en geploeter dat onherroepelijk bij ons leven hoort.
Bidden als een manier om je anker te vinden, temidden van alles wat aan je trekt aan taken en verantwoordelijkheid;bidden als de monnik of de zuster die al het werk uit handen laat vallen zodra de klokken van het getijdengebed gaan, als relativering van al onze inspanning.

Ergens las ik deze week een beschrijving van bidden die in het kader van Prediker, van de thematiek van vanavond wel heel erg van toepassing is, en daarmee zou ik willen afsluiten:

Bidden is datgene wat je boven het hoofd groeit
uit handen geven aan God

en in je handen ontvangen
wat God jou hier en nu te doen geeft,

Bidden is datgene wat je boven het hoofd groeit
uit handen geven aan God

en in je handen ontvangen
wat God jou hier en nu te doen geeft,

Dat we zo onze handen mogen vouwen en openen voor God.

Amen