Logo van de kerk

overweging in 2017 op 5 maart

Overweging 5 maart 2017

Lezing: Psalm 91: 1 en 2, 5 en 6, 11-16 en Mattheus 4: 1-11

In de Veertigdagentijd vervalt het glorialied, omdat de tijd voor Pasen soberder en ingetogener is. In plaats daarvan zingen we vandaag een geloofslied; Een vaste burcht is onze God, een bekend lied van Maarten Luther, de Reformator die dit jaar 500 jaar geleden de loop van geschiedenis veranderde met zijn leer en gedachtengoed. Een vaste burcht is onze God, het lied, de tekst kan soms nogal bombastisch aandoen, voor heel veel mensen is het in de loop van de tijd ook het strijdlied van de Reformatie geworden, maar in de Lutherse kerk hoor juist dit lied bij vandaag, bij deze zondagwant hoe ander is klinkt het wanneer je het verhaal achter zo’n lied kent.

Luther schreef dit lied niet rond de tijd dat hij zijn stellingen op de deur spijkerde, maar ruim tien jaar daarna in 1527, een jaar dat in alle opzichten zwaar voor hem zou worden, hij zelf was ziek en leed aan ernstige depressies, zijn pasgeboren zoontje Hans was dodelijk ziek en overleed na 12 dagen en een goede vriend van Luther kwam op de brandstapel. Vanuit de diepte van deze ellende schreef hij zijn lied, hij ging zingend de strijd aan met deze beproeving van zijn geloof, want zo ervoer hij het, de duivel bond met hem de strijd en stelde hem op de proef door dit alles over hem uit te storten.
Dat komt het mooiste naar voren in de vijfde regel van het lied. Een regel die zwart ziet van de nootjes en die lastig de zingen is, een melodie waarover je struikelt, en dat past precies bij de inhoud van die regel, daar gaat het over de vorst van het kwaad die jou wil laten struikelen, precies wat Luther ervoer bij het schrijven van dit lied.
Zou hij staande kunnen blijven of niet?

Gemeente van onze Heer Jezus Christus

Vasten?!

De Veertigdagentijd is afgelopen woensdag begonnen en dat is voor sommige mensen aanleiding om tot aan Pasen de dingen net even anders dan anders te doen. De één laat de lekkere dingen staan, de ander gaat minder in de weer met de telefoon, een derde probeert in deze tijd wat meer aan een ander te denken. Allemaal vanuit de gedachte dat het goed is om soms los te komen uit je vaste patronen, om stil te staan bij hoe je je leven inricht, om je te bezinnen en voor te bereiden op het feest van Pasen.

Nu las ik deze week in het blad van de PKN dat onze preses ds. Karin van den Broeke wel een heel bijzondere manier had van “vasten”, van stilstaan bij deze Veertigdagentijd. Zij vertelt dat zij zich ten doel heeft gesteld om iedere dag zich te verdiepen in iemand met wie zij het radicaal oneens is. Wat zijn de motieven, de beweegredenen van zo iemand, wat is de gedachtegang die erachter schuilgaat. Zo probeer ik, zo vertelt zij, Jezus te volgen in zijn weg, Hij zocht ook juist de ontmoeting op met mensen met wie hij het niet als vanzelfsprekend eens was, ook met hen sprak hij over het Koninkrijk van God.

Ik moest eraan denken bij het verhaal van vandaag. Je zou kunnen zeggen dat ds. Van den Broeke voor deze veertig dagen zichzelf op de proef stelt, haar geloof, waar ze voor staat, waar haar passie ligt. Houdt het staande als ze het in gesprek brengt met iemand die heel anders denkt, doet en gelooft als zij? Wat doet het met haar als ze een tegenstem opzoekt, een tegenover. Veertig dagen beproeft zij zo zichzelf, zoekt ze de beproeving op.

Jezus wordt op de proef gesteld, veertig dagen en nachten vast hij in de woestijn, in alle eenzaamheid en dan komt de duivel om hem te beproeven. Het blijft een beetje in het midden of hij het nu zelf heeft opgezocht, deze beproeving of dat het hem overkomt, dat het ongevraagd op zijn pad komt. De Geest drijft hem de woestijn in, vertelt het verhaal en Jezus… hij loopt er niet voor weg. Misschien heeft hij deze beproeving ook nodig om werkelijk te ontdekken of zijn roeping, zijn geloof, alles wat hem drijft het houdt als hij de tegenstem, de tegenstander heel dicht bij laat komen.

Beproeving

Misschien is het eerst goed om onszelf eens af te vragen waar voor ons de beproeving, de aanvechting zit in ons geloven. Wat is het dat bij ons soms alles aan het wankelen kan brengen, als het om ons geloven gaat, als het gaat om wat ons beweegt. Ik vertelde zojuist het verhaal over Luther, die de beproeving ervoer in wat er aan ellende in zijn leven plaatsvond. Is dat het wat je geloof wel eens aan het wankelen heeft gebracht, of brengt, wat vragen en twijfel in je losmaakte? Dat wat je overkwam of overkomt in je leven.
Of is het misschien wat er op ons af komt vanuit de wereld, aan grote vraagstukken, aan verbijsterend leed, aan altijddurende strijd, ervaar je misschien dat als iets wat je geloof soms uitholt. Iets wat niet te rijmen valt met alles wat je over God en de bijbel denkt te weten. Of is het misschien juist een beproeving voor je dat geloven, God, kerk soms zo weinig relevant meer lijkt, zo makkelijk naar de achtergrond verdwijnt, soms zo nietszeggend voor je kan zijn, zo marginaal. Dat het anderen nog zo weinig meer lijkt te zeggen, knaagt dat aan je?
Waar zit voor ons, voor u en mij de beproeving, als het gaat om ons geloven? En is het een beproeving die ons overkomt, zoals bij Luther, of is het misschien ook iets dat je min of meer opzoekt, zoals Jezus, zoals onze preses van de PKN?

Een collega met wie ik het deze week over deze vraag had, zei: misschien is voor mij juist wel de beproeving dat geloven zo gewoon is geraakt, zo erbij is gaan horen, dat ik me er juist te weinig vragen meer bij stel. Ik hoorde haar tussen de regels door zeggen, dat het juist misschien goed zou zijn de beproeving op te zoeken, de tegenstem, juist om ook weer te ontdekken waar haar werkelijke drijfveren, diepste geloof in zit, houdt dat het als het op de proef wordt gesteld?
Breng ons niet in beproeving, leert Jezus ons bidden in het Onze Vader, maar ergens kun je je daar wel vraagtekens bij zetten, Is het soms juist niet dat in die beproeving, de momenten dat het schuurt, wringt en botst je uiteindelijk ook verder brengt?
Jezus wordt beproefd in de woestijn, drie keer houdt de duivel, degene die alles door elkaar gooit, dat betekent het woord “duivel ” letterlijk, diabolos, drie keer houdt de tegenstander hem een duivels dilemma voor, drie keer zegt Jezus ‘nee’ omdat het hem uiteindelijk weg zou halen bij de weg die een mens nu eenmaal moet gaan. “Nee” omdat het een ontkenning zou zijn van wat nu eenmaal bij het leven, bij het mens-zijn hoort.

Instant-oplossing

Als je nu eens deze stenen in brood zou veranderen,
houdt de duivel Jezus als eerste voor. Na veertig dagen en nachten vasten, bij zijn grote honger, en als je al tot het uiterste bent gegaan, is dit uiteraard een grote verleiding. Het is de verleiding van directe behoeftebevrediging, de schijnbaar instant-oplossing, het korte termijndenken. We hoeven op dit moment maar naar de politiek te kijken hoe groot deze verleiding is, deze beproeving voor een mens. Hoe moeilijk het is om over de waan van de dag heen te kijken, hoe moeilijk het is niet alleen maar te reageren op de primaire reacties, de eerste behoeftes, het onderbuik-gevoel maar verder te kijken dan dat. Waar wil je werkelijk naar toe, wat heb je voor ogen, wat houdt het uiteindelijk werkelijk voor de toekomst, wat brengt ons werkelijk verder en niet alleen dat het onze tijd wel zal duren.

De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God, zegt Jezus als antwoord. Bij de weg van God, bij de weg van Jezus en van ieder mens hoort niet de instant oplossing, de truc, het zgn. “ wonder ”, maar stap voor stap een weg vinden naar een goede toekomst, niet óm de stenen heen, de hindernissen heen die je tegenkomt, maar daar dwars door heen. Zo gaat Jezus ook zijn weg, midden in en midden tussen ons mensen, met alle moeites die bij het menselijke bestaan horen.
Het is misschien ook de beproeving die bij je geloof hoort, de Bijbel, geloven, God geeft geen pasklare antwoorden, oplossingen voor alle vragen en uitdagingen waar het leven je voor stelt, hoe zeer je daar soms zelf ook naar vraagt, of hoe zeer een ander je ook daarop bevraagt.

Godsvertrouwen?

Waarom zou je niet van de tempel naar beneden springen, houdt de duivel Jezus vervolgens voor. Er staat toch geschreven dat engelen je zullen dragen, dat je je voet niet zult stoten. Als je echt op God vertrouwt, dan.
Dit is de verleiding waar ieder religieus mens, ja, iedere religie mee te maken heeft. In Gods naam strijden voor of tegen het een of ander. Als een publiekelijke geloofsdaad van vertrouwen je storten in het een of ander zonder daarbij zelf nog verantwoordelijkheid te nemen, zonder daarbij zelf na te denken maar omdat God het wil. Zo zul je God niet beproeven, zegt Jezus. Bij de weg die Jezus wil gaan, ook in relatie tot zijn Vader, hoort niet het elkaar overtroeven in geloofsvertrouwen, het testen van Gods trouw aan ons, jezelf of de ander gedachteloos in de afgrond storten, op welke manier dan maar ook en daarbij God voor je karretje spannen.

Macht

Eén knieval, eentje maar en dan is alles wat je hier ziet voor jou. Het is de laatste beproeving en het lijkt de meest doorzichtige van de duivel, hoe kan hij er nu van uit gaan dat Jezus hier in mee zou gaan. Maar tegelijkertijd…waarom niet, eigenlijk? Waarom zou Jezus het niet doen? Zou Jezus niet in staat zijn deze wereldmacht goed te gebruiken, zou hij niet het goede voor ogen kunnen houden? Is dit niet juist zijn kans?
Het is de verleiding van leiders, van invloed uitoefenen, van de macht, in het groot en in het klein, dat jij in staat bent de touwtjes in handen te nemen, omdat jij ziet wat goed is, waar het naar toe moet en waar niet. Het is de beproeving van dat jij weet hoe het zit, wat de waarheid is, hoe het in elkaar steekt, de verleiding om als mens boven je macht uit te reiken, boven de ander te gaan staan, boven het leven zelf.
Opnieuw zegt Jezus “nee”, omdat het uiteindelijk bij de weg van de mens, van het werkelijke mens-zijn hoort dat je ook altijd te maken hebt met die medemens naast je, dat nooit jij alleen het complete overzicht hebt, dat nooit jij alleen alle macht naar je toe kunt trekken, ook al is het met de beste bedoelingen. Die plek laat je open, die plek laat je aan God, zegt Jezus, aan Gods macht boven je.

Drie keer nee, maar vooral drie keer ja!

Drie keer zegt Jezus “nee” en het helpt hem, deze beproeving, vermoed ik, om dichter te komen bij zijn roeping, bij de weg die voor hem ligt, een weg waarop hij dicht bij God wil blijven, maar ook dicht bij het menselijke bestaan, dicht bij ons mensen, met alle aanvechting die daarbij hoort, met alle momenten dat je geloof beproefd wordt. Jezus zal de beproeving van het lijden dat ook ons overkomt niet uit de weg gaan, hij laat zich niet meeslepen door alle stemmen in ons die fluisteren: wat heb je daar nu aan, aan dat geloven, aan God, als je geen resultaten ziet, als het je niet behoedt voor vallen in het leven. Hij laat zich niet verleiden tot de ogenschijnlijk snelle weg naar succes.
Drie keer zegt Jezus “nee”, maar misschien nog beter gezegd, ook zegt hij daarmee drie keer “ja”. Ja, ik ben bij je, ook als je vragen hebt, moeite hebt of verdriet, over alles wat het leven over je uitstort. Ja, ik ga met je op weg, zoekend naar een goede toekomst, ook al lijkt dat soms een tocht door de woestijn. Ja, ik blijf bij je, als je hongert naar God, geloof en de Geest, naar bezieling in dit leven, op je weg.

Wat is het dat je geloven beproeft, waar zit voor ons de aanvechting, wat brengt je aan het wankelen, wat holt je geloof uit?
Dat was de vraag die ik aan het begin stelde, en het zal voor een ieder van ons weer anders zijn. Misschien overkomt de beproeving ons, misschien moeten we deze bij tijd en wijle ook zelf opzoeken, hoe het ook zij, dat het drie keer ja van Jezus ons bemoedigt op onze weg,

Amen.