Logo van de kerk

overweging in 2017 op 5 februari

Overweging 5 februari 2017

Lezing Mattheus 5: 13-16

Wie ben je?

Als ik u zou vragen wie u, wie jij bent, wat zou u dan zeggen? Ik vermoed dat u, net als ik, zou beginnen met uw naam, uw leeftijd, of met de mensen met wie je in relatie staat, zoon, dochter van, man, vrouw van, vader, moeder van, misschien het werk dat je doet of wat je ooit gedaan hebt.
En als de vraag nog een keer zou worden gesteld, dan zou u misschien vertellen wat u graag doet, waar u woont, of waar u vandaan komt, misschien iets over het ouderlijk gezin, waarin je opgegroeid bent en wat je zo gevormd heeft, van wie je er eentje bent.

Maar als de vraag dan nogmaals gesteld wordt, wie je bent, wie jij bent als mens, wat zou je dan zeggen? Misschien iets vertellen over de belangrijkste ervaringen in je leven, die je het meest gevormd hebben, de hoogte en dieptepunten op je weg, misschien iets over hoe je in het leven staat, je drijfveren, je overtuigingen, wat je angsten zijn, je verlangens. En hoewel ik dan inmiddels al heel wat aan de weet ben gekomen, dan is het nog de vraag of ik nu werkelijk weet wie u bent, een mens bestaat uit zoveel verschillende kanten, zoveel verschillende stukjes of lagen alsof je een ui schil voor schil aan het afpellen bent om steeds dichter bij de kern te komen, bij de diepere laag, bij de basis waar alles begint.

De vraag wie je zelf bent, dat is eigenlijk al een filosofisch vraagstuk an sich, waar je veel meer dan één dienst mee zou kunnen vullen, iets wat we nu niet zullen en kunnen doen, maar als we die woorden vanmorgen lezen van Jezus, dan cirkelen die wel rond die achterliggende vraag: wie ben je? En meer nog: Jezus geeft een antwoord op die vraag, hoewel het een vraag is die de mensen niet eens hebben gesteld, maar het is alsof Jezus hen wil herinneren aan wie ze zijn.

Zout zijn jullie…
licht zijn jullie…

Jezus zegt dus niet: Jullie zouden eigenlijk zout moeten zijn, en licht maar je bent het nog niet Hij zegt ook niet: Als je nog eens flink je best doet, dan zul je ooit zout kunnen worden, of licht. Nee, hij zegt: Jullie zijn zout, jullie zijn licht. Met andere woorden, je bent het al, het zit al in je. En hij zet ook maar meteen groots in, het zout der aarde, licht van de wereld, de kosmos staat daar in het Grieks. En je voelt wel aan dat Jezus daarmee iets wil zeggen over de kern, over een diepere laag van wie wij zijn, een vloertje waarop we mogen staan. Zout zijn jullie, licht zijn jullie, en dan niet alleen sommigen van jullie, maar een ieder, stuk voor stuk, zoals je hier bij elkaar zit, zonder uitzondering!
Om te begrijpen wat die woorden van Jezus betekenen is het goed om een idee te hebben wanneer en in welke situatie hij ze uitspreekt.

Kwetsbaar én authentiek?

Jezus is gaan zitten op een berg met zijn leerlingen bij zich en om hen heen is een menigte toegestroomd van mensen die op zoek zijn gegaan naar Jezus, en naar wat ze bij Hem hopen te vinden. Mensen, elk met een verhaal, mensen die te maken hebben gehad met tegenslag, een verlies, een leegte in hun leven. Mensen op zoek naar zin, naar de kern, van zichzelf of het leven en ze hebben iets bij Jezus ervaren dat hen daarin houvast geeft, iets dat hen vervulling geeft, iets dat hen in die zoektocht verder helpt.

Tegen die mensen zegt Jezus achtmaal: Gelukkig ben je… Gelukkig de zachtmoedigen, de treurenden, de vredestichters etc. Toen ik er een aantal maanden geleden over preekte, zei ik daarover dat al die gelukkig-prijzingen van Jezus gezamenlijk hebben dat ze te maken hebben met daar waar je kwetsbaar bent in het leven, met waar je leeft met de kwetsbaarheid in je bestaan, waar je voor die kant van je leven niet weg vlucht, maar dat onder ogen komt, daar ook trouw aan bent, daar eerlijk over bent.

Als je het hebt over wie je bent, waar ergens een kern van jezelf ligt, dan kom je daar vaak al dichterbij op de momenten dat je kwetsbaar bent, op de momenten dat je je maskers laat zakken, dat de uiterlijkheden wegvallen.
U herkent dat vast wel, hoe mensen rondom een groot verdriet of soms rond grote vreugde vaak al veel echter zijn, authentieker hoe mensen zichzelf dan meer laten zien, alle poespas en franje laten varen, je kunt op dat soort momenten soms het gevoel hebben dat je dichterbij elkaar komt, dat er heel wat lagen wegvallen.
Deze mensen spreekt Jezus aan, eerst algemeen, gelukkig de treurenden, de zachtmoedigen, de barmhartigen. Dan daarna al wat directer in de woorden: gelukkig zijn jullie, en nog dichter op de huid komt Jezus bij de mensen met zijn woorden, nog directer spreekt hij hen aan in die woorden: zout zijn jullie, licht zijn jullie.

Kwetsbaar en krachtig?

En daarmee zet Jezus de mensen die naar hem luisteren in hun kracht, want dat is misschien het eerste wat over die beelden gezegd moet worden, dat er kracht vanuit gaat, in de zin dat ze oprecht en puur zijn, zout kan niet anders dan zout zijn, het kan zich niet anders voordoen dan hoe het is. En licht kan niet anders dan licht zijn, je zit meteen bij de kern, bij wat echt is, what you see is what you get.

Zout zijn jullie, licht zijn jullie. Tegen de mensen die zijn toegestroomd, mensen die op zoek zijn naar de kern, van het leven of van zichzelf, mensen die verlangen naar woorden van Jezus die er toe doen voor hun leven. Zoals wij hier misschien vanmorgen ook gekomen zijn om te zoeken naar de basis, een diepere laag waarin ons leven rust. Mensen gekomen omdat ze ergens het vermoeden hebben dat Jezus daar een raak woord over te zeggen heeft, die mensen worden door Jezus aangesproken op die kracht in henzelf, in onszelf: zout én licht, die twee dingen, daarmee kom je heel dicht bij wie je bent.

Bederfwerend, zuiverend, stralend

Zout was in allereerste plaats bedoeld om bederf tegen te gaan, om te zuiveren en dat is de kracht in jezelf waarmee je God eer bewijst, waarmee je recht doet aan wie je ten diepste bent, hoe God je bedoeld heeft, als je in je spreken, in je doen en laten, alle bederf tegen gaat als je zo zuiver mogelijk probeert te zijn. En natuurlijk werken er ook heel veel andere krachten in je, leeft er van alles in je die die kracht van het zout in je wegneemt, die het smakeloos maken, nutteloos en waardeloos, maar er is altijd die kracht in je van het zout. In de Kolossenzenbrief schrijft Paulus: Laat uw spreken steeds genadig zijn, met een vleugje zout erbij. Kies je woorden zo dat ze eerlijk en oprecht zijn, dat ze geen rottende uitwerking hebben, als ze verder gaan dan jezelf alleen. Zout, het zijn ook de woorden van de Bijbel, woorden die door heel het leven heen willen trekken om zo uiteindelijk het verschil te maken.

En het licht dat in je is, dat is niet bedoeld om anderen te verblinden, of de loef af te steken, maar om zo breed mogelijk uit te waaieren, je licht niet onder de korenmaat zetten dat is inmiddels gaan betekenen dat je best mag laten zien wat je weet of wat je kan. Maar de oorspronkelijke betekenis bij Jezus is anders, het is niet bedoeld om te pronken, maar dat je zo straalt dat het anderen aanmoedigt om ook het licht dat in hen is te laten stralen, dat het anderen ook aanmoedigt om uit hun schulp te kruipen, anderen uitnodigt om het goede te zoeken, te doen.

Je bent het al…

Zout zijn jullie, licht zijn jullie, Jezus herinnert ons niet aan wat we moeten worden, maar wie we al zijn, wat er al in ons is aan kracht. Waarom is dat zo belangrijk, zo wezenlijk? Waarom is het zo goed om dat niet te vergeten dat Jezus dat in ons ziet, dat God zo naar ons kijkt? Ik zou zeggen omdat we zo vaak geneigd zijn om het buiten onszelf te zoeken wie we ten diepste zijn, omdat we zo geneigd zijn om van alles aan onszelf toe te willen voegen om maar iemand te zijn dat we zijn wat we aan bezit vergaard hebben, dat we zijn wat we aan prestaties hebben neergezet, of het gezonde lijf dat we hebben. Dat we zijn wat we aan successen kunnen vertellen, aan mooie verhalen, dat we zijn wat er sterk aan ons is, nuttig, gewenst.
Maar als dat alles wegvalt, dat we dan nergens meer zijn, niemand, een nietsnut, tot last van anderen, wie ben ik dan nog, kun je je afvragen.

Niet voor niets spreekt Jezus zijn woorden over zout en licht het eerst tot hen die de kwetsbaarheid van het leven wel onder ogen hebben moeten zien, de treurenden, de vervolgden, de barmhartigen, zij zullen zijn woorden het eerst en het best kunnen begrijpen, zij zijn al ontdaan van alle buitenste lagen, alle uiterlijkheden, zout zijn jullie, licht zijn jullie, je bent het al. Dat is de kern, de basis waarop je staat, in al zijn kleinheid zo krachtig als maar kan, teruggebracht naar de essentie.
Zo mag je de wereld in gaan, zo mag je in de wereld staan, dat is wie je bent, dat is wat God in je ziet.

Amen