Logo van de kerk

overweging in 2017 op 30 april

Overweging op 30 april 2017

Inleidende woorden

Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.
Zo eindigt hoofdstuk 20 uit het Johannes evangelie, het verhaal van Christus’ opstanding is verteld en deze woorden klinken als de afsluiting van het evangelie, alles is gezegd en alles is gedaan. Maar dan wordt er toch nog een verhaal verteld. Er komt nog één hoofdstuk achteraan. Dat is het verhaal van Petrus, hij is er nog niet klaar mee, met alles wat er gebeurd is op zijn weg met Jezus, in de laatste dagen voor Jezus’ sterven, de opstanding en waar hij zelf nu staat, wat het met hem gedaan heeft.
We lezen vandaag dit verhaal van Petrus, deze toegift uit het Johannesevangelie, Petrus als het gezicht van alle gelovigen die tijd nodig hebben om te ontdekken wat de opstanding voor henzelf betekent.
Lezing: Johannes 21

Overweging

Kan ik iets voor je doen

Kan ik iets voor je doen,
kan ik iets voor je zijn,
met een blik een gebaar,
met een arm om je heen…

Dat zong Jezus in het slot van de Passion van dit jaar, terwijl hij langzaam Petrus tegemoet loopt komend uit het donker naar het licht.
In zo’n laatste nummer van de Passion wordt nog eenmaal het hele verhaal samengevat, nog eenmaal de toon gezet, de kern uitgedragen, zou je kunnen zeggen. Wat je ook van the Passion vindt, of je ervan houdt of niet, hier was, naar mijn mening, heel mooi de bijbelse toon gepakt die spreekt uit de eerste verhalen van en na de opstanding.
Pasen kan vaak gepaard gaan met veel gejubel en hallelujah in onze kerken, maar de bijbelse toon in de eerste verhalen over en na de opstanding is veel bescheidener, ingetogener, zoekender nog. Daar is het geen triomfalistisch “ eind goed al goed verhaal ”, maar veel meer een tastend en zoekend nieuw begin dat opdoemt nadat de weg werkelijk door de diepte heen is gegaan, het donker nog aan je kleeft, en wat gebeurd is nog niet zomaar vergeten.

Kan ik iets voor je doen
Met een blik met een woord
dat doet denken aan toen
dat je even weer voort…

Wat me trof in dit lied is dat de opstanding van Jezus hierin verteld wordt in relatie tot één van de leerlingen, de opstanding is niet een gebeurtenis op zich alleen, maar wordt vooral pas waar en werkelijkheid in relatie tot de mens, de gelovige, de leerling die zich daar voor opent, die geloof gaat hechten aan dit goede nieuws, aan deze boodschap die alles anders maakt en dat dat tijd nodig heeft. Dat dat iets is wat nooit buiten je om gaat, maar dwars door je heen, dat dat ook je eigen wereld, je eigen zelfverstaan helemaal in een nieuw licht zet. Dat dat vragend, zoekend, tastend gaat, dat laat het verhaal van Petrus als geen ander zien.
In de inleidende woorden noemde ik Petrus als hét gezicht van alle gelovigen die tijd nodig hebben om het verhaal van de opstanding werkelijkheid te laten worden in hun leven, toe te laten, waar te laten zijn en wie zou dat niet bij zichzelf herkennen?

Ik ga vissen

Is er iets dat ik doen kan
>Wat je helpt in de pijn
wat iets voor je betekent
wil ik graag voor je zijn

Petrus is leerling vanaf het eerste uur, zowel als Jezus voor de eerste keer zijn leerlingen erbij roept, als met de opstanding als vroeg in de morgen hij in het spoor van de vrouwen met een andere leerling naar het graf gaat, de één rent nog sneller dan de ander, wordt er verteld en zo kennen we Petrus ook, gedreven, gepassioneerd, vooraan, expressief. Ook degene trouwens die voortdurend de grenzen opzoekt, zijn eigen grenzen en daar tegenaan loopt.

Is er iets dat ik doen kan, wat je helpt in de pijn…

Ondanks dat Petrus als één van de eersten weet heeft van de opstanding, getuige is van de ommekeer van Maria van Magdala die uit haar diepe verdriet wordt weggehaald, getuige is van de ommekeer van de twijfelende Thomas die tot geloof komt, ondanks dat alles heeft Petrus nog een eigen weg te gaan, voordat het bevrijdende, de kracht ervan werkelijk tot hem door kan dringen. Als er iemand is die eerst in het reine moet komen met zichzelf is het Petrus wel na die verwarrende dagen van lijden, sterven en opstanding

Is er iets wat je wilt,
wat je stilte verstoort
in het kaal en het kil
wat je graag van me hoort…

Zo gedreven en gelovig als Petrus eerst is, zo stil, zo verstild lijkt het nu om hem heen als hij zegt: Ik ga vissen. Wij gaan met je mee, zeggen de anderen. Alsof de leerlingen stilzwijgend hun oude leven oppakken, dat wat ze nog kennen van voor Jezus, hun vissersbestaan, hun oude identiteit. Ik ga vissen…het is zo’n prachtige alledaagse opmerking, die tegelijkertijd in het bijbelverhaal heel gelaagd is, Jezus die zijn leerlingen vissers van mensen noemde, Johannes die in zijn tijd als hij het evangelie schrijft het symbool van de vis al kent, het geheime symbool van Jezus waaraan christenen elkaar herkennen. Maar ook moest ik denken aan al die mensen die me vertelden hoe ze - nadat ze diep waren gegaan in het leven – hun houvast vonden in het werk dat gedaan “ moest ” worden, of dat nu een betaalde baan was of het werk thuis, hoe het werk hen na diep verdriet of verlies op de been hield, hen de moed gaf om op te staan, hen erdoor heen haalde, ergens heb je als mens soms een vast punt nodig als alles om je heen op losse schroeven is komen te staan.

Ik ga vissen, zo zie ik Petrus aan het werk gaan, maar het is wel ploeteren, dat merk je aan alles, de hele nacht wordt er niets gevangen. De omstandigheden aan de buitenkant verbeelden wat er leeft aan de binnenkant, zou je kunnen zeggen. Petrus gaat er vol voor, maar werkelijk verder brengt het hem nog niet. Is het hoe je soms door veel te doen, hard te werken datgene probeert uit te wissen wat aan je knaagt, waarin je tekort bent geschoten, waar je voor je gevoel een schuld hebt openstaan, schaamte ervaart en dat ene wilt bedekken? We weten het niet van Petrus, maar ergens kun je je er wel iets bij voorstellen. En het lukt niet om het over een andere boeg te gooien, daarbij is iemand van buiten nodig die je toespreekt, die zegt: kom hier, ga zitten, eet iets, stop nu eens even, wat is er dat je weg wilt  “werken” ? Wat vreet er aan je? Waar zit de pijn?

Van tekort naar overvloed

Geen van de leerlingen durfde hem te vragen wie hij was, ze begrepen dat het de Heer was, schrijft Johannes. Een mooi beeld, eigenlijk, de leerlingen, de vrienden van Jezus daar aan de oever van het meer in de vroege morgen stilzwijgend om Jezus heen, omdat niemand de moed heeft om ook maar iets te vragen, ze begrijpen het al… en dan Jezus die hen brood en vis geeft en hen in gebaren herinnert aan die keer dat er brood en vis in overvloed was, dat er genoeg was voor iedereen, genoeg eten, genoeg liefde, genoeg genade, genoeg ruimte bij Hem en bij God. Die leerlingen - en vooral Petrus - die de hele nacht heeft zitten zwoegen vanuit een gevoel van tekort, zonder een woord te zeggen herinnert Jezus hem aan overvloed, dat er genoeg is, dat die belofte, die waarheid, dat daar nog niets aan veranderd is, dat staat nog steeds als een rots!

Van spiegel naar glas

Is er iets wat ik doen kan
wat troost in je verdriet
want straks moet je weer verder,
ook al wil je nog niet

Maar als Petrus verder wil, werkelijk verder wil, met Jezus als de Opgestane, dan moet er iets gebeuren. Jezus neemt hem apart en gaat met hem in gesprek. Ergens past hier het beeld van een spiegel en van glas. Het lijkt alsof Jezus Petrus hier in de spiegel laat kijken, door hem driemaal te vragen of hij van hem houdt, drie maal om stap voor stap de wonden te helen van die drie keer dat hij Jezus verloochende. Iedere keer weer bevestigt Petrus zijn liefde voor Jezus, tot zijn verdriet aan toe bij de derde keer. En soms kan dat niet anders, dat je eerst jezelf onder ogen moet komen, wil je weer verder komen, breder kijken, de ander zien.

Want dat is het andere beeld, het beeld van het glas, de spiegel die zijn reflecterende laag is kwijtgeraakt. Als Petrus Jezus ziet kijkt hij vooral in de spiegel en ziet zichzelf, Als hij Jezus ziet, ziet hij zijn eigen tekort, zijn verloochening en het falen dat daarbij hoort. Maar Jezus hoopt dat Petrus verder zal kijken, dat de reflecterende laag eraf gaat waarbij Petrus alleen zichzelf ziet, maar dat het helder wordt, dat er een doorkijkje komt en dat Petrus ziet wat Jezus hem wil laten zien, namelijk dat wat hij van hem vraagt: weid mijn lammeren, mijn schapen, mijn kudde.

Het hangt niet van jou af, Petrus, niet jouw tekort, en ook niet jouw slagen van de dingen, wat ik van je vraag is of jij als mens mee wilt werken aan de zorg van de Goede Herder, of jij daar handen en voeten aan wilt geven, juist jij die ook weet hebt van alles wat een mens gevangen kan houden, waarin een mens verstrikt kan raken, rondjes kan draaien en ploeteren. Anders gezegd, Jezus haalt de te sterkte nadruk op Petrus zelf weg, op de mens die hij is, met alle goeds en falen. Iedere keer dat Petrus zijn liefde voor Jezus uitspreekt, is hij minder met zichzelf bezig en meer met Jezus of God. Het gaat van spiegel naar glas, van reflectie en terugkaatsing naar een doorkijk, naar een ruimer perspectief, na een weg door de diepte.

Nergens wordt het verhaal van wat opstanding kan betekenen voor een mens, zo mooi verteld als bij Petrus. Ik dacht in de voorbereiding: pas hier wordt Petrus werkelijk voor het eerst geroepen, pas hier ontvangt hij werkelijk zijn roeping als leerling, als vriend van de Opgestane. En na terugzoeken in het begin van dit evangelie blijkt ook dat Petrus op het woord van zijn broer bij Jezus is uitgekomen, erbij is gehaald min of meer. Maar hier wordt hij werkelijk persoonlijk geraakt, betrokken, ja misschien wel voor het eerst een gelovige, ondanks al zijn grote woorden van daarvoor.
Om nog even terug te komen waar het met Pasen over ging: pas hier wordt voor Petrus de theorie van geloven waar, werkelijkheid, praktijk.

Is er iets wat ik doen kan?

Wat iets voor je betekent
wil ik graag voor je zijn…

Wat betekent het, hoe is het als de Opgestane deze woorden tegen ons zou spreken, tegen een ieder van ons persoonlijk, wat hebben wij nodig om werkelijk door Hem geroepen te worden?
Amen