Logo van de kerk

overweging in 2017 op 29 januari

Overweging 29 januari 2017

Lezing Exodus 2:1 - 10

Mensen met een naam en gezicht

Ik was een jaar of 15 toen ik kennismaakte met Okundaye, een asielzoeker uit Nigeria. Ik was op muziekkamp en hij was ondergebracht in dezelfde jeugdherberg, in afwachting van zijn aanvraag. We sloten vriendschap en met de tijd kwam hij verschillende keren bij ons thuis op bezoek. Tot het onvermijdelijke moment van zijn zitting kwam, zijn asielaanvraag werd afgewezen. Nog in diezelfde maand was het de bedoeling dat hij met trein naar Schiphol zou gaan om vervolgens terug te reizen naar Nigeria. Pas veel later vertelde mijn moeder mij dat de hele situatie met Okundaye haar erg in geloofsverlegenheid had gebracht. In een moment van vertwijfeling had hij haar gevraagd of zij hem dan niet zou kunnen opvangen, al was het maar voorlopig, of dat ze toch in ieder geval hem op een andere manier kon helpen?
Hoe je het ook wendt of keert, zei ze, ineens voelde dat toch als een soort test, een soort appél op wat mijn geloof nu waard was, was het nu juist de bedoeling om deze naaste in nood te helpen of niet? Ineens was die groep asielzoekers niet meer een anonieme groep, maar kreeg die groep een naam en een gezicht in iemand die voor je staat, een mens van vlees en bloed. En dat maakt alles anders.

Wanneer mensen naam en gezicht voor je krijgen, dan gaat daar een appél van uit, dan ben je er zelf ineens bij betrokken, dan ben je zelf in het geding.

Hetzelfde gebeurt eigenlijk vandaag in ons verhaal van Exodus. De dochter van de farao gaat baden in de rivier en ziet een mandje met daarin wat zij onmiddellijk herkent als een Hebreeuws kind. De farao, haar vader,  heeft gezegd dat alle jongetjes van dit volk in de rivier moeten worden gegooid, zodat ze zullen overlijden, maar de dochter van de farao kijkt in het mandje en beslist: deze niet. De impact van wat haar vader besloten heeft, heeft voor haar een naam en gezicht gekregen in dit kind. Ze gaat er tegenin en redt hem. En in de redding van dit ene kind, ligt het begin van de redding en bevrijding van een heel volk, dit ene kind is het symbool van hoop op leven voor allen. 

Zien en zien

Rondom de geboorte van Mozes speelt het ‘zien’ een belangrijke rol. En dan niet zien op een afstandje, toekijken, maar zien en daardoor betrokken worden, het zien, zoals bij die dochter van de farao, dat leidt tot actie, tot bewogenheid, tot ontferming over elkaar.
Het begint al bij de moeder van Mozes. Van haar wordt verteld dat ze zag dat het kind “goed” was, zoals over God wordt gezegd bij het begin van de schepping. God zag dat het goed was. In een paar woorden vertelt de bijbelschrijver daarmee dat de situatie in Egypte eigenlijk weer terug bij af was, terug bij de chaos en duisternis van voor de schepping, alleen deze keer door toedoen van mensen zelf, door hoe mensen zelf het leven voor elkaar onmogelijk kunnen maken, woest en ledig.
Het hele scheppingsverhaal moet overnieuw beginnen, er moet opnieuw licht komen, daarom vertelt de Talmoed ook dat toen Mozes geboren werd het hele huis vol licht was, daarom kon hij niet langer verborgen blijven. 
Het zien van de moeder groeit uit tot een keten van vrouwen om hem heen die “zien”, zijn zus, de slavinnen, tot uiteindelijk de dochter van de farao.

Maar dit ‘zien’ wordt telkens weer bedreigd. In het eerste hoofdstuk van Exodus wordt verteld over het ‘zien’ van de farao, met welke ogen hij kijkt. Hij ziet alleen maar dreiging, hij ziet dat er steeds meer buitenlanders in zijn land zijn, hij wordt er bang van, want wat als deze tegen hem op zouden staan en sterker zouden zijn? Mensen met andere gewoontes, een andere taal, een andere godsdienst, het is alsof zijn land door hen wordt overspoeld, alles wat vertrouwd was lijkt te moeten wijken voor het vreemde, het onbekende.
Egypte is veranderd. Was het eerst nog een gastvrij huis voor het volk Israël , nu is Egypte een slavenhuis geworden voor ditzelfde volk. Er moet met harde hand worden opgetreden, vindt de farao.

Een oud verhaal en toch….

Het is een oud verhaal, dit verhaal uit Exodus, het verhaal over Egypte, dat letterlijk betekent “land van de angst”, een plek waaruit weggetrokken moet worden, waaruit mensen moeten worden bevrijd,het is een oud verhaal, maar tegelijkertijd nog steeds zo herkenbaar ook in onze tijd. Als een pas aangetreden leider in zijn eerste speech de mensen aan zich wil binden door te beloven dat zij “eerst” komen, dan lijkt het soms of de hele geschiedenis opnieuw begint. Of er opnieuw moet worden weggetrokken uit “het land van de angst”, waar dat dan ook maar ter wereld is.

De strijd tussen het ‘zien’ van de farao en het ‘zien’ van die vrouwen om dat ene kind heen is van alle tijden en plaatsen. Als het er op aan komt tussen mensen strijden deze twee manieren van ‘ zien’ om voorrang, in een samenleving of in jezelf: zie je de dreiging, kijk je alleen vanuit je angst naar de ander of zie je in die ander ook een mens met een naam en een gezicht, een mens als jijzelf?
Het verhaal van Exodus stelt ons de vraag, welke manier van zien wij in onszelf de meeste voorrang geven, waar we ons het meest door laten leiden. Ook al betekent dat natuurlijk niet  dat je onmiddellijk oplossingen voor handen hebt. Okundaye is uiteindelijk wel afgereisd naar Amsterdam maar of hij Schiphol bereikt heeft, hebben we nooit meer vernomen.

God komt nog niet uitdrukkelijk voor in dit eerste gedeelte van Exodus, maar zou Hij niet al verborgen werkzaam zijn in die vrouwen die rondom dat ene kind het leven zien en dat behoeden. Zij doorbreken de onmenselijke spiraal die door de farao is ingezet.
Op één andere plek komt Gods aanwezigheid in dit verhaal ook verborgen aan de orde en dat is in de naam van het pasgeboren kind. Mozes, klinkt het, en die naam is voor meerdere uitleg vatbaar. In Egyptische oren klinkt dat als zoon van…, het komt van het Egyptische werkwoord ‘baren’, ‘voortbrengen’. Toethmosis betekende zoon van Toet, een Egyptische god, of Ramses, zoon van Ra. Maar van wie is Mozes een zoon? Dat is precies de vraag waar Mozes later mee zal worstelen, bij wie hoort hij? Bij de mensen met wie hij aan het hof opgroeit, bij de schoonfamilie die hij straks zal vinden in den vreemde of toch bij het volk en haar God waar hij vandaan komt?

Wat de naam in het Hebreeuws betekent wordt eigenlijk al door de dochter van de farao gezegd. In het hebreeuws komt Mozes van het werkwoord masa, optrekken, optillen. Hij die optrekt, betekent Mozes dan en de enige keer dat dat woord verder in de bijbel voorkomt is wanneer er in Psalm 18 over God wordt gezegd: Hij trok mij op uit diepe wateren.
In die naam Mozes wordt eigenlijk al het hele bijbelse verhaal verteld, dat wat God aan mensen wil doen: Hij trekt ons op uit diepe wateren, Hij trekt ons op uit alles wat ons bedreigt, uit waar het leven dreigt te mislukken, zelfs door ons eigen falen, Hij trekt ons op uit alles wat ons dreigt te overspoelen en ten diepste trekt hij ons op uit de dood en brengt ons terug bij Hem, bij de bron van het leven.

En tegelijkertijd horen we in dit verhaal dat God dit niet buiten ons om wil doen, maar dat Hij mensen zoekt die met Hem zich teweer willen stellen tegen alles wat het leven bedreigt, zoals die vrouwen rondom Mozes. Of zoals Jezus, die leerlingen zoekt en van hen vissers van mensen wil maken, mensen die andere mensen optillen uit het diepe water, mensen die zich ervoor in willen zetten dat de weg van Jezus, de hoop en liefde die erbij hoort niet verloren gaat.

Mens met een naam en een gezicht: probleem of opdracht?

Een poosje geleden trof ik zo maar even iemand op straat en wat begon als een wat alledaags gesprekje, we kenden elkaar nog niet zo goed, mondde langzamerhand uit in een serieus gesprek over de samenleving, de problemen die hij zag, de groepen mensen waarover hij zich zorgen maakte, waar er met harde hand opgetreden moest worden enzovoort. Toen ik verschillende keren tegensputterde, riep hij op een gegeven moment wat vertwijfeld uit: weet je wat jouw probleem is, je bekijkt het zo individueel, zo per mens! Ik moest er bij dit verhaal nog weer even aan denken, is dat een probleem of is dat misschien juist een opdracht?

Een Rabbi vroeg eens aan zijn leerlingen: “Wanneer eindigt de nacht en begint de dag? Een leerling antwoordde: “wanneer ik van honderd meter ver een stal kan herkennen?” Een andere leerling zei: “Wanneer ik op vijftig meter een schaap kan zien?” De Rabbi schudde zijn hoofd. Tenslotte zei hij: “De nacht eindigt en de dag begint, wanneer iemand in het gezicht van de ander een zuster of broeder herkent.” 

Amen.