Logo van de kerk

overweging in 2017 op 26 februari

Overweging van zondag 26 februari 2017 door ds. Reinier Gosker uit De Wijk

Lezing Genesis 1: 9-13 en Lucas 8: 4-15

Gemeente van onze heer Jezus Christus!

Nieuwjaarsfeest der bomen

Kortgeleden zagen we het eerste sneeuwklokje boven de grond uitkomen. Voorbode van de lente die de aarde weer groen maakt, dankzij 'allerlei zaadvormende planten en bomen die vruchten dragen met zaad erin', – als ging het om een nieuwe schepping. Wie echt wil, kan al een groene waas over het aanschijn van de aarde ontwaren. Zaad ontkiemt. De knoppen in de bomen staan op knappen.

Op 11 februari j.l., oftewel op de 15e van de Joods-Hebreeuwse maand Sjewat werd in de synagoge het zogenoemde 'Nieuwjaarsfeest der bomen' gevierd. Als de amandelboom in het Land van Belofte in bloei komt wordt Rosj ha-Sjana la Ilanot gevierd, het Nieuwjaarsfeest van de bomen. Aan de vooravond ervan staan dan vier glazen wijn op tafel, à la de seideravond van Pesach. Het eerste met witte wijn, oplopend van kleur naar de vierde beker die rode wijn bevat. Een symbolische weergave van de doorbraak van het koude 'witte' winterseizoen naar de 'rode warmte' van de lente. Geen wonder dat de kerkelijke leesroosters ons dezer dagen de 'Gelijkenis van de zaaier' voorhouden, met enerzijds een herinnering aan die lenteachtige derde dag van schepping. En anderzijds aan het verduurzamen van de aarde volgens de mozaïsche geboden uit Exodus 23: 'Zes jaar mag je akkeren, maar het zevende jaar moet je het land braak laten liggen, met rust laten'.
Mooi toch dat ook wij op een zondag in februari iets horen over het leven op aarde dat ondanks de winter weer verder gaat. En over het verduurzamen ervan opdat we de aarde niet uitputten, maar eens in de zeven jaar rust gunnen. Zoals elke zevende dag van de week ook óns rust wordt gegund, – althans door God, moet je er tegenwoordig bij zeggen.

Geheimen van het Koningschap van God

Een zaaier ging uit om te zaaien, en hij zaaide zo wijd als de wind. 't Viel op de weg, werd vertapt en door vogels gegeten, op rotsige bodem en droogde uit wegens watergebrek, tussen distels die het verstikten. Maar ook viel wat zaad in vruchtbare aarde, schoot op en bracht honderdvoud vrucht voort. 'Wie oren heeft, die hore', – voegde de verteller van de gelijkenis eraan toe.
Een mooie gelijkenis. Beeldend verteld. Maar blijkbaar met een dubbele bodem. Waar zijn leerlingen vragen naar de betekenis van de gelijkenis, antwoordt Jezus dat zij de geheimen van het Koningschap van God mogen kennen, maar anderen niet, – want die 'zien zonder inzicht, en horen zonder iets te begrijpen'.Dát gezegd hebbend legt Jezus de gelijkenis aan zijn leerlingen uit. Het zaad is het Woord van God, dat uitgestrooid wordt over alles en iedereen. Kijk hoe de mensen reageren! Ze laten het weg graaien door de duivel. Doen er iets mee zolang het hun past en goed uitkomt. Horen het, maar worden door zorgen, rijkdom of een genoeglijk leven verstikt zodat het geen vrucht draagt. Maar soms, ja soms valt wat zaad in vruchtbare aarde. Dat zijn zij, die met een goed en eerlijk hart naar het woord geluisterd hebben, het koesteren, en door standvastigheid vrucht dragen.
Helder en duidelijk. Niks mis mee. Behalve dan dat Jezus iets zei over de 'geheimen van het koningschap van God'. Daar is hij niet meer op teruggekomen. Maar waarom zei hij het dan? Is ons iets ontgaan? Of behoren wellicht ook wij tot diegenen die zíen zonder inzicht, en hóren zonder iets te begrijpen?

De stronk van Isaï

In de Nieuwe Bijbel Vertaling kun je ontdekken (via de bijlagen achterin) dat Jezus een oudtestamentisch citaat in de mond heeft genomen. Waar hij over anderen-dan-zijn-leerlingen zegt dat zij 'zien zonder inzicht en horen zonder iets te begrijpen', daar citeert Jezus woorden uit het roepingsvisioen van de profeet Jesaja. Deze moest in opdracht van God profeteren tegen Juda en Jeruzalem. 'Luistert goed', moest hij zeggen, 'maar begrijpen zullen jullie het niet. Kijkt goed, maar inzien zullen jullie het niet'. 'Maak het hart van het volk ongevoelig', luidde de goddelijke opdracht aan Jesaja, 'stop hun oren toe, smeer hun ogen dicht. Dan kunnen ze met hun ogen niet zien, met hun oren niet horen, en tot hun hart zal het niet doordringen. Zij zúllen niet naar mij terugkeren en geen herstel vinden' (Jesaja 6,9-10).

Blijkbaar gaat het om een hoogopgelopen conflict tussen God en het volk. In beeldende taal krijgt Juda (Jeruzalem) van Jesaja te horen 'dat het tot woestenij zal worden, dat het land ten prooi zal vallen aan totale verlatenheid. Als er een tiende van overblijft, zal ook dat in vlammen opgaan, zoals een eik of een terebint wordt geveld voor een vuur'. Jesaja’s visioen eindigt met de woorden: 'Slechts één stronk zal overblijven, en het zaad in die stronk zal heilig zijn.'
Vijf hoofdstukken verder vertelt Jesaja over 'de stronk van Isaï, waaruit een telg zal voortspruiten, een scheut uit zijn wortels die tot bloei komt. De geest des Heren zal op hem rusten, een geest van wijsheid en inzicht, van kracht en beleid, van kennis en eerbied voor de Eeuwige' (Jesaja 11,1-2). Heel de christenheid weet dat de nieuwtestamentische evangelisten deze profetische woorden van Jesaja gebruikt hebben om het geheim van Gods Koningschap, zoals Jezus dat verkondigde, onder woorden te brengen.

Het gaat daarbij om het in de Bijbel telkens terugkerende idee dat 'een rest over zal blijven'. Denk maar aan Noach en de zijnen, die als kleinst mogelijke rest van heel de mensheid over bleef. Máár let wel, juist door middel van die 'rest' gaat de geschiedenis van het verbond tussen God en mensen door. Niet dat al het andere teloor gaat is het geheim van Gods koningschap, máár dat de continuïteit van Gods bemoeienis met deze wereld zich ondanks alles een weg baant, ook al gaat dat via een bottleneck, een flessenhals, een overblijvende rest, een stronk met heilig zaad. Zo'n rest heeft Jezus op het oog als hij zijn toelichting bij de 'Gelijkenis van de zaaier' beëindigt met de woorden: 'dat zijn zij, die met een goed en eerlijk hart naar het woord geluisterd hebben, het koesteren, en door standvastigheid vrucht dragen'.

Gods bemoeienis met deze wereld gaat door

Op een zondag in februari, nog voordat de lente goed en wel begonnen is, herinnert het Lutherse Leesrooster ons aan al het moois van de derde scheppingsdag met zaaddragende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin. En anderzijds roept de Synagoge ons het mozaïsche gebod in herinnering om duurzaam met de schepping om te gaan. Om geen roofbouw op haar te plegen, maar haar te laten opademen i.p.v. uit te putten: de aarde te vervuilen, de lucht te verontreinigen, de zeeën te vergiftigen, de ozonlaag af te breken, etcetera, et cetera. In deze, onze situatie klinkt nu de 'Gelijkenis van de zaaier' als een geheim dat ons wordt toevertrouwd: het geheim dat de continuïteit van Gods bemoeienis met deze wereld, zich ondanks alles een weg baant, desnoods via een bottleneck, een flessenhals, een rest die overblijft, een stronk met heilig zaad.

Welnu, als we even kijken naar de wereld om ons heen, dan kun je hoorndol worden van de vele stemmen die ons bereiken via krant, radio en tv, twitter, tablet en computer. Serieuze stemmen. Maar ook spottende, verleidende en krenkende stemmen. Voor je het weet sta je de hele dag bloot aan – al dan niet valse – informatie over van alles en nog wat. Dat gaat zover, dat zelfs de Amerikaanse president het verschil tussen feiten en leugens openlijk vergoelijkt, en dat politici, ook hier in Nederland, hetzelfde doelbewust doen om politieke tegenstanders te honen en bestrijden. Geen wonder dat men zich terugtrekt op zelfgekozen eilandjes van privé-interesses en privéovertuigingen. 'Wat ík wil horen laat ik tot me toe, de rest kan me gestolen worden', heet het dan. Wat we tot voor kort als 'onze sámenleving' beschouwden, dreigt uit elkaar te vallen in afzonderlijke circuits die geen rekening houden met elkaar, niet naar elkaar luisteren, en met oogkleppen op het eigen belang nastreven. Hoe beschermen we onszelf en onze samenleving tegen zoveel onverschilligheid jegens elkaar, dat de eigen interesses geen ruimte laten voor die van anderen? Laat staan voor die van anderen die op mij zijn aangewezen, en zonder wie ik altijd een gemankeerd mens zal blijven. God stuurt ons niet voor niks mensen op onze weg! Vreemdelingen, vluchtelingen. Maar wie gelooft dat nog?

Luisteren, koesteren en vruchtdragen

En nu weer terug naar de gelijkenis van de zaaier! Jezus deed een appèl op zijn volgelingen om een rest te vormen. Een rest waardoor de continuïteit van Gods bemoeienis met deze wereld ondanks alles door gaat. Vraag me niet hoe. Maar het appèl dat Jezus hieromtrent op zijn leerlingen doet is helder, zeiden we: luisteren (1), koesteren (2) en door standvastigheid vrucht dragen (3).
Luisteren moeten we 'met een goed en eerlijk hart', want dat is de plek waar we lef ontwikkelen, waar we onze moed bij elkaar rapen om tot een daad te komen. Met een goed en eerlijk hart luisteren naar 'het Woord van God, dat is – kort samengevat in Jezus' eigen woorden – het doen van het dubbelgebod om God lief te hebben en de naaste als jezelf, want aan die twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.

God liefhebben en de naaste die is als jijzelf!
Dat gebod spoort ons aan om van ons eigen eilandje af te stappen, en op de ander toe te gaan. Vergeet niet dat Jezus als toelichting op dit dubbelgebod ooit de gelijkenis vertelde van 'de barmhartige Samaritaan'! Bepaald niet iemand die wijzelf gekozen zouden hebben, maar die God blijkbaar op onze weg zendt, – nog afgezien van de man die in handen van rovers gevallen was en door deze Samaritaan geholpen werd. Het gebod om de naaste lief te hebben moet volgens Jezus 'gekoesterd' worden. Zoiets gaat niet vanzelf, je moet er iets voor doen. Je moet het 'vasthouden', staat er letterlijk. Anders valt het uit je handen, en blijft het liggen waar het ligt. Nee, vasthouden, koesteren! Alleen door standvastigheid, – zo luidt het derde deel van het appèl: alleen door dulden en verdragen, dwars door het koude 'witte' winterseizoen heen, op weg naar de 'rode warmte' van de lente –, alleen door standvastigheid zal zulk geloof vrucht dragen. Zeker, het is vaak hopen tegen beter weten in. Maar beter dan uw vertrouwen stellen op een witte prins, hecht u geloof aan de belofte dat het doen van het dubbelgebod honderdvoudig vrucht zal dragen tot zegen van de samenleving om u heen. Amen.