Logo van de kerk

overweging in 2017 op 24 september

Overweging Startzondag 2017

Lezing Lucas 19: 1-10

Climax-verhaal

Nog één verhaal, nog één ontmoeting wil de evangelist Lucas ons vertellen voordat hij over de laatste dagen van Jezus in Jeruzalem zal vertellen. Vooruit, nog één verhaal dan, nog één zo’n bijzondere ontmoeting onderweg tussen Jezus en een mens die op zijn pad komt, hoor je Lucas bijna denken.
Zoals ook in de andere evangeliën is dat laatste verhaal heel zorgvuldig gekozen door Lucas, alles komt daarin nog eens samen, een soort van climax. Alsof Lucas ons wil zeggen: voordat ik jullie ga vertellen over Jezus’ lijden en sterven, wil ik jullie met dit verhaal nog eenmaal vertellen hoe en waarvoor hij geleefd heeft en hij kiest voor het meest verrassende, het meest tot de verbeelding sprekende, ja zelfs ook wel wat humoristische verhaal van Zacheus als climax van dit gedeelte van zijn evangelie.
Ook zonder de prachtige platen van de Kijkbijbel kun je er meteen wel een plaatje bij maken, bij dit verhaal, en heeft het ook wel iets vermakelijks. Die rijke Zacheus, een man van status, chef van de belastingdienst, die de pech heeft klein van stuk te zijn, hij rent voor de menigte uit en klimt als een kwajongen de boom in. Alles doet hij ervoor om Jezus te zien. En dan wordt hij ook nog gespot, betrapt, ontdekt en moet hij zich tussen zijn kritische, mopperende stadsgenoten doorwurmen om Jezus in zijn huis te ontvangen.
Het hele verhaal heeft iets waar je vrolijk van wordt, het lijkt of Lucas het ons met plezier vertelt, en alsof het hemzelf ook heeft verrast, deze bijzondere ontmoeting. Hij, de evangelist van de armen, vertelt als laatste een verhaal over de redding van notabene een rijke! Een verhaal met een happy end!

Zacheus zien zitten

Iemand die mij in de afgelopen tijd op een hele nieuwe en verrassende manier naar dit verhaal liet kijken, is de Tsjechische schrijver en priester Tomas Halik. In zijn boek “Geduld met God” neemt Halik de personage van Zacheus als uitgangspunt en hij zegt: wie goed om zich heen kijkt, ziet dat het om ons heen vol met Zacheussen is, in onze samenleving, in de plek waar je woont, in onze kerken, wie weet ben je er misschien zelf wel één.
Hoe dan ook, wil je leerling van Jezus zijn, wil je kerk zijn samen, dan is het je taak om Zacheus te zien zitten, oog voor hem te hebben, om hem of haar bij de naam te noemen, en dichtbij te komen, uitnodigend te zijn.
Wat bedoelt hij daarmee?

Halik herkent in Zacheus mensen die hij overal in deze tijd tegenkomt, Zacheus, zegt hij, dat is iemand die als het kerk, geloven en God aangaat een beetje de afstand bewaart, iemand die het het liefst vanaf een afstandje bekijkt, een mens aan de rand, dat is Zacheus. Iemand die niet al te snel meeloopt met de grote menigte, en zich niet al te snel waagt aan grote uitspraken, stellige antwoorden, iemand die wel in God gelooft, maar niet precies weet hoe dan. Of het is degene die zegt: Ja, als er dan een God is, waarom dan toch zoveel ellende en onrecht om ons heen? En daar dan mee worstelt.
Het is degene die twijfelt, die zoekende is, die zich niet zo snel aansluit bij een groep, of één overtuiging, maar het is ook degene die ergens wel het verlangen kent, een nieuwsgierigheid, een openheid. Iemand die zoekende is naar een verhaal, dat het houdt te midden van alles wat er gebeurt, naar een woord dat je overeind houdt, en dat hoop geeft en vertrouwen. Want ook dat hoort bij de plek van Zacheus, er is de afstand, het verbergen, het willen zien zonder gezien te worden. Maar er is ook het verlangen, de verwachting dat er iets kan gebeuren, iemand met de voelsprieten uit voor waar het om gaat in het leven, wat de moeite waard is.

Was het u wel opgevallen hoezeer Zacheus eigenlijk de regie in handen heeft als het gaat om deze ontmoeting? Jezus pakt het moment door omhoog te kijken en Zacheus’ naam te noemen, maar het is Zacheus die allereerst eropuit gaat om Jezus te zien. Het is Zacheus die volhoudt, ook als de menigte hem blokkeert, en hij is het die vol vreugde Jezus ontvangt in zijn huis en die uiteindelijk zijn leven radicaal verandert, alsof Jezus net even de snaar aanraakt, waardoor voor Zacheus alles op zijn plek valt, waardoor het ineens klopt, waardoor het ineens duidelijk wordt waar hij al die jaren naar op zoek was.

Zo iemand is Zacheus, een zoekend, twijfelend mens, maar ook verlangend, open voor het wezenlijke, voor wat meer is dan zijn eigen leven, zijn eigen kringetje alleen.

Begint u al een beeld te krijgen? Ziet u ze al om u heen, die Zacheussen van onze tijd? Haliks beschrijving van Zacheus doet mij vaak denken aan de mensen die ik tref tijdens rouwgesprekken, kinderen of familie van de overledene en die mij dan soms halverwege het gesprek enigszins beschroomd laten weten dat ze niet meer kerks, niet meer gelovig zijn, maar toch contact hebben gezocht omdat moeder… omdat vader… etc. en hoe ik dan gaandeweg het gesprek merk hoe ze vooral afscheid hebben genomen van kerk-zijn en gelovig-zijn in een bepaalde tijd, of in een bepaalde periode van hun leven. Afscheid van een bepaald beeld van hoe geloven, hoe God zou zijn maar hoe ze ondertussen nog net zo intensief bezig zijn met de vragen die gaan over geloof, over zin, over vertrouwen, zoals je dat in de kerk ook zou kunnen doen.

En misschien hoeven we niet eens naar anderen te kijken, misschien zit Zacheus ons soms dichter op de huid dan we doorhebben, misschien herkennen we onszelf wel in hem, hoe we soms innerlijk afstand hebben genomen van al te grote woorden uit het verleden, als het geloven en God aangaat. Hoe we zoekender, vragender zijn geworden in het geloof, in de kerk, maar ook hoe er een verlangen is geraakt te worden, bij je naam genoemd te worden, gekend te worden in dat zoekende geloven, de momenten dat je weer even ervaart, ja, hier om geloof ik, hier om hou ik vast aan dat verhaal van God met mensen, hier valt alles even samen.

Zacheus koesteren

Halik pleit ervoor die positie van Zacheus te koesteren, om daar ruimte voor te scheppen als kerk, als gemeente, of je dat nu in mensen om je heen herkent of in jezelf, ook met de twijfel, ook met alle vragen die een mens kan hebben. Om dat niet te willen oplossen of het als minder geloof terzijde te schuiven.

Veel te vaak wordt het onderscheid gemaakt tussen degene die van zichzelf zegt gelovig te zijn en degene die zegt niet-gelovig te zijn, waarbij de schijn wordt gewekt alsof degene die gelovig is weet hoe het zit. Maar de scheidslijn loopt veel eerder tussen hen die onverschillig zijn voor God en het zoeken naar God en hen die geraakt zijn door de vraag naar God, de vraag naar geloven, naar wat wezenlijk is. En bij die laatste groep horen ook de mensen die worstelen, of mensen die naar geloof hongeren maar geen plek vinden in wat ze tot dusverre aan religie zijn tegengekomen.
(BG: gedachte van Paul Tillich, uit: Geduld met God, T. Halik, p.35)

Wat een gelovige tot een gelovige maakt is niet de afwezigheid van twijfel, het uithouden en volhouden met je geloof, geduld met God noemt Halik dat.
Als je zo naar elkaar kijkt, elkaar zo ontmoet, dan blijk je soms veel dichterbij elkaar te komen, dichterbij elkaar te staan, dan wanneer er gevraagd wordt naar “geloof” alleen.

Tevoorschijn komen

Nu verschool Zacheus zich niet alleen in de boom omdat hij klein van stuk was, er was ook het besef dat er van alles niet op orde was in zijn leven, de schuld en schaamte over wat zijn positie als tollenaar met zich mee had gebracht aan zelfverrijking. Maar tegelijkertijd ook aan verwijdering van de mensen om hem heen, de verwijdering misschien ook van zichzelf en wie hij ooit gehoopt had te zijn. Als geen ander moet hij geweten hebben hoe de ruggen van de menigte om Jezus heen een stilzwijgende boodschap waren dat hij daar in ieder geval niet bij hoorde. Ook dat is soms herkenbaar van Zacheus in onszelf, hoe we verbergen van onszelf waar we op stuk gelopen zijn, verstoppen wat ons zo van onszelf is tegengevallen, hoe ons dat in onze schulp doet kruipen, hoe het ons op afstand houdt van een ander, of van de Ander met een hoofdletter, van God zelf, omdat we schuld of schaamte voelen over wat we ervan gemaakt hebben als mens.

Jezus roept Zacheus bij zijn naam,
vandaag moet ik bij jou verblijven, zegt hij
of
vandaag moet ik bij jou verblijven,
zo kun je het ook lezen.

Het is het ongeduld van de liefde, dat doorklinkt in Jezus’ woorden. Wie bij zijn naam geroepen wordt in de Bijbel, die wordt geroepen bij wie hij of zij ten diepste is, zonder dat er nog iets verborgen hoeft te blijven, die wordt ten diepste aanvaard zoals hij of zij is. Zo betekent Zacheüs’ naam ‘zuiver, onschuldig’. Een naam die voorheen de hoon opriep van zijn stadsgenoten maar nu Jezus hem roept, bij zijn naam, nu vindt er een loutering plaats, is er de kans om opnieuw te beginnen. Nu wordt hij tot wie hij is bedoeld. Hij wordt tevoorschijn geroepen uit de schaduw vandaan, hij vertrouwt op de stem die hem roept, die hem een nieuwe weg wil wijzen. En is geloven soms niet meer dan dat, vertrouwen dat er iemand is die je ziet zitten, ook met alles wat je liever verbergt van jezelf, vertrouwen op diegene die ondanks alles je naam blijft noemen, met het ongeduld van de liefde, iemand die jouw vragen en twijfel kent en je toch tevoorschijn roept tot wie je kunt zijn.

Vandaag klinkt de uitnodiging om soms een Zacheüs te zijn, of de Zacheus om je heen te herkennen, je in hem of haar te verplaatsen om zoekende vragen te stellen en de twijfels die er zijn niet te verbergen. Om de afstand die iemand soms inneemt of die je in jezelf bespeurt, niet als een probleem te ervaren maar om die vruchtbaar te maken, te beseffen dat het een opening kan geven om juist weer vernieuwd het geloof te verstaan, of om elkaar te begrijpen, God te zien of datgene wat je doet denken aan God.

Bij Zacheus te gast

En wat brengt dat teweeg?
In elk geval maakt het verhaal van Zacheus ons duidelijk dat die ontmoeting onderweg met Jezus niet uitloopt op vastomlijnde geloofsbelijdenissen of het aannemen van zekerheden maar allereerst op een vreugdevolle maaltijd (of een ontbijt, zo u wilt), een open huis waar mensen zich gekend weten, bij hun naam genoemd. Een plek waar ze zich vrij voelen om te delen wat er in hun hart leeft, een plek waar je weer hoop krijgt dat het zin heeft het goede te zoeken. Een plek waar je wordt aangemoedigd om onder ogen te komen datgene wat herstel of heelheid nodig heeft in je leven, niet omdat je er anders op afgerekend wordt, maar omdat er vertrouwen is dat het kan, dat jij het kan.

We staan aan het begin van het seizoen als gemeente. Onze kerk, dit huis van God en mensen samen, blijft altijd, ook als de verbouwing voorbij is, een werk in uitvoering, maar moge het zo zijn dat we er af en toe zo’n plek, zo’n open huis in herkennen, in Jezus’ naam,
amen