Logo van de kerk

overweging in 2017 op 23 juli

Overweging 23 juli 2017

Lezing Genesis 6 en 7

Vrolijke beestenboel of weerbarstig verhaal?

Als er één verhaal is, dat bij kinderen altijd aanslaat, dan is het het verhaal van Noach. Je kunt het in alle soorten, vormen en maten voor kinderen krijgen, in prentenboeken, speeldozen en er is zelfs een ark van Playmobil.
Hoe dan ook, overal is het beeld van het verhaal ongeveer hetzelfde, het is een vrolijke beestenboel op de ark, een giraf steekt speels zijn lange nek uit het raampje van de ark, op het dek staat een olifant te trompetteren en Noach staat er vrolijk naast te zwaaien.
Een moeder vertelt dat haar zoontje er maar niet genoeg van kan krijgen, iedere keer wil hij dit ene verhaal opnieuw horen, maar zegt ze: Ik zie op tegen de dag dat hij gaat vragen wat er eigenlijk met de andere dieren gebeurt die niet meegaan op de ark en waar de andere mensen blijven als het land overstroomt. Wat moet ik dan zeggen? Over dit verhaal en vooral over God?

Daarmee raakt die moeder de zere plek in dit oeroude verhaal, er zit een dubbelheid in het verhaal van Noach die je met alle goede wil van de wereld niet zomaar kunt wegpoetsen. Het verhaal van Noach is een verhaal van redding, maar er is ook vernietiging, het is een verhaal van een nieuw begin, maar daarvoor komt eerst een allesomvattend einde, het is een verhaal van leven, maar ook van dood. En door dat alles heen speelt God op één of andere manier een rol. Zelfs Hij heeft een dubbel gezicht in dit verhaal. Het is de God die zegt dat hij een einde wil maken aan alle leven, en die spijt heeft van zijn mens, maar ook de God die tegelijkertijd bijna zorgzaam als een moeder de deur achter Noach sluit.

Hoe kun je dit verhaal begrijpen zonder dat je tot vreemde conclusies komt zoals dat God achter natuurrampen zou zitten en de één redt, maar heel veel anderen niet? Maar tegelijkertijd, hoe kun je dit verhaal begrijpen zonder dat je er bij wijze van spreken alleen maar een vrolijke beestenboel van maakt? Daarmee zou je het weerbarstige, dat dit verhaal ook heeft, gladstrijken. Wat vertelt ons dit verhaal over onszelf en over God, als je recht wil doen aan die dubbelheid, die er onherroepelijk inzit. Daarover wil ik vanochtend met u nadenken.

Dat er (nog) leven is…

Het bijbelse zondvloedverhaal is niet het enige, overal in de wereld, in allerlei culturen en religies zijn zondvloedverhalen te vinden, overal ter wereld heeft de mens nagedacht over hoe een vloed de aarde moet hebben bedekt, al dan niet in opdracht van een God of goden in de hemel. En hoewel die zondvloedverhalen in vele variaties te vinden zijn, delen ze allemaal één basisgedachte: Het is niet vanzelfsprekend dat er leven is. Deze aarde, deze hele wereld om te bewonen, om voor te zorgen en van te genieten met alle levende wezens, het is niet vanzelfsprekend dat het er allemaal is. Het leven kan mooi zijn, maar het is tegelijkertijd ook kwetsbaar, het kan op allerlei manieren bedreigd worden en ten onder gaan. Al die zondvloedverhalen zeggen op hun eigen manier: wat een wonder dát er leven is en wat een wonder dat er nóg leven is.

Jaren geleden waren wij op vakantie in Verdun, in Frankrijk. Daar is, zoals u wellicht wel weet, tijdens de Eerste Wereldoorlog bijna een jaar lang gevochten om welgeteld een paar kilometer land. Als je het memorial bezoekt, dan duizelt het je als je het aantal doden en gewonden hoort, als je leest over de hoeveelheid kogels en granaten die daar per dag op elkaar werd afgevuurd. Voor de duizenden en duizenden mannen die daar waren moet werkelijk waar de wereld zijn vergaan. Al het leven werd daar vernietigd. Maar dan kom je buiten, op de velden waar het allemaal gebeurd is en dan is dat nu een hele rustige en vredige plek, met prachtige bomen, vogels en mensen die aan het picknicken zijn. Als je niet zou weten dat het hobbelige aardoppervlak een herinnering is aan de vele granaten die daar insloegen, dan zou je niets meer zien, alsof er nooit iets gebeurd is.
Dan kom je dicht bij die gedachte die eigen is aan die zondvloedverhalen: Wat een wonder dat er nog leven is, zelfs op zo’n plek waar het zo bedreigd is geweest.

Het is ons verhaal

Het volk Israel hoorde zo’n zondvloedverhaal toen ze in ballingschap in Babel was en ze herkende daar meteen de eigen situatie in, het was het verhaal van hun ballingschap, het water tot aan je lippen, het leven dat overspoeld wordt door een zee van ellende een golf van vernietiging die over het hele land trekt, het was precies wat Israel had meegemaakt toen ze werd weggevoerd van huis en haard naar Babel toe.

Maar tegelijkertijd wist het volk Israel ook dat het verhaal niet klopte, zoals zij het daar in Babel te horen kreeg, dat het anders zat met hen en met hun God. Het zondvloedverhaal dat men in Babel vertelde, gaat kort gezegd als volgt: De mensen woonden op de aarde en de goden in de hemel. Maar op een gegeven moment raakte de aarde zo vol met mensen dat de goden niet meer konden slapen door de herrie die de mensen maakten, daarom besloten de goden met een vloed de hele aarde te bedekken. Eén mens is de goden echter te slim af. Hij bouwt een boot en redt daarmee zichzelf, zijn familie en alle dieren.

Als Israel het zondvloedverhaal opnieuw vertelt, dan lijkt dat op het Babylonische zondvloedverhaal en tegelijkertijd ook weer niet. Een paar wezenlijke dingen zijn echt anders en uniek aan het bijbelse verhaal.
Allereerst is de oorzaak van de zondvloed anders, Dat is niet de overbevolking en de herrie die de mensen maken, maar het kwaad en het onrecht dat de mensen elkaar en de schepping aandoen. Het spreekwoord dat uit dit bijbelverhaal voortkomt geeft treffend weer hoe dat eruit ziet: Na mij de zondvloed… dat is zoiets als er op los leven zonder je erom te bekommeren wat er om je heen gebeurt of wat er na jou zal gebeuren. Dat is leven zonder nog zorg te hebben voor de schepping, je medeschepsels of de Schepper zelf.
Dat is het allereerste wat dat bijbelse verhaal echt anders maakt, want zó houdt het verhaal ook ons meteen een spiegel voor, deze manier van leven, dat is niet alleen iets van Noachs tijd dat is van alle tijden, van alle plaatsen, van alle mensen. Israel keek in de spiegel van dit verhaal en herkende zichzelf erin, haar eigen fouten en tekort. Hoe zij zelf geleefd hadden vóór de ballingschap zonder zich nog om God en elkaar te bekommeren, ze herkende haar eigen situatie van de ballingschap erin, hoe overal om haar heen geweld en onrecht was, hoe de aarde daarvan vervuld was geraakt.

Gods hart krimpt ervan ineen, staat er, zo diep wordt God erdoor geraakt van wat hij ziet op aarde, dat is het tweede wat het bijbelse verhaal wezenlijk anders maakt dan het Babylonische zondvloedverhaal. God is met hart en ziel betrokken op de aarde en zijn mensen, ze zijn voor hem niet een last waar Hij zo snel en effectief mogelijk van af willen komen door een vloed, zoals bij de goden in het Babylonische zondvloedverhaal, nee, het verhaal begint ermee dat God overal op aarde rondkijkt en tot in zijn hart geraakt is doordat de mensen het goede zo te grabbel gooien.
Letterlijk staat er:
de aarde werd vernietigd voor Gods aangezicht
en was gevuld met geweld
(Ellen van Wolde),
Lang voordat God besluit het leven te vernietigen, is de mens er al mee begonnen. En dat moet ergens ophouden, ergens moet er een streep getrokken worden. Zoveel wordt duidelijk in het zondvloedverhaal.

Troost en rust

God kan er niet meer van slapen, Nergens op aarde vindt Hij meer rust… of toch? Want dan staat er: Alleen Noach vond bij de Heer genade.
De naam Noach betekent twee dingen, twee Hebreeuwse woorden zijn erin verwerkt, die weergeven wat Noach voor God betekent: ‘rust’ en ‘troost’. Bij Noach vindt God rust en troost.
Eén mens, één rechtvaardige is een rustpunt voor God te midden van alle kwaad en onrecht dat Hij ziet, één rechtvaardig mens is een troost voor God voor ál zijn verdriet over zijn schepping en alles wat daarin verkeerd gaat.
Net zoals de mens die zegt: na mij de zondvloed …als een spiegel is in het verhaal, waarin je jezelf zou kunnen herkennen, zo is Noach dat ook, ook Noach staat voor hoe je zou kunnen zijn als mens.

Je kunt je voorstellen dat het volk Israel in de ballingschap zich heeft afgevraagd: wat heeft het nu nog voor zin om vast te houden aan de geboden van God, te midden van al het onrecht dat we om ons heen zien, wat heeft het nu nog voor zin om het goede te doen nu toch alles al verloren lijkt, nu we toch al tot ondergang zijn gedoemd, waarom zouden we niet meegaan in die mentaliteit van ‘na mij de zondvloed’, waarom zouden we niet kiezen voor onszelf in de tijd die we nog hebben en God loslaten.
Je kunt het je voorstellen dat het volk Israel zo gedacht moet hebben omdat je het jezelf soms ook kunt afvragen: wat voor zin het heeft het goede te doen en God te zoeken als je hart ineenkrimpt van kwaad en onrecht dat in het nieuws op je afkomt. Of misschien dichterbij nog, wat heeft het voor zin het goede te doen en God te zoeken als kwaad en onrecht je eigen leven bedreigt, waarom zou jij nog je best doen rechtvaardig te zijn als alle anderen dat niet zijn?

Wacht… zegt het verhaal… kijk naar wat er gebeurt tussen Noach en God, één mens, één rechtvaardige maakt voor God het verschil. Één mens vol van hoop, vol van geloof in God en het leven is een troost voor de Eeuwige, één daad van goedheid en rechtvaardigheid is een rustpunt voor God waardoor Hij weer verder wil en kan, waardoor het leven en de hele schepping tóch toekomst heeft ondanks alles.
Zoals iemand schreef over dit verhaal:

“ God kwam er niet uit.
Werkelijk, Hij kwam er niet uit (wat te doen met zijn schepping).
Toen zag Hij Noach:
Noach, geloof jij nog(een beetje) in de toekomst?
En Noach zei: U niet dan?
Toen geloofde de Eeuwige zelf ook weer.”

(W. Janssen – Hij zei: Noach, maak een ark)

Wij hebben niet alleen God broodnodig om te blijven geloven in het goede en in de toekomst van liefde, vrede en recht, God heeft ook ons mensen hard nodig om het leven door te laten gaan, zoals Hij dat bedoeld heeft.
Ik denk nog even terug aan die moeder, die zich afvroeg wat ze aan haar zoontje over God moest vertellen bij dit verhaal, Misschien wel dit: Dat God mensen nooit loslaat, maar dat Hij tegelijkertijd een grens stelt, dat Hij niet zomaar alles goed vindt in wat er met zijn schepping gebeurt.

Maar ook: overal waar wij een woord, een gebaar of een daad van rechtvaardigheid doen, daar is God erbij betrokken om het te bewaren, daar is God erbij om het te dragen over het diepe water heen. God wil de Noach in ons beschermen tegenover het: na mij de zondvloed… .
Overal waar de Noach in ons opstaat, zal God erbij zijn om ons te bewaren.

Amen