Logo van de kerk

overweging in 2017 op 2 juli

Overweging 2 juli 2017

Lezing 1 Korinthiërs 11: 17-34

Vandaag staan we voor de derde en laatste keer stil bij bedes uit het Onze Vader. Na Uw koninkrijk kome en Uw wil geschiede zullen vandaag de woorden “en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren” centraal staan. Het gaat dus over vergeving, een kernwoord uit de christelijke traditie, maar ook een massief woord dat veel op kan roepen, vaak ook persoonlijke verhalen. Vandaag wil ik het toespitsen op het avondmaal dat we hier vieren.
Het avondmaal kent vele verschillende facetten, vele verschillende betekenissen en vergeving is daar een wezenlijk onderdeel van. Als we brood en wijn delen in Jezus’ naam worden we als gemeenschap verbonden met elkaar in hoop, in zijn liefde, maar ook in besef dat we met elkaar leven van vergeving, dat we alleen zo verder kunnen, toekomst hebben. Dat is iets wat ons allemaal hier samenbindt.

De praktijk van het avondmaal

Nu is het bijzonder dat juist in de praktijk van het avondmaal, in de protestantse traditie, er door mensen individueel heel erg getwijfeld is aan het wel of niet ontvangen van die vergeving tijdens het avondmaal. Soms ervoeren of ervaren mensen schroom om aan te gaan, omdat ze twijfelen of ze wel waardig genoeg zijn om lichaam en bloed van Christus te ontvangen. We lezen vandaag de tekst die deze praktijk van het mijden van het avondmaal in de hand heeft gewerkt en ontdekken waar de tekst werkelijk om gaat.
Als ik denk aan het avondmaal, dan is er één gebeurtenis die als kind nogal indruk op mij maakte. U moet weten: ik kom van oorsprong uit een dorpje van twee- a driehonderd inwoners, waar iedereen elkaar kende en zoals in veel van dat soort dorpjes was er ook bij ons een vrouwenvereniging. In de tijd dat mijn moeder voorzitter, presidente was van die vrouwenvereniging ontstond er een conflict binnen de vereniging, een conflict dat zich uiteindelijk afspeelde tussen mijn moeder en één van de andere vrouwen. Wie een beetje aanvoelt hoe het gaat in zo’n klein dorpje, die weet hoe je wakker kunt liggen van dat soort dingen, in ieder geval, dat gebeurde met mijn moeder, en niet met haar alleen, ook mijn vader lag er wakker van. Ook hij kende de vrouw en haar man, een collega-boer al jaren.

Ze wisten niet goed hoe ze ermee aan moesten, deden pogingen, voerden gesprekken, maar het lukte niet om tot een oplossing te komen. Toch hielden ze op een bepaalde manier hoop en moed, want zei mijn moeder op een gegeven moment: zondag vieren we avondmaal en zo kunnen we toch niet samen aan tafel gaan. Het gaat toch ook over vergeving? En dus was er de stille hoop dat hét telefoontje zou komen dat een uitweg zou bieden. Maar dat kwam er niet En inmiddels was het zondagmorgen geworden. Mijn moeder ging naar de kerk maar mijn vader bleef, helemaal tegen zijn principes en gewoonte die zondag thuis van het avondmaal. Hij kon de stap niet zetten.
Ik leerde zo van hen dat er wel degelijk iets op het spel kan staan met avondmaal, dat het ertoe doet of je met jezelf in het reine bent, of met die ander, dat je nooit zomaar brood en wijn deelt met een gemeenschap, maar heel bewust, maar tegelijkertijd was het, zoals u zult begrijpen, verwarrend, want…wat was nu wijsheid in deze? Wel gaan, zoals mijn moeder, met de pijn van het conflict in het hart, of niet gaan zoals mijn vader omdat de dingen nog niet waren uitgepraat.

Hoe goed moet een mens zijn

om brood en wijn van de gastheer, van Christus zelf, te ontvangen, hoe goed moet je leven zijn, hoe goed moet het onderling zijn als gemeenschap, en tussen mensen persoonlijk om de maaltijd van de Heer te vieren, te beleven?
Het zijn vragen die mensen, in het verleden, vermoed ik, meer dan nu, intens hebben beziggehouden, die soms hebben geleid tot schrijnende taferelen van oordelen en afkeuring, van verscheurdheid van wel of niet gaan, van gemis van elk besef van vreugde, van gemeenschap, van delen, dat ook allemaal zo bij het avondmaal hoort. Avondmaal werd zo meer een individuele worsteling, dan van harte ingaan op de uitnodiging van Jezus zelf om samen brood en wijn tot zijn gedachtenis te delen. Zo kon het gebeuren en gebeurt het soms nog dat er avondmaal gevierd wordt met slechts een paar mensen van de velen die brood en wijn ontvangen.  

Jezelf een oordeel eten, was de gevleugelde uitspraak én ‘een ieder beproeve zichzelf ’ nl. of je wel waardig genoeg was of niet om aan te gaan. We hebben deze uitspraken ook allemaal voorbij horen komen in die tekst die we vanmorgen gelezen hebben. In een tijd waarin mensen zich steeds meer bewust zijn geworden van hun individuele bestaan, van hun eigen verantwoordelijkheid maar ook van hun falen, een tijd ook waarin dat heel los van anderen wordt beleefd, ieder mens is autonoom en staat er alleen voor, in zo’n tijd zijn juist deze woorden heel individueel geïnterpreteerd, toegepast en uitgelegd. Terwijl Paulus juist de gemeente, de gemeenschap op het oog heeft. In het hoofdstuk hierna gaat het over de gemeente als lichaam van de Heer, hoe dat samenwerkt, beweegt en met elkaar verbonden is, je hebt wel je eigen unieke plek in dat geheel, maar je bent toch echt onderdeel van, verbonden met anderen.

Het gaat om de gemeenschap

De opmaat naar dat beeld maakt Paulus hier in dit hoofdstuk, hoofdstuk 11, door de viering van de maaltijd aan de orde te stellen, de manier waarop het er aan toegaat in Korinthe en waar voor hem daar de pijn ligt. Het is dus allereerst een tekst die zich richt op de gemeenschap, en niet zozeer op de individuele mens. Als christenen uit de eerste gemeenten samen kwamen voor de maaltijd en om daarna te zingen, te bidden en te delen, nam iedereen voor zover mogelijk iets mee. Dat werd allemaal verzameld en vervolgens gelijk verdeeld onder de aanwezigen en wat over was werd gegeven aan degene die het nodig had, de vroegste vorm van diaconie. Maar nu bestond deze gemeente uit Korinthe uit veel verschillende, in de samenleving tegengestelde groepen, rijk en arm, Jood en Griek, slaaf en vrij, man en vrouw, en in de praktijk gebeurde het op een gegeven moment dat dit onderscheid, deze tegenstellingen ook begonnen mee te spelen in de viering van de maaltijd.
En dat is Paulus een doorn in het oog. Rijken, die overdag niet hoefden te werken, kwamen al eerder met hun meegebrachte eten en drinken en wachtten niet meer op de slaven en armen die vanwege hun dagelijkse werk pas later in de avond aan konden schuiven. Ze begonnen alvast met eten en drinken. En zo kon het gebeuren dat de laatsten een lege tafel aantroffen en dronken mensen en uiteindelijk weer hongerig naar huis terug moesten gaan. Zij die het het meest nodig hadden wat er gedeeld werd van de tafel, gingen uiteindelijk met lege handen naar huis.

En dat is de maaltijd van de Heer onwaardig, zegt Paulus. Jullie delen niet brood en wijn “tot Christus’ gedachtenis”, zoals dat door Jezus zelf is ingesteld, maar jullie gaan aanliggen alsof het een maaltijd is als alle andere, waar jullie alleen uit zijn op eigen behoeftebevrediging en waar alle tegenstellingen die er in het gewone leven zijn, alle partijvorming, alle verdeeldheid een net zo’n grote rol spelen en dat is nu juist precies tegen de wezenlijke bedoeling van het samen maaltijd van de Heer vieren in.

U komt niet samen om de maaltijd van de Heer te vieren,
van wat u heeft meegebracht eet u alleen zelf,
zodat de een honger heeft en de ander dronken is.
Veracht u de gemeente van God?

Paulus spreekt dus niet individuele gemeenteleden aan op hun leven, op hun zonden, maar op “de zonde” die op de loer ligt in de gemeenschap als geheel, dat hun samenzijn zich in niets meer onderscheid van hoe mensen gewoon al samenkomen, met alle tegenstellingen, met de mensen die tekort komen tegenover de anderen die altijd de sterksten zijn, met degenen die zich nergens om bekommeren tegenover degenen die machteloos toekijken.

Daarom zijn er onder u veel zwakke en zieke mensen
en zijn er al velen onder u gestorven,

zegt Paulus. Hij ziet dat als een logisch gevolg, dat de armsten en zwaksten, degenen die juist op deze maaltijden aangewezen waren, door deze praktijk aan het kortste eind trekken. En niet, zoals dat later wel eens uitgelegd is, dat ziekte en dood in deze context als oordeel of straf van God kwamen voor degenen die onwaardig, of zondig aan het avondmaal waren gegaan. Wacht op elkaar, zegt Paulus heel nuchter, eet alvast wat thuis, als je honger hebt, alles zodat je met de juiste gerichtheid daar tot Jezus gedachtenis brood en wijn met elkaar deelt.

Een ieder beproeve zichzelf, zegt Paulus ook, dat wil zeggen, niet de eigen misstappen staan daarbij centraal, maar de vraag of je met de juiste gerichtheid brood en wijn gaat delen, ben ik, zijn wij hier werkelijk samen om maaltijd van de Heer te vieren, om ons te richten op Jezus en zijn gedachtenis, om ons onderling te verbinden met elkaar, zoals Jezus zich met mensen verbond en mensen met elkaar verbond, juist doordat we allen op gelijkwaardige manier door Hem hier genodigd worden, niet vastgepind op de tegenstellingen uit het dagelijkse leven, of ben ik, zijn wij hier alleen voor onszelf, wat er voor onszelf te halen is? Ben ik alleen met mezelf bezig?
Dat beeld van die rijken die alleen uit waren op eigen behoeftebevrediging door veel te eten en drinken zonder zich te bekommeren op wie na hen kwamen, dat gaat voor onze avondmaalspraktijk niet meer op tegenwoordig, maar de gerichtheid op jezelf die daar uit spreekt, die is wel te vertalen als kritische vraag naar hoe je ook nu avondmaal viert als gemeente samen.
Het vieren van avondmaal is juist de oefening in samen gemeente van Jezus, van Christus te zijn, en alles wat ons daarbij gegeven wordt aan hoop, aan toekomstperspectief, én ook het besef te leven van vergeving, dat nodig te hebben, er niet zonder te kunnen als mensen om verder te komen.

Zowel het avondmaal als het Onze Vader zijn beide gericht op de gemeenschap, dat je elkaar opzoekt rond bepaalde kernwaarden, rond dat wat zo onopgeeflijk is voor ons allen, dat je je ermee wilt verbinden, juist dat gemeenschappelijke, dat raken we misschien wel eens wat uit het oog, omdat we ons leven vaak zo individueel beleven.

Vergeef ons onze schulden

Als het gaat om de bede over vergeving uit het onze Vader, als het gaat om het wezenlijke van vergeving bij het delen van brood en wijn, zou je kunnen zeggen dat juist die lijntjes van dat gezamenlijke weer worden uitgelegd, tussen God en mensen,
…vergeef ons onze schulden…)
én tussen mensen onderling,
(…zoals ook wij onze schuldenaars vergeven…)
gaat het altijd om vergeving, vergeving geven maar ook net zo goed vergeving ontvangen, dat anderen jou niet blijven vastpinnen op je falen, je kwetsbaarheid, je misschien goedbedoelde maar verkeerd uitgepakte intenties. In een samenleving waar, als er maar iets gebeurt, meteen wordt gevraagd: hoe heeft dit kunnen gebeuren? En “waar ligt de schuld of is de schuldige”? In een samenleving waar je geleerd wordt op je strepen te staan, het er niet bij te laten zitten, alles wat je aan schade lijdt te verhalen, te midden daarvan oefen je je als gemeenschap van Christus in een andere manier van ‘samen leven’, de erkenning dat het zonder vergeving niet gaat.

Je krijgt brood en wijn aangereikt van Hem die je in alles heeft laten proeven van liefde zonder einde en vergeving voorbij de uiterste grens en dat zorgt voor een andere gerichtheid in jezelf, en ook naar anderen toe. Ook in deze bede oefen je je in de spil van het Onze Vader. Dat het zoals het in de hemel is, ook op aarde wordt.
Dat betekent niet dat het eenvoudig is, of dat je het altijd kan, maar juist dan heb je dat oefenen hard nodig, anders gezegd: het gewoonweg doen, brood en wijn delen, om deel te krijgen aan die andere manier van verbondenheid met elkaar, die Christus ons schenkt, waar Hij ons naar toe wil bewegen. Juist niet wegblijven van de tafel, want dan verzand je in jezelf en verwildert je hart, zoals iemand zo mooi zei, maar juist dat andere perspectief van Jezus aannemen, je daartoe laten bewegen, je erop richten, het proeven. En hopen dat er soms even iets van waar wordt in je leven. Wat dat betreft geef ik mijn moeder achteraf gelijk dat ze wél ging, ook in de gebrokenheid die er is tussen mensen en in gemeenschappen, zoek je naar een perspectief dat je verder helpt.

Er is nog veel meer te zeggen over zo’n veelomvattend onderwerp, vergeving, vergeving en avondmaal, maar de tijd is wel zo’n beetje op. Daarom nog een korte gedachte om mee te nemen in de week: Bij vergeving gaat het om ‘loslaten’, dat is de letterlijke vertaling van het woord in de Bijbel. Anders gezegd, je knipt het lijntje door dat tussen jou en de ander loopt, van dader – slachtoffer, van schuld en gekwetste, lukt dat niet, dan blijf je in elkaars web gevangen. En… er is een verschil tussen vergeving en verzoening. Bij vergeven gaat het om losmaken, bij verzoening gaat het om de relatie herstellen, dat zijn twee verschillende dingen, die in praktijk vaak door elkaar heen lopen. Het eerste lukt soms met de tijd, het tweede is weer een hele stap verder.

Ik sluit af met woorden uit psalm 103:
Liefdevol en genadig is de Heer,
Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw,
Niet eindeloos blijft hij twisten,
Niet eeuwig duurt zijn toorn.
Hij straft ons niet naar onze zonden,
Hij vergeldt ons niet naar onze schuld,
Zoals de hoge hemel de aarde overspant,
Zo welft zich zijn trouw over wie hem vrezen.

In de liefdevolle ruimte van dat perspectief ontvangen we brood en wijn, Lichaam en bloed van Christus, allemaal.  Amen