Logo van de kerk

overweging in 2017 op 19 februari

Overweging in 2017 op 19 februari

Lezing: Mattheus 5: 38-48

Inleiding

Alles wat Jezus in de Bergrede zegt heeft de macht een hele wereld te doen instorten en een nieuwe wereld in het aanzijn te roepen.
en:
Er zijn woorden die de zachtheid hebben van een lentewind en de vernietigende kracht van een cycloon.

Deze woorden las ik deze week in een commentaar (Eugen Drewermann) bij de tekst van vandaag,
We horen vandaag woorden van Jezus als:
Slaat iemand op je rechterwang,
keer 'm ook je linkerwang toe…
Heb je vijanden lief,
bid voor wie jullie vervolgen,
verzet je niet tegen wie je kwaad doet…

Onmogelijke woorden, tegendraads, naïef en wereldvreemd
dwaasheid, om het met Paulus te zeggen, maar wat dwaas is in de ogen van de wereld heeft God uitgekozen om wijzen te beschamen?

In de preek zullen we nadenken hoe hoge idealen en alledaagse praktijk
toch misschien samen kunnen gaan…

Aordig doen tegen mensen die niet aordig doen…

Kent u dat nummer van Daniel Lohues?
Daniel Lohues zingt:
Je moet aordig doen tegen mensen die niet aordig doen,
want die benn aordigheid t hardste neudig,
harder as wij.

En? Heeft u het wel eens geprobeerd, dat advies van Daniel? Hoe liep dat af? Of, is het u wel eens overkomen, dus, andersom, dat er een vriendelijkheid op uw pad kwam, waarvan u dacht dat u dat helemaal niet zo verdiend had?
Hoe dan ook, het vraagt wel wat van je, wat Lohues zingt. Het vraagt wel een extra stap, een extra inspanning, het druist in tegen wat je als eerste reactie zou kunnen hebben op iemand die onaardig doet.
Maar dat maakt het ook juist wel spannender, creatiever, fantasierijker. Je moet aordig doen tegen mensen die onaordig doen. Als je onaardig terugdoet tegen iemand, kun je ongeveer wel voorspellen hoe het verder loopt. Maar als je nu eens onaordigheid beantwoordt met vriendelijkheid…
Verzet je niet tegen wie je kwaad doet. Als iemand je onderkleed wil, geef hem ook je bovenkleed Als iemand je dwingt een mijl met hem op te lopen, loop er dan twee met elkaar op. En, heb je vijand lief, bid voor wie je vervolgen.

Een extra stap

Wat die woorden van Jezus met elkaar verbindt vanmorgen, is dat ze stuk voor stuk een extra stap van je vragen, een extra inspanning. Nog meer dan dat advies van Daniel Lohues druist wat Jezus zegt in tegen wat je normaliter zou doen, wat je eerste reactie zou zijn, wat je rechtvaardigheidsgevoel je ingeeft, wat logisch lijkt om te doen zonder helemaal aan jezelf voorbij te gaan.
En dat maakt die woorden van Jezus dwars, tegendraads, bevreemdend, dwaas in de ogen van de wereld, zou Paulus zeggen. Ze hebben iets ongerijmds, ze halen je uit je comfortzone, maar dat maakt ze ook spannend, prikkelend, het schuurt en wringt aan alle kanten, je krijgt ze niet passend in het plaatje van wat je al kende, wist of deed. Waarom zou je er in hemelsnaam aan beginnen. Misschien moet je zeggen dat het mooie woorden zijn, maar waar je in de alledaagse praktijk uiteindelijk verre van blijft. Wees volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is, maar wie kan dat opbrengen?
Jezus is met zijn leerlingen op de berg gaan zitten en om hem heen zijn de mensen toegestroomd om zijn woorden te horen. Na de zaligsprekingen, de woorden over zout en licht, lijkt Jezus de mensen nu concreet uit te dagen ernst te maken met het koninkrijk van God in hun doen en laten. Aan de ene kant zegt hij niet gekomen te zijn om de wet of de profeten af te schaffen, aan de andere kant geeft hij wel zijn eigen invulling aan wat de mensen geleerd hebben. Daarom zegt hij telkens: Jullie hebben gehoord dat gezegd werd… Maar ik zeg jullie…

En zoals gezegd…

Daarin gaat Jezus telkens net een stap verder, hij vraagt niet wat redelijk is, wat logisch klinkt, eerlijk, maar zet het gezonde verstand nog een keer op z’n kop.
Over ieder gebod is veel te zeggen, maar degene die er het meest uitspringt is misschien toch wel waar Jezus het langste bij stil blijft staan in onze tekst, heb je vijand lief, dat is vermoed ik toch wel de meest radicale, op het oog de meest onmogelijke van alles wat er gezegd wordt. En tegelijkertijd springt deze ook het meest eruit, omdat deze het meest aan lijkt te sluiten bij wat er op dit moment speelt.
Er ligt nogal wat zogenaamd “vijandschap” op de loer, als je de stemmen hoort in media, in politiek, vanuit de samenleving. In al het zoeken naar een nieuw evenwicht in de machtsverhoudingen op wereldschaal, de Navo kwam afgelopen week bijeen. Ook in de aanloop naar de verkiezingen met alles wat daar bij hoort, lijkt vijandschap, mensen die tegenover elkaar komen te staan, zo’n onderliggend thema, of misschien beter gezegd, wordt het tot thema gemaakt. Vandaar dat ik vandaag bij deze zo bekende regel van Jezus stil wil staan:

Wie moet ik liefhebben als ik mijn vijand liefheb?

Wie is dan je vijand? Dat lijkt een eerste logische vraag te zijn, om te weten wie je lief moet hebben. En daar struikelen we meteen al, lijkt me. Vijanden heb je niet, vijanden worden gemaakt, wordt er wel eens gezegd, en daar wordt zoveel mee bedoeld, als dat wie je vijand is toch ook wel zeer samenhangt met de tijden, de omstandigheden, dat wat er gebeurt, ja zelfs met jezelf. Wie vriend of vijand is, het verschuift nogal eens, het is nogal inwisselbaar.
Om een voorbeeld te geven: Tijdens mijn middelbare schooltijd waren we met de schoolband in Dresden op bezoek om muziek te maken, en ik vond het daar een hele bevreemdende ervaring als jongere om te merken hoe mijn gastvrouw voor die week, een zestiger, zich ineens uitgebreid ging verontschuldigen voor wat er was gebeurd in de tweede wereldoorlog. Zonder dat daar aanleiding voor was, kroop zij ineens tegenover mij in de oude rol van vijand. Terwijl ik dat tot dan toe helemaal niet zo ervaren had.

Afgelopen week was er bij Nieuwsuur een mooie reportage vanuit de Weide over het werk van kerkmensen in het azc daar, en die reportage begon met de uitspraak van Roel Winkel: deze mensen zijn hier niet gekomen om rotzooi te schoppen, echt niet.
In zijn woorden klonk vooral door hoe er aan de andere kant soms ook krachten werkzaam zijn, die juist deze zelfde mensen tot vijanden maken, vijanden van “onze” welvaart, vrijheid, cultuur…
Vijanden van onze “christelijke beschaving”…

Vijanden heb je niet, vijanden worden gemaakt…
Zelfs in je eigen persoonlijke leven kan het nogal eens verschuiven wie vriend en wie vijand is.
Jullie hebben gehoord, je moet je naaste liefhebben en je vijand haten, zegt Jezus er net aan vooraf. En ineens klinkt die vraag van wie je vijand is, wel verdacht veel als diezelfde vraag die ergens anders in het evangelie wordt gesteld: Je moet je naaste liefhebben. Maar wie is dan mijn naaste, zo vraagt een schriftgeleerde aan Jezus. En als Jezus dan het verhaal van de barmhartige Samaritaan vertelt als antwoord, dan heeft hij aan het einde van het verhaal de vraag omgedraaid, niet wie is mijn naaste, maar wie is voor de gewonde man een naaste geworden, dus met andere woorden: voor wie ben je zelf een naaste?

De vraag andersom

Misschien zou je ook hier die vraag eens om moeten draaien. Niet: wie is mijn vijand, want dat kan iedereen zijn, daarbij richt je je op anderen en blijf je zelf buiten beeld, maar voor wie ben je zelf een vijand, of zou je een vijand kunnen zijn, een tegenstander, een struikelblok, een gevaar. Dan klinken die woorden van Jezus ineens alweer heel anders, ineens ben je zelf in het geding, gaat het over jouzelf.
In de straten van Nicaragua werd mij regelmatig nageroepen, hé gringa, wat een scheldwoord was voor de Noord-Amerikanen, de vijand van Nicaragua in de jaren tachtig. Zonder dat mij nog maar iets gevraagd was.
Voor wie ben je zelf een vijand. Wanneer en waar was je in een situatie dat je op geen enkele manier beweging of toenadering voor elkaar kreeg in een conflict met een ander, omdat je de vijand, de tegenstander, een bedreiging was en bleef, wat je ook deed en hoezeer je het ook anders wilde. Met name in familieverhoudingen kan dit beeld over en weer soms alles op slot zetten. Niet alleen of die ander de vijand is, maar ook of jijzelf de vijand, de bedreiging voor die ander blijft is beslissend.

Er zijn van allerlei manieren om het vijandsbeeld in stand te houden, maar het begint te kantelen zodra je iets van jezelf in die ander werkelijk herkent, dat hij, zij mens is net als jij, met iets van dezelfde verlangens, behoeftes, dezelfde zoektocht naar vrede, geluk, toekomst. Volgens mij werd zo iets ook gezegd in de reportage uit de Weide, hoe zeer het helpt iemand van het azc te ontmoeten, met elkaar in gesprek te gaan, je te verbinden met iemand. “Lastig ” natuurlijk ook omdat algemene beelden dan minder makkelijk standhouden. U kent vast ook wel de verhalen uit de oorlog, dat wanneer Nederlanders werkelijk in contact kwamen met een Duitse soldaat, hoezeer dan gevoeld werd hoe dicht je soms bij zo’n jongen stond.

Wie is mijn naaste, wie is mijn vijand? Het lijkt alsof Jezus met zijn woorden ‘heb je vijand lief’ vooral mensen wakker wil schudden uit hun al te overzichtelijke standpunten wie goed is en wie kwaad, wie er bij hoort en wie niet, wie bondgenoot is en wie tegenstander. Hij zegt: God laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen, hij laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Als God al geen onderscheid maakt, ons mensen voor altijd vastpint, wie zijn wij om dat met een ander te doen?

Een andere strategie

Tegenover het mechanisme van vijandschap, van geweld, van onze eerste primaire reacties tegenover dat alles stelt Jezus een andere strategie voor, een andere manier van leven. Niet als een loodzwaar pakket aan eisen, waaraan we allemaal in één keer moeten voldoen en te allen tijde, ook niet als een weg om bij God gezien te worden of door Hem aanvaard te worden, ook niet om jezelf weg te cijferen of kleiner te maken dan nodig is, Jezus stelt het voor als een weg om openingen te zoeken in al die situaties waarin wij mensen juist vastlopen in vijandschap, al die situaties, waarin je op je klompen aanvoelt, hier komt geen einde aan, als niemand een stap zet. Alle stoere, harde taal op wereldschaal, of in eigen land over wie eerst, wie niet, wie sterk is, wie niet, wie wint, wie niet. Je redt het er misschien wel even mee, misschien zal het dan ook jouw tijd wel duren, maar werkelijk verder… nee … werkelijk verder kom je niet. Het brengt niets nieuws op gang, het is vooral meer van het oude liedje, meer van het platgetreden pad dat al velen voor je zijn gegaan.

Niet alleen rechterwang, maar ook linkerwang, niet één mijl, maar ook twee mijl, niet alleen het onderkleed, maar ook het bovenkleed. Het is vooral het onverwachte, het creatieve, het opene waarmee, als je het aandurft, de escalatie kan worden doorbroken, waarmee er iets nieuws kan worden begonnen. Ergens werd dit royale gerechtigheid genoemd. Anders gezegd, je bewandelt ermee de koninklijke weg, met deze strategie van Jezus. Omdat je bij de Koning, met een hoofdletter, hoort. Omdat je weet van zijn royale liefde, zijn trouw die op ons af komt, en die als de zon opgaat over goede en kwaden, omdat je weet hebt van zijn Koninkrijk, van een andere werkelijkheid achter en voorbij deze, voorbij ook je eigen koninkrijkje, daarom zet je soms net even een stap verder dan je wil, dan je denkt te kunnen, dan je moet.

Er zit ook een zekere humor in, de durf tot zelfrelativering. Toen Obama voor een historisch bezoek voet op Cubaanse bodem zette, werd hij niet opgehaald door de Cubaanse president zelf, maar een ondergeschikte minister. Hij werd er om beschimpt en bespot door zijn tegenstanders, dat laat je je toch niet gebeuren, dan sta je toch voor gek, dan neem je toch het eerste vliegtuig terug. Obama bleef zijn presidentiële zelf. Dat is net het verschil.

Een moeilijke opgave, wat helpt?

Maar het is hard werken, deze weg van Jezus. Het is verre van eenvoudig, zeker als het binnen je persoonlijke levenssfeer komt, als iemand het bloed onder je nagels vandaan haalt, als je voor de zoveelste keer gekwetst wordt door wat een ander gedaan heeft. Heb je vijand lief?
Misschien helpt het te bedenken wat Desmond Tutu daarover zei: Jezus vraagt ons onze vijand lief te hebben, niet om hem of haar aardig te vinden. Met andere woorden, het gaat niet om een gevoelskwestie, het gaat niet om iemand sympathiek te vinden, liefhebben is in de Bijbel bijna een nuchtere, verstandelijke aangelegenheid. Iemand liefhebben is altijd uitgaan van de basis dat ook die ander kind van God is, geliefd, gewild, en op basis daarvan met respect behandeld moet worden, op grond daarvan niet anders is dan jij.

En misschien helpt het ook als we het zien als een weg, als telkens weer een stap in de goede richting. Augustinus schreef een mooi, nuchter commentaar op de bergrede waarin hij zei: er wordt altijd een beetje minachtend gedaan over oog om oog, tand om tand, maar dat is al heel wat, wanneer je beseft dat je vaak geneigd bent veel harder terug te slaan, dan wat jou is aangedaan, dan is er met oog om oog, tand om tand in ieder geval alweer een stap gezet. Op weg naar het ideaal van rechterwang, linkerwang, en je vijanden lief hebben zitten misschien nog wel wat van die tussenstappen, misschien eens een keer voor de verandering één klap terug voor de twee die je kreeg, of een oor voor een oog, (zo schrijft hij dat werkelijk ook al weet ik niet wat erger is), of aordig doen tegen mensen die niet aordig doen. Als er maar stappen gezet worden, als er maar toe bewogen wordt naar het koninkrijk van God en er niet van af.

Of, om nog maar weer even terug te keren naar Daniel Lohues (en vergeef me mijn Drents).
Licht, leben en liefde
Zunder is de wereld mar 'n rotsblok
Vaak, valt 't niet met
Toch blief ik probeern wa'k ooit leert heb

Amen