Logo van de kerk

overweging in 2017 op 17 december

Overweging 17 december 3e advent 2017

Lezing Johannes 1: 6 - 8 en 19-28

Ik ben niet…

Johannes is meer bezig met duidelijk te maken wie hij niet is dan wie hij wel is, althans zo komen we hem tegen vanmorgen in het evangelie, zo wordt hij aan ons voorgesteld, luister maar, ik ben niet het licht, zo wordt er van Johannes gezegd, en… ik ben niet de Messias, ik ben niet Elia, ik ben niet de profeet.

En dat maakt onrustig, want op zo iemand krijg je niet meteen vat, Ga maar eens na bij jezelf hoe snel je bij een ontmoeting iemand probeert te plaatsen, in te schatten, vast te pinnen op een identiteit, op bepaalde gegevens. Waar iemand vandaan komt, wat iemand voor werk doet, iemands leeftijd, overtuigingen, etc. En zo stel je je ook vaak voor, ik ben die en die, zo oud, getrouwd met, werkzaam in etc. Allemaal markeringspunten waardoor je zicht op iemand krijgt, grip, waardoor je iemand kunt plaatsen, min of meer. Maar bij Johannes is dat allemaal niet het geval, hij is er wel en tegelijk lijkt hij er ook niet te zijn, de delegatie die bij hem komt, die op onderzoek is gestuurd, weet er niet goed raad mee. Nadat Johannes tot driemaal toe heeft gezegd wie hij niet is, zeggen ze enigszins ontstemd, ja hoor es, hiermee kunnen we niet teruggaan naar degenen die ons gestuurd hebben, met zo’n antwoord kunnen we niets, dat we weten wie je niet bent, jij dan, jijzelf, wat zeg je van jezelf? En je hoort dat dit geen onschuldige vraag is, meer een ondervraging als in een rechtszaak, wie is toch deze man en vormt hij een bedreiging voor ons? De bezorgdheid om zichzelf en hun positie klinkt erin door.

Als ik dan toch iets van mezelf moet zeggen, dan kun je zeggen dat ik een stem van een roepende in de woestijn ben, antwoordt Johannes met woorden van de profeet Jesaja. Nog zo’n antwoord waarmee je geen grip op hem krijgt, woorden van een ander en wat is nu één menselijke stem roepende in de woestijn? En als hij verder wordt ondervraagd over waarom hij doopt, maakt Johannes het kleiner dan zijn ondervragers het voorstellen, ach, ik doop maar met water… Waarom zou je je daar druk om maken?

Me and my selfie?

Kortom, in alles wijst Johannes van zich af, in wie hij is, in wat hij doet en daarmee ook in hoe de mensen hem kunnen leren kennen. Hij is er wel, maar tegelijkertijd ook niet en dat maakt hem tot een intrigerende figuur, alleen al doordat hij zo anders is, zich zo anders opstelt, dan hoe wij ons opstellen in onze tijd, of hoe we geacht lijken te worden ons op te stellen in onze tijd en samenleving, namelijk dat het bij ons om jezelf lijkt te draaien, dat je naar jezelf wijst, zelf naam maakt, jezelf ontplooit, jezelf laat zien.

Daar is in principe helemaal niets mis mee, maar je voelt wel aan dat daar ook keerzijde aan zit, de hele selfie-cultuur, de hele beeldcultuur op facebook, het voortdurend jezelf op de voorgrond zetten, jezelf profileren, ja dat we ook misschien wel moeten doen, om maar mee te kunnen komen, assertief zijn, weerbaar, zoals kinderen dat van jongs af aan wordt geleerd. Er zit ook een soort eenzame, schrale kant aan, een vermoeiende kant, het heeft soms iets van een soort van doodlopende weg, iemand die ronddraait in zijn eigen kringetje. Stefan Sanders, een columnist van de Groene Amsterdammer, die sinds een jaar of wat naar de kerk gaat en zich aarzelend een gelovige noemt, zei eens: in de kerk gaat het eindelijk even niet over mij. En hij ervoer dat als een verademing, even verlost te zijn van zichzelf.

Johannes is dus het tegenovergestelde van hoe wij ons vaak opstellen en dat maakt hem boeiend voor ons. Het wringt en schuurt ook een beetje omdat hij zo anders is, dus, wat zouden we van hem kunnen leren? Wat doet de ontmoeting met hem ons? Johannes lijkt op geen enkele manier met zichzelf bezig te zijn, hij wijst voortdurend van zich af, of misschien zou je beter kunnen zeggen, hij wijst vooruit, het gaat niet om mij, zegt hij. Waarom kom je vragen wie ik ben, waarom zou je moeite nemen om mij te leren kennen, het gaat erom wie na mij komt, midden onder u staat iemand die je niet kent. Het gaat niet om wat er nu gebeurt, maar om wat er nog in het verschiet ligt, wat er nog staat te gebeuren, daar moet je je ogen voor openen, die kant wil ik jullie uitwijzen.

Boven jezelf uitstijgen

Johannes als persoon wijst ons op een bijzonder vermogen dat we als mens in ons hebben, dat wezenlijk hoort bij wie we als mensen zijn en wat we kunnen, in tegenstelling tot dieren om ons heen. We hebben het vermogen om op de dingen vooruit te lopen, om te hopen, dromen, vol verwachting te zijn van de dingen die er nog niet zijn, om daar, zonder dat je ze al ziet, toch op te bouwen, op te vertrouwen, je daar al naar te richten, we hebben het vermogen uit te stijgen boven onszelf. Transcendentie noem je dat, en Johannes verbeeldt die kant van ons in optima forma, net als de profeet Jesaja,

Terwijl ze nog midden in de woestijn zijn, nog in de leegte, nog in het dorre en doodse leven grijpen zij beide al vooruit naar wat nog komt, wat nog in het verschiet ligt. Bij Jesaja zijn het de prachtige beloften die worden genoemd, van armen die het goede nieuws zullen horen, van verslagen harten die weer hoop krijgen, en gevangenen die worden vrijgelaten. Bij Johannes wordt er vooruitgegrepen naar wie nog moet komen, naar Christus zelf, en zijn Licht.

Zowel bij Jesaja als bij Johannes is het nog niet zover, maar ze grijpen erop vooruit, ze stellen zich er al op in, ze richten hun leven, hun hoop, hun dromen ernaar en dat geeft hen een openheid, die hen anders maakt. Je merkt het aan ze, alsof ze wel in deze wereld zijn, maar niet helemaal van deze wereld. Mensen als Johannes en Jesaja, ze zijn niet met zichzelf bezig, maar kijken daaraan voorbij, alsof ze zichzelf vergeten.

Ik schreef in het afgelopen kerkblad over dr. Co. De 80-jarige Amsterdamse dokter, die uitgeprocedeerden helpt, misschien hebt u erover gelezen, dat is zo iemand die op een bijzondere manier zichzelf wat lijkt te vergeten, iemand die van zich af wijst naar een groter ideaal, naar iets wat zijn eigen leven overstijgt en dat maakt hem inspirerend. Maar zelf kennen we die ervaring ook, soms in het klein, dat we even van onszelf verlost worden, verlost zijn, als we bijvoorbeeld met toewijding in ons werk opgaan, of opgaan in het maken van muziek, kunst. Of als we helemaal werkelijk even stilte vinden in onszelf in een gebed, of in de natuur, je bent er helemaal, en toch ben je er niet, in de zin dat je niet met je zelf bezig bent, niet bezorgd bent over je zelf, of vervuld van jezelf, of angstig om jezelf, even overstijg je jezelf in dat soort kostbare momenten.

Niet het licht, maar getuigen van het Licht

Die houding, die levens en geloofshouding, daar herinnert Johannes ons aan, dat we dat in ons dragen als mens, dat we van ons af kunnen wijzen, dat we door kunnen verwijzen naar een diepere bron, naar Iemand die groter is dan wij. En eigenlijk oefenen we daar onszelf ook in, of zouden we ons daarin moeten oefenen, in ons geloven, in ons kerk-zijn, dat het niet alleen om ons gaat, dat het ook niet van ons afhangt, dat wij niet middelpunt van ons bestaan zijn, maar dat we mogen uitkijken naar degene die in ons midden komt, Christus zelf, dat Hij er zelfs al is, zonder dat we dat gemerkt hebben. Dat het ook niet gaat om ons kerk-zijn, als doel op zich, maar om die werkelijkheid van God, waar we naar mogen verwijzen, het koninkrijk dat baan breekt, de kleine tekens van hoop die er zijn, het goede nieuws dat ons verkondigd wordt. Dat we niet zelf het licht hoeven zijn, Ja, er zelfs voor moeten waken dat we het licht niet blokkeren, in ons druk zijn met onszelf, maar dat we mogen getuigen van het licht, het licht mogen doorlaten, doorgeven, zoals dat al in ons midden is. Natuurlijk lukt dat ons lang niet altijd, die momenten van onszelf “vergeten”, doorverwijzen, boven onszelf uitstijgen daarvoor zijn we eenmaal te veel mens, maar toch…we dragen het in ons, die mogelijkheid, om alle bezorgdheid, angst en geldingsdrang even los te laten, om vooruit te lopen op wat nog niet is maar wel komt, op wie nog niet is, maar wel komt.

Op die momenten, dan komt God even heel dichtbij,

amen